Verhalen brengen mensen bij elkaar

25-april-2015 | Categorie: Interview

FrancineFrancine Plaisier(1965) deed Europese studies aan de UVA. Tot 2001 werkte ze voor Intercontinental Hotels als trainingsmanager. Ze reisde veel door Europa en daarbuiten. Zodoende kon ze zich verdiepen in andere culturen en gewoontes. Het spreken van de taal van de ander is daarbij altijd de sleutel tot contact geweest. Daardoor werd ze geaccepteerd en kon ze haar kennis delen. Toen ze 1999 zelf een gezin stichtte, merkte ze dat het reizen daar niet goed bij paste. Daarom heeft ze in 2001 de overstap gemaakt naar het Amsterdamse basisonderwijs door de verkorte deeltijd PABO te volgen. In 2005 heeft ze Verhalenfabriek opgericht. Op de scholen waar ze komt, is taal ook een belangrijke sleutel om elkaar te begrijpen en samen te leven.

In Amsterdam leven de meeste nationaliteiten ter wereld samen in één stad, 177 verschillende achtergronden, culturen, gebruiken en verhalen. Met Verhalenfabriek werkt ze samen met de kinderen door gebruik te maken van de verhalen van alle leerlingen. Daarnaast leert ze hen om te verwoorden waar ze goed in zijn en waarmee zij kunnen gaan bijdragen aan deze samenleving.

Uit wat voor gezin kom je? Werden er veel verhalen verteld en werd er veel gelezen?

Mijn ouders zijn allebei werkzaam in het onderwijs. Mijn vader is neerlandicus en er werd bij ons thuis veel gelezen en er was altijd veel leesmateriaal aanwezig. Nederlandse literatuur, maar ook tijdschriften en stripboeken. Mijn moeder was lerares Frans, daarom had ik voor dit vak ook altijd alles binnen handbereik; boeken en ook Franse tijdschriften. Daarnaast heeft mijn vader altijd veel te vertellen en hij kan dat ook goed. Hij maakt van alles hele verhalen.

Welke leraar/lerares is voor jou een inspiratiebron geweest en waardoor kwam dat?

Dat was mijn leraar in de 4e klas, in die tijd zat ik in een combinatie met klas 6 en ik hoorde dus ook alle verhalen die hij voor de oudere kinderen vertelde! Hij kon zo mooi vertellen, hij was ‘hoofdmeester’ maar gaf dus ook les aan de 4-6 combinatie. Hij maakte van bijna iedere les een verhaal en (zie ik nu achteraf) koppelde allerlei vaardigheden aan dat verhaal. Over Michiel de Ruyter werd verteld wat hij deed als jongen van 9, hij nam ons mee op zijn reizen (aardrijkskunde & wereldoriëntatie), we leerden uitrekenen welk percentage van de vloot terugkwam van zo’n wereldreis (cijferen, hoofdrekenen, handig rekenen) en behandelde de nautische herkomst van veel uitdrukkingen (‘voor admiraal de Ruyter ging geen zee te hoog’!). Ik denk nog vaak terug aan zijn lessen en heb er ook veel van onthouden.

Het boek Inspireren in de klas gaat over het toepassen van verhalen in de klas, om kinderen spelenderwijs o.a. het vak van begrijpend lezen bij te brengen. Door middel van het vertellen van verhalen, en door kinderen uit te dagen een verhaal te vertellen, laat je ze op actieve wijze deelnemen aan de les i.p.v. passief. Eigenlijk gaat het ook over ‘omdenken’. Een nieuwe manier van lesgeven. Dat klinkt best intensief. Wat is er mis met de ‘oude’ manier van lesgeven?

Allereerst is er helemaal niets mis met de ‘oude’ manier van lesgeven. Zeker als je dat goed afgaat. Wij zijn ook helemaal niet voor een nieuwe manier van lesgeven. Goede leerkrachten gebruiken onze methodiek veelal vanuit zichzelf. Nieuw in onze aanpak is wel om kinderen meer te betrekken bij het proces. Dit is nodig omdat de tijd is veranderd. Kinderen die nu op de basisschool zitten komen over zo’n tien jaar op de arbeidsmarkt. Hoe die er dan uitziet, dat weten we niet. Wij willen dat kinderen daarom hun eigen talenten en motivatie kennen en weten hoe ze die in kunnen zetten. Het voordeel hiervan is dat kinderen het leuker vinden, ze dragen bij en daarom is het juist minder intensief voor de leerkracht. Je inspireert kinderen en die gaan daarna enthousiast zelf aan de gang en dat scheelt een hoop gesleur en getrek. Je lijkt creatiever, maar eigenlijk hoef je juist minder creatief te zijn. Dat laatste moet je natuurlijk niet verder vertellen.

