Marketing moet in de kinderboekenwereld niet té machtig worden

6-januari-2018 | Categorie: Interview

Rian Visser (1966) studeerde van 1983 tot 1989 grafische vormgeving aan de Academie voor Kunst en Vormgeving in ’s-Hertogenbosch In 1994 begon ze haar eigen ontwerpbureau, waarin ze zich voornamelijk bezighoudt met boekvormgeving. Voor uitgeverij Gottmer verzorgt ze De Grijze Jager, Broederband en De Nedergrim. Ook veel van haar eigen boeken heeft ze zelf vormgegeven. Bijvoorbeeld Robotoorlog. Rian Visser schrijft humoristische en spannende kinderboeken, die perfect aansluiten bij de interesses van kinderen. Door gebruik van nieuwe media, zoals apps en e-boeken, maakt ze boeken ook voor minder goede lezers en nieuwkomers toegankelijk en is ze vernieuwend op het gebied van jeugdliteratuur.

Bekende boeken van haar zijn Blitz!, Robotoorlog en Nippertje. Rian schrijft ook voor tijdschriften, zoals DICHTER van Plint en vroeger schreef ze voor Sesamstraat. Bij haar boeken maakt ze bruikbare digitale lessen, die je via haar website en nieuwsbrief ‘Tips leesbevordering’ gratis kunt downloaden. Rian Visser heeft een enorm netwerk dat ze gebruikt voor de uitwisseling van ideeën over taalontwikkeling en leesbevordering. Dit alles maakt haar voor velen een voorbeeld van een creatieve inspirator en goede ambassadeur voor leesplezier, die vanuit haar ervaring waardevolle projecten aan het taal-, schrijf- en leesonderwijs in Nederland toevoegt. Een voorbeeld hiervan is Raadgedicht, waarmee het werken met gedichten toegankelijk en spannend wordt.

Je schrijft voor diverse leeftijden en ook over heel uiteenlopende onderwerpen. Ik hoor altijd dat uitgevers dat niet erg op prijs stellen, omdat ze je dan moeilijker in de markt kunnen zetten. Wat is jouw ervaring?

Ik begon in 1999 bij Gottmer met schrijven voor peuters. Terwijl mijn eigen kinderen opgroeiden, verbreedde ook mijn doelgroep. Ik schrijf nu voor kinderen van twee tot veertien. Ik heb nooit te horen gekregen dat deze leeftijdsverschillen het moeilijk maakten om mij en mijn boeken bekendheid te geven. Veel bekendere schrijvers, zoals Ted van Lieshout en Edward van de Vendel, doen dit toch ook? Uitgevers vinden het wel fijn als je een serie schrijft, want dat promoot lekker. Als één boek het goed doet, willen ze er graag meer delen van.
Het heeft jaren geduurd, en misschien duurt het nog, dat boekhandelaren mij niet kenden. Ze zeiden dat het kwam omdat ik bij zoveel verschillende uitgevers publiceer en ze daarom niet weten waar je mijn boeken kunt vinden. Ik werk ook met diverse illustratoren, waardoor mijn boeken er nogal verschillend uitzien.
Dat ik bij veel verschillende uitgevers zit, komt zo. Ik was vanaf de start erg productief en Gottmer liet mij al vrij snel weten dat ik daarom ook gerust bij andere media teksten mocht aanbieden. In 2001 ging ik daarom voor Sesamstraat, Okki en Bobo schrijven, nam opdrachten aan van educatieve uitgeverijen, zoals Zwijsen, Delubas, Malmberg en Averbode en er verschenen enkele boeken bij Clavis, Moon en Pelckmans.
Mijn boeken verkochten aardig, maar waren geen bestsellers, wonnen geen prijzen en kregen in de media weinig aandacht. Ik denk dat Gottmer daarom, toen ik het prentenboek Nippertje schreef, voorzichtig voorstelde dat ik het onder pseudoniem zou doen, zodat jury’s en redacties zouden denken dat het van een ‘frisse, nieuwe auteur’ was. Een prijs helpt de uitgever enorm bij het promoten van een auteur. ‘Dit fantastische boek is geschreven door een griffelwinnaar.’ Anders blijft het toch ‘Wij van wc-eend vinden …’ Ik heb geen pseudoniem genomen en het is daarna ook nooit meer ter sprake gekomen.
Rond 2009 baalde ik ervan dat mijn naamsbekendheid niet echt groeide. Daarom ben ik zelf mijn promotie gaan organiseren. Dat kon toen ook, dankzij de opkomst van internet. Ik maakte een mooie auteurswebsite, werd zichtbaar op sociaal media, verzond elke maand een nieuwsbrief, maakte lessen bij mijn boeken, bedacht acties om leden te werven voor mijn nieuwsbrief, enzovoort. Ik liet ook een papieren folder drukken om uit te delen op scholen. Ik ging lezingen geven en veel scholen bezoeken. Tegelijkertijd begon ik mijn backlist, zoals de prentenboeken van Timo, te exploiteren door deze te gebruiken voor het maken van apps. Daarmee kreeg ik ook bekendheid. Jezelf onderscheiden helpt.

