Een boek dat een leven lang meegaat

17-januari-2020 | Categorie: Boek van de week, Jeugdboeken

Jij en ik en alle andere kinderen – Bart Moeyaert – illustraties Rotraut Susanne Berner, Gerda Dendooven e.a. – Querido – 487 blz.

In een interview in De Tijd (31 december 2019) noemt Bart Moeyaert 2019 een ‘rijk gevuld jaar’. Daarbij refereert hij vooral aan het feit dat aan hem de Astrid Lindgren Memorial Award (ALMA), ook wel de Nobelprijs voor de jeugdliteratuur genoemd, is toegekend. In kinderboekenland zal deze heuglijke gebeurtenis niemand zijn ontgaan. Maar Moeyaerts schrijverschap leverde het afgelopen jaar nog meer glorieuze momenten op. Zo werd zijn jeugdroman Tegenwoordig heet iedereen Sorry (2018) genomineerd voor de Woutertje Pieterse Prijs en won dit boek een Zilveren Griffel. Verder werd door recensenten positief gereageerd op zijn nieuwe dichtbundel Helium.

Bij al dit feestelijks sloot uitgeverij Querido aan met een nieuwe druk van de bundel Jij en ik en alle andere kinderen, waarvan de eerste druk in 2013 verscheen ter gelegenheid van het dertigjarige schrijverschap van Bart Moeyaert. Nog datzelfde jaar verscheen een tweede druk, een jaar later gevolgd door de derde editie. En nu is er dan de vierde druk van wat de schrijver zelf wel eens ‘de dikke Moeyaert’ heeft genoemd, en dat is niet te veel gezegd want het boek telt bijna vijfhonderd bladzijden.

De bundel bevat verhalen en gedichten uit de periode 1983-2013, waarvan de meeste eerder zijn gepubliceerd, deels in boekvorm, deels in tijdschriften en andere media. Enkele bijdragen zijn nieuw, zoals ‘Het gelukslied’, dat deel uit maakte van het theaterprogramma Café Geluk waarmee Moeyaert in 2008 zijn stadsdichterschap van Antwerpen afsloot, en ‘Ik woon in een ruimteschip’, dat als basis voor een film is geschreven in opdracht van C-Mine, het ondergrondse museum van de steenkoolsite in Genk (B).

Jij en ik en alle andere kinderen is een bundel die met kinderen meegroeit. Kleuters die de kunst van het lezen nog niet machtig zijn, zullen genieten van het voorlezen van verhalen als ‘Een kuil om in te wonen’, terwijl beginnende lezers het (bijna geheel) eenlettergrepige ‘De man in de maan’ zelfstandig kunnen lezen. Voor weer oudere kinderen biedt de bundel ook veel lezenswaardigs. Overigens geldt dat eveneens voor volwassenen. Moeyaert schotelt lezers van alle leeftijden zowel qua thematiek als qua taal veel moois voor. En misschien begrijpen kinderen niet meteen alles, ze zullen wel de emotie oppikken of de schoonheid van de taal.

‘De gecomprimeerde en muzikale taal van Bart Moeyaert zindert van de onuitgesproken verlangens en ingehouden emoties. Als Moeyaert voor jongere kinderen schrijft, worden zijn verhalen gekenmerkt door een sterke solidariteit met zijn personages en door subtiele humor.’
Deze passage uit het ALMA juryrapport is door de uitgever opgenomen in de vierde druk van Jij en ik en alle andere kinderen. En terecht. Mooier kan de kracht van het werk van Bart Moeyaert bijna niet worden verwoord. Een kracht die in alle opzichten ook aanwezig is in deze feestbundel. Of hij nu voor jonge of voor wat oudere kinderen schrijft, of het nu om proza of om poëzie gaat, steeds weer blijkt de muzikaliteit in de taal die hij gebruikt.

