Een droomdebuut

23-mei-2017 | Categorie: Kinderboeken

Lampje – Annet Schaap – Querido – 328 blz.

Als schrijver kom ik regelmatig boeken tegen waarvan ik denk: als ik toch eens zo kon schrijven… Vaak genoeg gebeurt het zelfs dat ik na het lezen van zo’n juweeltje mijn laptop in één zwaai in de vuilnisbak zou willen kieperen en de boel de boel zou willen laten. Dat doe ik dan vervolgens niet, want goed geschreven boeken inspireren mij uiteindelijk enorm.
Zo’n boek is Lampje, van Annet Schaap, een bekend en gewaardeerd illustrator van kinderboeken, en die met Lampje haar debuut maakt als kinderboekenschrijver. En wat voor debuut: meteen een boek van 328 pagina’s, waarvan de literaire kwaliteiten van iedere pagina spatten. Alsof Schaap nooit anders heeft gedaan dan schrijven.
Meteen in het eerste fragment van het boek is het al raak:

“Een eiland dat nog een beetje vastzit aan het vasteland, als een losse tand aan een draadje, heet een schiereiland. Op dit schiereiland staat een vuurtoren, een hoge grijze, die ‘s nachts zijn licht rond laat gaan voer de kleine stad aan zee. Zo zorgt hij ervoor dat de schepen zich niet te pletter varen op de rots, die daar zo onhandig ligt in het midden van de baai. Zo zorgt hij ervoor dat de nacht wat minder donker lijkt en het grote land, de wijde zee wat minder groot en wijd.”

Ik zat er meteen in. En niet alleen omdat Schaap met dat eerste fragment in enkele zinnen een hele wereld weet te schetsen, maar ook omdat ze het meteen zo prachtig opschrijft, met in de eerste zin al een parel van een metafoor.
In metaforen is Schaap sterk, en niet die van de gekunstelde soort, maar alsof Schaap ze zo’n beetje uit de losse pols schudt:

“Augustus is zo kwaad dat hij trilt vanbinnen. En bang ook. Dat schip, dat is heel erg. Daar moet iemand de schuld van krijgen, dat weet hij best. En hoe gaat dat met schuld? Schuld is een rot ei dat heen en weer gegooid wordt, verder en verder. Niemand wil het vangen, niemand wil de smurrie over zich heen krijgen.”

Enfin, het verhaal.
Lampje is de bijnaam van de dochter van vuurtorenwachter Augustus. Zij moet iedere avond de toren beklimmen om met een lucifer de lamp aan te steken. Haar vader kan dat immers niet zelf, want hij heeft nog maar een been. Daarbij kijkt hij nogal eens te diep in het glaasje en is hij in de rouw om de dood van zijn vrouw (de moeder van Lampje).
Op een avond steekt er een zware storm op, maar de lucifers zijn op, en voordat er een schip op de klippen loopt, moet het vuurtorenlicht aan. Lampje wordt er op uitgestuurd om lucifers te halen, en vanuit die gebeurtenis ontspint zich een spannend, ontroerend en avontuurlijk verhaal, waarin Augustus in de vuurtoren wordt opgesloten en Lampje uit huis wordt geplaatst. Het verhaal wordt in wisselend perspectief verteld, waardoor we de diverse personages van binnenuit leren kennen.

Zo komt Lampje terecht in een spookachtig huis, waar op de zolder een ‘monster’ verstopt zou zitten. Het monster blijkt een zeemeerjongen te zijn, met vergroeide benen die een staart vormen, waar hij nauwelijks op kan staan. Hij is daar achtergelaten door zijn vader, de Admiraal, die een groot deel van het jaar op zee zit.
Hoewel Lampje en de jongen, die zij de bijnaam Vis geeft, in een bijzonder vijandige sfeer starten, ontstaat er gaandeweg een steeds hechter wordende vriendschap, die uiteindelijk uitmondt in een louterende belevenis die ze allebei nieuwe vrijheid schenkt, en waarin alle lijntjes die Schaap in het boek heeft uitgezet bij elkaar worden gebracht.

Zonder dat kinderen erbij af te hoeven haken, schuwt Schaap het daarbij niet om in dit uiterst originele en prachtig geschreven verhaal ook de volwassen lezer te behagen:

“Het dek staat vol saluerende mannen, keurig in het gelid. De Admiraal groet terug, stram rechtop, zoals altijd. Het kost hem meer moeite dan vroeger. Ze worden stijf, zijn oude botten. Maar die botten hebben nog nooit iets in te brengen gehad, dus nu ook niet. Naast hem torent zijn trouwe adjudant Flint, even breed als de Admiraal lang is. Maar met lengte alleen wordt je geen Admiraal, weet de Admiraal. Met alleen spieren dwing je geen respect af. Zijn vingertoppen raken zijn voorhoofd. Dáár zit het. Geest over lichaam.”

En alsof het niet op kan, ook nog eens met sfeervolle zwart-wittekeningen van Schaaps hand. Hoewel ik het hoofdstuk dat zich afspeelt op de kermis net iets te lang vond duren, kan ik verder alleen maar zeggen: wat een boek, wat een droomdebuut.

Tiny Fisscher

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Weergaloze personages

Categorie: Boek van de week, Literatuur Het monster van Essex – Sarah Perry – Prometheus – 416 blz. Schrijfster Sarah Perry (Essex, 1979) recenseert literatuur voor een paar toonaangevende Britse bladen. Het monster van Essex is haar tweede boek en een…

Boek van de week archief
10-augustus-2017 | Lees verder | Reageer!