Je bent nogal een duizendpoot, want schrijver, vormgever en uitgever. Is het niet lastig om alle ballen hoog te houden en heb je nog wel vrije tijd over?

Mijn werk is mijn passie en ik vind het moeilijk om minder te doen. Naast mijn werk als schrijver en vormgever, organiseer ik twintig weken per jaar Raadgedicht, ben ik Schoolschrijver en geef ik lezingen. Er zijn wel perioden geweest dat ik dacht dat ik tegen een burn-out aanliep. Dan begon ik dingen te vergeten, ik werd neerslachtig, moe en trillerig. Dat zijn duidelijk signalen dat ik het rustiger aan moet doen. Toch denk ik vaak dat ik een luizenleven heb. Ik kan opstaan wanneer ik wil, zelf mijn werk indelen, ik heb geen reistijd en doe alleen dingen waar ik in geloof. Tussendoor zorg ik voor ontspanning, zoals een sigaarwandeling, lezen, yoga, paardrijden, tennis, aikido … Ik kijk nauwelijks televisie, dus de avonden gebruik ik om te lezen, sporten of naar theater te gaan. Ik ga twee of drie keer per jaar met vakantie. Dan schrijf ik wel vaak aan een boek: werk en privé loopt altijd door elkaar.

Sinds 2010 geef je apps, e-books en pod-exemplaren uit van je boeken die niet meer leverbaar zijn. Robotoorlog 1 is je eerste nieuwe papieren boek dat je uitgeeft. Waarom ben je daarmee begonnen?

Ik heb van een heleboel uitgevers een afwijzing gekregen. Sommigen vonden het niets, maar een aantal waren best positief. Een uitgever schreef: ‘Het is een spannende wereld die je schetst en het verhaal heeft absoluut potentie. We denken alleen niet dat wij er de juiste uitgever voor zijn.’ En een andere: ‘Ik kan me voorstellen dat je verhaal aanslaat bij jonge lezers. Het is spannend, en inderdaad zijn vechtsporten en kunstmatige intelligentie typisch thema’s die (met name jongens) aanspreken. In ons reguliere fonds past het verhaal eigenlijk niet goed.’ Zwijsen wilde het wel in een bestaande serie onderbrengen, maar dat vond ik geen optie. Ik ben hen wel erg dankbaar voor de steun. Er was ook een uitgever die mij adviseerde om een aantal proeflezers te vragen. Dat heb ik gedaan en door hun enthousiaste reacties kreeg ik ook meer vertrouwen in het manuscript. Die uitgever haakte toch af.
Als grafisch vormgever heb ik honderden boeken vormgegeven en ik werk al dertig jaar samen met redacteuren, illustratoren en drukkers. Dus ik wist dat ik zelf een goed boek kon laten maken. Maar dat is pas de eerste stap. Je moet een boek ook kunnen verkopen en daar zag ik meer drempels. Het boek in de winkel krijgen is lastig. Een vertegenwoordiger inhuren kost € 800 per titel. Ik heb daar goede, maar ook slechte ervaringen over gehoord. Je moet echt veel boeken verkopen om dat terug te verdienen. Aansluiten bij CB is daarentegen de laatste jaren makkelijker geworden, omdat er goede clusteruitgeverijen bestaan. Via CB kan mijn boek wel overal worden besteld. Maar hoe weten mensen dan dat mijn boek er is? Ik stond niet helemaal met lege handen. Vanaf 2009 werk ik aan mijn promotie. Ik heb 20.000 volgers op Twitter en mijn nieuwsbrief heeft inmiddels 10.000 leden. Daarom durfde ik het aan. Robotoorlog Boek 1: Geheime kracht is mijn honderdste boek en ik ben er ontzettend blij mee. Het is helemaal geworden, zoals ik het wou. Een spannende game-achtige illustratie voorop, extra aanvullende non-fictie en geschikt voor zowel ervaren als zwakkere lezers.

