“De meeste auteurs vertellen alleen maar gênante onzin over hun eigen werk”

27-april-2013 | Categorie: Interview

Christophe van GerreweyChristophe van Gerrewey (1982) studeerde architectuur aan de Universiteit van Gent en Literatuurwetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij is als aspirant (FWO) verbonden aan de Vakgroep Architectuur & Stedenbouw van de Universiteit Gent, en is lid van de kernredactie van DW B en van het architectuurtijdschrift OASE. Hij schrijft verhalen, romans, essays en kritieken over onderwerpen zoals literatuur, beeldende kunst, theater en architectuur. In 2010 verscheen Vijf ziekteverhalen bij Druksel, in 2012 verscheen bij De Bezige Bij Antwerpen zijn romandebuut Op de hoogte. In de late zomer van 2013 verschijnt Trein met vertraging.

Je hebt literatuurwetenschappen en architectuur gestudeerd. Waarom beide?

Ik heb eerst architectuur gestudeerd; ik wou geen literatuur studeren vanuit een wat romantisch ideaal – ik was voortdurend met teksten bezig, en vreesde dat een universitaire opleiding in de letteren het plezier zou doen afnemen. De opleiding tot ingenieur-architect in Gent maakte echter, door toedoen van een aantal professoren, en paradoxaal genoeg, een literaire benadering van de architectuur mogelijk, zeker tijdens de laatste jaren. Zo ben ik afgestuurd met een scriptie over de verwantschappen tussen architectuur en literatuur. Uit inconsequentie en uit nieuwsgierigheid heb ik daarna toch nog één jaar literatuurwetenschappen gestudeerd, wat mij overigens zeer is bevallen.

Wat wilde je als kind worden?

Tandarts.

Las je veel en welke boeken zijn je bijgebleven?

Ik denk dat ik veel las. Als kind las ik vooral jeugdboeken van bepaalde uitgeverijen – Lemniscaat en Averbode: het was bijvoorbeeld aantrekkelijk om alles van Beckman te lezen, of van Terlouw. Tijdens mijn tienerjaren heb ik bijna alles van Hermans en Claus gelezen – het was geweldig om het werk van één auteur volledig te leren kennen. Daarna heb ik tijdens één zomervakantie De tandeloze tijd van A.F.Th. Van der Heijden gelezen – meer nog dan een inleiding in de literatuur was dat een vormende introductie op allerlei onbekende aspecten van het volwassen leven.

Op welke leeftijd schreef je je eerste verhaal of gedicht en weet je nog waar het over ging?

Ik herinner me een verhaal over een beenhouwer en een bakker die lange discussies voerden over de zin van arbeid; het bezat een echte levensles, een moraal – als je doet wat je graag doet, doe je het goed – zoiets.

Helpt het bij het schrijven van een roman dat je literatuurwetenschappen hebt gestudeerd?

Hoewel dat waarschijnlijk heel pedant klinkt, denk ik dat ik een tijdje een crisis heb doorgemaakt na de studie literatuurwetenschappen, en een paar zeer ingewikkelde literairtheoretische verhalen heb geschreven. Nu vermoed ik – hoop ik – dat mijn relatieve kennis van literatuurwetenschappelijke concepten me vooral bewuster maakt, in positieve zin, van bepaalde technieken, van de eigenschappen van een tekst, en van recente thema’s in de literatuurbeschouwing.

In het artikel ‘Artistieke bijstand’ in het blad Rekto Verso van februari 2012 geef je aan dat er bijna geen kunstenaars zijn die een kunstwerk maken zonder tussenpersoon. Voor een schrijver is een redacteur belangrijk. Toch zijn schilders, beeldhouwers en componisten kunstenaars die hun werk meestal zonder tussenpersoon tot stand brengen. Mulisch beweerde altijd dat er nog geen punt of komma aan zijn manuscripten werd veranderd. Geloof je dat en hoe belangrijk is de redacteur bij De Bezige Bij voor jou?

Het is belangrijk dat er ‘iemand’ is, met een ‘professioneel’ statuut, voorafgaand aan de allereerste lezer, die wacht op een tekst, en die ook bepaalde verwachtingen heeft, die je al of niet kan invullen. Zo kan je al passages schrappen of veranderen, gewoon vanuit het idee dat er iemand straks de tekst zal lezen. Dit klinkt misschien vreemd of wereldvreemd, maar dat een uitgeverij een tekst uitgeeft is iets wat je moet verdienen, en op die manier verhoogt de aanwezigheid van een redacteur – als het meezit – al van te voren de kwaliteit. Ik heb geen stiefmoederlijke of zelfs vijandige relatie met de uitgever – integendeel: hoewel De Bezige Bij Antwerpen in mijn ogen ook slechte boeken uitgeeft, vind ik het vooralsnog verwonderlijk dat ook mijn teksten worden uitgegeven, en is het iets waar ik vooralsnog dankbaar om ben.

