De grootste aller Fransen

9-juni-2014 | Categorie: Biografie & Autobiografie

De man die nee zei. Charles de Gaulle 1890-1970 – H.L. Wesseling – Bert Bakker – 316 blz.

De man die nee zeiDe Franse president Charles de Gaulle was een grote man. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns torende met zijn bijna twee meter lengte eveneens boven veel anderen uit. In Nederlandse diplomatieke kringen zei men dan ook graag dat Luns de enige was die de generaal recht in de ogen kon kijken. Toen de mannen elkaar in maart 1963 ontmoetten tijdens een bezoek dat De Gaulle aan Nederland bracht, betrad prins Bernhard met een meetlint de kamer waar zij met elkaar spraken, om na te meten wie de langste was. Dat bleek, met een paar centimeter verschil, Luns te zijn.

De historicus H.L. Wesseling schuwt in zijn in 2012 gepubliceerde biografie van De Gaulle details als de hierboven beschreven scène niet. Zeker niet wanneer ze iets kunnen verduidelijken. Hier is dat zeker het geval. Het bezoek van De Gaulle volgde op een periode waarin Nederland en Frankrijk een verschil van inzicht hadden gehad over de samenwerking in Europa. De Gaulle had gepleit voor een politieke samenwerking van de Europese staten onder leiding van de groten, in dit geval Frankrijk en Duitsland. Luns verzette zich daartegen, hij was bevreesd voor de positie van de kleine landen. De Nederlandse lijn was daarom dat zou moeten worden vastgehouden aan de samenwerking binnen de EEG zoals in het Verdrag van Rome was afgesproken, dus een geïntegreerd Europa onder leiding van de Commissie in Brussel. Het resultaat was dat er een studiecommissie aan het werk werd gezet en dat het plan van De Gaulle uiteindelijk op de lange baan werd geschoven. De actie van prins Bernhard had dus een symbolische betekenis: het kleine Nederland had zich minstens even sterk getoond als grote broer Frankrijk.

In 1963 was De Gaulle halverwege zijn tienjarige presidentschap. Vijf jaar eerder, in 1958, op het hoogtepunt van de Algerijnse crisis en te midden van een ontstellende politieke chaos en zelfs een dreigende burgeroorlog, had de natie om hem geroepen. Hij stelde vergaande eisen voor zijn toezegging het land te gaan leiden: zes maanden regeren zonder parlement; de vrije hand om de opstand in Algerije te bedwingen; het recht zelf een nieuwe grondwet te ontwerpen en toestemming die per referendum aan het volk voor te leggen. Met alles ging men akkoord, want men zag in hem de onbetwiste leider. Zijn opstelling gedurende de Tweede Wereldoorlog en wellicht meer nog zijn markante en onverzettelijke persoonlijkheid hadden hem de status van ‘le plus illustre des Francais’ bezorgd, de meest vooraanstaande Fransman. Ook zijn oorlogsmemoires, die vanaf 1954 waren verschenen en bestsellers werden, droegen bij aan zijn faam. De beroemde uitspraak in die memoires, ‘La France ne peut être la France sans la grandeur’, oftewel Frankrijk is ondenkbaar zonder grandeur was vele Fransen uit het hart gegrepen.

Hoe De Gaulle is geworden wie hij was, wordt door Wesseling bondig, helder en met hart voor zijn onderwerp beschreven. De geboorte van de Gaulle in een degelijke, studieuze en vroom katholieke familie in Lille, zijn schooljaren bij de broeders en de jezuïeten, de Militaire Academie, zijn krijgsgevangenschap in de Eerste Wereldoorlog, de militaire carrière in het interbellum, zijn leven als familieman. De Gaulle steeg langzaam in de militaire hiërarchie. Hij werkte in de jaren dertig als militair onderzoeker voor maarschalk Pétain, de held uit de Eerste Wereldoorlog die het in 1940 op een akkoordje met Hitler zou gooien. De oorlogsdreiging bezorgde hem in mei 1940 de rang van brigadegeneraal, op 6 juni de functie van staatssecretaris van Oorlog en Nationale Verdediging. Op 17 juni riep Pétain de Fransen op de wapens neer te leggen, op 18 juni riep de inmiddels naar Londen uitgeweken de Gaulle via de radio de Fransen op de strijd voort te zetten. Hij betwistte de wettigheid van de regering Pétain en benoemde zichzelf tot voorman van de Vrije Fransen. Een regering in ballingschap was geboren. Het fundament voor zijn latere grootsheid was gelegd. Maar de regering Pétain veroordeelde hem wegens hoogverraad tot de doodstraf.

Wesseling heeft het lange en afwisselende leven van zijn hoofdpersoon in driehonderd bladzijden weten te beschrijven en duiden. Dat maakt deze biografie naast een feest om te lezen ook nog eens heel toegankelijk. De titel, ‘De man die nee zei’, is prachtig gevonden. Want dat ‘nee zeggen’ is een constante geweest in de loopbaan van De Gaulle: tegen Pétain, in juni 1940; vervolgens in de Tweede Oorlog meermaals tegen Churchill en Roosevelt, wanneer hij vond dat zij de Franse zaak niet serieus genoeg namen; tegen de Algerijnse opstandelingen, omstreeks 1960; en tenslotte tegen elementen van de Europese eenwording en de overheersing van de NAVO door de Amerikanen. Het ‘nee’ was niet vanuit een negatieve houding, het werd uitsluitend uitgesproken wanneer de belangen van Frankrijk in het geding dreigden te komen. In dat opzicht moet De Gaulle de houding van Joseph Luns in 1963 niet vreemd gevonden hebben, het was zoals hij zichzelf vaak had opgesteld. Achteraf verklaarde De Gaulle dat hij in Luns’ positie hetzelfde zou hebben gedaan. Je moet dan wellicht concluderen dat het niet zo is dat Nederland zich even sterk toonde als Frankrijk, maar dat beide mannen even ‘groot’ waren.

Peter van der Ploeg

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!