Betekent dit ook dat je niet meer bij andere uitgevers boeken gaat uitgeven?

Integendeel. Ik blijf graag bij Gottmer en Zwijsen, die ik als mijn belangrijkste uitgevers beschouw. Bij Gottmer verschijnen mijn leeskoffertjes opnieuw in een bundel en ik mag een nieuw deel van Blitz! schrijven. Nippertje en Drie dappere paardjes zijn bij hen ook nog leverbaar. Bij Zwijsen verschijnt begin 2018 Zar en het slijmmonster. Ik wilde al jaren een serie AVI-boeken maken met verhalen die zich afspelen in een game-wereld. Zwijsen geeft mij die ruimte. Mark Baars maakt voor deze boeken de illustraties met 3d-software. Echt heel cool! En ik heb onlangs voor Zwijsen een non-fictieboek over robots geschreven. En een stripboek met Hugo van Look. Bij Delubas is zojuist Veel te vol verschenen, een samenleesboek over twee stiefbroers die aan elkaar moeten wennen. Er zijn van mij 71 papieren boeken leverbaar. Ik moet er niet aan denken dat ik die allemaal in eigen beheer zou hebben! Hoe vind ik dan nog tijd om te schrijven?

Is het wel te doen om je eigen boeken onder de aandacht te brengen van de boekhandel? Moet je niet het hele land doorreizen om goodwill voor je werk te kweken?

Dit is een van de moeilijkste dingen van het zelf uitgeven. Grote uitgeverijen drukken een prachtige aanbiedingsbrochure en hebben vertegenwoordigers en publiciteitsmedewerkers in dienst die daar fulltime mee bezig zijn. De vertegenwoordigers zien de boekhandel op de aanbiedingsbeurzen en bouwen een relatie met hen op. Er zijn er drie: zomer-, voorjaar- en najaarsbeurs. Uitgevers presenteren dan boeken die nog niet verschenen zijn. Boekwinkels betalen bij de aanbieding bij CB geen uitslagkosten. Die kosten zijn voor de uitgever. Uitgevers kunnen ook korting geven als de boekhandel veel inkoopt. Boekhandels kopen zo dus goedkoper in en uitgevers willen graag dat het boek meteen in grote stapels in alle winkels ligt.
Bij grote uitgeverijen werken promotie en verkoop goed samen. Als een boek net in de media besproken is, sturen de vertegenwoordigers de boekwinkels een mail dat ze met kortingen kunnen inkopen. Ik las van een grote inkoper dat hij soms dagelijks gebeld wordt door een uitgeverij. Dat zijn machtige een-tweetjes waar wij geen weet van hebben. Hoe kunnen boeken bijvoorbeeld al binnenkomen in de top-10 van ‘best verkocht’?
Ik heb die middelen niet. Ik maak voor mijn boek een ‘tussentijdse aanbieding’. Dat is een netjes vormgegeven pdf met alle informatie, zoals cover, isbn en promotietekst. Ik mail mijn aanbieding naar boekwinkels waarvan ik een mailadres heb. Ik probeer zoveel mogelijk boekhandelaren via Facebook en IRL echt te kennen. Libris zet mijn aanbieding op hun Digitaal Beursplein voor alle Libris boekwinkels. Het lukt mij niet om AKO, Primera en Bruna te bereiken. Je kunt wel via CB aan alle boekwinkels een folder laten sturen. Dat is duur en of dat echt werkt, is lastig te meten.
Het land rondreizen doe ik niet, maar ik merk wel dat het helpt om winkels te kennen. Ik was met mijn boek in Kinderboekwinkel Kiekeboek in Haarlem en zie dat zij heel regelmatig een exemplaar van Robotoorlog bij bestellen. Dat is ontzettend fijn. Ook kinderboekhandel In de wolken, De Giraf en Silvester bestellen steeds bij. Top! Voor zulke boekhandels wil ik best iets terugdoen.
Ik kijk misschien wel tien keer per dag op CB online hoe het met de verkoop gaat. Dat is wel een beetje verslavend … Wil je cijfers? Biblion is de grootste afnemer en daarna Bol.com. Daarnaast hebben 172 verschillende boekhandels dit jaar Robotoorlog een of meer keer besteld.

