Een schrijver moet zijn eigen stijl vinden

7-september-2013 | Categorie: Interview

Lief VleugelsLief Vleugels werd geboren in 1953 in Herentals, Vlaanderen, waar ze het grootste deel van haar leven gewoond heeft. Sinds enkele jaren woont ze in Amersfoort. Ze heeft gestudeerd aan de kunstacademie. Een aantal jaren werkte ze bij een tekenbureau in Turnhout. Toen later haar boeken werden uitgegeven, werd ze gevraagd om secretaris te worden van de Vlaamse Koepel voor Auteursverenigingen en werd ze docent aan de Antwerpse Schrijvers Academie. Na enkele jaren doceren werd ze directeur van de Schrijvers Academie. Ze gaf schrijfcursussen in Belgische gevangenissen en aan de Schrijversvakschool van Paramaribo. Daarbuiten geeft ze ook lezingen (proza en/of poëzie), workshops en schrijfcursussen in bibliotheken en culturele centra, of bij literaire evenementen. Ze schrijft proza en poëzie. Haar verhalen en gedichten verschenen in bloemlezingen en diverse literaire tijdschriften.

De banen in België heeft ze opgegeven toen ze in Amersfoort kwam wonen. Schrijven doet ze nog steeds. Van jongsaf schreef ze gedichten en verhalen, maar de behoefte er ook mee naar buiten te komen, is veel later gekomen. Als alleenstaande moeder met drie kinderen, had ze weinig tijd voor het ‘grotere’ werk. Pas toen haar kinderen groter werden en minder zorg behoefden, begon ze aan een roman.

Bibliografie:
1999: Zullen we dansen, Prinses (roman) Wereldbibliotheek, Amsterdam
2001: Schelpen en lege dozen (roman) Wereldbibliotheek, Amsterdam
2005: Getij (poëzie) Uitgeverij P, Leuven
2007: In de adem van Zeus (poëzie) Uitgeverij P, Leuven
2008: Mensen (gedichten bij schilderijen van Jef Blancke) Uitgeverij P, Leuven
2013: Omdat de dagen liegen (roman) Uitgeverij Xanten, Utrecht

Uit wat voor gezin kom je? Werd er veel gelezen?

Mijn vader had een flinke boekenkast waarin vooral kunstboeken en encyclopedieën prijkten. Poëzie stond er niet tussen, wel heel wat klassieke romans.

Welke boeken kun je je uit je jeugd herinneren?

De Russische klassiekers waren erg geliefd bij mijn vader, dus las ik ze ook. Maar het boek dat me uit mijn jeugd het meest is bijgebleven is De Avonden van Gerard Reve, al stond dat thuis niet in de boekenkast.

Wanneer dacht je voor het eerst dat je iets met de Nederlandse taal wilde gaan doen?

Nederlands was op school één van mijn lievelingsvakken en als kind hield ik al een dagboek bij, maar het kwam niet bij me op om echt iets met taal te doen. Dat begon pas rond mijn veertigste, toen ik verhalen aan anderen liet lezen en zij mij aanmoedigden met mijn teksten naar buiten te komen. Ik won al eens een schrijfwedstrijd en publiceerde af en toe in literaire tijdschriften. Met het grotere werk heb ik gewacht tot mijn kinderen (bijna) volwassen waren. Ik heb in mijn eentje drie kinderen opgevoed, dat is moeilijk te combineren met schrijven.

Je gaf ook schrijflessen. Wat zijn de drie belangrijkste lessen die je een aspirant schrijver kunt leren? Ervan uitgaande dat ze de taal goed beheersen en een zekere aanleg hebben tot schrijven.

