Fenomenaal filmisch verhaal

3-december-2013 | Categorie: Boek van de week, Literatuur

Butcher’s Crossing – John Williams – Vertaald door Edzard Krol – Lebowski – 334 blz.

Butchers CrossingButcher’s Crossing kunnen we gerust een Western noemen, het verhaal speelt zich af in het laatste kwart van de negentiende eeuw in de Verenigde Staten. In de openingsscène beschrijft Williams de rit in een postkoets van de jonge William Andrews naar het piepkleine plaatsje Butcher’s Crossing. Hij doet dit heel minutieus en op zo’n manier dat je bijna voelt hoe Andrews heen en weer wordt geslingerd in het rijtuig dat over de onverharde weg stuitert. Andrews heeft zijn studie aan Harvard afgebroken en heeft al een lange weg afgelegd, dwars door Amerika, met treinen en postkoetsen naar Butcher’s Crossing. Hij is heel doelbewust naar het plaatsje gereisd, op zoek naar J.D. MacDonald, een handelaar in bizonhuiden die hij tien jaar daarvoor, toen hij nog een jongen was, een paar keer heeft gezien in de kerk van zijn vader.

Butcher’s Crossing, bestaat uit niet meer dan enkele primitieve houten gebouwen en wat tenten en hutten en wordt voornamelijk bevolkt door bizonjagers die voor MacDonald op pad gaan, verder wat middenstanders, een hotel en een saloon en enkele hoeren die de mannen moeten bezighouden in de tijd dat er niet gejaagd kan worden. Williams maakt heel goed duidelijk wat Andrews doormaakt. Groentje als hij is, moet hij de mores van het plaatsje snel leren begrijpen. Hij leert via MacDonald ene Miller kennen, een jager die zegt een afgelegen kloof te kennen waar het wemelt van de bizons. Andrews, die meer over het ruige land te weten wil komen, wil maar wat graag met Miller mee om op de bizons te gaan jagen. Hij financiert de jacht voor Miller.

Samen met Miller, de ingehuurde vilder Schneider en Charley Hoge – een godsdienstwaanzinnige met één hand – begint Andrews aan een avontuur dat veel langer zal gaan duren dan voorzien was. Zullen ze de kloof, die Miller tien jaar daarvoor maar heel even heeft gezien, wel vinden? Miller is een bezeten man. Een bezetenheid die Williams perfect beschrijft. Hoge is de angstige, gestoorde man die helemaal vertrouwt op de kennis van Miller. Andrews vertrouwt ook op Miller, hij moet wel, want hij kent het gebied niet. Alleen Schneider is steeds tegendraads. Hij trekt Millers kennis en inschattingsvermogen een paar keer in twijfel, maar verbindt daar nooit consequenties aan. Hij blijft mokkend meedoen.

Millers bezetenheid is te vergelijken met die van kapitein Ahab in Moby Dick van Herman Melville. Miller moet koste wat het kost de vallei bereiken en alle bizons die er grazen, omleggen. Geen God of natuurkracht kan hem tegenhouden. Miller is ook het prototype van de Amerikaanse held, een man met een groot doorzettingsvermogen, een leider die geen tegenspraak duldt, ook een man, die net als iedereen zijn fouten heeft, maar die ze niet zomaar zal toegeven en die zich zeker niet bij een teleurstelling kan neerleggen.

Het boek wordt bevolkt door mannen. De vijf belangrijkste personages heb ik al genoemd. Er is een bijrol voor het blonde hoertje Francine. Andrews leert haar kennen vlak voordat hij met de anderen op zoek gaat naar de bizons in de vallei. Zij wordt verliefd op hem. Ze voorspelt hem dat hij na de jacht niet meer dezelfde zal zijn. Zijn zachte handen zullen zijn verhard en natuurlijk niet alleen zijn handen, ook zijn aard zal harder zijn geworden. Francine zorgt tijdens de jacht voor spanning tussen Andrews en Schneider. Schneider ziet haar gewoon als een hoertje dat hij, als ze eindelijk in Butcher’s Crossing zullen terugkeren, een paar keer lekker wil nemen. Terwijl Andrews heel andere gevoelens voor haar koestert.

Williams is een meester in het beschrijven van allerlei natuurfenomenen, zoals rivieren, prairiegrassen, de verzengende zon, regen- en sneeuwbuien, heuvels, vlakten, bergen, bossen en dieren. Butcher’s Crossing is een boek dat zijn kracht ontleend aan deze beschrijvingen, maar ook aan die van de weergave van de gemoedstoestanden van de mannen die de hoofdrollen vertolken.
“Hij(Andrews) maakte zich zorgen, die zich als een naderend verdriet in zijn hoofd verspreidden. Hij dacht aan zijn vader, een magere, strenge figuur, die als een vreemdeling voor zijn geestesoog verscheen en vervolgens ongrijpbaar in een grijze mist vervaagde. In een vlaag van spijt en medelijden sloot hij zijn ogen, en was hij zich zeer bewust van de duisternis die door de kleine beweging van zijn oogleden werd veroorzaakt.”

Er wordt wel eens aan mensen gevraagd welke boeken ze mee zouden nemen naar een onbewoond eiland. Stoner en Butchers’s Crossing van John Williams horen daar voor mij zeker bij. Het zijn boeken die je rustig nog eens kunt lezen, omdat de taal zo rijk is en de opbouw zo geniaal, zodat je er steeds nieuwe dingen in zult ontdekken. Butcher’s Crossing is een meeslepende roman vol bijzondere waarnemingen en zinnen, maar zonder dat ze gezocht aandoen. Williams taal is net zo natuurlijk als de wildernis die hij beschrijft. Echt een fenomenaal filmisch verhaal.

Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!