“Lezen kan kinderen veel geven, maar zelf schrijven ook”

30-januari-2016 | Categorie: Interview

YolandeYolande Belghazi-Timman werd geboren in Amsterdam, groeide op in Delft en woont al jaren weer in Amsterdam. Ze studeerde linguïstiek en werkt voor het onderwijs Nederlands aan anderstaligen, eerst als docent, later als materiaalontwikkelaar. Daarnaast schrijft ze fictie. o.a. verhalen in bundels van uitgeverij Nieuwe Druk. Ze debuteerde in november 2014 met Moekoesja’s kus, een roman over de sensitieve Noor Elderson. Noors angst, verwondering en het intensief doorleven van de prikkels van buitenaf worden trefzeker en met lichtvoetigheid geschilderd. Haar overlevingsdrang en rijke fantasie zorgen ervoor dat ze overeind blijft in een vreemde en eenzame wereld.

Uit wat voor gezin kom je? Werd er veel gelezen?

Ik kom uit een gezin waarin veel werd gelezen, de huiskamer lag vol kranten, romans, stripboeken, de Donald Duck. Mijn vader, moeder, drie broers, iedereen las wel iets.

Welke boeken herinner je je nog uit je jeugd? Welke maakten indruk?

Boeken geven een kind veel: warmte, fantasie, ontsnapping, zelfstandigheid. De Hond die van zichzelf was, de titel zegt het al, De Kladderkatjes, over de wonderwereld van de kleuren. Ja, de Gouden Boekjes zijn en blijven prachtig. Jeroen en de zilveren sleutel en andere wonderlijke verhalen van de Prisma Juniores die we van ons zakgeld kochten. De avonturen van De Vijf die we uit de bibliotheek leenden, met George, het meisje dat een jongen wilde zijn, en de hond Timmy. De sprookjes van Andersen. Verhalen, verteld of geschreven, zijn zo belangrijk. Je maakt kennis met andere levens, ze verruimen je beeld van de werkelijkheid, helpen om sterker en soepeler in de wereld te staan.

Je houdt je al lang met taal bezig en schreef ook non-fictie boeken en korte verhalen. Wanneer kwam het idee in je op om een roman te gaan schrijven?

Lezen kan kinderen veel geven, maar zelf schrijven ook. Als kind merkte ik dat de dingen anders worden wanneer je ze opschrijft. Soms schreef ik momenten op om de tijd vast te leggen en sinds mijn vijftiende houd ik een dagboek bij (waarin ik zeker niet elke dag schrijf hoor). Toen mijn kinderen klein waren, werd ik in beslag genomen door gezin en werk. Ik schreef veel non-fictie, zoals de taalmethode Manieren van Praten en artikelen over het onderwijs. Daarnaast maakte ik gedichten. Vanaf 2000 kreeg ik aan alle kanten meer ruimte en kwam de behoefte op om proza te schrijven.

Hoe ben je met Moekoesja’s kus te werk gegaan? Had je een vastomlijnd plan en schreef je op vaste tijden?

Ik schreef zoveel mogelijk in alle flarden tijd naast mijn andere activiteiten. Moekoesja’s kus is het eerste deel van een trilogie over de geschiedenis van het meisje Noor. Het heeft een tijd geduurd voor het verhaal deze vorm kreeg. In een eerdere versie schreef ik vanuit verschillende perspectieven, naast die van het kind, ook die van de grootmoeder en de moeder. Daarbij sprong ik door de tijden heen. Vrijwel al mijn meelezers raadden me aan in te zoomen op het verhaal van Noor in één tijdsperiode. Dat heb ik gedaan en dat doe ik nu ook in het vervolg op Moekoesja’s kus dat naar verwachting najaar 2016 zal verschijnen. Wel zullen er in het derde en laatste deel meer tijdsprongen zijn.

Je bent cum laude afgestudeerd in de Algemene Taalwetenschap. Is dat een voordeel als je gaat schrijven of zit het ook in de weg?

Een nadeel kan zijn dat je in non-fictie anders te werk gaat dan in fictie, je vat bijvoorbeeld de info aan het eind van een paragraaf nog even samen. In fictie werkt dat niet, het wordt dan al gauw ‘uitleggerig’. Maar als je je daarvan bewust bent, helpt het een beetje dat taal je materiaal is, zoals steen voor een beeldhouwer en verf voor een schilder. Maar aan de andere kant, je hoeft natuurlijk geen talen of iets anders gestudeerd te hebben om te schrijven, ook zonder dat kun je een goede schrijver zijn of worden.

Welke schrijvers bewonder je en waarom?

Bewonderen doe ik vooral schrijvers die vanuit een diepe maatschappelijke betrokkenheid schrijven zoals Primo Levi die Auschwitz overleefde, Pramoedya Ananta Tour over de vrijheidsstrijd van Indonesië en de Egyptische feministe Nawal al Saadawi. Daarbij gaat het er uiteraard ook om hoe een auteur schrijft, om de stijl. Wat dat betreft heb ik net Murakami ontdekt, prachtig hoe hij in de alledaagse werkelijkheid vreemde deurtjes open laat gaan.