1) Stijl is belangrijk. Je eigen stijl vinden. Het maakt niet uit wat/hoe die stijl is, als een boek goed geschreven is, kan (bijna) elk verhaal boeiend zijn.
2) Je personages kennen en ze zo voorstellen dat de lezer het idee heeft hen ook goed te kennen. Ook in een minder sympathiek personage moet de lezer zich kunnen inleven, zijn/haar drijfveren begrijpen. Schrijf de karakters en de uiterlijke kenmerken op voorhand grondig uit. Ook al gebruik je die beschrijvingen niet helemaal, het helpt om een personage levend te maken.
3) Aan beginnende schrijvers geef ik de raad hun onderwerp, de locatie(s) en de periode waarin het verhaal zich afspeelt niet te ver te zoeken. Schrijf over wat je kent.

Van wie heb jij als schrijver veel geleerd?

Van veel andere schrijvers, waarschijnlijk, al kan ik daar niet meteen namen op kleven. Al lezend leer je veel.

Denk je niet dat schrijvers die op schrijversscholen zijn geschoold qua stijl erg op elkaar gaan lijken, omdat ze de zelfde lessen hebben gevolgd?

Nee, dat geldt zeker niet voor de Antwerpse Schrijvers Academie. Voor elk vak krijgen de studenten een andere docent en elk jaar zijn dat weer andere docenten. Die vertellen heus niet allemaal hetzelfde. Het is ook niet zo dat een docent zijn eigen stijl doorgeeft, hij/zij helpt de studenten hun stijl te vinden.

In je nieuwste roman Omdat de dagen liegen heb je tussen de hoofdstukken eerder gepubliceerde gedichten geplaatst. Waarom?

Toen ik die gedichten schreef, zat deze roman al in mijn hoofd. Ze passen dus perfect bij de inhoud van de roman. Niet alle gedichten zijn trouwens eerder gepubliceerd.

Je voorlaatste roman stamt uit 2001. Had je lang geen inspiratie voor een nieuwe roman?

Inspiratie had ik genoeg (er liggen nog enkele romans in wording in de lade), maar ik zat vooral in een poëzieperiode. Proza en poëzie schrijven gaat voor mij niet samen. Het zijn twee totaal verschillende manieren van schrijven. Er zijn periodes waarin ik bijna in gedichtvorm denk en periodes waarin het me niet lukt een gedicht te schrijven.

Hoe ga je bij het schrijven van een roman te werk? Heb je een vast schema, vaste werkplek en vaste werktijden?

Was dat maar waar. Ik heb weinig structuur. Er zijn dagen waarop ik geen letter op papier krijg en dagen (dikwijls nachten) waarop ik niet te stoppen ben. Bij gebrek aan ruimte staat mijn werktafel in de woonkamer. Daar word je toch gemakkelijk afgeleid. ’s Nachts is het stil en kan ik me volledig concentreren, word ik bijna mijn personages.

Lees je tijdens het schrijven werk van anderen? Word je makkelijk beïnvloed?

In een schrijfperiode lees ik weinig, niet omdat ik dan beïnvloed zou worden, maar omdat ik dan met mijn eigen schrijfsel wil bezig zijn.

Wil je hier de boeken noemen die de meeste indruk op je hebben gemaakt?

Dat zijn er verschillende van verschillende schrijvers:
Godenslaap, Erwin Mortier
Bezonken rood, Jeroen Brouwers
Luchtgezichten, Gie Bogaert
Een verlangen naar ontroostbaarheid, Patricia de Martelaere
…om er maar enkele te noemen.

Hier kun je nog iets zeggen wat je kwijt wilt.

Het wordt hoe langer hoe moeilijker (vooral voor debutanten) om uitgegeven te worden, tenzij je thrillers schrijft of autobiografische ellende. Daarom ben ik blij met een uitgeverij als Xanten, waar kwaliteit belangrijker is dan commercialiteit.

Pin It

1 Reactie

Boek van de Week

Monument voor een tante

Categorie: Biografie & Autobiografie, Boek van de week, Columns & Korte verhalen, Non-fictie

Tante Jo – Sander Donkers – Lebowski – 160 blz. Sander Donkers (1967) is journalist, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Hij schreef eerder een biografie over de zanger van The Golden Earring, Barry Hay,…

Boek van de week archief

13-november-2020 | Lees verder | Reageer!