Amsterdams journalistiek verzet

5-september-2021 | Categorie: Non-fictie, Oorlogsboeken

De geldjas van Max Nord – Harry van Wijnen – Balans – 223 blz.

Tijdens de bezetting door de nazi’s van ons land waren er heldhaftige mensen die tegen alle onvrijheden en onderdrukking in verzet kwamen. Deze heldenmoed mag nooit vergeten worden. Dat we deze verzetsmensen inderdaad niet vergeten, blijkt uit het aantal werken dat in de loop der tijd gepubliceerd is. Natuurlijk zijn er boeken waarin zij zelf aan het woord komen. Toch is er een andere lijn te vinden. Verzet gaat vanzelfsprekend gepaard aan ultieme geheimhouding, en doortrekkend naar het heden hebben veel mensen uit het verzet ook lang gezwegen. Waarom? Een gruwelijke tijd waarvan de herinneringen opnieuw als een nachtmerrie opduiken? Valse bescheidenheid? De vaak bloedig bevochten vrijheid is iets dat in de verworven vredestijd niet meer opgerakeld moet worden?  Of nog iets anders?

Elke dag weer realiseerden de verzetsmensen zich dat er grote gevaren dreigden, zoals ontdekking of infiltratie. Ze waren zich bewust dat arrestatie tenminste celstraf zou opleveren, maar waarschijnlijker dat marteling, deportatie naar een kamp in Duitsland of zelfs het verliezen van je leven het gevolg zouden zijn. Want hun verzetsdaden waren zeker in een later stadium niet van geweld ontbloot. Hoe gingen ze daarmee om? Gewetensnood als het tot liquidaties kwam of de Duitsers represaillemaatregelen zouden nemen? Is zwijgen dus vreemd?

Ook deze nieuwe verhalen uit het verzet, opgetekend door Harry van Wijnen, hebben lang onder het stof gelegen. Tijdens de omgang met bekenden en (voormalige) collega’s bij Het Parool kwam de auteur tot de ontdekking dat een aantal deel heeft uitgemaakt van het verzet. Dit was voornamelijk geconcentreerd in Amsterdam, in de Michelangelostraat, nummer 36. Maar ook op nummer 35 bevond zich een verzetshaard. Er is geen sprake van onderlinge contacten.

Van Wijnen had eerder tot zijn grote teleurstelling het verhaal over de verzetsgroep van zijn vader niet tot een verhaal kunnen herleiden wegens gebrek aan informatie. Voor dit werk is het hem wel gelukt. Hij verantwoordt zijn bronnen in een literatuurlijst en in het “Logboek” waarin de archieven worden genoemd waarin hij heeft gezocht, maar vooral de namen van mensen met wie hij heeft gesproken. Het notenapparaat van maar liefst dertig bladzijden geeft gedegen aanvulling op de tekst.

Ere wie ere toekomt! Dat heeft Van Wijnen uitstekend begrepen. In zijn woord vooraf maakt hij duidelijk welke personen dat het duidelijkst verdienen: Max Nord, Theun Lammertse en zijn schoolgenoten van het Vossius Gymnasium “die in 1940 de moed hadden een ‘scholierenprotest’ te organiseren tegen het door de Duitse bezetters bevolen ontslag van de joodse leraren van die school”. Dat laatste dus aan het begin van de bezetting. Van Wijnens verhalen concentreren zich op een andere periode: najaar 1944 tot aan de bevrijding.

Ook in het voorwoord maakt Van Wijnen duidelijk dat hij geen volledige geschiedenis van de verzetsgroeperingen wil beschrijven maar zich speciaal richt op vier hoofdmomenten:  “de reorganisatie van de gewapende tak van de PBC (Persoonsbewijzencentrale)  in het najaar van 1944 in de door de regering in het leven geroepen Binnenlandse Strijdkrachten (BS); op de lastenverzwaring voor de PBC als gevolg van de Spoorwegstaking van 17 september 1944; en ten slotte op de band tussen Michelangelostraat 36 en de Duitse immigrant Fritz Kahlenberg, de visionair en drijvende kracht achter het illegale fotografencollectief van het Centraal Beeldarchief, dat later onder de naam ‘De Ondergedoken Camera’ bekend zou worden”

De aangrijpende verhalen van Van Wijnen moet de lezer maar zelf ervaren. Nog wel even over de titel, “De geldjas van Max Nord. Nord opereerde onder de schuilnaam Max van Asperen, zoals iedereen in die tijd wel een of meer schuilnamen had – en evenzoveel persoonsbewijzen. Nord had vlak voor de oorlog samen met Menno ter Braak het boek Gespräche mit Hitler (Hermann Rauschning) vertaald als Hitlers eigen woorden, uitgegeven door Robert Leopold. Ze werden door de toenmalige minister van Justitie Gerbrandy aangeklaagd wegens belediging van een bevriend (!) staatshoofd. Het proces ging niet door omdat op die dag de Duitsers Nederland binnen vielen. De capitulatie van ons land had als gevolg dat zowel Ter Braak als Leopold een einde aan hun leven maakten. Max Nord kwam logischerwijze in het verzet terecht. Een van zijn taken was voor het Nationaal Steun Fonds geldtransporten te verzorgen voor de illegaliteit. Hij deed dat in een bijna versleten lijkende jas, waarin allerlei geheime vakjes zaten met voor het verzet o zo noodzakelijke financiële middelen. De jas is ooit nog eens verstevigd door Tiny Carmiggelt, de vrouw van Simon, zodat er twee keer zoveel geld in te verstoppen was. Max Nord, de lopende bank!

Niet alleen in dit verhaal heeft de auteur zich tot in de kleinste details ingeleefd in de betreffende personen. Dat geldt voor alle verhalen. Het mooie is dat hij dat in zijn manier van beschrijven zodanig verwoordt, dat je ongemerkt met zijn personages gaat meeleven. Je voelt hun angsten en twijfels, maar ook hun onverzettelijkheid. Hiertoe dragen zeker ook de soms unieke foto’s bij die in een apart katern zijn opgenomen.

De auteur houdt niet helemaal op bij de bevrijding. Hoe het gemelde personen na de oorlog is vergaan, beschrijft hij in het slothoofdstuk.

De weergave van een klein, maar niet onbelangrijk, deel van de omvangrijke geschiedenis van het Amsterdamse verzet, wordt groots in de details.

Kees de Kievid

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Betoverende verhalen

Categorie: Boek van de week, Columns & Korte verhalen, Literatuur

De fluistering van de sterren – Nagieb Mahfoez – Vertaling Djûke Poppinga – Jurgen Maas – 105 blz. De titel suggereert misschien een boek vol stilte, maar er wordt ook in geschreeuwd, gehuild, gejuicht en…

Boek van de week archief

8-september-2021 | Lees verder | Reageer!