Een historische Game of Thrones

15-februari-2021 | Categorie: Geschiedenis, Non-fictie

Vorsten van Albion. Het huis Plantagenet, vormgevers van Engeland – Dan Jones – vertaling: Roelof Posthuma – Omniboek – 671 blz.

In het handboek De Europese Flora kom je de heidebrem tegen. De plant is een geslacht van de vlinderbloemigen. In het Latijn luidt de naam Planta Genista. Inderdaad daar komt de naam van het Britse vorstenhuis Plantagenets vandaan. Toentertijd werd deze naam uitsluitend gebruikt door ene Godfried, graaf van Anjou. Hij droeg een hoed met daarin een takje brem. Zijn wapenschild was versierd met leeuwen, waarvan er een in het wapen van Groot-Brittannië terecht kwam. Zijn oudste zoon erfde de Engelse kroon in 1151 als Hendrik II. Die huwde met Eleonora van Aquitanië. Vanaf dit moment noemen we dit geslacht het Huis Plantagenet, dat ruim twee eeuwen de dienst uitmaakte in Groot-Brittannië. Over dit Huis gaat De vorsten van Albion. Een vervolgdeel over de o.a. de Rozenoorlogen (Lancester versus Oxford), beide behorend tot het Huis Tudor, is in voorbereiding.

Jones begint zijn uiteenzetting met het vergaan van Het Witte Schip bij Barfleur. Dit Vikingschip voortgedreven door de wind in de zeilen en vijftig roeiers had hoog geplaatste passagiers aan boord. Als belangrijkste: Willem de Ætheling – betekent in het Angelsaksisch: bestemd voor de kroon) -, de aangewezen koning en hertog van Normandië, opvolger van zijn vader Hendrik I. Hij was de enige erkende mannelijke nakomeling, de anderen zijn allemaal buitenechtelijk. Hem was in een officiële ceremonie het hertogdom van Normandië toegewezen en daarnaast was hij kort geleden getrouwd met Mathilde, de dochter van Fulco V, graaf van Anjou en binnenkort ook koning van Jeruzalem. “Een nieuwe vrouw, een nieuw hertogdom en een onstuitbare opmars naar het koningschap in de toekomst: het waren goede redenen om feest te vieren. Binnen de kortste keren hadden de passagiers en de bemanning een flink stuk in de kraag. Toch werd er uitgevaren, met fatale gevolgen. Het schip liep na een mijl op een scherpe rotspunt (de Quillebeuf). Van de driehonderd passagiers en bemanning overleefde er slecht één de ramp (de slager Berold uit Rouen), zodat hij al het gebeurde kon navertellen.

Aan deze ramp heeft Charles Spencer een heel boek gewijd: “The White Ship” (2020). Dat helaas (nog) niet in het Nederlands is vertaald. Spencer noemt dit fatale ongeval in een interview met Jones “het meest rampzalige moment in de Britse maritieme geschiedenis”. Het was een aderlating voor de kroon en de adeldom. Tevens viel met de dood van zijn opvolger de droom van Hendrik I, een langdurig vreedzaam rijk, volledig in duigen. Hij was het die de grondvesten voor het Britse koninkrijk opbouwde en wordt ook als zodanig door Jones geëerd.

Het zoeken naar een nieuwe troonopvolger had heel wat voeten in aarde. Moest het Stephen van Blois worden, de neef van Hendrik I? Hendrik I had ook nog een dochter, Mathilde, weduwe van keizer Hendrik V in Duitsland. Haar vader arrangeerde een huwelijk met de bovengenoemde Godfried van Anjou, waaruit Hendrik II werd geboren. Stephen van Blois greep de troon, maar Mathilde trok tegen hem ten strijde in wat The Anarchy (1135-1154) wordt genoemd. Met het Verdrag van Wallingford (1153) kwam er na jaren van chaos een compromis: Stephen bleef tot zijn dood koning waarna Hendrik II dus de eerste Plantagenet op de Engelse troon werd.