Op de site van Verhalenfabriek vertel je over het boek van Meester Mark draait door van Mark van der Werf. Volgens jou moeten klassenmanagement (of beter gezegd orde houden, het creëren van een veilige omgeving, de eerste voorwaarde waaraan moet worden voldaan om goed les te kunnen geven) en Wie wil jij zijn als leerkracht? direct in het eerste jaar aan de orde komen. Waarom? Want mocht een leerkracht hier geen aanleg voor hebben, is het beter om maar snel te stoppen met de opleiding?

Laat ik beginnen met de laatste vraag van deze drie. Elke leerkracht die echt leerkracht wil worden heeft aanleg om leerkracht te zijn. Dus iedereen die leerkracht wil worden, moet door kunnen gaan met de opleiding. Echter, de een zal er harder voor moeten werken dan de ander.

De vraag: wie wil je zijn als leerkracht?, is net zo belangrijk als de vraag: wil je wel leerkracht zijn? Of: waarom wil je leerkracht zijn? Bij Meester Mark zat het misschien meer in het wat anders doen dan hij deed en het willen bijdragen. Bij nader inzien was hij toch een journalist, die nu niet meer over bedrijven schrijft, maar over het wel en wee van het onderwijs. Dat laatste doet hij heel goed, maar in de kern wilde hij dus zover we nu kunnen zien geen leerkracht zijn.

Iedereen wordt vanuit een andere motivatie leerkracht. Omdat we kinderen moeten inspireren om hun eigen talenten en motivatie te ontdekken, is het wel handig als je die van jezelf ook goed weet. Wat wil je kinderen nog meer meegeven in jouw jaar dat je met ze werkt op de basisschool, naast rekenen, schrijven en lezen? Dat is de vraag.

Orde houden lijkt me het belangrijkste vak op de Pabo, leer je dat momenteel, nu de meeste scholen klassen hebben met meer dan dertig kinderen en leerkrachten bovendien passend onderwijs moeten bieden, dan niet?

Klassenmanagement is op de Pabo een onderdeel van het vak Pedagogiek. Ik kan me voorstellen dat dit niet meteen het eerste jaar gegeven wordt, omdat het voorkennis vergt. Aan de andere kant moet je wel vanaf het begin stage lopen. Met name zij-instromers die direct voor de klas gaan, zouden hier vanaf het begin iets vanaf willen weten. Dat zag je in het boek van Meester Mark. Ik heb in de blog over Meester Mark overigens alleen het boek willen aanbevelen.

Heb je een tip voor leerkrachten met ‘moeilijke’ leerlingen in de klas die niet willen luisteren en de les verstoren?

Mijn specialiteit is om leerlingen te inspireren om te leren op de basisschool, gericht op begrijpend lezen en het aanpakken van taalachterstand. Ik stel echter veel vragen aan leerlingen, zowel over het waarom van eventueel ongewenst gedrag, maar ook wat zij graag willen leren en verder ontwikkelen. Ik leg ze uit dat het mijn taak is om ze in ieder geval te leren lezen, schrijven en rekenen. Dan vraag ik de leerlingen wat zij willen en hoe we er samen uit kunnen komen. Dit alles natuurlijk binnen de ruimte die er is. Ik merk dat kinderen ook van heel jonge leeftijd het prettig vinden als ze het gevoel hebben dat ze ergens invloed op uit kunnen oefenen. Als ik naar de kinderen wil luisteren, dan willen ze doorgaans ook naar mij luisteren.

‘Te veel moeten onze leerlingen binnen de lijntjes blijven en een pad bewandelen dat anderen voor hen gekozen hebben’, twitterde je op 25 februari, dit is een uitspraak van Meester Bart. Maar is ‘binnen de lijntjes blijven’ en leren luisteren en omgaan met autoriteit nu juist niet een vaardigheid die kinderen moeten leren op school?

Mijn persoonlijke missie is dat ieder kind gezien wordt en het vak leerkracht het mooiste beroep te laten zijn dat er is. Het er bij mogen zijn als al dat talent uit de knop komt, wat wil je nog meer in het leven? Op de basisschool moeten ze leren lezen, schrijven en rekenen. Hoe kan je de talenten van de kinderen gebruiken om dit zo goed mogelijk te realiseren. Ik geloof dat dit kan door de motivatie en de talenten van kinderen hiervoor in te zetten. Het pad dat ze moeten bewandelen ligt vast, maar doordat ze het op hun eigen manier mogen doen wordt het een stuk leuker.