Aan wat voor oplages moeten we denken bij de Robotoorlogen?

Zowel van Robotoorlog boek 1 als van Robotoorlog boek 2 is de eerste druk een hardcover versie met een oplage van 2000 stuks. Bibliotheken en scholen vinden hardcover prettig. Van boek 1 heb ik onlangs ook een paperback versie laten drukken van 1000 stuks. Paperback is leuk voor mensen die op de prijs letten. Van de hardcover versie van boek 1 zijn er nog 370 over.
De investeringskosten voor de eerste druk zijn ongeveer 4.500 euro. Dat zijn de kosten voor drukwerk, redactie, illustratie en promotie. Als ik 2000 boeken verkoop, heb ik ongeveer 5.500 euro verdiend. Dat is ongeveer vier keer zoveel als ik met royalty’s zou verdienen. Daarnaast krijg ik straks uitleenvergoeding via Lira (schrijvers), Pro (uitgevers) en Pictoright (vormgeving).

Om aan de griffels mee te doen moet een uitgever een boek inschrijven en een bedrag van 85 of 170 euro inleggen. Dat is dus een voorselectie door de uitgevers. Wat vind je daarvan?

Dat vind ik raar. Op scholen vragen kinderen vaak: ‘Heeft u al eens een griffel gewonnen?’ Eigenlijk zou ik dan moeten zeggen: ‘Nee, want mijn boeken doen daar niet aan mee.’ Misschien zijn mijn boeken in mijn eerste schrijversjaren weleens ingestuurd, maar ik vermoed de laatste tien jaar niet meer. Veel mensen denken dat de griffeljury en de penseeljury alle nieuw verschenen boeken bekijken en daar dan de beste uitkiezen. Maar om kans te maken op een prijs, moet je een boek aanmelden. Dat kost € 85,- per titel als de uitgever lid is van de GAU (Nederlands Uitgeversverbond) en € 170,- voor de overige uitgevers. Ik denk dat sommige uitgeverijen een selectie insturen en andere uitgeverijen helemaal niets.
Naast het geldbedrag stuurt de uitgever twee exemplaren van het boek naar de CPNB. Als de onafhankelijke zevenkoppige jury het boek nader wil bekijken, stuurt de uitgever nog eens vijf boeken. Dat lijkt me spannend, want dan weet je dat het boek een kans maakt. Als een boek een prijs wint, betaalt de uitgever daarvoor een vergoeding aan de CPNB. Voor een gouden griffel is dat € 1600,-. Dat is inclusief oorkonde en griffel.
Hoe de uitgevers die boeken insturen de selectie maken, weet ik natuurlijk niet. Ik denk echter dat zij de kansen van een auteur die al eens een prijs won hoger inschatten dan van een auteur die nooit wat wint. En een veelbelovende debutant geven ze waarschijnlijk ook een paar keer een kans. Dat verklaart waarom vaak oudgedienden en nieuwkomers in de prijzen vallen. En wie een prijs wint, heeft weer meer kans dat zijn volgende boek wordt ingezonden. Zo is het cirkeltje rond. Vorig jaar was ik blij verrast dat Martine Letterie een prijs won. Zo af en toe gebeurt het toch dat iemand die al heel veel schreef en nooit wat won, in de prijzen valt.
Blijkbaar houden sommige uitgevers al bij het maken van een boek rekening met de kans op een prijs. Onlangs hoorde ik van een schrijver die zijn uitgever benaderde met een hartstikke goed idee voor een non-fictie boek. De uitgever vond het idee leuk, maar hij wachtte liever tot een bekroonde auteur tijd had om over dat onderwerp te schrijven.
Ik twijfel of ik Robotoorlog zal insturen. € 170,- is best veel geld. Maar het lijkt me best grappig als mijn honderdste kinderboek ineens op tafel van een jury ligt. ‘Rian Visser? Heb jij daar weleens wat van gelezen?’ ‘Nee. Vast een frisse, nieuwe auteur.’

