“Dat vrije werk heeft mij letterlijk bevrijd!”

29-augustus-2015 | Categorie: Interview

Marieke Nelissen2Marieke Nelissen is grafisch ontwerper en illustrator. Ze houdt van experimenteren met allerlei soorten materialen. Opvallend is dat ze bijna al haar illustraties op de ouderwetse manier maakt, namelijk op papier. Ze is gespecialiseerd in het illustreren en vormgeven van kinderproducten. Denk aan boeken, tijdschriften, spellen, puzzels, posters en tentoonstellingen.
Naast de opdrachten die ze krijgt, vindt ze het belangrijk om af en toe te freewheelen om haar hoofd fris te houden. Ze verzint vaak eigen projecten en maakt samen met haar partner houtprints met de hand. Deze prints worden verkocht in winkels in Nederland.

Grafisch ontwerpen doet ze met veel precisie. Ze houdt ervan om een stijl te bewaken en binnen die stijl toch vrijheid te vinden. Graag zet ze de puntjes op de i, en daar bedoelt ze echt alle puntjes mee! Ze heeft ervaring met langdurige en complexe projecten zoals lees- en schrijfmethodes en uitgebreide informatieve boeken. Natuurlijk gebruikt ze haar illustratievaardigheden in haar ontwerpen en creëert zo een eigen stijl.

Wilde je als kind al illustrator/tekenaar worden? Of had je geen idee dat dit beroep bestond?

Ik wist al jong dat ik iets wilde doen met tekenen, maar van het beroep illustrator had ik nog nooit gehoord. Ik stond er ook niet bij stil dat een illustrator de plaatjes maakt in een boek. Ik was wel bezig met mode-illustraties. Dat kwam waarschijnlijk omdat mijn moeder kleding naaide en ik dus veel boeken en tijdschriften inkeek, die op mijn moeders werkkamer lagen, met foto’s en illustraties van mode. Ik vond de illustraties altijd erg mooi. Maar ik wist niet dat er een heel beroep schuil ging achter die zwierige tekeningen.

Las je als kind veel boeken of was je meer een knutsel- en buitenspeelkind?

Ik was een echte lezer. Ik kon uren wegduiken in een boek en pas boven komen drijven als ik werd geroepen dat het eten klaar was. Ik was zo’n type dat een hele reeks boeken in een zucht uit kon lezen. Ik zette zelfs mijn wekker een uurtje vroeger zodat ik voor schooltijd nog een beetje kon lezen. Meestal viel ik weer in slaap. Maar soms was het boek zo spannend dat ik mezelf moest dwingen om op te staan om de dag te beginnen. Bijna elke zaterdag fietste we (de hele familie) naar de bibliotheek om de gelezen boeken terug te brengen en nieuwe te lenen.

Naast illustratrice ben je ook grafisch ontwerper. Wat heeft je voorkeur en waar gaat qua opdrachten meer tijd in zitten?

Dit is een lastige vraag. Veel mensen denken dat je wel een voorkeur hebt voor het een of het ander. Maar ik houd van afwisseling. Ik ben best ongeduldig en dat terwijl ik ook heel nauwkeurig ben. Dan is afwisseling hebben in het werk een hele goede om bij de les te blijven.
Ik ben lang alleen grafisch ontwerper geweest. Ik was afgestudeerd als illustrator maar heb ruim tien jaar niks met het vak gedaan. Ik werkte als ontwerper bij een bedrijf en daarna als freelancer. Pas toen ik freelancer werd (nu ruim vijf jaar) begon ik ook weer zin te krijgen om te illustreren. In het begin bakte ik er niet veel van. Maar de wil was niet weg te drukken en dus begon ik heel ijverig opdrachten te zoeken waarin ik naast ontwerpen ook kon illustreren. Op een gegeven moment kwam ik vast te zitten en vond mijn tekenwerk heel beroerd, terwijl ik altijd wel tevreden ben over mijn ontwerpwerk. Dat was een keerpunt voor mij. Of ik ging door met tekenen en zou heel hard gaan werken aan stijl en techniek of ik zou alleen nog maar grafisch ontwerpen. Ik besloot het eerste en ging keihard aan het werk. Ik ging tussen de opdrachten door vrij werk maken. Dat vrije werk heeft mij letterlijk bevrijd! Ik ontdekte een eigen beeldtaal. Ik heb het gevoel dat ik hiervan alleen het puntje nog maar heb aangeraakt en dat er nog een hele berg te ontdekken valt. Nu voel ik me steeds meer thuis in het illustreren.
Een hele dag illustreren is heerlijk. Een hele dag ontwerpen ook! Beide vakken zijn belangrijk voor mij. Ik heb wel het idee dat ik als illustrator meer ambitie heb dan als ontwerper. Toch een lichte voorkeur dus?

