Eerste zin: “Ik slaap met zeven beesten in bed”

19-november-2016 | Categorie: Interview

cis-meijerCis Meijer (1970) woont in Amsterdam, werd geboren in Heemskerk en groeide op in Delft. Ze studeerde theater-, film- en televisiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en werkt naast het schrijven als video-editor. Ze werkt niet alleen als schrijfster, maar ook als beeldeditor. Ze houdt het meest van haar familie en katten, kunst, fotografie, Parijs, Venetië, Bali, de zee, zand onder blote voeten, struinen door steden, zwemmen, joggen, yoga, staren & dagdromen, lezen, films, vers gemaakte sushi en tempura, zon en sneeuw, positief denken en hard lachen. Ze houdt niet van geweld, negativisme en dille.
Favoriete auteurs zijn Roald Dahl, Guus Kuijer, Mo Hayder, Tess Gerritsen. Verdoofd was haar eerste jeugdthriller, die in juni 2014 bij uitgeverij De Fontein werd gepubliceerd. In juni 2015 kwam haar tweede jeugdthriller Val uit. De jeugdthriller Moordspel verscheen in september 2016.

Uit wat voor gezin kom je? Werd er veel gelezen?

Ik ben enig kind en groeide op tussen de studieboeken van mijn ouders, De Groene, boeken van Jan Wolkers, Anna Blaman, Hella S. Haasse. Mijn ouders studeerden nog toen ik klein was en lazen veel (nog steeds). Ze namen me mee naar demonstraties tegen de Neutronenbom en tegen kerncentrales. Ook lazen ze me veel voor. Van kinderboeken waarin de tweede wereldoorlog een rol speelde tot prentenboeken. Het beest van Monsieur Racine van Tomi Ungerer staat vol indrukwekkende illustraties, mooi en op een bepaalde manier heftig. Rauw. Ik was zelf niet zo’n groot lezer. Liever speelde ik buiten met andere kinderen. Thuis vermaakte ik me met lego, barbies en mijn kat, die zich zonder tegenspartelen liet verkleden. Of ik liep te kokkerellen in de keuken. Dan bakte ik (schoenzolen van) biefstukjes, omdat mijn moeder eind van de dag uit haar toneelopleiding thuis kwam.

Welke boeken waren favoriet in je jeugd?

Mijn favoriete voorleesboek was Floddertje, van Annie M.G. Schmidt. Elk verhaal las ik woord voor woord mee. Tot mijn ouders zo verveeld raakten dat ze hier en daar woorden vervingen, maar dan verbeterde ik ze. Zelf las ik het liefst de boeken over Madelief, van Guus Kuijer. In de puberteit las ik alles wat nodig was voor de leeslijst. Ik koos vooral boeken die te maken hadden met Nederlands-Indië. Voor mijn plezier las ik Kees van Kooten, Adriaan van Dis en Remco Campert, en begon mijn zoektocht naar spannende boeken.

Schreef je als kind al verhaaltjes of gedichtjes en kun je je nog herinneren waar die over gingen?

Op de Jan Vermeerschool in Delft stond een drukpers in de hal. Ik zat in de eerste klas en was zes jaar. Mijn eerste zin was: Ik slaap met zeven beesten in bed. De tekst mocht ik zelf drukken. Gele inkt koos ik. In flarden herinner ik me het zetten en rollen nog. Als ik denk aan dat smerende, beetje plakkerige geluid van verf dat over papier rolde, sta ik weer naast die oude drukpers. Ik schreef ook een verhaal over een jong hondje dat was gaan wandelen en zijn moeder en broertjes en zusjes kwijt raakte. Ik besef nu ineens dat ik toen al schreef over verdwijningen.

Wanneer begon je voor het eerst thrillers te lezen? Welke schrijvers?

Het eerste boek dat ik me herinner is Isabelle, van Tessa de Loo. Geen thriller dacht ik, maar wel spannend. Mag ik ook een regisseur noemen, door wie ik een grote liefde voor verhalen kreeg? Dan noem ik David Lynch. Ik was helemaal weg van de serie Twin Peaks. Toen ik die keek, wist ik dat ik ‘iets’ met film wilde gaan doen. Dat is schrijven geworden. Voor mij geen vreemde stap: Tijdens het werken aan hoofdstukken, zie ik ze in gedachten als filmscènes voor me.

Je geeft aan dat Mo Hayder en Tess Gerritsen je favoriete thrillerschrijvers zijn. Waarom deze twee?

Mo Hayder en Tess Gerritsen zijn favoriet vanwege de manier waarop ze spanning opbouwen. Dat heb ik bij Mo Hayder het sterkst. Van Tess Gerritsen spreekt me de gedetailleerde kennis die ze van het menselijk lichaam heeft aan en hoe ze dat gebruikt in haar boeken. En ook de manier waarop zij hoofdpersonen gestalte geeft: kwetsbaar en tegelijk sterk. Ook Mo Hayder legt hun gevoelige en donkere kanten op een treffende manier bloot, waardoor de personages levensecht worden. Ik geniet tijdens het lezen erg van rake typeringen. Allebei moeten ze haast wel een scherp inzicht hebben in de mens in al zijn facetten.
Veel boeken leg ik waarschijnlijk weg omdat ik dan niets voel voor de hoofdpersonen. Ik hou van lezen over gekke menselijke trekjes, zonder dat het ridicuul word. Er is niemand die met haar schrijfstijl zo mijn aandacht kan vasthouden als Mo Hayder.

