Collaborateur of held?

10-mei-2017 | Categorie: Literatuur, Roman

Wil – Jeroen Olyslaegers – De Bezige Bij – 336 blz.

Is het mogelijk om in een oorlogssituatie een zuivere keuze te maken voor de ‘goede’ kant? Om schone handen te houden? Die vraag is het centrale thema van Jeroen Olyslaegers’ roman Wil, een verhaal dat zich afspeelt in Antwerpen, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor de hoofdpersoon van de roman, Wilfried Wils, blijkt het in de praktijk een lastige opgave te zijn. Wilfried is namelijk hulpagent. In die functie zijn hij en zijn collega’s belast met het handhaven van de openbare orde. Dat gaat nog wel, zolang het zich beperkt tot het oppakken van dronkenlappen, vechtersbazen en dieven. Het reguliere werk, dus, dat in een oorlogssituatie niet anders is dan bij vrede. Maar wanneer de Duitsers bijstand vragen bij razzia’s, huiszoekingen of het begeleiden van gevangenentransporten wordt het anders. Dan werk je, op zijn minst als neutrale partij, actief mee aan het veroorzaken van menselijk leed. Maar kan je weigeren? Nee, in ieder geval niet ronduit, want dan zou je jezelf in het ongeluk storten.

Wilfried Wils zet het verhaal over zijn oorlogsverleden vele jaren later op papier, voor zijn achterkleinzoon. Hij is dan zelf al een oude man, nog enigszins mobiel én helder van geest ofschoon hij aanvoelt dat dat niet lang meer het geval zal zijn. Hij kijkt met een zekere mate van reflectie terug op zijn oorlogsjaren. Hij was net twintig toen hij hulpagent werd, een van de jongsten van het Antwerpse korps. Wie was hij, om zijn twijfel en schrik over de razzia’s waarbij ze werden ingezet te uiten, als zijn oudere en meer ervaren collega’s gewoon deden wat hen werd opgedragen? En dan waren daar nog de collega’s die heulden met de bezetter, maar waarvan dat niet altijd duidelijk was. Voorzichtigheid was dus geboden om te overleven.

Olyslaegers schetst overtuigend dit klimaat van wantrouwen, van het altijd aanwezige gevaar dat je door een verklikker wordt aangegeven, terecht of onterecht. Dat kon je ook overkomen in je privésituatie. Wilfrieds bijlesleraar van de middelbare school, een man met de bijnaam Nijdig Baardje, is zo’n profiteur die probeert te verdienen aan de oorlog. Diens vriend Omer, advocaat, is nog een graadje erger. Die staat met genoegen de Vlaamse SS bij in hun verhoren van joden of verzetsstrijders. Beide trekken aan Wilfried, die door zijn positie als agent een gewilde partner is. Maar deze houdt zijn rug recht, voor zover dat tenminste mogelijk is zonder de aandacht op zich te vestigen. Vanuit een andere hoek komt hij juist in beeld van de Duitsers, wanneer een tante van hem het aanlegt met een Obersturmfüher. Zijn vriendin tenslotte, Yvette, heeft een broer die ook agent is, Lode. Dat deze iets in zijn schild voert wordt Wilfried langzaamaan wel duidelijk, maar hij kan er niet de vinger op leggen aan welke kant Lode staat.

Gedurende de bezetting worden de Duitsers meedogenlozer, verhardt hun optreden zich. Dat heeft ook zijn weerslag op Wilfried. Er zijn acties die hij en zijn collega’s moeten uitvoeren, steeds vaker zelfstandig, die diepe sporen bij hen achterlaten. Tijdens een razzia waarbij ze Joodse families van hun bed moeten lichten, ziet Wilfried dat een van zijn collega’s onder het bloed zit en totaal overstuur is. Gewond, denkt hij eerst. Maar dat is niet het geval: ‘Na een paar proberen komt het eruit, te midden van het enorme kabaal. “Die gast doet de deur open, steekt zijn kin vooruit en snijdt zijn keel over met een scheermes. Hij spoot me godverdomme helemaal onder. En binnen …. Binnen….” Gust tracht zich te herpakken terwijl hij het bloed van zijn gezicht veegt. ”En binnen zijn ze dood …. Allemaal dood aan de tafel. Een vrouw en …. vijf kinderen. Zo dood als een pier. Wat is dit …” ’

Het taalgebruik van Olyslaegers is een gloedvol, rondborstig Vlaams, las ik in een bespreking. Ik ben niet iemand die dat dadelijk herkent en kan plaatsen, maar kreeg tijdens het lezen gaandeweg wel bewondering voor die stijl. Olyslaegers schrijft heel natuurlijk en spontaan, houdt van afwisseling en strooit het verhaal over je uit als ware het een waterval van woorden. Er is nauwelijks een indeling in hoofdstukken, de eerste adempauze valt pas na ruim 150 bladzijden. Dat vrijwel zonder pauze voortgaan van het verhaal draagt bij aan de mate waarin je als lezer het verhaal wordt ingezogen. Waar zou je eigenlijk moeten, of kunnen, of willen stoppen?

De meningen over collaborateurs zijn meestal vrij stevig en bovenal vaak ongenuanceerd. Je hoeft maar dát fout te hebben gedaan en je staat voor velen al te boek als een meeloper of verrader. Terwijl de context van een oorlog of bezetting bij uitstek een situatie is waarbij allerlei gradaties van grijstinten ontstaan tussen het wit en het zwart. Zo ook bij Wilfried Wils. Als het op zijn pad komt, zal hij met gevaar voor eigen leven óók een held blijken. In ieder geval voor zichzelf.

Peter van der Ploeg

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!