Beide vakken kosten veel tijd. Vormgeven gaat soms makkelijk omdat er al een concept is, maar soms moet ik het concept nog bedenken (het echte ontwerpen) en dan ben je wel even bezig. De tijd bij vormgeven zit vooral in de nauwkeurigheid. Elk puntje moet letterlijk op de i staan. Ik maak vaak reeksen kinderboeken en educatief materiaal. Dan is het consequent uitvoeren van details heel belangrijk. Daar gaat veel tijd in zitten.
In illustreren gaat veel tijd zitten omdat er veel denkwerk achter zit. Karakters, omgeving. Alles moet bedacht worden en kloppen. Sfeer en spanning moeten uitgebalanceerd worden. Natuurlijk is er de tekst waar de illustratie bij hoort, maar dan ben ik nog steeds degene die bepaalt hoeveel bergen of bomen er in een landschap gaan. En natuurlijk kost het uitvoeren van een illustratie veel tijd. Tenminste in de techniek die ik gebruik.

Moet een script je aanspreken wil je het illustreren of neem je alles aan?

Eerst nam ik alles aan om ervaring op te doen. Maar nu wil ik dat niet meer. Ik heb gemerkt dat ik meer plezier in mijn werk heb wanneer het script mij aanspreekt. En dus ook meer tevreden ben met mijn werk achteraf. Ik duik dan makkelijker in het verhaal en vind sneller mijn weg in het illustreren ervan. Het is alsof mijn werk dan een natuurlijkere uitstraling krijgt. Alsof het werk vanzelf ontstaat. Als een script te veel omschrijft en ik me daar ook te veel aan moet houden dan loop ik vast en dat straalt het werk dan ook uit.

Bekijk je werk van andere illustratoren tijdens een opdracht of vermijd je dat juist?

Ik kijk veel naar het werk van anderen. Niet alleen wanneer ik aan een opdracht bezig ben, maar eigenlijk altijd. Ik ben een spons. Ik laat mij graag inspireren door het werk van anderen. Maar het is eigenlijk nooit een hele illustratie die mij inspireert, maar altijd een detail. Dat kan de compositie zijn, de structuur of kleurgebruik. Ik zie dan een eigen toepassing van dat detail. Het werk van andere illustratoren kan soms ook overweldigend zijn waardoor ik me ineens een kluns kan gaan voelen, maar meestal weet ik wel mijn bewondering vast te houden en dat om te zetten in inspiratie. Dat kan heel bevrijdend werken.

Welke illustratoren bewonder en waarom?

Ik ben groot fan van het werk van Rebecca Dautremer. Zij weet een mysterieuze wereld te creëren die eigen is en tegelijkertijd echt aanvoelt. Haar werk zit vol prachtige details en unieke karakters. Als tegenhanger ben ik ook fan van het werk van Sieb Posthuma. Zijn werk straalt nuchterheid uit. De humor in zijn werk zit in kleine vondsten. Vorm en kleur zijn bij hem altijd sterk. Daarnaast houd ik ook van het werk van Oliver Jeffers. Zijn illustraties voelen vrij, alsof ze zonder schetsen vooraf zo op het papier verschijnen. Hij heeft een heel sterke eigen stijl en toch weet hij deze steeds te vernieuwen. En dan moet ik nog John Klassen noemen, Quentin Blake en Benjamin Chaud. John Klassen vanwege zijn minimalisme, Quentin Blake vanwege zijn vrije hand en de illusie die er in zijn werk zit. De illusie van iets is vaak mooier dan het letterlijk uit te beelden. De illusie geeft de geest de vrijheid het beeld zelf af te maken. Dat fascineert mij. Bij Benjamin Chaud lijkt ook alles makkelijk op het papier te vloeien. Ook zijn manier van het creëren van illusie is heel mooi en knap. Gebouwen, perspectief en verhoudingen kloppen vaak helemaal niet en toch voelt elke illustratie aan als een echte wereld waarin alles toch lijkt te kloppen.

Hoe zou je jouw tekenstijl omschrijven? Aan welke illustratoren voel je je verwant?

Oei, moeilijk! Ik voel me niet verwant aan bepaalde illustratoren. Het rijtje hierboven geeft al aan dat ik van variatie houd. Soms is mijn werk detaillistisch, maar soms ook minimalistisch. Niet grafisch minimalistisch, maar eerder compositorisch minimalistisch. Dan kan er toch nog veel detail zitten in de vacht van een dier bijvoorbeeld of in de kleding van een persoon.