Je werkt als video-editor. Wat houdt dat in? Hoeveel tijd blijft erover om te schijven?

Ik heb lang voor Hart van Nederland en Shownieuws korte reportages gemonteerd. Als editor zorg je dat de overgangen in beeld en geluid mooi zijn en goed klinken. Plat gezegd: Je knipt en plakt alle losse shots tot je een verhaal hebt. Nu bewerk ik bestaande t.v. programma’s. Een klein deel van wat ik doe: Ik bewerk de audio, bepaal waar de break naar de reclame komt te liggen, en ik maak politieseries geschikt voor uitzending voor de jonge kijker. Veel uren waarin ik vrij ben, probeer ik te gebruiken voor het schrijven. Tijdens hobby/sport van mijn dochter gaat de laptop mee. Echt doorschrijven lukt vaak pas ‘s avonds laat. Schrijfdagen blok ik. Dat betekent dat ik feestjes mis. Vaak schrijf ik ook in het weekend. Als ik niet schrijf, puzzel ik in gedachten aan de plot.

Een thriller vereist een strak schema. Word je toch nog wel eens verrast doordat een verhaal een ander kant op gaat dan je dacht?

Tijdens het schrijven weet ik exact waar ik naartoe wil (de climax). Ik maak een grafiek waarop ik de plotpunten aangeef en ook waar de wendingen ongeveer zullen zitten. In die zin kan ik niet echt meer verrast worden, maar wel inhoudelijk. Wat moet er allemaal gebeuren om het volgende punt in het verhaal te bereiken? Daarin kan ik flink verrast worden.
Verrast ben ik ook vaak bij dialogen. Ik kan van tevoren bedenken dat mijn hoofdpersoon woedend moet worden. Maar als ik tijdens het dialoogschrijven het hoge woord er niet uitkrijg, komt dat omdat ik de woorden dan pas echt hardop uitspreek en hoor hoe stom iets kan klinken.

Over Moordspel:

Hoe ben je op idee gekomen voor het schrijven van Moordspel?

Ik heb veel naar Wie is de mol gekeken. En ik vond het gegeven van de saboteur altijd zo gaaf. Dat was mijn basisidee. Daar borduurde ik op voort. Moordspellen worden veel gespeeld tegenwoordig. Ik dacht… als ik nou eens een Moordspel tijdens schoolkamp laat plaatsvinden waarbij iemand de boel saboteert zodat er twijfel ontstaat of het nou spel is of echt?

Heb jijzelf weleens een Moordspel gespeeld?

Ja, met mijn collega’s, in Amsterdam. Ik vond het waanzinnig. Vol adrenaline eindigden we (winnend) het Moordspel.

Waarom zijn er diverse bladzijden andersom in het (fysieke)boek geplaatst? Wat was hier de bedoeling van? En heb je daar veel reacties opgehad?

Ik krijg veel reacties op de ‘ondersteboven’ bladzijden. Veel mensen vinden het leuk en bijzonder. Net als ik. Ik vind het geweldig om een boek te hebben met ‘ondersteboven’ bladzijden. Dit heb ik nog nooit gezien en maakt het boek voor mij uniek. Het heeft een dubbele functie. Zo weet je meteen dat je vanuit een ander personage gaat lezen. En het geeft ook een hint naar de plot. Wanneer je het boek uithebt, zal je het begrijpen.

Net als je nu in Moordspel hebt gedaan, had je in je vorige boek Val een schrijfwedstrijd geplaatst. Hoe is daarop gereageerd?

Op de wedstrijd is heel leuk gereageerd, door jonge lezers. Ik ben verrast door hun creativiteit en door hun fantasie. Soms denk ik als schrijver dat ik te gruwelijke dingen aanboor voor jongeren… Nou, hallo, als je weet wat voor nachtmerries ze beschrijven… Levensechte angsten, heel griezelig beschreven. Het meisje dat won is een jaar of vijftien. Haar tekst ging over angst. En ik vond het een kunstwerkje zoals ze het had beschreven. Op scholen reageren leerlingen op de volgende wedstrijd weer enthousiast.

Vergeleken met je vorige boeken zijn er in Moordspel meer personages aanwezig. Maakte dit het schrijven van het boek moeilijker?

Van tevoren dacht ik dat het moeilijker zou zijn om het boek te schrijven met meer personages. Maar dat viel me alles mee. Ik denk dat het komt omdat ik vanuit twee perspectieven heb geschreven. Hanteer je er bijvoorbeeld vier, dan wordt het denk ik iets complexer. Ook voor de lezer.

Vragen: Wendy Wenning en Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Europa’s verleden, heden en toekomst

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Roman

Grand Hotel Europa – Ilja Leonard Pfeijffer – De Arbeiderspers – 547 blz. Al heel wat boeken van deze auteur heb ik gelezen. Meestal heb ik niet zo erg genoten. In zijn boek over Genua

Boek van de week archief

15-januari-2019 | Lees verder | Reageer!