Akyol slaat de plank een beetje mis

11-maart-2020 | Categorie: Essays

Generaal zonder leger – Özcan Akyol – Boekenweekessay – 64 blz.

Met een generaal zonder leger bedoelt Akyol een schrijver zonder lezers, een metafoor die een beetje mank gaat, maar goed. Ik vind een pleidooi voor het schrijven van leesbare boeken, waar dit essay eigenlijk over gaat, heel sympathiek en ik kan ook met veel dingen meegaan die Akyol beweert, maar niet in alles. Ik ben het eens met zijn bewering dat er een groep jonge grachtengordelschrijvers is die elkaars boeken bespreken, prijzen uitdelen, relaties met elkaar hebben en naar elkaars feestjes gaan en intussen grotendeels slecht verkopende boeken produceren. In elk geval geen boeken die grote aantallen lezers trekken. Intussen worden deze schrijvers, waaronder Daan Heerma van Voss, Maartje Wortel en Niña Weijers, die Akyol met name noemt, en die een kring rond Hanna Bervoets vormen, gesubsidieerd door het Letterenfonds om hun schrijfsels te publiceren. Veel collega’s die geen subsidie krijgen ergeren zich hier aan. Waarom worden schrijvers die weinig worden gelezen met beurzen verwend? Omdat het Letterenfonds vindt dat ze waardevolle literaire romans schrijven.

Dat dit groepje schrijvers iets te maken heeft met de ontlezing onder jongeren is een bewering die geen standhoudt. In dit essay geeft Akyol aan dat hij ooit werd gegrepen door prachtige boeken, laten we ze klassiekers noemen, die hem op het pad van het schrijven brachten. Die boeken zijn er nog steeds en jonge lezers zijn dus niet afhankelijk van wat deze generaals zonder leger op de markt brengen. Zijn hekel aan dit groepje kan ik wel begrijpen, maar zoveel invloed hebben ze niet op de ontlezing.
Een andere bewering, die Akyol baseert op zijn ontmoeting met een boekhandelaar in Veenendaal, is dat veel boekhandelaren alles wat geen literatuur is minachten. Ik kan me voorstellen dat veel boekhandelaren het vak ingingen, omdat ze dol waren op literaire romans, maar eenmaal in het vak beland, kun je die voorkeur wel behouden, maar toch met veel plezier andere genres verkopen. Dit is bijvoorbeeld te zien aan de schrijversbezoeken aan boekhandels van thrillerschrijvers (Nicci French, Karin Slaughter), maar ook van schrijvers van kookboeken, sportboeken en kinderboeken. Die laatste categorie ziet Akyol helemaal over het hoofd. Kinderboeken staan regelmatig in de CPNB top 60 en maken een kwart van de omzet uit.

Dan over de ontlezing. Volgens mij zit Akyol niet op het goede spoor. De ontlezing is het grootst onder de jeugd (10 – 18 jaar) en is te verklaren uit een aantal zaken.
Ten eerste, ouders moeten hun kinderen als ze klein zijn voorlezen om ze het plezier in lezen bij te brengen. Gebeurt dit niet dan is de kiem voor ontlezing al gelegd. Ten tweede: Op de basisschool moeten leerkrachten voorlezen, verhalen vertellen en kennis hebben van kinderboeken. Helaas lezen veel leerkrachten zelf niet, kennen geen (kinder)boeken en stimuleren het lezen niet. De kinderen moeten voornamelijk begrijpend lezen. Zo ontstaat een groep kinderen die liever met hun smartphone of hun laptop in de weer is. Boeken worden saai en langdradig gevonden, omdat veel kinderen de liefde voor het lezen niet is bijgebracht. Probeer dan nog maar eens die groep op de middelbare school aan het lezen te krijgen.

Volgens Akyol lukt hem dat wel en moeten meer schrijvers middelbare scholen bezoeken om jongeren te begeesteren. Hij doet een paar suggesties. Schrijvers die niet zo goed zijn in het verbaal verkopen van hun boeken kunnen volgens hem een cursus mediatraining volgen die ook politici krijgen.
“Wie het niet kan, moet het maar leren. Dat hebben ze in de politiek ook door. Minister Ferdinand Grapperhaus gaf twee jaar geleden 6312,21 euro uit om voor een camera geen modderfiguur te slaan.
Een uitgever die zijn schrijvers een warm hart toedraagt, mag best soortgelijke kosten maken om de stamelende sloebers in zijn stal mediageniek te krijgen. Daarna doet de roman het werk zelf wel, mits het boek door de lezer wordt gewaardeerd.”

Tja, je kunt zeggen: de kost gaat voor de baat uit, maar ik moet de uitgever nog zien die dat geld in een schrijver gaat steken zonder de garantie dat dit enig resultaat oplevert. Veel boeken leveren dat bedrag niet eens op. Kunnen schrijvers dan niet zelf die cursus betalen? Nee, want de inkomsten uit het schrijven van boeken zijn zo laag dat de meesten er niet eens 6000 euro per jaar aan overhouden.
Schrijvers moeten vaker scholen bezoeken, volgens Akyol. De meeste schrijvers, als ze niet worden gesubsidieerd door het Letterenfonds, hebben gewoon een betaalde baan. Scholen bezoeken is prima, maar dan wel goed betaald. Dat geld willen veel scholen niet uitgeven aan schrijversbezoeken.
Overigens rept hij niet over het fenomeen schoolschrijvers. Schrijvers van kinderboeken die op basisscholen kinderen het plezier in lezen en schrijven bijbrengen. Naar dat project moet veel meer geld.

Waar Akyol wel weer een punt heeft, is dat middelbare scholen jongeren opzadelen met verplichte leesstof die ze de lust in lezen helemaal ontneemt. Ook de literatuurwetenschap krijgt terecht een veeg uit de pan. De wetenschappelijke uitleg van wat een schrijver of dichter met zijn werk bedoelt, is doorgeslagen. Literatuur is om van te genieten en niet om het dood te analyseren.

Akyol houdt ook een heel betoog over boekhandelaren die klanten, die bijvoorbeeld de boeken over de zeven zussen van Lucinda Riley lezen, niet voor vol aanzien. Ook deze bewering baseert hij weer grotendeels op wat die boekhandelaar in Veenendaal (die dit overigens ontkent) tegen hem heeft gezegd. Mensen die sportboeken of ontspannende romans lezen, zouden geen lezers zijn. Onzin natuurlijk. Ik geloof er niets van dat het merendeel van de Nederlandse boekhandelaren er zo over denkt.

Akyol eindigt met deze conclusie:
“In hemelsnaam, laat desnoods een oorlog uitbreken, geef ons armoede en ontberingen. De literatuur zal er flink bij gedijen. Eens kijken of een schrijvertje begint te zeiken over zijn glutenintolerantie als hij in de loopgraven een polemisch pamflet moet tikken tegen een misdadig regime. Nee, dan wordt hij vanzelf een generaal met een leger.”

Het geld dat naar weinig gelezen literaire schrijvers gaat, kan beter besteed worden aan het leesonderwijs op de basisscholen dat zou heel wat meer zoden aan de dijk zetten.

Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Fabelachtige vertelling in Russische traditie

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Roman

De wasbeer – Aleksandr Skorobogatov – vertaling: Rosemie Vermeulen – De Geus – 541 blz. In de winkel op zoek naar een knuffelbeest voor een kind of kleinkind? Een dagje naar de dierentuin? U zult…

Boek van de week archief

3-juni-2020 | Lees verder | Reageer!