Een verhaal dat verteld moest worden

7-november-2020 | Categorie: Interview

Robin Raven (Haarlem, 1962) volgde de lerarenopleiding aan de Pabo, waar hij zijn vrouw Irma ontmoette, en studeerde vervolgens Theologie en Levensbeschouwing. Na veel omzwervingen belandde hij in Almere, waar hij van 1988 tot 1999 les gaf op basisscholen en in het speciaal onderwijs. Van 1999 tot 2011 werkte Raven als opleidingsdocent op de Marnix Academie in Utrecht, waar hij lesgaf aan pabostudenten.  Vanaf oktober 2011 woont hij in Heiloo en is hij fulltime schrijver en verhalenverteller. Tot nu toe publiceerde Raven negen jeugdboeken. In 2011 nam hij een aflevering op met het jeugdprogramma Het Klokhuis. In deze aflevering over de onafhankelijkheid van Indonesië, stonden zijn Indische boeken centraal.

Er komen best gruwelijke momenten voorbij in De laatste reis van Garoeda, zoals een stapel dode mensen in een tent en dode mensen op de kop opgehangen in bomen. Vind je dit wel geschikt voor de jeugdige lezer?

De eerste vraag is meteen de moeilijkste. Daarom ook het langste antwoord! Dat antwoord is volmondig ´ja´. Het verhaal is gebaseerd op de ervaringen van twee vrouwen (mijn moeder en Maud Guldenaar – nu ruime tachtigers). De gruwelijke beelden hebben zij als kind daadwerkelijk gezien en doorstaan. Zoals Maud letterlijk zei: ‘Kinderen van nu moeten horen, ervaren en voelen wat wij als vergeten kinderen van toen uit Indië allemaal hebben meegemaakt. Iedereen hier dacht maar dat wij daar lekker in de zon zaten met genoeg te eten. Nou, vergeet het maar, het waren de ergste jaren uit mijn leven. Een hel.’

Dat beeld heb ik duidelijk willen maken. Niet romantiseren of iets van afstand beschrijven maar strak de werkelijkheid weergeven. Dat is pittig. Heel pittig. Een lezer vertelde me dat ze het boek regelmatig weglegde vanwege de beschreven beelden in de vraag hierboven. Het greep haar emotioneel te veel aan (hoewel ze nog nooit in Indië was geweest). Dan heb ik mijn doel bereikt. Dit verhaal van ma en Maud heeft als doel mensen wakker te schudden. Ze bewust te maken van wat zich daar allemaal heeft afgespeeld. En dan mag ik me niet beperken tot rijsttafels en baboe’s. Dan moet ik ook de dark side laten zien.

Welke karakters hebben echt bestaan, en heb je ze persoonlijk gekend?

Meiske is een samensmelting van mijn moeder en Maud Guldenaar. Maud heb ik leren kennen toen zij een Indisch radioprogramma had en ik regelmatig over de vloer kwam om te praten over mijn Indische boeken. Van het een kwam het ander. Verder zijn de andere personages in naam fictief hoewel hun handelen en aanwezigheid wel direct is terug te voeren op de absolute werkelijkheid.  Bijvoorbeeld de gelovige en alcoholische vader van Meiske, haar sterke broer Jan, de bastaardzoon Karto, de wrede kampcommandant, de knappe oom Arnold (Si Arab!) en oom Tinus en tante Gerda, die van Meiske in Amsterdam.   

Heb je familie/bekenden die zijn omgekomen in een jappenkamp of tijdens de onafhankelijkheidsstrijd?

Mijn opa van vaders kant is in mei 1945 onthoofd door de Japanners. Mijn moeder heeft de onafhankelijk strijd natuurlijk overleefd maar als ze er nu in 2020 over praat klapt ze nog steeds in elkaar van angst. Zo angstaanjagend en levensbedreigend (en vormend voor de toekomst!) was die periode voor haar.