Hoe werk je?(materialen etc.) Teken je op papier op een tablet of allebei en wat heeft je voorkeur?

Ik werk op papier. Ik moet het materiaal en het papier voelen. Ik houd van vieze handen en perongelukke vlekken die voor een verrassend detail kunnen zorgen in een illustratie. Ik houd van de transparantie van ecoline en inkt. Details werk ik uit met potlood en gouache.

Welke klassieker zou je graag van nieuwe illustraties voorzien?

Het lijkt me leuk om De geheime tuin te mogen illustreren of fabels van de wereld!

Laatst heb je een heksenboek van Femke Dekker geïllustreerd. Natuurlijk ken je al veel boeken met heksenillustraties. Probeer je clichés omtrent heksen dan te vermijden of kan je dat niet schelen?

Eigenlijk heb ik geen boek van Femke Dekker geïllustreerd, maar mijn eigen boek. De vier heksen zijn mijn bedenksel. Ik heb ze zo’n twee jaar geleden bedacht tijdens een mentoring dat ik volgde via Cultuur en Ondernemen. Ik wilde een project van mezelf toen ik zo aan het worstelen was met mijn tekenwerk. Sieb Posthuma heeft me daarbij begeleid. Het werd een heel uitgebreid project. Te groot eigenlijk. Daardoor kreeg ik geen structuur in de verhaalideeën die ik had. Sieb vond toch dat ik ermee naar een uitgever moest gaan. Bij de uitgever kreeg ik te horen dat het misschien een idee zou zijn om er een schrijver bij te halen. Toen ben ik op zoek gegaan naar een schrijver die samen met mij er iets concreets van kon maken. Femke werd daarin mijn maatje. De klik was er meteen.
De kern van het eerste verhaal komt ook van mij. Deel twee (dat in november verschijnt) is weer meer van Femke. De Verhalen uit De Heksenkeet is inmiddels uitgegroeid tot een wisselwerking tussen ons beide. Het is heerlijk om samen bezig te zijn. Femke heeft mijn karakters uitgediept. En die uitdieping zorgt voor veel illustratieplezier!
Clichés kun je niet vermijden omdat deze kinderen juist vaak aanspreken. Maar ik vind mijn heksen niet cliché. Ze hebben niet alle vier een punthoed op en een zwarte jurk aan. Ook zie je ze niet vliegen op een bezemsteel. Die hebben ze wel hoor. Behalve Stella, die vliegt op een stofzuiger (dat gaat Femke vast nog verwerken in een verhaal). Ze zijn alle vier heel verschillend in hun doen en laten. Net mensen eigenlijk. Het kan me niet schelen of ik clichés gebruik of niet. Zolang de stijl van Femke en van mij elkaar maar versterken en de kinderen het ervaren als leuk leesvoer. We willen wel iets niet-cliché op de markt brengen met deze reeks. Humor en verrassende wendingen brengen (hoop ik) een nieuwe dimensie.

Kun je vijf boeken noemen waar je erg van genoten hebt?

Als klein kind kan ik er eigenlijk geen noemen. Ik ben niet opgegroeid met prentenboeken. Wel met kinderboeken. Zo heb ik erg genoten van Het sleutelkruid van Paul Biegel. Dat was sowieso mijn favoriete schrijver! De heksen van Roald Dahl en Kleine Sofie en Lange Wapper van Els Pelgrom zijn me altijd bijgebleven. En ik vond de avonturen van Wipneus en Pim geweldig! Deze boekjes stonden in de grote boekenkast van mijn ouders op de overloop. Ze waren vergeeld en vielen bijna uit elkaar. Op een dag heb ik ze uit de kast geplukt en heb ze allemaal achter elkaar gelezen. Ik heb ze nog!

Hier kun je nog iets zeggen dat je kwijt wilt.

Ik ben pas laat goed naar beeld gaan kijken. Onderbewust deed ik het al wel denk ik, maar ik heb lang nodig gehad om te rijpen. Nu krijg ik er geen genoeg van! Elke dag doe ik wel een ontdekking. Een jonge illustrator met een prachtig debuut bijvoorbeeld, of een interview van een illustrator waar ik nooit van gehoord heb en dat me intrigeert. Ik ga zo’n persoon dan meteen onderzoeken. Soms vind ik het jammer dat ik pas laat in het vak gedoken ben en vind ik dat ik zo veel meer had kunnen doen al. Maar dan denk ik dat het zo heeft moeten lopen. Het niet meer werken voor een baas en het krijgen van kinderen hebben ervoor gezorgd dat ik anders in het leven kwam te staan waardoor er ruimte ontstond om dingen opnieuw in te richten. Zo zie ik dat.

Vragen Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!