Noodgedwongen moet Jones zijn boek afsluiten met alweer een tragedie: het einde van het Huis Plantagenet. De laatste koning was Richard II aan wie Groot Brittannië geen goede herinneringen heeft. Ooit schreef William Shakespeare “The Tragedy of King Richard the Second”. Richard werd al op tienjarige leeftijd koning maar hij omringde zich helaas met slechte adviseurs, waaronder Jan van Gent, hertog van Lancaster. Hij trouwde tweemaal (een vrouw van zestien jaar en een van zeven! jaar, maar bleef kinderloos. Het is de tijd van de Honderdjarige Oorlog (duurde eigenlijk honderdzestien jaar), het conflict met Frankrijk, dat zijn oorsprong vond in dynastieke kwesties. Ook kreeg hij te maken met de Boerenopstand (1381). Tienduizenden mensen (niet alleen boeren) trokken op naar Londen. Richard sloeg de opstand hard neer. Doodstraffen en torenhoge belastingen kenmerkten daarna zijn regering, waarin het Parlement steeds meer invloed wilde uitoefenen. Uiteindelijk verloor hij van zijn opponent Hendrik Bolingbroke, de latere Hendrik IV, zoon van Jan van Gent. Richard wordt gevangengezet in de Tower in Londen en later overgebracht naar kasteel Pontefract (Yorkshire), alwaar hij wordt vermoord.

Tussen dit tragische einde en tragische begin speelt zich het verhaal van Jones over de Plantagenets zich af. We ontmoeten veel koningen waaronder de legendarische koning Arthur met zijn Ridders van de Ronde Tafel en de eveneens tot de verbeelding sprekende Richard I (Leeuwenhart). Het lijkt wel op een voortdurende strijd van iedereen tegen iedereen. Maar het is niet alleen kommer en kwel. Koning Jan (Zonder Land) ondertekent de Magna Carta, een hoogtepunt van vrijheid en democratie met een wereldwijde invloed, die als document op de UNESCO lijst van Werelderfgoed staat. Een andere positieve invloed van de Boerenopstand is dat er een begin wordt gemaakt met de afschaffing van de horigheid. Daarover zal Jones het zeker hebben in het vervolgdeel.

Jones schrijft geen traditionele geschiedvorsing. Die heeft tot doel via bronnenonderzoek de exacte gebeurtenissen te beschrijven vanuit alles wat ervoor is gebeurd. De auteur gebruikt zijn bronnen (uitgebreide geannoteerde lijst) om tot een interpretatie te komen. Niet van het gehele tableau zijn (betrouwbare) geschriften nagelaten. Als geschiedschrijver selecteert hij vanuit zijn perspectief de gegevens die moeten zorgen voor een beeld van de roemruchte leden van het Huis Plantagenet. Het grote voordeel is daarbij dat zijn protagonisten ‘levende’ personen worden met al hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden, zoals intrigeren, huwelijken arrangeren en oorlogsstrategieën opbouwen. Om dat te bereiken laat Jones veel weg. Als de lezer zou zoeken naar analyses over de Middeleeuwse gemeenschap, zowel op cultureel als sociaal gebeid, dan kan hij beter een ander geschiedkundig werk lezen. Dan geldt evenzeer voor doorgaande ontwikkelingslijnen op het gebied van rechtspraak, handeldrijven en de (beperkte) ontwikkelingen op technisch terrein.

Een dergelijke werkwijze heeft de auteur ook gebruikt in zijn werk over de Tempeliers (zie recensie op onze website). Dit boek is niet bestemd voor wetenschappers – of misschien juist wel, om te laten zien hoe het ook anders kan – maar de beginnende en al wat gevorderde amateurhistorici zullen het uitlazen als ware het een historische roman. Blijft alleen de vraag over of het echt nodig is de Engelse en soms ook Franse namen voortdurend te vernederlandsen: Henry – Hendrik / William – Willem / Aquitaine – Aquitanië? Voor de rest een subliem boek, in prettige, vloeiende stijl geschreven en vertaald.

Kees de Kievid

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Als het beestje maar een naam heeft

Categorie: Boek van de week, Dieren & Natuur, Non-fictie

Baardman & boterkontje, de vogel en zijn naam – Toine Andernach – Noordboek Natuur – 129 blz. De huidige coronatijd kent ook een klein lichtpuntje: er zijn meer mensen die de natuur in gaan. En…

Boek van de week archief

5-maart-2021 | Lees verder | Reageer!