Wat vind je van de rol die onze regering in deze onafhankelijkheidsoorlog heeft gespeeld?

De regering had Indië veel eerder moeten loslaten. Meer Indonesiërs benoemen op belangrijke posities. Een overgangsplan moeten maken die van afhankelijkheid naar onafhankelijkheid zou leiden. Dan was de overgang naar Indonesië ook veel soepeler verlopen. 

Geloof je zelf in een god als Garoeda?

Na de Pabo (1984-1988) heb ik Godsdienst en Levensbeschouwing gestudeerd. Ik hield me vooral bezig met de Godsdienstwetenschappen, het bestuderen van de fenomenen/uitingen van religie/geloof. Dat bestuderen (niet letterlijk beleven) is ook altijd mijn insteek geweest. Ik geloof dus niet letterlijk in Garoeda (of enige andere godheid) als daadwerkelijke entiteit aan wie ik verantwoording moet afleggen. Maar ik zie en waardeer wel de esthetische schoonheid en troostende waarde die bijvoorbeeld een Garoeda heeft voor andere mensen in de wereld. 

Waar komt het idee van Boetje vandaan?

Boetje is een fictief personage. Meiske creëert hem om haar bij te staan. Iedere keer als het moeilijk wordt, verschijnt hij. Boetje is lichtbruin en hij heeft een donker linkeroog (net als Meiskes hobbelpaard Koeda, dat ook bruin is en een beschadigd oog heeft). Later in het boek ontdekt Meiske dat er nog veel meer met Boetje aan de hand is maar dat ga ik hier natuurlijk niet vertellen. Het idee van Boetje komt uit mijn fantasie maar zal zeker ook gevoed zijn door de vele Indische (lees: magische en enge) verhalen die ik al vanaf mijn vroege jeugd te horen kreeg! 

Kom je wel eens in Indonesië?

Ik ben drie keer in Indonesië geweest.  Ik zou wel vaker willen maar een reis kost veel geld en duurt erg lang. Bovendien heb ik een vrij gammele gezondheid en daardoor zijn lange reizen niet echt aan mij besteed. De eerste keer was een rondreis door Sumatra, Java en Bali. Een onvergetelijke ervaring. De duizend kleuren groen! In 1997 deden mijn vrouw en ik alleen Sulawesi en de derde keer ging ik met Irma en de kinderen naar Bali. Het tweede bezoek was erg speciaal omdat we op zoek gingen naar de plekken waar mijn moeder had gewoond. En die vonden we!

Werd er veel over deze geschiedenissen gepraat in de familie, en wat vond je daarvan? 

Er werd in onze familie niet veel gesproken over het verleden. En als ze dat al deden begonnen ze tegen elkaar in het Maleis te praten zodat mijn broer en ik het niet konden verstaan. Pas toen ik de twintig was gepasseerd, kwam mijn moeder voor het eerst voorzichtig met haar anekdotes. Familiebijeenkomsten waren wel altijd heel gezellig. Ik weet nog wel dat ik mijn vrouw Irma voor het eerst meenam naar een verjaardag van oma. Niemand zat in een kringetje, iedereen liep rond, iedereen zat te eten en door elkaar te tetteren, die ouwe oom Boet lag te snurken in zijn stoel bij het raam, en iedereen stelde honderd-en-een vragen aan Irma. Dat vond ze zo speciaal. Ze zei op weg naar huis: ‘Ik voelde me zo welkom. Het was zo anders dan onze verjaardagen in een kringetje!’   

Onderstaande vragen zijn van Lisa Ganzevles. 

Hoe was het om te schrijven vanuit het perspectief van een meisje dat niet beter weet dan dat ze met haar witte familie in een “paleis” woont en, bijvoorbeeld, inlandse dienaars heeft die door haar familie op andere wijze behandeld worden? Waar heeft u rekening mee gehouden in het vertellen van dit verhaal uit dit deel van de geschiedenis vanuit dit perspectief?

