“Ontdekkingsreizen is iets heel persoonlijks”

21-oktober-2017 | Categorie: Interview

Mathilda Masters is ontdekkingsreiziger. Ze heeft haar beroep gemaakt van het ontdekken van nieuwe continenten en landen. Dat is niet gemakkelijk, want de meeste landen zijn al ontdekt. Als Mathilda niet ontdekkingsreist, schrijft ze over haar avonturen. En als die avonturen niet avontuurlijk genoeg zijn, verzint ze die gewoon. Ze schreef o.a. de serie over Mocano die verscheen bij Lannoo. Net als haar meest recente boek 321 superslimme dingen die je moet weten voor je 13 wordt. Mathilda Masters is een beetje een geheimzinnig persoon. Ze laat niet veel los over haar eigen identiteit. Waar en wanneer is ze geboren? Is ze getrouwd en heeft ze kinderen? In dit interview zegt ze dat het niet belangrijk is om de schrijver te kennen. Het gaat om de boeken.

Is Mathilda Masters je echte naam?

Mathilda Masters is mijn echte naam – maar in een andere taal die ze overal in de wereld begrijpen. Dat is wel handig als je veel reist.

Welke boeken las je als kind en hebben veel indruk op je gemaakt?

Ik las heel graag de boeken van Astrid Lindgren en Roald Dahl. Pippi Langkous en Sjakie en de Chocoladefabriek heb ik minstens tien keer herlezen. Eigenlijk lees ik hun boeken nog altijd graag. Onlangs heb ik bijvoorbeeld alles van Dahl herlezen en dat was fantastisch.
Ik begon al heel jong te lezen. Op zaterdag bracht mijn moeder soms een boek mee van Pietje Puk. Dat was een postbode die allerlei avonturen beleefde. Ik zat dan op de grote vensterbank van ons huis ongeduldig te wachten tot mijn moeder terugkwam van de kapper. De geur van ouderwetse haarlak voert me meteen terug naar die zaterdagen-zonder-zorgen waarop ik een hele dag lag te lezen op de sofa. Heerlijk!

Wilde je als kind al ontdekkingsreiziger worden en wie was je grote voorbeeld?

Ik wou eigenlijk het liefste schrijver worden. Het leek me fantastisch om de verhalen die zich in mijn hoofd afspeelden op papier te zetten. Het reizen kwam er pas later bij.
Grote voorbeelden heb ik nooit gehad. Ik hoef eigenlijk niet te weten wie een schrijver is om zijn of haar verhaal leuk te vinden. En ‘ontdekkingsreizen’ is iets heel persoonlijks. Het gaat niet over heel ver of exotisch reizen – het gaat erom nieuwsgierig te zijn naar het leven van anderen. Soms vind ik een boek ook al een ontdekkingsreis.

Wat zou je zeggen tegen kinderen die ook ontdekkingsreiziger willen worden. Wat is een goede opleiding en welke eigenschappen moet je hebben?

Een opleiding is totaal overbodig als je ontdekkingsreiziger wilt worden. Je moet gewoon over een gezonde dosis lef en vooral heel veel nieuwsgierigheid beschikken. Als kind ging ik bijvoorbeeld op ontdekkingsreis in het park bij ons om de hoek. In dat park lagen twee grote vijvers waarin stenen lagen waarop vreemde tekens stonden. Mijn vriendjes en ik waren ervan overtuigd dat die tekens ’s nachts werden aangebracht door buitenaardse wezens die ons iets duidelijk wilden maken. We hebben nooit ontdekt wat de boodschappen betekenden helaas. In dat park woonden ook een heleboel oude mensen. Meneer Ami gaf ons snoepjes en vertelde vaak verhalen uit zijn jeugd. De hele groep kinderen zat dan in zijn tuin op het gras te luisteren. ’s Avonds zette meneer Ami de televisie aan en keken wij met z’n allen van achter het grote raam naar binnen. We hoorden niet wat er gezegd werd, maar vonden het gewoon leuk om naar de bewegende beelden te kijken. Het verhaal verzonnen we er zelf wel bij.Later trok ik er met de rugzak op uit en ontdekte ik een stukje meer van de wereld. Ik woonde een tijdje in het buitenland en had vooral veel vrienden van overal. Intussen heb ik een klein stukje van de wereld gezien – maar er blijft nog altijd ontzettend veel te ontdekken, vlakbij en veraf.

Je noemt jezelf ook ontdekkingsreiziger. Vertel eens wat meer over het beroep van ontdekkingsreiziger. Wat ontdek je zoal?