‘met een veeg van mijn penseel
schilder ik een deur.
als jij per ongeluk binnenkomt
krijgt de hele klas een kleur.’
Uit: ‘blozen’

‘Agatha draait zich om en holt hard weg. De scheldwoorden zweven nog even achter haar aan, maar ze kijkt niet om.’
Uit: ‘Een klap is geen kus’

Zinnen vol emoties, al worden die bijna nooit expliciet benoemd. Dat hoeft ook niet, door het beeldende taalgebruik spat het gevoel ervanaf. Bijvoorbeeld bij ‘Een kuil om in te wonen’, waarin Tom en zijn moeder even genoeg hebben van elkaar. Zijn moeder omdat Tom nooit doet wat hij moet doen en zo beweeglijk is, en Tom omdat zijn moeder zo vaak op hem moppert. Als dat laatste het geval is als hij tussen de slaplantjes een kuil graaft, gaat hij ervandoor om elders een kuil te graven waarin hij kan verdwijnen. Hij besluit daartoe nadat zijn moeder geluidloos heeft duidelijk gemaakt dat hij moet verdwijnen. ‘Tom duikt een beetje in elkaar. Zoveel stilte van mam doet pijn.’

Emoties komen voor in soorten en maten. Van een grote emotie is sprake in ‘Echt weg is niet zo ver’, waarin de aan alcoholverslaafde vader van Roos wordt opgenomen in een kliniek. Zijn vertrek brengt Roos in de war. Ze ervaart opluchting bij haar moeder en haar oudere zusje. Die gaan ervanuit dat hun man en vader ‘beter’ terug zal komen. Roos wil dat ook wel geloven, maar ze mist hem ook. De gevoelens van Roos zijn subtiel uitgewerkt en daarmee ook het grote probleem dat in dit verhaal wordt aangesneden. Daardoor is het behapbaar geworden voor de lezers.

‘Een kuil om in te wonen’ laat ook zien waar Moeyaerts solidariteit ligt. Hij kiest altijd de kant van de kinderen. Als zijn moeder Tom ontdekt bij zijn nieuwe kuil, maakt hij haar duidelijk dat ze niet welkom is. ‘Ik wil alleen zijn, lekker stil. Waag het niet hier te komen.’ Waarna zij, samen met de buurvrouw die haar vergezelde, afdruipt.

Solidariteit tussen kinderen is aanwezig in een verhaal als ‘Een klap is geen kus’, waarin Agatha’s vader een pompoen op haar hand laat neerkomen, omdat ze op haar vingers zuigt. De negenjarige Agatha vertrekt daarna boos van het pompoenenveld. Steun vindt ze bij een vriendje, wiens duim is verbonden omdat hij van z’n moeder niet mag duimzuigen. Uiteindelijk komt ze tot de conclusie dat het wellicht tijd is voor wat anders, ook omdat haar vingers niet meer hetzelfde smaken.

De hoofdpersonages van Bart Moeyaert zijn zeker niet altijd lieverdjes. Het zijn gewone kinderen met hebbelijk- en onhebbelijkheden. Ze pesten soms (‘Mansoor’), spijbelen (‘Tobbe’), zijn jaloers (‘Die steeg van ons’) of bovenmatig nieuwsgierig (‘De brief die Rosie vond’). Het zijn herkenbare thema’s, verpakt in verhalen waarin niet wordt geoordeeld, maar die kinderen wel uitdagen tot nadenken en meevoelen.

Jij en ik en alle andere kinderen is niet alleen qua inhoud een fantastisch boek. Hetzelfde geldt voor de vormgeving. Maar liefst zes illustratoren van naam leverden de illustraties: Rotraut Susanne Berner, Gerda Dendooven, Korneel Detailleur, Wolf Erlbruch, André Sollie en Marije Tolman. Het zal duidelijk zijn dat elk van hen een eigen stijl hanteert. Toch is er sprake van eenheid. Niet alleen door het consequente gebruik van kleur: zwart/wit met steunkleur rood – in de illustraties én in de typografie – maar ook doordat de illustraties zeggingskracht als gemeenschappelijk kenmerk hebben. Ze ondersteunen de tekst maar vertellen ook een eigen verhaal. Ze nodigen uit tot kijken en ontdekken.

Jij en ik en alle andere kinderen is een rijk boek voor jong en oud. Een boek om steeds weer te pakken, een boek dat een leven lang meegaat.

Janneke van der Veer

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!