“Fotografie en schrijven liggen dicht bij elkaar”

16-mei-2020 | Categorie: Interview

Marleen Nelen (1971) groeide op in Essen, een dorp in het noorden van België. Als kind doolde ze graag rond in de velden. Ze maakte nesten van stro, klom in bomen en verzamelde slakken en andere kleine diertjes.  Ze las veel, speelde piano en klarinet. Haar vader was een beetje uitvinder. Op zolder stond een schetstafel en daar tekende hij op grote witte vellen een heleboel lijnen en getallen, op basis van die tekeningen werden machines gebouwd, zoals kopieerapparaten. Wanneer ze van school kwam, wachtte haar moeder haar op met lekkers en veel warmte. Ze studeerde Latijn-Wetenschappen en later Beeldende Kunsten, aan de Academie van Gent. Na haar studie is ze in Gent blijven wonen. Ze houdt van de mooie gebouwen, de rivieren, de gezellige terrasjes.

Haar eerste publicaties waren kortverhalen en essays, in tijdschriften als Revolver en de Brakke Hond. Ze schreef de teksten voor de satellietsite ‘Werken is gezond’, en gaf inmiddels zes jeugdboeken en een roman uit. Bij Averbode verschenen de volgende Vlaamse Filmpjes: Kiezelstenen, Spook en Dief. Met haar fotowerk nam ze deel aan verschillende tentoonstellingen.

Uit wat voor gezin kom je? Werd er veel gelezen en waren er veel boeken in huis?

Ik was de jongste van drie kinderen. We hadden geen televisie of computer, dus het was buiten spelen of lezen. We woonden vrij afgelegen. Er gebeurde nooit iets, als we avontuur wilden moesten we het zelf verzinnen. We hadden bos, heide en velden als speelterrein. Als kind liep ik de hele dag buiten rond, ik klom in bomen en speelde in het hooi. Ik ging naar huis als ik honger kreeg. Ik amuseerde me heel goed. Toen ik wat ouder werd wilde ik andere dingen en liep ik in het dorp verloren.
Mijn moeder las me urenlang voor. Ze heeft haar liefde voor boeken aan me doorgegeven. We kochten weinig boeken. Op zondag gingen we naar de openbare bibliotheek, ik zocht vijf boeken uit en daar kwam ik dan een week mee toe.

Was je als meisje een echte lezer en wat waren destijds je favoriete boeken?

Ik vond lezen pure magie. Dat vind ik eigenlijk nog steeds. Al lezend vergeet ik alles om me heen, ik vergeet mezelf. Een goed boek doet beroep op al mijn zintuigen, ik zie en proef en hoor wat het personage ziet en proeft. Ik kruip in de huid van iemand anders! Dat heeft altijd een enorme aantrekkingskracht op mij uitgeoefend. Een boek heeft trouwens een en ander voor op het echte leven: je kijkt vanuit een breder perspectief. Alles is mogelijk.
Ik had een voorkeur voor dikke boeken. Jan Terlouw, Thea Beckman en de vreemde fantasie van Tonke Dragt zijn me bijgebleven. ‘Meester van de zwarte molen’ blies me ook van mijn sokken.

Je studeerde o.a. beeldende kunsten aan de kunstacademie. Je interesse ging dus uit naar beeldtaal. Wat bracht je ertoe om over te schakelen op de echte taal?

Fotografie en schrijven liggen dicht bij elkaar. Je vertrekt vanuit de werkelijkheid en zet haar vervolgens naar je hand. Op de kunstacademie werkte ik aan een reeks foto’s rond ‘melancholie’. Ik maakte beelden die een emotie moesten uitdrukken. Dat werk heeft een deur voor me geopend. Elke goede foto roept associaties op. Als fotograaf bepaal jij wat de kijker voelt. Licht, cadrage, het moment waarop je afdrukt… zijn daarbij je gereedschap. Bij het vertellen van een verhaal bouw je met woorden.
Op een keer was er een verhalenwedstrijd in de krant, ik had zin om mee te doen en schreef een kortverhaal. Het werd gepubliceerd en toen had ik de smaak te pakken. Het is fantastisch om te doen.
Een beeld is heel direct. Woorden werken trager op je in, ze druppelen als het ware naar binnen. Maar ik denk dat ze daardoor dieper kunnen gaan. Misschien zijn ze zorgvuldiger.

Heeft je studie aan de kunstacademie je geholpen bij het ontwikkelen van je schrijfstijl die ‘beeldrijk’ wordt genoemd.

Ja, dat denk ik wel. Ik heb in die opleiding echt leren kijken, ik kreeg oog voor details. Ik leerde hoe belangrijk een standpunt is. Een foto krijgt een andere impact als je tijdens het fotograferen door je knieën zakt. Ook een verhaal verandert naargelang de woorden die je kiest. Hoe je naar iets kijkt, bepaalt wat je ziet. Je eigen herinneringen zijn daar een goed voorbeeld van. Als mijn zus en ik een herinnering uit onze jeugd ophalen lijkt het soms alsof we het over een totaal andere gebeurtenis hebben.

Ben je naast schrijver ook nog veel bezig met fotografie?