Is het niet zo dat de leden van de griffeljury allemaal tot dezelfde elitegroep van recensenten behoren, die ook weer kiezen uit een beperkte groep schrijvers van ook weer een beperkte groep uitgevers? Vind je dat bezwaarlijk? Er is immers ook nog de Kinderjury waar alle boeken een kans maken.

Inderdaad, de Kinderjury is minder elitair dan die van de griffels, want deze jury bestaat uit kinderen. Maar om kans te maken moet een boek wel populair zijn. Daarvoor moet het in alle winkels liggen, liefst ook op de stations bij de AKO en de Bruna. Dat gaat niet vanzelf. De uitgever kan adverteren in de bladen van AKO, Bruna, Libris en dergelijke. Ze kunnen posters bij tijdschriften stoppen, samenwerken met Kidsweek, etc. Promoten kost veel geld en vraagt om een goede strategie. Een comité van jeugdbibliothecarissen en kinderboekverkopers kiest vervolgens per leeftijdscategorie 50 titels voor de selectie op de website. Het Kinderboekenmuseum stuurt populaire schrijvers naar de regio’s om de Kinderjury te promoten en de senatoren in te huldigen. Dat helpt weer om te zorgen dat kinderen op hun boeken stemmen.
Ik werd gebeld door een boekwinkel met de vraag of ik nog 250 exemplaren van Robotoorlog had, want een regionale bibliotheekservice had zelf een selectie van 10 titels gemaakt. Deze worden aan alle scholen in de regio gestuurd. Ik denk dat Robotoorlog in die provincie dus wel een kans maakt!
Er zijn ook kinderboekenschrijvers, zoals Koos Meinderts, die graag willen dat kinderen niet stemmen op de populairste, maar op de Mooiste Kinderboeken. Een commissie moet deze selectie maken. Hij schreef daarover een open brief. Zo zie je dat iedereen regels wil die in zijn eigen straatje van pas komen. Ik ben blij dat bij de Kinderjury ook ruimte is voor AVI-boeken. Het heeft mij veel geholpen dat Blitz! vaak in de selectie staat.

Van bibliotheekmedewerkers heb ik vaak gehoord dat de griffelwinnaars moeten worden ingekocht, maar vaak niet zo goed worden uitgeleend. Kiezen volwassenen dus kinderboeken die ze zelf leuk vinden, maar die bij weinig kinderen weerklank vinden?

Veel ‘literaire’ recensenten letten er, misschien onbewust, vooral op of zijzelf plezier beleven aan het boek. Leesbevorderaars, leerkrachten en bibliothecarissen zijn bij het beoordelen van een boek meer gefocust op de aantrekkelijkheid voor kinderen. Zij zijn ook meer getraind om daarbij ook de zwakkere lezers in hun achterhoofd te houden. Helaas is er geen prijs voor goede boeken voor beginnende of zwakkere lezers. Het is best een kunst om daarvoor te schrijven en er zijn mensen die denken dat ik dan weleens kanshebber zou zijn.

