Een pelgrimstocht van vier miljard jaar

15-januari-2021 | Categorie: Boek van de week, Non-fictie, Wetenschap

Het verhaal van onze voorouder – Richard Dawkins & Yan Wong – vertaling: Bart Voorzanger – Uitgeverij Nieuw Amsterdam – 845 blz.

Auteur Richard Dawkins (1941) is een Brits evolutiebioloog. Zijn eerste boek The Selfish Gene (1976) was meteen een bestseller. De boodschap die hij hierin bracht, sloeg in als een bom. Tot dan stelde de biologie dat organismen zorgen voor nakomelingen om hun genetisch materiaal door te geven. Dawkins draaide dit helemaal om: onze genen willen blijven voortbestaan en gebruiken hiervoor organismen. Meteen werd de mens gedegradeerd tot een voertuigje voor DNA.

Sindsdien heeft de Britse wetenschapper diverse publicaties op zijn naam staan. Een eerste versie van Het verhaal van onze voorouder verscheen in 2007. Tien jaar later achtte Dawkins de tijd rijp om samen met zijn toenmalige onderzoeksassistent Yan Wong een herziene editie te publiceren met opname van nieuwe informatie vanuit voornamelijk moleculair-genetisch onderzoek.

De ondertitel van het boek spreekt over een pelgrimstocht naar de oorsprong van het leven. De auteur haalde hierbij inspiratie uit de Canterbury Tales van Chaucer. Dawkins heeft zijn boek opgevat als een pelgrimage naar de menselijke voorouders waarbij andere pelgrims zich in een welbepaalde volgorde bij ons voegen. Met dit verschil dat de pelgrims niet uit individuen bestaan maar uit ganse groepen. De eerste ontmoeting van de mens gebeurde zo tussen de 5 en 7 miljoen jaar geleden. Vanuit het standpunt van Dawkins voegde zich toen de groep van de chimpansees bij ons. De gorilla’s kwamen er 8 miljoen jaar geleden bij enz. Zo onderscheidt Dawkins in totaal veertig ontmoetingen die telkens hun eigen verhaal vertellen. Iedere ontmoeting vraagt steeds meer tijd. Uiteindelijk komt de reis aan het begin van het leven of wat Dawkins verwoordt als de oorsprong van de werkelijke erfelijkheid, het punt van de eerste replicator, ‘iets’ dat kopieën van zichzelf kon voortbrengen.

Iedere ontmoeting grijpt Dawkins aan om ons een en ander bij te brengen over evolutie en genetica en andere wetenschappelijke vakgebieden. In het gedeelte over amfibieën bijvoorbeeld (ontmoeting of rendez-vous 17) wijdt hij uit over ringsoorten. In de Central Valley in Californië leeft een salamandergeslacht met de naam Ensatina. Aan de oostelijke en westelijke zijde van de vallei leven salamanders die niet met elkaar kunnen paren. De ene soort is egaal en vlekkeloos lichtbruin. De andere soort heeft opvallende gele en zwarte vlekken. Als je het gebied doorkruist, merk je dat de exemplaren in elkaar overgaan. Geleidelijk worden de dieren gevlekter. Populaties die vlak naast elkaar leven kunnen wél met elkaar paren. Deze dieren laten ons in een ruimtelijke dimensie zien wat in de evolutionaire tijdsdimensie is opgetreden. Mensen en chimpansees zijn verbonden door een continue keten van tussenvormen en een gemeenschappelijke voorouder, maar de tussenvormen zijn uitgestorven. Wat rest, is een discontinue verdeling: mens en chimpansee.

In rendez-vous 16 ontmoeten we dan weer de Sauropsida (slangen, hagedissen, schildpadden, krokodillen en vogels). Hier vertelt Dawkins ons onder meer over de snelheid waarmee evolutie kan optreden. Hiervoor trekt hij naar de Galapagoseilanden. Al bijna 50 jaar doen de Grants daar onderzoek naar de 14 vinkensoorten die veelal – ten onrechte – als Darwins belangrijkste inspiratiebron worden beschouwd voor zijn evolutietheorie. In 1977 was er een langdurige droogte. De vinkenpopulatie daalde drastisch. Bij de overlevenden bleek de gemiddelde snavellengte gemiddeld een halve millimeter langer te zijn. Het bleek dat vogels met een langere snavel beter bij de enige zaden konden die tijdens het hoogtepunt van de droogte nog te vinden waren. Peter Grant berekende dat slechts 23 dergelijke droogteperiodes voldoende zijn om een ene soort vink in een andere te veranderen. Door de afwisseling van droge en natte jaren verandert er netto niets. In natte jaren zijn de vogels met kleinere snavels immers in het voordeel.

Zo bieden de tientallen verhalen een indrukwekkend en boeiend beeld van de moderne evolutiebiologie. Atheïst Dawkins legt zijn ideeën helder uit met een snuifje Britse humor en met hier en daar een steekje naar de creationisten en het geloof (met zelfs enkele bijbelcitaten). Zijn enthousiasme en bewondering voor het leven en de evolutie werken aanstekelijk. Geheel populariserend kun je dit werk niet noemen. Er is een zekere motivatie nodig om deze dikke turf te doorploegen. Een stevige basiskennis van biologie en biochemie is meegenomen. De hoofdstukken kunnen wel los van elkaar worden gelezen. Hier en daar zijn zwart-wittekeningen opgenomen. In het midden van het boek is een katern met kleurenafbeeldingen aanwezig. Een noten- en uitgebreide literatuurlijst en register sluiten het boek af.

Dawkins besluit: “Als je op verwondering uit bent, heeft de werkelijkheid alles wat je zoekt.” 

Kris Muylle

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Als het beestje maar een naam heeft

Categorie: Boek van de week, Dieren & Natuur, Non-fictie

Baardman & boterkontje, de vogel en zijn naam – Toine Andernach – Noordboek Natuur – 129 blz. De huidige coronatijd kent ook een klein lichtpuntje: er zijn meer mensen die de natuur in gaan. En…

Boek van de week archief

5-maart-2021 | Lees verder | Reageer!