Zo vaak als ik kan. Ik was verzot op straatfotografie, ik liep altijd rond met mijn camera over mijn schouder. Toen ik kinderen kreeg werd dat een beetje moeilijker. Ik maak portretten en landschappen, en dagboekachtige foto’s. Ik werk altijd in zwart-wit.
Ik geniet intenser als ik fotografeer. Fotograferen is bij me ingesleten, het hoort erbij. Als ik geen camera bij de hand heb, maak ik foto’s in mijn hoofd.

Een aantal van je boeken heeft een historische achtergrond. Wat boeit je daar zo aan?

Ik denk graag na over waar we vandaan komen. Het verleden is onuitputtelijk, je hebt het voordeel dat het voorbij is, waardoor je overzicht hebt. Het is leuk om je in te leven. Hoe voelt het om te willen vliegen in een tijd dat iedereen dat gekkenwerk vindt (zoals in Over zee), of om een vader te hebben die op een onbereikbare plek de held gaat uithangen (Hertz), of om onder een fascistisch regime te leven (Alles wat licht is)? Ik vraag me oprecht zulke dingen af.
Geschiedenis kan een hulp zijn om je eigen tijd helder te zien. Sommige politici praten geweld goed. Als je in Alles wat licht is leest over jonge mensen die zich moeilijk staande kunnen houden in een samenleving die zijn bestaansrecht dankt aan geweld, dan zet je dat hopelijk aan het denken. Naast een verhaal over liefde is dit boek een pleidooi om niet onverschillig te zijn. Geweld is nooit onschuldig. Beslissingen die op het eerste zicht voor jou geen verschil maken, kunnen dat opeens wel doen. Of je bent per ongeluk op de verkeerde plaats op het verkeerde moment. Ik vond het belangrijk om dit onderwerp aan te snijden.

De meeste boeken spelen zich buiten België af. Hoe kwam je tot die keuze? Reis je veel, bezoek je die landen?

Toen ik net was afgestudeerd heb ik een beetje gereisd, ik deed dat heel graag. Natuurlijk zijn er ook onder je eigen kerktoren verhalen te rapen, maar op dit moment vind ik vaker inspiratie over de grens, in vreemde landschappen en andere tijden. Ik hou ervan me onder te dompelen in andere culturen. Het lukt niet altijd, maar ik probeer steeds naar de plek te reizen waarover ik aan het schrijven ben. Ook een kort verblijf kan al helpen om de juiste sfeer te vinden.

Voor Hertz had je kennis van techniek nodig, voor Alles wat licht is kennis van het circus en beweging. Dat vergt nogal wat onderzoek. Vind je dat fijn om te doen?

Ik heb een erg brede belangstelling. Dankzij het schrijven kan ik me in uiteenlopende onderwerpen verdiepen. Ik kies een onderwerp dat me fascineert, ik verzamel informatie en werk me in. Het verhaal groeit samen met de kennis die ik opdoe. Dat is tijdrovend maar het leuke aan deze manier van werken is dat ik zelf veel bijleer. Ik zoek graag dingen uit. Ik ben een eeuwige student.

Alles wat licht is speelt in Italië ten tijde van Mussolini. Hoe kwam je op het idee om juist over die periode een boek te schrijven?

Toen Trump aan de macht kwam, werd hij in verschillende media met Mussolini vergeleken. Ik zocht op het internet naar oude filmpjes van Mussolini om te kijken of ik het daarmee eens was. Ik besefte dat ik weinig wist over het fascistische Italië. De tweede wereldoorlog was verschrikkelijk en krijgt veel aandacht, maar de aanloop naar die oorlog is ook belangrijk. Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Het maakte me nieuwsgierig, ik wilde de periode die aan de tweede wereldoorlog voorafging beter begrijpen.

De laatste twee boeken zijn uitgegeven door Querido. Was dat een bewuste keuze? Waarom?

Querido is een geweldig uitgevershuis. Ik heb altijd een voorliefde gehad voor de boeken die ze uitgeven, ze springen er vaak op een bijzondere manier uit. Ik ben in het gezelschap van schrijvers die ik bewonder, en ik heb een ervaren redactrice aan mijn zij.

Lees je nu nog veel boeken en wat zijn je favoriete schrijvers en boeken van dit moment?

Als ik zelf aan het schrijven ben kan ik geen romans lezen omdat ze me afleiden. Ik lees wel in de stille maanden die volgen na het afwerken van een boek. Ik heb een voorliefde voor boeken waarin de natuur een rol speelt, zoals Havik van T.H. White en De vliegenval van Fredrik Sjoberg. Ik heb enorm genoten van De genialiteit van vogels van Jennifer Ackerman. Verder ben ik erg onder de indruk van alle romans van Robert Seethaler. Ik bewonder de manier waarop hij heel precies ingewikkelde gevoelens kan uitdrukken. De grote angst in de bergen van Charles Ferdinand Ramuz, vertaald door Rokus Hofstede, is een pareltje. En er zijn nog zoveel andere boeken die mijn hart gestolen hebben.

Vragen: Hanneke de Jong en Pieter Feller

Recensie van Alles wat licht is

Website Marleen Nelen

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Meesterverteller. Absolute aanrader!

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Roman

Er is een kans – Richard Russo – Vertaling Kees Mollema – Uitgeverij Signatuur –  414 blz. Er is een kans vertelt het verhaal van drie jeugdvrienden die elkaar na jaren weer terugzien op het…

Boek van de week archief

4-augustus-2020 | Lees verder | Reageer!