Hoe kwam je op het idee om Op de hoogte te schrijven?

Ik heb in 2005 een eerste keer een verhaal gepubliceerd in briefvorm, in het literaire tijdschrift DWB. Het directe contact dat dankzij een brief tot stand komt – al is dat natuurlijk schijn –, is om verschillende redenen aantrekkelijk. Ik heb in Op de hoogte geprobeerd om die relatie met de geadresseerde te maximaliseren, en wel aan de hand van een liefdesrelatie, wat in de echte wereld toch ongeveer de meest maximale relatie is die je met iemand kan hebben – met alle gevolgen van dien.

In hoeverre is het boek autobiografisch?

Het is tegenwoordig gebruikelijk om als auteur te zeggen: ‘ik ga daar niet flauw over doen’, en vervolgens prijs te geven wat er echt is gebeurd. Ik vind dat het onder meer de taak is van een auteur om over allerlei dingen wél flauw te doen, precies omdat je dat vaak alleen maar dankzij de literatuur kan. Een boek is een plek waar je allerlei zogenaamde dogma’s en vanzelfsprekendheden kan aanvechten. Deze vraag beantwoorden vergalt dan ook een groot deel van het veronderstelde leesplezier. Eind vorig jaar heb ik een lezing gegeven over Op de hoogte voor literatuurstudenten, die vooraf vragen konden stellen. Ook zij vroegen voornamelijk wat er ‘echt’ is in het boek. In een roman is echter alles ‘echt’ – of dat is althans de bedoeling. Die lezing – een lang antwoord op deze vraag – is trouwens gepubliceerd (en dus na te lezen) in het tijdschrift nY van januari van dit jaar.

Hoe ga je als schrijver te werk? Heb je een schema op papier of werk je intuïtief of is het een combinatie van de twee? Schrijf je op vaste tijden?

Ik heb andere verplichtingen en bezigheden – die het schrijven overigens niet in de weg staan, maar het misschien zelfs deels mogelijk maken. Ik moet dus echt tijd vrijmaken voor fictie – meestal de allereerste uren van de dag. Hoe iets ontstaat is moeilijk te zeggen: ik heb meestal een soort conceptueel raamwerk (met een vertelstandpunt, een verteltijd, een aantal thema’s), dat vervolgens ook tot mijn eigen verrassing wordt ingevuld.

Je hebt eerder kortere verhalen geschreven voordat je aan deze roman begon. Wat is het belangrijkste verschil tussen het schrijven tussen een kort(er) verhaal en een roman?

Een verhaal is korter, dat is alles – je kan het bij wijze van spreken in één ruk schrijven, of alleszins bedenken. Dat geldt niet voor een roman: het grootste gevaar is dat je de hoop verliest, of het vertrouwen op een goede afloop. Je hebt dus veel meer doorzettingsvermogen en zelfvertrouwen nodig.

Welk aspect van het maken van een boek vind je het vervelendst? Waar geniet je echt van?

Het allereerste idee voor een tekst of een verhaal of een boek – zoals bij Op de hoogte: een brief die niet wordt verzonden, maar als roman wordt uitgegeven – dat is een diepgaand plezier, dat aan geluk grenst. Daarna is het vooral werk dat verricht moet worden – vaak vervelend, deprimerend, of alleszins onzeker werk, hoewel elke geslaagde zin ook weer een flits van tevredenheid kan opleveren.

Ben je alweer bezig met een nieuwe roman? Kun je er iets over zeggen?

Als alles goed gaat – of althans zoals voorzien – verschijnt in september van dit jaar Trein met vertraging – een boek met een vijftiental personages. Als het eenmaal verschenen is, zal ik er weer heel wat over moeten zeggen, zoals dat gaat. Dat is soms flatterend, maar het is tegelijkertijd redelijk vervelend, vooral omdat ik zelf vind dat de meeste auteurs alleen maar gênante onzin over hun eigen werk vertellen, zelfs al gaat het om fantastische boeken. Omgekeerd denk ik ook dat ik bijvoorbeeld de Recherche niet zo goed zou vinden mochten er talloze interviews met Proust circuleren. In een ideale wereld zou een schrijver mogen zwijgen over zijn eigen werk. Ik zou me natuurlijk kunnen voornemen om dat te doen, maar ik besef dat er één, zo niet twee cijfers van het lezersaantal zouden verdwijnen. Het is een patstelling, eigen aan de staat van de literaire wereld.

Welke boeken raad je onze bezoekers aan, omdat ze grote indruk op je maakten?

Het is een van mijn dromen om alles van (en vervolgens ook over) Henry James te lezen. De manier waarop hij zijn personages ernstig neemt, in al hun complexiteit (wat humor overigens niet uitsluit): dat levert niet alleen schitterende lectuur op – het is ook niets minder dan een samenlevingsmodel.

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!