Voor Peter van Roermund is research het allerbelangrijkst

28-oktober-2017 | Categorie: Interview

Peter De Willis en Gustaaf Glibber zijn pseudoniemen van Peter van Roermund(1974). Naast theatermaker, theaterdocent en verhalenverteller ook schrijver van magische avonturen over Terra Fabula een serie die menig Narnia of Harry Potter fan zeker zal waarderen.In De Boeken van Terra Fabula beschrijft Peter DeWillis de avonturen van zijn familie in magische werelden, verborgen achter die van de gewone mens. In Monsterkermis kruipt Van Roermund in de huid van Gustaaf Glibber en schrijft hij over Frederick von Grimwald die in een vervallen kasteel woont in de saaiste stad van het Zwarte Woud, waar volgens een familietraditie zijn oom Theobald burgemeester is.

Omdat er niets valt te beleven, brengt Frederick zijn dagen door met het aan elkaar plakken van skeletten en het verzamelen van insecten en opgezette dieren. Door zijn voorkeur voor vreemde zaken wordt hij op school Griezel genoemd. Als op een dag Cornelius Brock, de grootste rivaal van Fredericks oom, de nieuwe burgemeester wil worden, staat de wereld op zijn kop. Hij heeft gemene plannen en het spel wordt niet volgens de regels gespeeld. Schreiberg ligt niet alleen afgelegen, maar verbergt ook een eeuwenoud geheim. Totdat Frederick ontdekt waarom hij het Verboden Bos achter het kasteel niet mag betreden… Lees hier de recensies van Terra Fabula en Monsterkermnis.

Uit wat voor gezin kom je? Werd er veel (voor)gelezen?

Ik ben de jongste van drie zonen. Mijn ouders hadden al vroeg in de gaten dat ik een grote voorkeur had voor muziek, dans, theater en aanverwante kunsten. Ook was ik altijd bezig met geschiedenis en archeologie. Vanaf het moment dat ik kon lezen verslond ik boeken en toen ik een eigen bibliotheekkaart kreeg, ging ik helemaal los. Ik las alles wat mij interesseerde en ging regelmatig met stapels boeken naar huis, vaak te groot en te zwaar om te dragen. Ook gingen we regelmatig naar het theater, zowel jeugd als volwassen theater. En musea liepen we ook plat. We stapten in de trein of auto en gingen ergens naartoe om de dag door te brengen. En op de weg terug verzon ik er verhalen over. Dus dat zat er al vroeg in!
Als kind heb ik altijd geluisterd naar platen waarop verhalen werden voorgelezen. Sprookjes, gedichten en ga zo maar door. Ik was gefascineerd door de stemmen, de buitelingen die ze maakten, en de werelden die ze opriepen. Mijn jeugd was er een van buiten spelen en vol fantasie.

Tegenwoordig zijn er steeds meer griezelige verhalen voor kinderen op de markt. Wat las jij vroeger of welk boek van nu zou je toen graag gelezen willen hebben?

Ik las werkelijk alles! Ik verslond boeken van zowel eigen bodem als daarbuiten. De Engelse taal had ik snel onder de knie, dus nam ik al die boeken er ook bij. En dan las ik ook nog eens alle genres door elkaar. Maar jeugdboeken en prentenboeken zijn tot op de dag van vandaag nog steeds mijn favoriet, samen met pop up boeken. Die zijn echt magisch en inspirerend en in een van de verhalen van Terra Fabula zit daar ook een verwijzing in verstopt!

Wilde je vroeger al schrijver worden of had je iets heel anders voor ogen?

Ik wilde werken in het theater. Dat wist ik al vanaf mijn vijfde jaar. Het begon met acteren, totdat ik ontdekte dat ik meer wilde. Ik wilde schrijven, spelen, lesgeven, onderzoek doen, projecten in binnen- en buitenland, regisseren. Alles. En dit alles is precies wat ik vandaag de dag doe. Totdat heel wat jaren geleden het schrijven van een verhaal bij mij begon te kriebelen. Ik had teksten geschreven voor theater en/of bewerkt. Maar hoe zat het nu eigenlijk met een verhaal in boekvorm? Dat wilde ik onderzoeken. Maar welk verhaal? Op een dag fietste ik door Amsterdam, vlak voor de zomervakantie. En het hele verhaal schoot in mijn hoofd. Het was net alsof mijn hersens in de overdrive gingen, ik kon het niet stoppen. Toen ben ik razendsnel naar huis gefietst en ben gelijk begonnen om alle ideeën en beelden op papier te zetten. Dat heb ik vervolgens zes weken gedaan, gedurende de hele zomervakantie. Toen ben ik veel research gaan doen voor de eerste twee verhalen. Pas na anderhalf jaar ben ik begonnen met schrijven en sindsdien is het niet meer gestopt. Het vertellen van verhalen in boekvorm is voor mij niet anders dan het werk in theater en film. Het zijn weliswaar verschillende disciplines, maar het zijn allemaal vormen van verhalen vertellen om de verbeelding van de lezer/toeschouwer te prikkelen. Ik wilde altijd werken in een vak waar de verbeelding regeert, en het schrijven van deze verhalen is daar nu ook een onderdeel van. Een verrijking!