Vragen over Moekoesja’s kus van Conny Schelvis:

Moekoesja’s kus staat voor mij voor de warmte en acceptatie die Noor zo hard nodig heeft, in hoeverre heb ik dit bij het rechte eind? Of heeft de titel een andere betekenis?


Ja, zo zie ik het zelf ook. Noors moeder geeft haar nauwelijks warmte, Moekoesja, de grootmoeder, doet dat wel. Tegelijk heeft de titel iets van de Judaskus. Niet dat Moekoesja iets slechts bedoelt, integendeel, zij wil alleen maar het beste voor haar kleindochter. Maar Noor is doodsbang om de liefde van Moekoesja te verliezen. Ze denkt dat haar grootmoeder alleen van haar houdt als ze aan diens verwachtingen voldoet. En Noor wil dat zo graag, maar het lukt haar niet.

De cover vind ik heel mooi en maakte mij nieuwsgierig naar de inhoud van het boek. Kwam je zelf met dit idee?

De cover is gemaakt door Maarten Dirks, vormgever van Nieuwe Druk. Als input had ik hem een foto van een kind in een bos en van een groene bol gestuurd, hij heeft toen die mooie geheimzinnige omslag gemaakt. Ik zag er naar uit Maarten te ontmoeten op 18 december 2014, bij de presentatie van het boek, maar hij stierf juist op die dag.

Het verhaal wordt vanuit Noor verteld. In het begin moest ik er erg in komen mede doordat het verhaal van de hak op de tak gaat net als de gedachten van Noor. Was het voor jouw makkelijk om op deze wijze te schrijven en de lijn van het verhaal aan te houden?

Ik heb geprobeerd een ontwikkeling in denken weer te geven. Aan de ene kant begrijpen kinderen meer dan volwassenen vaak denken, aan de andere kant interpreteren ze dingen uit de volwassenenwereld op hun eigen manier. Ze leggen andere verbanden, interpreteren uitdrukkingen letterlijk. Een kind hoort ‘Ik ga dat varkentje wel even wassen,’ en vraagt zich af: is er hier dan ergens een varkentje? Ze denken ook vaak zwart-wit. Voor Noor is een ander óf vriend óf vijand. En als Moekoesja of iemand anders een kritische opmerking maakt, ziet ze dit als een totale afwijzing van haar persoon en stort haar wereld bijna in. Gaandeweg het verhaal ontwikkelt Noor een meer genuanceerde kijk op haar omgeving.

Was het moeilijk om je te verplaatsen in zo’n angstig meisje als Noor?

Nee, dat was niet zo moeilijk, ik schrijf over dingen die ik ken. En schrijven over angst is op zichzelf niet angstig, want als je schrijft ben je toch vooral met woorden bezig, minder met emoties. Maar wat ik soms wel benauwend vind, is het gesloten perspectief van het boek. Ik heb daar bewust voor gekozen omdat er kracht en diepte in schuilt. Maar de belevingswereld van Noor is wel erg beperkt. Mijn verhalen hebben een ruimer perspectief, andere personages, andere locaties, Marokko, Ierland. Wat dat betreft zie ik uit naar het moment dat de trilogie klaar is. Dan wil ik graag een roman over spirituele ervaringen in verschillende culturen schrijven vanuit een breder gezichtspunt.

Sommige “tics” van Noor zijn nu, in deze tijd, wel te begrijpen of misschien wel herkenbaar voor de lezer. In de periode waarin het verhaal zich afspeelt, was er veel minder begrip en keek men anders tegen opvoeden aan. Denk je dat als het verhaal van Noor in deze tijd geschreven zou worden er een heel ander verhaal zou ontstaan? Of is het gegeven van onbegrip en pesten een tijdloos iets?

Ik denk dat pesten en buitensluiten van alle tijden is. Maar de context verschilt. Er waren rond de jaren 60 geen anti-pest-protocollen, er was minder aandacht voor wat er in een kind omging. ADHD, autisme, (hoog)sensitiviteit, nooit van gehoord, moeders liepen alleen op de eerste schooldag mee naar school, voor de rest moesten kinderen zichzelf redden. Al waren er natuurlijk toen even goed ouders die aandacht voor hun kind hadden en leerkrachten die zich van het pest-probleem bewust waren.
De tics van Noor zijn gebaseerd op eigen herinneringen en op wat mijn eigen kinderen en hun vrienden vertelden. Lezers herkennen veel in het verhaal: ‘Ja, zo beleef je dat als kind.’ ‘Je hebt woorden gegeven aan hoe ik me altijd voelde.’ Daar ben ik ongelooflijk blij mee. Sowieso heeft Moekoesja’s kus prachtige recensies en reacties opgeleverd en ik hoop dat het vervolg even enthousiast ontvangen zal worden.

Vragen: Conny Schelvis en Pieter Feller

Lees hier de recensie over Moekoesja’s kus.

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Prachtige Chinese roman

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Roman Het theemeisje van Yunnan – Lisa See – Vertaling Sylvia Wevers – The House of Books – 448 blz. Li-yan woont met haar familie van de Akha-stam in de bergen van de Chinese provincie…

Boek van de week archief
13-september-2017 | Lees verder | Reageer!