De omstreden schrijver van de Toverfluit

3-juni-2021 | Categorie: Geschiedenis, Kunst & Cultuur, Non-fictie

Het werkelijke brein achter Die Zauberflöte. Karl Ludwig Giesecke – Tjeu van den Berk – KokBoekencentrum – 208 blz.

Die Zauberflöte (1791) is één van de laatste composities van Wolfgang Amadeus Mozart. Zijn compositorische kwaliteiten zijn aan geen enkele twijfel onderhevig. Het is tot op heden één van zijn meeste populaire opera’s, zo niet de populairste. Over het stuk zijn boeken vol geschreven, die heel vaak over de muzikale kwaliteit gaan, maar ook over het libretto (de tekst van de opera) wordt uitvoerig gediscussieerd, zoals ook in dit boek. Het verhaal, dat zich in Egypte afspeelt, is door diverse wetenschappers aan een diepgravend onderzoek onderworpen geweest. Ook Van den Berk mengt zich in het koor, maar zijn belangrijkste vraag ligt niet bij het tekstinhoudelijke, maar bij het auteurschap.

De oorsprong van de discussie wie de schrijver van het libretto is, ligt in het boek van Julius Cornet: Die Oper in Deutschland und das Theater der Neuzeit (1849). Cornet vermeldt dat een zekere Karl Ludwig Giesecke – dertig jaar voor de verschijning van dit boek – in een kroeg beweerd heeft dat hij en niet Emanuel Schikaneder de auteur is. Het wordt door niemand geloofd en Giesecke wordt als notoire leugenaar weggezet.

Er is echter nooit serieus onderzoek gedaan naar Gieseckes bewering. Dat is een doorn in het oog van Van den Berk. Hij gaat wel op onderzoek uit om te zien of de bewering kroeggrootspraak is of op werkelijkheid berust. Zijn research liegt er niet om, getuige de bibliografie achter in zijn boek. De auteur had het voordeel al behoorlijk deskundig op dit terrein te zijn. Hij schreef een boek over het oude Egypte en twee over Die Zauberflöte. Daarnaast staat hij bekend om zijn publicaties over (o.a.) symbolisme en de verhouding tussen godsdienst en kunst.

De opera wordt voor het eerst opgevoerd op 30 september 1791 in Wenen, in het Theater auf der Wieden. Het was de thuisbasis van Emanuel Schikaneder. Die komt in financiële problemen en hij kan zich slechts redden door een nieuwe opera van een bekende componist uit te brengen. Dat wordt Mozart. De eerste voorstelling werd nog wat lauw ontvangen, maar daarna kwam het succes, uitmondend in meer dan twintig voorstellingen in de volgende maand. De opera kent grote bewonderaars zoals, Goethe, Beethoven en Richard Wagner. Die laatste ziet het als de niet meer te overtreffen geboorte van de Duitse opera.

De bovenlaag van het verhaal is ontleend aan het sprookje Lulu oder die Zauberflöte uit de sprookjesbundel Dschinnistan van Christoph Wieland (1733-1813) evenals aan het verhaal Oberon. Intussen is wel duidelijk dat de lagen daaronder bol staan van de symboliek, verwant aan de vrijmetselarij. – Vrijmetselaars zien zich als de toparchitecten (zie hun logo) die bouwen aan een maatschappij waarin wetenschap, gerechtigheid en oprechtheid de leidende principes zijn. –  De verwantschap tussen het verhaal en de symbolen is uitmuntend verklaart door Jan Assmann in zijn boek Die Zauberflöte: Oper und Mysterium.

Het verhaal (libretto) is volgens het plakkaat voor de première geschreven door Emanuel Schikaneder met de muziek van Mozart (klein gedrukt!). Dit auteurschap is eigenlijk nooit zwaar omstreden geweest, totdat nu Van den Berk het wel doet en aan Giesecke toeschrijft. Hij doet dat met een argumentatie die ook de bekende dirigent Jan Willem de Vriend (voorwoord) heeft overtuigd. De auteur had contact met hem in verband met de herontdekte opera van Mozart, Der Stein der Weisen, een soort voorloper van Die Zauberflöte. Het libretto daarvan zou ook zo maar eens door Giesecke geschreven kunnen zijn.

Om zijn argumentatie kracht bij te zetten, heeft Van den Berk zich uitgebreid verdiept in de persoon Karl Ludwig Giesecke (artiestennaam van Johann Georg Metzler). Hij studeerde rechten en mineralogie en schopte het zelfs tot een leerstoel aan de universiteit van Dublin. Hij heeft veel veldwerk gedaan in Groenland en genoot hoog aanzien. Belangrijk is te weten dat Giesecke actief lid was van de vrijmetselarij.

Uit zijn leven en werkzaamheden destilleert Van den Berk dat het libretto veel meer bij hem dan bij Schikaneder past. Die laatste zou zich de gedachtegoederen van de vrijmetselarij niet zo goed eigen hebben kunnen maken. Anderzijds moet gesteld worden dat Schikaneder lid is geweest van de loge in Regensburg. Belangrijk is te weten dat het oorspronkelijke libretto al eerder gereed was, maar wegens de uitvoering van een andere sprookjesopera ingrijpend gewijzigd moest worden om niet van kopieergedrag beschuldigd te worden. Het oorspronkelijke echte sprookjesverhaal zou dus best eens door Giesecke omgewerkt kunnen zijn tot de inhoudelijk veel ingewikkelder eindtekst.

Co-auteruschap is wat sommige onderzoekers (o.a. Wolfgang Hildesheimer) zeker niet uitsluiten. Giesecke was in dienst van Schikaneder, waarvan bekend is dat hij niet alles zelf heeft geschreven waar zijn naam onder stond. Van den Berk noemt meer argumenten voor zijn stelling, die u zelf maar moet beoordelen. De vraag is of er ooit echt bewijs voor het auteurschap van Giesecke te vinden zal zijn. Tot dan zal er discussie blijven, waaraan Van den Berk met dit boek een belangrijke bijdrage heeft geleverd.

Recht overeind blijft echter staan de onovertroffen opera zelf, gecomponeerd door een muzikale magiër, die een gebrekkig libretto met zijn muziek tot een sublieme eenheid heeft gemaakt. Hopelijk kunt u Die Zauberflöte nog eens in een concertzaal bijwonen of anders beluisteren via een cd.

Kees de Kievid

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Ideaal vakantieboek

Categorie: Boek van de week, Lichte literatuur, Roman

Twee weken weg – R.C. Sherriff – Vertaling Inge Kok – Atlas Contact – 352 blz. Twee weken weg is een heerlijk boek om tijdens je vakantie te lezen, maar ook al voordat je vertrekt.…

Boek van de week archief

17-juni-2021 | Lees verder | Reageer!