Drie jaar werken aan Polderpioniers

21-januari-2017 | Categorie: Interview

Marian Rijk (1973) werkt bij een educatieve uitgeverij en heeft twee thrillers gepubliceerd. Ze woont in Leersum, tussen Utrecht en Veenendaal. Drie jaar geleden stelde haar vader haar voor om eens goed in de familiegeschiedenis te duiken. Immers, het verhaal van arme boeren die eind jaren 1930 vanuit Zeeland naar de pas drooggemalen Wieringermeerpolder in de kop van Noord- Holland verhuisden, is bijzonder genoeg om op te tekenen. Marian Rijk ging aan de slag. Ze dook in archieven, raadpleegde dienstbodenregisters. Het was niet meteen een vooropgezet plan om er een boek van te maken. Maar van het één kwam het ander. In oktober 2016 verscheen Polderpioniers, het verhaal van een boerenfamilie.

Hoe lang duurde het voor je de research klaar had, alle documentatie bij elkaar had, om Polderpioniers te schrijven?

Ik heb drie jaar aan Polderpioniers gewerkt. Schrijven en research volgden elkaar continu op. Omdat ik tijdens het schrijven achter ontbrekende stukjes informatie kwam, moest ik de archieven in. Maar ook juist in die archieven vond ik soms onverwachte gegevens die ik heel goed in mijn verhaal kon gebruiken.

Je hebt veel hulp gehad van familieleden, maar heb je ook tegenwerking gehad? Waren er personen bij die absoluut niet wilden dat je het boek ging schrijven?

Nee, ik heb geen enkele tegenwerking gehad. Mijn familie is nuchter en realistisch. Niet elke persoon in Polderpioniers is een voorouder om trots op te zijn, maar door de zwangere, ongehuwde dienstbode of de alcoholistische echtgenoot met losse handjes in de juiste context van hun tijd te plaatsen, weet ik – en mijn familie – dat zij handelden naar de mores van toen.

Heb je dingen weggelaten omdat daar in familiekring een taboe op rust, zodat je het onmogelijk kon vertellen?

Nee, dat was niet nodig.

Wat vindt je familie uiteindelijk van het boek? Vonden ze het leuk dat je de identiteit van de oorspronkelijke stamhouder (Knitel) had gevonden?

Ze zijn trots op Polderpioniers. Met de naam Knitel heeft mijn familie niet zo veel. Het is aardig om onze afkomst te weten, maar we zijn gewoon de familie Rijk. Voor mij persoonlijk – ik was wel altijd nieuwsgierig – was het achterhalen van de naam van mijn betovergrootvader een kers op de taart. Hij heeft, zeker voor die tijd, de zwangerschap heel keurig afgehandeld en zijn onwettige kind aan een boerderij geholpen.

Wie heeft het laatste huis aan de Helfrichlaan overgenomen?

Dat was het huis waar mijn grootouders na hun afscheid van de boerderij in gingen wonen. Het is na hun dood verkocht. Op de boerderij van mijn grootouders woont en werkt nu mijn neef met zijn vrouw en kinderen.

Was het niet moeilijk om van het genre thriller naar een familieroman over te schakelen?

Niet zo zeer moeilijk, wel heel leerzaam. Ik ben gewend om bij een thriller een verhaal op te bouwen met verzonnen karakters en gebeurtenissen. De belangrijkste puzzel is daarbij de spanningsopbouw. Polderpioniers is waargebeurd. Dat betekent dat alles moet kloppen. Elke herinnering is gecheckt met een andere herinnering (en nog één, en nog één) of een concreet gegeven uit een document, zoals een akte, diploma of register. Bij een familiegeschiedenis is er een ander soort puzzel die gelegd moet worden, maar zeker een hele interessante!

Wat vind je leuker? Thrillers of die familiegeschiedenis schrijven?

Ik kan het niet vergelijken. Op dit moment wil ik verder met geschiedenisromans, maar ik sluit in de toekomst niets uit…

Welk genre lees je het liefste zelf? Wat zijn je favoriete schrijvers/boeken?

Ik heb geen favoriet genre. Ik lees net zo vaak een roman of thriller als non-fictie. Mijn lievelingsboek is Nooit meer slapen van WF Hermans – dat staat al sinds mijn jeugd bovenaan mijn lijstje. Nu lees ik graag JK Rowling (de Robert Galbraith reeks), Annejet van der Zijl en Joël Dicker.

Waar heb je de passie voor schrijven vandaan? Was je als kind al bezig met schrijven? Herinner je je eerste verhaaltje dat je schreef nog?

Tijdens het schrijven van Polderpioniers kwam ik erachter dat mijn grootvader (een personage uit het verhaal) heel beeldend kon schrijven. Ik was ontroerd door zijn aantekeningen en brieven. Ik denk – hoop – dat ik mijn schrijverschap aan hem te danken heb. Als kind was ik geen schrijver. Er ligt ergens nog wel een half dagboek met puberperikelen, maar verder houdt het wel op. Acht jaar geleden ben ik – op aanraden van een vriendin – met schrijven begonnen.

Heb je tips voor iedereen die ook zijn familieverhaal wil opschrijven?

Interview je ouders, grootouders, ooms, tantes en andere familieleden. Maak er echt een interview van, met voorbedachte vragen en een audio-opname (zodat je niets hoeft te noteren – dat leidt af en vertraagt het gesprek – bovendien kun je de opname nog eens terugluisteren). Stel open vragen, laat ze praten, daarmee krijg je de meest bijzondere anekdotes boven tafel. Wat mij verder heeft geholpen is een tijdlijn. Gebeurtenissen (zoals huwelijken, geboortes, maar ook in de context van de wereldgeschiedenis) kun je daar via een datum aan vast koppelen. Zo krijg je een goed overzicht van wie waar en met wie leefde, en worden ook de puzzelstukjes die je nog mist duidelijk.

Vragen: Erica Ganzevles

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Weergaloze personages

Categorie: Boek van de week, Literatuur Het monster van Essex – Sarah Perry – Prometheus – 416 blz. Schrijfster Sarah Perry (Essex, 1979) recenseert literatuur voor een paar toonaangevende Britse bladen. Het monster van Essex is haar tweede boek en een…

Boek van de week archief
10-augustus-2017 | Lees verder | Reageer!