De vrouw die in vele romans mocht

24-april-2014 | Categorie: Literatuur

Poppy en Eddie – Herman Brusselmans – Prometheus – 255 blz.

Poppy en EddieHerman Brusselmans is verlaten door zijn lief. Dat gebeurde op 6 mei 2010 en we hebben erover kunnen lezen in de romans sinds Watervrees tijdens een verdrinking. Daarin heette het lief Phoebe, in Mogelijke memoires was haar naam Lio en nu is het Poppy. Maar in werkelijkheid zijn deze vrouwen een en dezelfde. Tania is haar ware naam. Ze deelde bijna twintig jaar haar leven met de schrijver voordat ze hem aan de kant zette. Sindsdien is hij de weg kwijt. Was zijn bestaan vroeger al vrij richtingloos, nu ontbreekt iedere structuur. In Poppy en Eddie krijgt de klaagzang die we kennen uit de vorige boeken een extra dimensie: Bij Poppy wordt borstkanker geconstateerd. Ze wordt daarvoor behandeld met chemokuren, bestralingen en medicijnen. Herman moet dat van een afstand meemaken, want Poppy laat hem niet in haar buurt. Het gebrek aan contact en de angst haar nu echt te verliezen werpen Brusselmans terug op zichzelf.

Die existentiële crisis van de schrijver is niet direct zichtbaar wanneer je het boek begint te lezen. De beginzinnen luiden: ‘Waarschoot is een dorp ten zuiden van de rivier. Ik verbleef er een poos met m’n nieuwe minnares, een zwarte negerin met een bruin gat. Haar naam was Para, afkorting van Paraplubak Bongo Bongo.’ Brusselmans begeleidt zijn vriendin naar een optreden in een muziekcafé, waar hij lang uitgesponnen en volstrekt niet ter zake doende gesprekken heeft met enkele gasten.

Later, wanneer Para alweer geschiedenis is, laat Brusselmans ons het ontstaan meebeleven van zijn nieuwe roman De moord op de poetsvrouw van Hugo Claus. Het is een politieroman in de traditie van Maigret. Tijdens het schrijven dwalen Brusselmans’ gedachten voortdurend af en komen we opnieuw terecht in zijn door volslagen idioten bevolkte wereldje. Als vanouds droomt hij ook van romantische taferelen met Carice van Houten. Via Hugo Claus waaien herinneringen aan schrijvers binnen. Die herinneringen zijn echter weinig literair. Een voorbeeld: ‘Ik heb Hugo Claus ooit één keer ontmoet, op een literaire avond, waar ik net als een boel andere auteurs voorlas uit eigen werk en Claus was de surprise act, samen met Harry Mulisch. Ze zongen een carnavalslied, waarbij Mulisch op een accordeon speelde en Claus op een ukelele. Wat een wanvertoning. Vooral Mulisch bakte er weinig van, en toen ik hem dat naderhand zei was hij nog op z’n pik getrapt ook. “Ik heb accordeon leren spelen bij de accordeonvirtuoos Manke Nelis!” riep hij. “En die Manke Nelis heeft je waarschijnlijk ook leren schrijven,” zei ik, waardoor Mulisch nog bozer werd.’ Zo’n passage is eventjes leuk, maar dan denk je: melig.

Ik moet bekennen dat ik ongeveer halverwege het verhaal meende dat Brusselmans nu dan toch eindelijk, na meer dan zestig boeken, aan het afglijden was. Dat zijn onconventionele benadering voorspelbaar is geworden, zijn grapjes uiteindelijk niets anders blijken te zijn dan meligheid op niveau. Maar op dat moment begon de aanwezigheid van Poppy langzaam merkbaar te worden. Eerst in een enkele bijzin in een verder volstrekt zotte passage, dan in een geëmotioneerde gedachteflits van Brusselmans, vervolgens in een langere herinnering, om te eindigen in een bladzijden lange, hartstochtelijke en prachtig geschreven lofzang van de schrijver op zijn muze. Of liever, op hun gezinnetje. Want ook Eddie de hond wekt warme gevoelens op bij zijn baas. Die omslag is niet de enige troef die Brusselmans lang verborgen houdt. De andere, en de onthulling daarvan, zorgen ervoor dat je het laatste uurtje lezen heel anders beleeft dan de uren ervoor.

In Poppy en Eddie introduceert Brusselmans zijn nieuwe liefde, ‘het meisje dat nog niet in een roman mag.’ Komt zij eens in een roman? We gaan het zien – of liever: lezen. Voorlopig houd ik mij vast aan deze passage: ‘Ik liep de hal in, en bij de binnendeur stond ze. Dit is de vrouw die mij heeft verlaten en die ik in m’n armen houd. Dit is de vrouw die kanker heeft en die lekker ruikt. Dit is de vrouw die in vele romans mocht. Dit is de vrouw. Zij zegt, terwijl Eddie tegen me opspringt: “Onze hond is blij om je te zien.” Onze hond, zegt ze.’

Peter van der Ploeg

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Monument voor een tante

Categorie: Biografie & Autobiografie, Boek van de week, Columns & Korte verhalen, Non-fictie

Tante Jo – Sander Donkers – Lebowski – 160 blz. Sander Donkers (1967) is journalist, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Hij schreef eerder een biografie over de zanger van The Golden Earring, Barry Hay,…

Boek van de week archief

13-november-2020 | Lees verder | Reageer!