Je ontdekt vreemde tekens van buitenaardse wezens in een vijver. Het allerleukste vind ik mensen ontdekken. Op al mijn reizen probeer ik nieuwe vrienden te maken. Sommige mensen houden er heel andere gewoontes op na, maar als je een tijdje met elkaar praat, merk je dat je ook heel veel op elkaar gelijkt. Ik woon ook in een stad met heel veel nationaliteiten. Op straat kom ik de hele wereld tegen. Ik praat graag met mensen die van ver komen. Ze hebben altijd een eigen verhaal waar ik met plezier naar luister en dat ik soms verwerk in mijn eigen verhalen.

Je schreef het boek 321 Superslimme dingen die je moet weten als je 13 wordt. Waarom de leeftijd 13 jaar en waarom 321 dingen en geen ander aantal?

321 is een leuk getal. Het is een beetje als aftellen: 3 – 2 – 1 en GO! En tegen de tijd dat je 13 bent, moet je gewoon veel weten. Intussen besef ik dat niet alleen kinderen tot 13, maar ook ‘grotere mensen’ het boek heel leuk vinden. ‘Voor je 13 wordt’ mag je heel ruim interpreteren. Het is gewoon een fantastisch boek voor iedereen.

Hoe ben je aan al je informatie gekomen?

Boeken uit mijn boekenkast en uit de bibliotheek. Tijdschriften als EOS en KIJK. En natuurlijk het internet. Alle weetjes werden gecheckt door experten uit de verschillende vakgebieden om er zeker van te zijn dat de informatie correct is.

Hoe heb je een keuze gemaakt uit de oneindig veel keuzes die er te maken zijn als je zo’n boek schrijft?

Dat was inderdaad niet gemakkelijk. Het belangrijkste voor mij was of ik het zelf een plezierig weetje vond. Ik zocht naar de humor in het weetje of naar dat ene iets waarvan je zei: ‘dat wist ik nog niet!’

Heb je nog meer beroepen naast ontdekkingsreiziger en schrijver.

Mijn dagen zijn meer dan gevuld met schrijven en opzoeken. Daartussen probeer ik nog wat te reizen. En natuurlijk moet ik ook nog eten en slapen af en toe.

Je schrijft onder pseudoniem ook boeken voor volwassenen: welk genre?

Ik heb heel veel kookboeken en lifestyleboeken geschreven. Als je reist, heb je bijvoorbeeld veel tijd om te handwerken, dus heb ik boeken over breien, haken en naaien geschreven. Ook over doe-het-zelven en zelfs over schoonmaken schreef ik al boeken. En een thrillerreeks.

Als je móest kiezen tussen schrijven voor kinderen of volwassenen, wat zou je dan kiezen?

Kinderboeken! Zonder twijfel. Dat kunnen fictieboeken zijn, zoals de reeks De Keukenprins van Mocano, maar ook knutsel- en kookboeken. Of fantastische weetjesboeken zoals 321 Superslimme Dingen.

Heb je zelf nog tijd om te lezen en welke boeken lees je dan zelf graag?

Ik lees elke dag voor ik ga slapen. Ik lees wanneer ik reis. Ik lees wanneer ik ergens moet wachten. Ik heb altijd wel een boek bij de hand en er ligt een grote stapel romans op mijn nachtkastje. Filosofische of moeilijke romans zijn niet zo aan mijn besteed. Ik lees graag echte verhalen met een flinke dosis humor. Een paar van mijn favoriete schrijvers zijn John Irving, Tom Perrotta, David Sedaris, Carl Hiaasen, Ronald Giphart en Jonathan Coe.

Schrijf je tijdens je reizen ook aan je verhalen of doe je dat als je weer eens thuis bent?

Op mijn reizen neem ik een schriftje mee waarin ik het verhaal met een vulpen (!) neerschrijf. Het gaat dan om de grote lijnen. Thuis werk ik het verhaal verder uit op de computer. In de voorbije weken zat ik bijvoorbeeld in Brazilië en Paraguay en schreef daar het nieuwe verhaal van de Keukenprins in mijn schriftje.
Omdat ik voor de weetjesboeken een bibliotheek of computer nodig heb, is het moeilijker om er aan te werken op reis. Maar soms kom ik heel bijzondere dingen tegen en die noteer ik dan in een apart schriftje. Thuis zoek ik de informatie verder op in de bieb of op het internet.

Vragen: Tiny Fisscher en Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Hoe je brein werkt

Categorie: Boek van de week, Gezondheid & Psychologie, Non-fictie Je onvervangbare hersenen – Kaja Nordengen – Vertaling: Angélique de Kroon – Atlas Contact – 239 blz. De Noorse Kaja Nordengen (1987), is al vanaf haar tiende gefascineerd door hersenen. Op haar zeventiende begon ze…

Boek van de week archief
14-januari-2018 | Lees verder | Reageer!