Schreef je in je jeugd al verhaaltjes of gedichtjes? Herinner je je nog waar ze over gingen?

Het was niet zozeer schrijven, eerder vertellen en spelen. Bij alles wat ik zag, las of meemaakte kwam er een verhaal naar boven. Dat heb ik nu nog steeds. Overal waar ik kom en iets bijzonder zie, komt er vanzelf een scene of een verhaal naar boven. Op de meest onverwachte plekken kan ik in mijn hoofd levendige scenes voorstellen. In mijn jeugd bouwde ik ook graag decors. De zolder was geen rommelzolder maar een werkplaats waar werelden werden neergezet die een verwijzing waren naar het fantastische uit de boeken die ik las, maar zeker ook de films die ik zag. De fantasy films uit de jaren 80 waren voor mij een grote inspiratiebron. Denk aan Labyrint, The Dark Crystal, de films van Terry Gilliam. Maar ook The Goonies en de vroege Indiana Jones films bouwde ik als kind graag na. Er waren nog veel meer films dan die ik noem en de bouwsels wisselden wekelijks. Mijn ouders en vriendjes vonden het geweldig en kwamen kijken. Dat is mij ontzettend dierbaar, je groeit op en wordt ouder maar de het plezier van de fantasie en de verbeelding blijft bestaan. Dat is iets om te koesteren.

Je hebt inmiddels onder twee pseudoniemen fantasyverhalen geschreven. Als Peter DeWillis het tweeluik Terra Fabula en als Gustaaf Glibber Griezel & Co, de monsterkermis. Waarom onder een pseudoniem terwijl je er helemaal geen geheim van maakt dat Peter van Roermund hierachter schuilt?

Op een of andere manier zijn het bij mij altijd personages of ‘insiders’ die tevens de (be)schrijvers zijn van de werelden die ik in een verhaal op papier zet. Zij zijn er bij geweest, waren een toeschouwer en een onderdeel van het verhaal. Dat maakt het voor mij zo veel meer echt, terwijl natuurlijk alles is ontsproten aan mijn verbeelding. Bij Griezel & Co is het een van de personages die onderdeel was van het avontuur en bij de Terra Fabula reeks is het een zoon van een van de hoofdpersonen die een generatie beschrijft, een familiegeschiedenis. Later in de verhalen komt hij zelf ook aan bod… Ik zou ze zo graag willen ontmoeten, die Peter DeWillis en Gustaaf Glibber!

Terra Fabula neemt ons mee naar een sprookjesachtige wereld die doet denken aan Narnia of Harry Potter. Zijn dit inspiratiebronnen voor je geweest of had je een heel andere inspiratiebron?

Mijn inspiratie haal ik vooral uit alle research die ik doe voor de verhalen en de reizen die ik daarvoor maak. Zo ben ik naar veel plaatsen gegaan om een en ander te onderzoeken, vaak met behulp van plaatselijke historici. De magische wereld is veelal gebaseerd op bestaande objecten, plekken, legenden, mythen en ga zo maar door. En alles bewerk ik zodanig dat het in de wereld van Terra Fabula past en een functie krijgt voor het verhaal en de personages. Gedurende die processen gaat mijn verbeelding op volle toeren en komt er van alles bij. Ook laat ik mij inspireren door beeldmateriaal. Foto’s en documentaires over een bepaald aspect van de geschiedenis die ik interessant vind. Muziek luisteren wekt ook veel verbeelding op. Het maakt niet uit welke muziek. Bij alles krijg ik beelden van scenes en personages.

Zowel Terra Fabula als Monsterkermis krijgen nog een vervolg. Denk je dat er voor beide een serie in kan zitten of heb je al duidelijk voor ogen hoeveel delen het zou moeten gaan worden.

Voor Terra Fabula ligt al vast hoeveel delen het gaat worden om de generatie te beschrijven waar de verhalen om draaien. Dat worden er acht. Alle verhalen en ontwikkelingen zijn tot in detail uitgewerkt gedurende de jaren van schrijven en research doen. Maar er is nog veel meer te vertellen over deze wereld; geschiedenissen van wat voorafgaand is gebeurd of waar naar wordt verwezen. Daar ga ik ook zeker iets mee doen en de plannen zijn er al. Nu nog een groot blik met tijd dat ik open kan trekken…
Voor Griezel & Co begint zich al het vervolg in mijn hoofd af te tekenen. Tijdens het schrijven van het eerste deel begon dat eigenlijk al. Maar ik heb werkelijk geen idee waar de avonturen van Frederick mij gaan brengen en in hoeveel delen. Dat vind ik er ook zo leuk aan. Bij Terra Fabula, vanwege de wereld waarin de verhalen zich afspelen en de reis die de personages naar een bepaald punt maken, was het nodig om dit heel precies uit te stippelen. Maar bij Griezel & Co laat ik mij meenemen. Het is een feest om tussen deze twee werelden af te wisselen. En het zou mij niet verbazen als ze elkaar, al is het maar in een verwijzing, zouden kruisen…

Is er een reden voor dat je boeken zich in een ander land (Terra Fabula in Engeland en Monsterkermis in Duitsland) afspelen dan in Nederland?