Op je site zeg je?: ‘Zelf ga ik ook zitten lezen (Wat lees je juf? Vertel ik straks!). Om daarna nog een hoofdstuk uit mijn eigen boek (toevallig een heel leuk boek voor deze groep) voor te lezen. Zien lezen doet lezen!’ Dat klinkt heel relaxed, maar hebben leerkrachten wel tijd om zelf te gaan zitten lezen? Past het wel in het huidige systeem of kan dat alleen op scholen waar extra lesuren worden gemaakt? Hoe pas je zoveel leestijd in je rooster?

Aanpakken taalachterstand en begrijpend lezen is meters maken of beter gezegd uren maken. Waarom werkt onze aanpak? Allereerst omdat het leuk is. Omdat kinderen hun talenten en motivatie mogen inzetten om te (leren) lezen via dingen die ze toch al graag doen. Zo maak je uren. Een andere manier om uren te maken is om kwartiertjes verloren tijd te gebruiken om, zoals je hierboven zegt, vrij te lezen. Maar ook om taalspelletjes te doen of om een liedje te zingen (ongemerkte leesmeter met de tekst er bij). Je kan ook de sport (het instrument, de dans) van een kind met de klas bespreken. Dit alles als opvulling van de verloren kwartiertjes hier en daar waar je er zo al twee van hebt per dag. Vul je die goed in dan heb je al snel 100 uur meer aan taal gedaan in een jaar!

Nog een stuk tekst van je site, over ‘omdenken’: Wat doe jij met de uitspraken van de kinderen in jouw klas? En met de gedachtegang die er achter zit? Als er eentje voorbij komt, schrijf hem op het bord, laat het een week staan en maak het De Spreuk van de Week! Kinderen trots, leerzaam en heel vaak een prachtig voorbeeld van omdenken (voor kinderen heel gewoon, voor ons even graven). Bestaat bij deze manier van lesgeven niet het gevaar dat vooral de extraverte kinderen aan bod komen? Ik kan me zo voorstellen dat het introverte kind nog meer met zijn neus op het feit wordt gedrukt dat het niets durft te zeggen of te vertellen in de klas en daardoor nog meer in zijn schulp gaat kruipen. Hoe haal je die kinderen over om ook wat te (durven) vertellen?

Ik vind jouw term ‘omdenken’ leuk en ik vind het een eer dat je het zo ziet, maar dat is niet direct mijn doel. Ik hoef niet anders te zijn omdat ik zo graag anders wil zijn. De uitspraken van kinderen gebruiken in lessen, is een manier om kinderen te betrekken in het leerproces, zodat zij niet alleen hoeven te doen wat anderen voor ze bedacht hebben. Extraverte kinderen zullen eerder zelf opmerkingen maken. Echter, onderschat de introverte kinderen niet. Zij zeggen minder, maar veelal komen zij wel met de meest gevatte teksten. Dit doet me denken aan het verhaaltje dat op ons visitekaartje staat: Een leerling vroeg aan zijn leraar: ‘Meester, is het goed om veel te praten?’ De leraar antwoordde: ‘Kijk naar de kikkers en de haan. Kikkers kwaken dag en nacht, en niemand luistert naar ze. De haan kraait ’s morgens maar drie keer. En dan weet iedereen dat het weer ochtend is. Het is dus belangrijk om op het juiste moment iets te zeggen’. De leerling knikte, en zweeg.

Aan welke eisen moet een goede basisschoolleerkracht voldoen?

Haha, de 48 eisen die de inspectie aan de leerkracht stelt. Zelf wil ik bereiken dat elke leerkracht die ene wordt die je je later nog herinnert. Dat is volgens mij die leerkracht die jou als kind zag en die mooie verhalen vertelde.

Vind je dat een leerkracht die niet van lezen houdt en niet op de hoogte is van de moderne kinderliteratuur geschikt is om voor een klas te staan?

Als die leerkracht dan maar wel alle verhalen van Kolletje en van Annie M.G. Schmidt uit zijn of haar hoofd kent, dan lijkt me dat geen enkel probleem.

Vragen: Corine Gorter en Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Prachtige kunstwerken van steen

Categorie: Boek van de week, Prentenboek Steen voor steen – Tekst van Margriet Ruurs – Vertaling van Linda Jansma – Illustraties van Nazir Ali Badr – Uitgeverij Callenbach Steen voor steen van Margriet Ruurs en Nizar Ali Badr vertelt het verhaal…

Boek van de week archief
11-december-2017 | Lees verder | Reageer!