De geboortepijnen van de wetenschap

14-januari-2019 | Categorie: Geschiedenis, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Wetenschap

Waanwijze lasterbende – Geertje Dekkers – 208 blz. – Unieboek Het Spectrum

De zeventiende eeuw was voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in alle opzichten een Gouden Eeuw. De rijkdom die het land vergaarde bracht een indrukwekkende cultuur tot bloei met Rembrandt als belangrijkste exponent. Op het vlak van het denken over kosmos, God en de materie voltrok zich door het tolerante maatschappelijke klimaat geleidelijk maar zeker een radicale breuk met het verleden. Oude zekerheden wankelden. Een nieuwe manier van denken zag het geboortelicht: de wetenschap. Dat dit proces niet zonder slag of stoot ging, toont historicus en freelance wetenschapsjournalist Geertje Dekkers aan in dit boek.

De wetenschap bracht dan ook eeuwenoude zekerheden aan het wankelen. De Bijbel en de inzichten van oude Griekse en Romeinse klassieken zoals Aristoteles en Galenus stonden tot dan toe niet ter discussie. Neem nu de beweging van de aarde en de zon. De Griekse filosoof Aristoteles schreef in de vierde eeuw voor Christus dat de aarde een onbeweeglijke bol was waarrond onder meer de zon draaide. In het Oude Testament wordt een wonder beschreven waarbij Jozua bij Gibeon de zon beval stil te staan, wat prompt gebeurde. En als de zon ooit op wonderbaarlijke wijze had stilgestaan, dan moest hij normaal gesproken bewegen rond de aarde. De Pool Copernicus publiceerde net voor zijn dood in 1543 zijn heliocentrische theorie waarin de zon in het midden van de kosmos stond. De uitgever van het boek, Andreas Osiander, wapende zich tegen mogelijke kritiek door in het voorwoord uitdrukkelijk op te nemen dat het hier om een wiskundig model ging, en dus geen beschrijving van de werkelijkheid. In 1608 publiceert Simon Stevin in het Nederlands een boek waarin hij de theorie van Copernicus volop steunt. Stevin kon rekenen op de steun van prins Maurits van Oranje, zoon van Willem de Zwijger maar het leverde hem veel kritiek op van gevestigde geleerden. De bekende tekstgeleerde Justus Lipsius vond al dat gereken van Stevin maar oppervlakkig. Ware wijsheid draaide om talen en (antieke) geschriften.

De Franse filosoof Descartes speelde een belangrijke rol in de geboorte van de wetenschap. Hij formuleerde een godsbewijs van een oneindige, perfecte en goede God. God zou op die manier nooit een wereld hebben geschapen waarin de mens systematisch werd misleid in zijn waarnemingen en denken. Zicht, gehoor en tast boden volgens Descartes weliswaar geen absolute (zinsbegoocheling en interpretatiefouten konden altijd gebeuren) maar wel een ‘morele’ zekerheid. Systematische waarnemingen waren weliswaar niet perfect maar toch behoorlijk betrouwbaar.

Geïnspireerd door Descartes onderzochten vernieuwingsgezinde denkers de wereld wat hen de banbliksems van heel wat theologen opleverden. In zijn godsbewijs had Descartes geprobeerd zich voor te stellen dat er geen God bestond, of alleen een kwade geest. Een gevaarlijke gedachtegang vonden de theologen: voor je het wist, stortte het hele bouwwerk van het geloof in. Aan universiteiten werd nog decennialang getwist tussen voor- en tegenstanders van Descartes. Leiden vaardigde op een zeker moment zelfs een verbod uit op ‘explosien, off uytkloppingen, ofte uytstampinghen off diergelijcke insolentien’ tijdens colleges. In deze cartesiaanse discussie werd niet altijd de bal gespeeld. Zo publiceerde Martinus Schoock een boekje waarin hij Descartes neerzette als een arrogante ruziezoeker die nogal onbetrouwbaar was, gezien zijn neiging ‘onstuimig te vrijen’, een sneer naar Descartes’ langdurige verhouding met zijn huishoudster. Maar geleidelijk ontstonden ideeën die de onenigheid verzachtten en een uitweg boden voor wie die zocht. Zo was er de accommodatietheorie waarbij werd gesteld dat God in de Bijbel sprak in woorden die iedereen kon volgen, ook al waren die technisch niet helemaal correct. Ook vrome christenen mochten de fysica in de Bijbel dus kritisch benaderen.
In de evolutie van de wetenschap ontwikkelden zich nog interessante discussies. Zo waren er onderzoekers die meenden dat ware kennis alleen kon verkregen worden door systematisch na te denken. Anderen waren dan weer overtuigd dat deze kennis door experimenten kon worden verworven. Geleerdheid versus ambacht zeg maar. Voorbeeld hiervan waren de artsen die vooral een ‘boekenwijsheid’ hadden en de chirurgijnen die snijwerk verrichten en daarom maar als ambachtslui werden gezien.

Door de laagdrempeligheid en helderheid van haar betoog heeft de auteur een vlot leesbaar boek geschreven dat zeker voor een breed publiek is bestemd. Het boek is zeer logisch opgebouwd en Geertje Dekkers slaagt erin om complexe begrippen zoals accomodatietheorie en hermetisme heel eenvoudig uit te leggen. Regelmatig worden de verwijten van de geleerden woordelijk weergegeven wat zorgt voor extra peper en zout bij het lezen. Het boek is geïllustreerd met zwart-witafbeeldingen. Een notenapparaat is aanwezig, geordend per hoofdstuk alsook een uitgebreid bronnenoverzicht.

In de epiloog van het boek wijst de auteur er ten slotte nog op dat heel wat van de discussiepunten die toen werden uitgevochten ook vandaag nog blijven oplaaien. Zo blijft het element van de twijfel aanwezig in de moderne wetenschap. Absolute zekerheid is er nog altijd niet. ‘Onenigheid hoort daarom nog steeds bij de zoektocht naar kennis over het heelal, de wereld en de mens. Maar ‘een gezonde kritische houding beschermt tegen overhaaste conclusies en maakt wetenschap – als iedereen het spel eerlijk speelt – tot de best geteste vorm van kennis die de mens ooit heeft gehad.’

Kris Muylle

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

De beer is los!

Categorie: Boek van de week, Jeugdboeken, Klassieker

De beroemde bereninvasie van Sicilië – Dino Buzatti – vertaling Renata Vos – Karaat – 132 blz. Voorafgaande aan de bespreking eerst iets over Dino Buzatti (1906-1972). Nog voor hij zijn studie had afgerond…

Boek van de week archief

11-augustus-2019 | Lees verder | Reageer!