Diezelfde schrijvers ontvangen vaak subsidies van het Letterenfonds. Er worden dus kinderboeken gesponsord voor een betrekkelijk kleine groep kinderen, maar die wel worden gewaardeerd door volwassenen. Wat is je mening hierover?

Ik vind het waardevol dat er boeken geschreven kunnen worden die zichzelf niet via de verkoop terugverdienen. Maar ik benijd schrijvers die van subsidies afhankelijk zijn niet. Het lijkt me vreselijk als je werk steeds maar tegen het licht gehouden wordt om te zien of het literair genoeg is. Ik heb in 2012 een aanvraag ingediend voor een kinderboek over bootvluchtelingen. Ik wilde daarvoor onderzoek doen, mensen interviewen en reizen. Mijn verzoek werd door Andrea Kluitmann afgewezen, omdat ik niet literair genoeg was en mijn boek waarschijnlijk te educatief zou worden. Ik vond dat oordeel lastig en ging in beroep bij Pieter Steinz. Dat hielp niet. Daarna werd Pieter ziek en toen dacht ik: wat is alles toch relatief. Ik moet gewoon doen waar ik gelukkig van word en mezelf niet laten kisten. Dat lukt.
Aikido helpt me daar enorm bij. Hoe je ook wordt aangevallen: focus op je eigen centrum, je eigen energie. Maak die sterk en puur. Als je eigen kracht sterk is, kun je anderen daarin meenemen. Ik beoefen aikido eigenlijk vooral buiten de mat. Ik probeer te doen wat mij goed doet en ook respect te hebben voor anderen.
Ik denk dat elke schrijver vindt dat hij te weinig aandacht en prijzen krijgt. Hoe meer je ze wel krijgt, hoe meer je ervan afhankelijk wordt. Als roem en aandacht dan een tijdje uitblijven, is dat extra vervelend. Leg de aandacht dus liever dichtbij jezelf.

Het is niet goed te zeggen waardoor een boek een bestseller wordt. Denk je dat goede recensies hieraan bijdragen of dat ze geen verschil maken? Wat is wel belangrijk om een boek te verkopen?

Ik heb eigenlijk een hekel aan recensies, omdat er ze een oordeel geven. Op scholen laat ik kinderen geen boekbespreking meer maken, waarin ze moeten zeggen hoe ze een boek vinden. Liever laat ik kinderen open met elkaar in gesprek gaan over een boek. Daarvoor heb ik een blad met ‘verwondervragen’ gemaakt.
Dat een boek in de media besproken wordt is vooral handig voor de publiciteit. Dat veel mensen gaan denken: dat moet ik lezen. In de gedrukte media is maar weinig ruimte. Optreden in DWDD en VPRO Boeken is maar voor weinigen weggelegd. Ik vind het fijn dat er websites zijn, zoals de Boekenbijlage, waarop boeken besproken worden. Het is belangrijk dat mijn boek voldoende verkoopt, zodat ik ervan kan leven en nieuwe boeken kan schrijven. Maar een bestseller schrijven? Waarvoor heb ik al dat geld nodig? En beroemd worden?
Ik was laatst in India en veel mensen wilden met mij op de foto. Dat was voor even leuk, maar het lijkt me vreselijk als mij dat in Nederland zou overkomen. Als ik weleens moet signeren, zet ik een paar handtekeningen en verder voer ik leuke gesprekken. Een enkele keer, bijvoorbeeld bij een school, staat er wel een rij en heb ik na tien minuten kramp in mijn vingers en voel ik me een automaat. Het lijkt me dus helemaal niet leuk om zo succesvol te zijn als Paul van Loon of Tosca Menten, met altijd rijen fans die niet een gewoon mens, maar een soort idool zien. Ik ben erg gelukkig met mijn werk en met mijn leven.
Natuurlijk heb ik wel waardering nodig, anders zou ik stoppen. Ik ben blij met leuke mails van mensen die een boek met handtekening willen kopen. Of een moeder die voor haar gehandicapte zoon een paar niet leverbare boeken van mij bestelt, omdat haar kind ze al jarenlang letterlijk verslindt (en niets anders wil). Ik vind het leuk om in De Nederlandse kinderpoëzie in 1000-en enige gedichten te staan en in Een land van Waan en Wijs. Het is niet onopgemerkt gebleven.

