De heksen van Bruegel

13-november-2015 | Categorie: Kunst & Cultuur

“Vrouwen op den besem en derghelijck ghespoock” – Renilde Vervoort – Uitgeverij Vantilt – 315 blz.

Vrouwen op den besemVraag aan verschillende mensen om een heks te beschrijven en de kans is zeer groot dat je een vrij gelijkaardig antwoord krijgt: een (lelijke) oude vrouw die op een bezem vliegt door de haard en schoorsteen, vergezeld door een zwarte kat terwijl een ketel met toverdrank pruttelt op het vuur. Maar van waar komt deze typische voorstelling? Dit was de vraag die kunsthistorica Renilde Vervoort zich stelde. Het antwoord is zorgvuldig uitgewerkt in het proefschrift waarmee ze in 2011 promoveerde aan de Radboud Universiteit van Nijmegen en dat uitgegeven werd in boekvorm. De titel is een citaat uit het werk van Karel Van Mander die twee geschilderde (niet bewaard gebleven) spookscènes beschrijft van de Zuid-Nederlandse schilder Bartholomäus Spranger: ‘een seer versierlijck Tooveryken, in een Ruwijne, als een Coloseum, daer Vrouwen op den besem vloghen, en derghelijck ghespoock, als in eenen nacht’.

De centrale stelling in het doctoraatsproefschrift van Vervoort is dat niemand minder dan Pieter Bruegel de Oude verantwoordelijk is voor de typische voorstelling van de heks die we nu nog altijd kennen. In 1565 publiceerde Hieronymus Cock in Antwerpen twee opmerkelijke prenten die waren ontworpen door Pieter Bruegel. Naast een beschrijving van deze prenten waarbij een aantal eigenschappen en attributen van heksen worden besproken, gaat Vervoort verder in op de zogenaamde demonologische bronnen. Bruegel moet zeker hulp hebben gehad van een katholiek adviseur om zijn werken tot stand te kunnen brengen. Het gebruik van beeldtaal was een ideaal hulpmiddel om de moeilijke theologische demonologische Latijnse traktaten voor te stellen. Vervolgens bespreekt de auteur Zuid- en Noord-Nederlandse schilders of tekenaars die heksentaferelen tot stand hebben gebracht.

De schilders uit onze gewesten beeldden immers regelmatig heksen af. Ze zullen dit onderwerp ‘exporteren’ naar o.m. Italië waar de heksentaferelen werden gesitueerd in Romeinse ruïnes waaronder het Colosseum. De coverfoto van het boek is trouwens een detail van dergelijk ‘Italiaans’ tafereel van (vermoedelijk) de Noord-Nederlandse kunstschilder Jacob van Swanenburg. Bij de bespreking van deze kunstwerken toont Vervoort de invloed van Bruegel aan. Na 1700 stoppen de heksenvervolgingen en het afbeelden van heksen. De heksen verhuizen onder meer naar de volkssprookjes, en later naar de stripverhalen en (teken)films.

De invloed van Bruegel op de latere beeldvorming was dus zeer belangrijk. Maar Bruegel was zeker niet de eerste om heksentaferelen te tekenen of te schilderen. In het eerste hoofdstuk bespreekt Vervoort de afbeeldingen vanaf ca. 1420 tot de tijd van Bruegel. Rond die tijd begonnen trouwens de eerste hekserijprocessen. Dat in de tijd van Bruegel de heksenprocessen en afbeeldingen toenemen, is geen toeval volgens de auteur. In die periode deed zich een kleine ijstijd voor die men niet kon verklaren tenzij door de invloed van de heksen.

Het boek is vlot geschreven en zeer goed onderbouwd met achterin een zeer uitgebreide literatuurlijst. De opbouw in hoofdstukken is duidelijk. Achterin is een catalogus opgenomen met 145 hekserijvoorstellingen uit de Nederlanden (periode 1450 – 1700). Iedere voorstelling bevat wat aanvullende informatie evenals een kleine afbeelding (indien deze niet verloren is gegaan). Verder zijn nog een fotoverantwoording en notenlijst aanwezig, een register van personen en plaatsen en een Engelse en Franse samenvatting. De bladzijden in het werk zijn zwart omrand wat aansluit bij de sfeer die het onderwerp oproept. Het boek is rijkelijk geïllustreerd waarbij de prenten en schilderijen over het algemeen vrij duidelijk en voldoende groot zijn weergegeven. Maar bij bepaalde afbeeldingen was het toch soms wel vrij moeilijk om bepaalde beschreven details goed te onderscheiden.

Tot slot dient te worden opgemerkt dat een selectie van heksenvoorstellingen in de Nederlanden uit de periode 1450-1700 momenteel het onderwerp uitmaakt van de tentoonstelling ‘De Heksen van Bruegel’ in Museum Catharijneconvent in Utrecht. De tentoonstelling loopt nog tot 31 januari 2016 en is daarna te zien in het Museum Sint-Janshospitaal in Brugge van 25 februari 2016 tot 26 juni 2016. Een van de allereerste voorstellingen van heksen is trouwens afkomstig uit een Brugs atelier. Dit boek is dan ook de ideale voorbereiding voor een bezoek aan deze tentoonstelling. De tentoonstellingscatalogus is trouwens gebaseerd op dit werk.
Iedere kunstliefhebber met een brede belangstelling zal in dit boek ongetwijfeld zijn gading vinden. Maar ook wie geïnteresseerd is in hekserij zal in dit boek zeker heel wat interessante en zeer goed onderbouwde informatie vinden. Een mooi verzorgde uitgave.

Kris Muylle

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!