Mijn moeder heeft nooit het beeld gehad van ‘ik ben hoog en slim – zij zijn laag en dom’. Ze vond alles heel gewoon en ging vaak mee met het ‘personeel’. Ze voelt nu nog steeds heel veel liefde voor de Indonesische mensen die haar toen omringden. Ze kan er uren over praten. Daar heb ik dus bewust rekening mee gehouden in het verhaal. Meiske is dol op baboe Nenek en ziet djongos Patoe als een soort superheld. Daarom snapt ze er niets van dat die twee niets zeggen of doen als zij naar het kamp moet. Kortom: ik heb niet vanuit mijzelf gedacht, maar puur vanuit mijn moeder. 

Hoe heeft u besloten in hoeverre u de gruwelijke details van dit deel van de geschiedenis wilde beschrijven? Waarom heeft u uiteindelijk gekozen voor de, vooral met een jonge doelgroep in gedachten, af en toe best heftige, beeldende beschrijvingen?

Ik snap je vraag. Ik heb hem hierboven al beantwoord maar ik ga er graag nog eens op in. Weet je, veel Indische mensen zitten met een knoop in hun maag. Ze hebben zoveel ellende ervaren. Neem mijn moeder. Eerst werd ze uit haar veilige wereld weggerukt door de Japanse bezetters (ze zag hoe mensen werden afgeranseld en vernederd). Daarna moest ze het kamp in en was ze als groep 8 kind (om het te vertalen naar jouw tijd) getuige van de meest mensonterende praktijken die je je maar kunt voorstellen. Daarna volgde de Bersiap, de onafhankelijks strijd (waar ze nu nog af en toe nachtmerries over heeft) en tenslotte werd ze niet herenigd met pa en ma, maar moest ze voor haar eigen veiligheid naar Nederland, onder begeleiding van iemand die ze vaag kende. In Nederland moest ze gaan wonen bij een oom en tante die ze alleen kende van foto’s. In een flatje zonder tuin terwijl ze een villa met megatuin gewend was. Stel je voor, Lisa, dat jij zoiets zou moeten meemaken, tussen je elfde en vijftiende. Je zou gek worden. Zoiets is onvoorstelbaar. Maar het is gebeurd – het onvoorstelbare werd voorstelbaar. De onmogelijke mogelijkheid. En dat wilde ik vastleggen. Uit de mond van ooggetuigen, nu ze er nog zijn. En niet vaag benoemd, zoals ik in sommige boekjes wel eens lees, maar gewoon de rauwe werkelijkheid. Zo was het. Zo is het gebeurd. Dit hebben ze gezien. Dit hebben ze geroken. Dit hebben ze gevoeld. En… Laat ik duidelijk zijn: die lieve oudjes wilden dat ik het vertelde. ‘Vertel ze alsjeblieft de waarheid,’ zei ma. ‘Want ze moeten het weten.’

De woorden en uitdrukkingen in de taal/talen van de inlanders hebben, naar mijn mening, veel toegevoegde waarde. Was het lastig een balans te vinden waarin ze prettig aanwezig waren en niet overheersend? Hoe heeft u de keuze gemaakt tussen welke woorden u wel en niet wilde neerzetten en bij welke woorden of uitdrukkingen u wel en niet een directe vertaling in de lopende tekst liet volgen?

In de vroegste versie was er nog geen woordenlijst maar de uitgever vond dat wel prettig. Volgens mij was dat niet nodig. Volgens mij kun je de betekenis van de woorden wel ontcijferen via de context. Overigens stonden er in de oertekst veel meer Maleise woorden! Dat is altijd een ‘dingetje’. Maar goed, ik vind het oké zo. 

Vragen: Erica Ganzevles en haar dochter Lisa.

Lees hier de recensie van De laatste reis van Garoeda

Website van Robin Raven

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!