Nederland is een prachtig land en rijk aan verhalen en landschappen. Maar landen waar ik niet vaak kom en landschappen die ik niet ken vanuit mijn omgeving vind ik meer prikkelend voor mijn fantasie. Het heeft voor mij te maken met afstand, het onbekende. Een land ver weg is spannend en mysterieus. Voor Griezel & Co wilde ik een bestaande omgeving vinden, hoewel het stadje Schreiberg niet bestaat in het Zwarte Woud. Maar het verhaal speelt zich af in het nu, dus leek het mij tof om te verwijzen naar een gebied dat heel bekend is en toch ook tot de verbeelding spreekt. Voor Terra Fabula wilde ik een complete wereld creëren met een geschiedenis en landschappen. Maar het begint in Londen in 1897. Daar heb ik lang research naar gedaan. Later in de verhalen komen de hoofdpersonen ook op andere historische plaatsen terecht. Dan lopen de fantasie wereld en de echte historische wereld door elkaar…

In Monsterkermis is de hoofdfiguur een eenling met een wel heel bijzondere hobby. Hij bouwt zijn eigen rariteitenkabinet. Door je beeldende manier van schrijven zie je deze kamer levendig voor je. In hoeverre verdiep je je in zo een onderwerp? Is sowieso research belangrijk voor je werk?

Research doen is voor mij het allerbelangrijkste. Ik wil van alles waar ik over schrijf zo veel mogelijk weten, ook al komt het niet altijd in het verhaal terecht. Maar de achtergrondinformatie is voor mij belangrijk. Ik hoop dat de lezer tijdens het verhaal in de eerste plaats de verbeelding viert, maar ook meekrijgt dat alles gegrond is in een geschiedenis en dat er nog veel meer te vertellen valt. Dat de lezer als het ware meereist met iemands leven, in een wereld die al veel langer bestaat en meerdere verhalen in zich draagt. Het beeldend schrijven is het tegenovergestelde van het schrijven/bewerken van theaterteksten. Die verhandelen over een innerlijke dramatische handeling, personage zeggen vaak iets om juist iets te verhullen en de acteurs spelen dat wat er tussen de regels staat. Ik denk dat het beeldend schrijven is ontstaan door mijn liefde voor de beeldende kunsten, danstheater en mijn werk voor films. Het zijn voor mij visuele verhalen die soms iets anders kunnen vertellen dan alleen maar de woorden die worden uitgesproken.

Hoewel een fantasyverhaal toch komt er het actuele onderwerp van pesten ter sprake en ook dat je niet zomaar er vanuit moet gaan dat iets zo zou zijn omdat iemand het zegt. Vind je het belangrijk dat er een boodschap in je verhaal zit of zie je het meer als iets wat nu eenmaal in het gewone leven voorkomt en dus ook in een boek?

Voor mij is het heel belangrijk om een premisse te hebben; waar wil ik het nu uiteindelijk over hebben. De kapstok of boodschap of hoe je het noemen wil. Die centrale lijn bindt alles aan elkaar. Echter zijn het voor mij meestal premissen die een herkenbaar onderdeel zijn van het dagelijks leven, zeker in Griezel & Co. Ik hoop dat de lezer op die manier zich nog meer kan identificeren met de personages.

Humor speelt ook een grote rol in je verhalen. In hoeverre vind je humor belangrijk in een jeugdboek.

Humor is een belangrijk tegenwicht voor de zwaarte die soms in een verhaal kan sluipen. Beiden moeten wat mij betreft naast elkaar bestaan omdat ze elkaar ook kunnen versterken. De komedie zorgt voor een verdieping van de tragiek. De tragiek maakt de komedie nog lichter en soms ook scherp. Doordat ik beeldend schrijf, komt er ook visuele humor naar boven. Daar ben ik verzot op! Door de tragiek soms af te wisselen met humor ontstaat er ook een zeker ritme in het verhaal. De lezer kan even op adem komen of juist na een lichte, grappige scene de zwaarte van de daaropvolgende scene nog meer ervaren. Deze dynamiek kan de emotionele betrokkenheid van de lezer vergroten. Want ook al is het de verbeelding die heerst, de beleving van dat alles maakt dat de verbeelding ook even waar mag zijn tijdens het lezen.

Vragen: Conny Schelvis en Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Levensfasen, Freud en jodenhaat

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Roman

De Weense sigarenboer – Robert Seethaler – vertaling Liesbeth van Nes – De Bezige Bij – 255 blz. De 17-jarige Franz Huchel ontwikkelt zich van adolescentie tot volwassenheid, dus kunnen we dit boek (als we…

Boek van de week archief

15-juli-2018 | Lees verder | Reageer!