Denk je niet dat er teveel (kinder)boeken worden uitgegeven? De spoeling wordt steeds dunner en veel selfpubboeken zijn vaak van een bedenkelijk niveau.

Schrijven is voor veel mensen een creatieve uiting en niet alles hoeft perfect te zijn. Een juf die een verhaaltje bedenkt, er zelf bij tekent en via POD een kleine oplage maakt: dat vind ik prachtig. Het is mooi dat kinderen zien dat gewone, eenvoudige mensen, zoals jij en ik, met hart en ziel kinderboeken maken. Ik vind daarom dat bij acties als Prentenboek van het jaar, Nederland leest en bij Geef een boek cadeau altijd voor een Nederlandse auteur en illustrator gekozen moet worden. Iemand die je aan kunt raken. Dat roep ik al een paar jaar HEEL ERG HARD, maar er wordt niet naar geluisterd. Een gemiste kans van boekhandel, bibliotheek en stichtingen om Nederlandse schrijvers en illustratoren te steunen.
Ik denk niet dat professionele kinderboekenschrijvers eronder lijden dat mensen in eigen beheer boeken uitgeven. Ik zie wel een ander gevaar, namelijk dat marketing belangrijker wordt dat het product. Dan krijg je boeken zoals de Sinterklaasboeken van Jumbo, waarvoor BN-ers aangetrokken om een verhaaltje te bedenken. Overal zie je hun gefotoshopte portret. Het verhaal is verschrikkelijk. Er is wel een goede illustrator ingehuurd, maar die is in de marketing van ondergeschikt belang. Heel erg vind ik dat.
Ik ben ook bang voor het verdwijnen van boekwinkels. Stel dat je straks alleen nog boeken vindt in de supermarkt, naast een rek met tijdschriften? En ik ben bang dat een boek het binnenkort zonder speelfilm of reclame op televisie niet meer redt. Ook ben ik bang dat uitgeverijen liever bestsellers uit het buitenland inkopen, dan te investeren in hun eigen auteurs. Kortom, ik ben bang dat ‘marketing’ te belangrijk wordt en dat grote bedrijven en organisaties te machtig worden.
Daarom vond ik het initiatief Boekenbakkers van kinderboekenschrijver Manon Sikkel erg goed. Op deze website kan elke kinderboekenmaker een boek laten zien waar hij echt heel trots op is. Sowieso zijn de meeste kinderboekenmakers heel erg betrokken bij elkaar en proberen zij elkaar te helpen, ook met promotie. Dat blijkt maar weer uit zo’n initiatief. Ik ben blij dat ik zulke leuke collega’s heb.

Vragen: Pieter Feller

Pin It

1 Reactie

  • Goedemiddag Rian,

    Een duidelijk, helder/verhelderend, interessant en vaak zeer herkenbaar verhaal.
    Dankje voor het delen en een warme groet van MMij vanuit een zonnig Eindhoven ,

    PiMM

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Boek van de Week

Hoe je brein werkt

Categorie: Boek van de week, Gezondheid & Psychologie, Non-fictie Je onvervangbare hersenen – Kaja Nordengen – Vertaling: Angélique de Kroon – Atlas Contact – 239 blz. De Noorse Kaja Nordengen (1987), is al vanaf haar tiende gefascineerd door hersenen. Op haar zeventiende begon ze…

Boek van de week archief
14-januari-2018 | Lees verder | Reageer!