Geïnspireerd door Dante Alighieri

4-april-2015 | Categorie: Interview

TerrenceTerrence Lauerhohn (pseudoniem van Peter Scheefhals) is op 31 mei 1960 te ’s Hertogenbosch geboren. Pas op eenenvijftigjarige leeftijd schreef hij zijn eerste roman Noptula (Science-fiction), die goede besprekingen kreeg. Sindsdien heeft hij meegedaan aan verschillende schrijfwedstrijden met bovengemiddeld resultaat. Een flink aantal korte verhalen van hem in genremagazines gepubliceerd, waarvan verschillende zelfs in de USA.
Terrence houdt zich het liefst niet aan een bepaald genre binnen de verbeeldingsliteratuur, zodat zijn grenzeloze fantasie alle richtingen van het onwerkelijke kan inslaan. Het auteurschap blijkt zijn passie te zijn, ontdekte hij.
Voor zijn Dark-Fantasyroman De Negen Cirkels, uitgegeven bij Zilverbron, heeft hij zich laten inspireren door Inferno van Dante Alighieri en door de gravures van Gustave Doré. De Negen Cirkels is echter geen zwaarmoedig verhaal, het is doorspekt met humor, spanning, maar ook met tragiek.

Uit wat voor gezin kom je? Werd er veel gelezen?

Ik kom uit een eenoudergezin, en ben opgevoed door mijn vader. Ik heb nog een broertje en een zusje. Mijn vader was leraar Engels. Hij heeft ons al heel vroeg het lezen aangeleerd, in het Engels en in het Nederlands. We hadden ook een ruime thuisbibliotheek, waarin de meest uiteenlopende genres waren terug te vinden.

Welke boeken las je als kind.

Ik ben klein begonnen, met Wipneus en Pim en vooral de verhalen van Annie M.G. Schmidt. Op iets latere leeftijd ging ik over naar Ivanhoe, King Arthur, Huckleberry Finn. Dus het avontuur en de Fantasy trokken mij al vroeg in mijn leven aan.

Waarom het genre Fantasy gekozen?

Dat is altijd weer een moeilijke vraag, omdat ik me niet wil vastpinnen aan een enkel genre. Ik ben begonnen met Fantasyverhalen te schrijven omdat ik die zelf het liefst lees. Ik heb ook redelijk wat korte Horrorverhalen geschreven. Maar de laatste tijd hou ik me ook bezig met Thrillers, die ik ook heel leuk vind om te schrijven.

Hoe ben je op het pseudoniem Terrence Lauerhohn gekomen en waarom schrijf je niet onder je eigen naam?

Ik schrijf onder een pseudoniem omdat ik dat ‘leven’ niet wil verwarren met mijn echte. Ik beschouw mezelf wat dat betreft als een karakter uit een boek, dat andere karakters verzint, die in Terrences boeken voorkomen. De naam Terrence Lauerhohn schoot me bij toeval te binnen, ik vond het wel lekker klinken.

De Negen Cirkels bestaat uit precies 13 hoofdstukken. Toeval of expres?

Ik heb zo mijn twijfels over toeval. Ik weet niet in hoeverre de machten uit het boek eraan hebben bijgedragen om precies op dertien uit te komen. Ik verdenk wel enkele karakters van ingrijpen in bepaalde scènes.

Waarom heb je gekozen voor de hel als setting van je verhaal?

Ik was al vroeg in mijn leven geïnteresseerd in Dante’s Inferno, door de gravures van Gustave Doré, in de uitgave die ik gelezen heb. Mijn vader had een Engelse versie van De goddelijke komedie in de bibliotheek staan. Als kind begreep ik natuurlijk niets van het boek, maar de gravures vond ik erg mooi en beeldend, waardoor die in mijn herinneringen zijn blijven plakken. In 2012 rees het idee om er een eigen verhaal rond te verzinnen. Ik heb dat plan wel twee jaar laten borrelen voordat ik het verhaal durfde op te schrijven.

Welke boeken/schrijvers hebben je nog meer geïnspireerd?

Ik ben vooral geïnspireerd door E.A. Poe, H.G. Wells, H.P. Lovecraft, Clive Barker, Dean Koontz, Stephen King, Jack Vance. Non fictie, romantische en detectiveverhalen lees ik niet graag.

Hoe ga je te werk als schrijver? Heb je alle verhaallijnen al op papier voor je begint of is er ook ruimte voor spontane invallen? Werk je op vaste tijden en op een vaste plek?

Ik begin met een idee. Als het idee blijft hangen, probeer ik er een verhaal omheen te maken. De eerste fase van dat verhaal is het opzetten van een schema, op notitieblaadjes. Als ik een begin, interessante personages en een slot heb, begin ik te schrijven. Hoewel ik daarbij een schema probeer aan te houden, laat ik het verhaal ook regelmatig op organische wijze groeien. Het liefst schrijf ik vanaf zeven/acht uur ‘s ochtends, tot een uur of vijf ’s middags. Ik werk altijd op mijn kleine schrijfkamer, zonder muziek en met alleen een monitor en toetsenbord voor mijn neus. Nakijken doe ik beneden op de bank, vanaf een tablet.

Ik las dat er problemen waren over de presentatie van De negen cirkels in de bibliotheek in Rilland-Bath. Kun je nog een keer uitleggen wat er gebeurd is?

Ik wilde mijn boek in de plaatselijke openbare bibliotheek presenteren. Toen ik langsging was men daar enthousiast en gaf men toestemming. Later kreeg ik een telefoontje van de directrice, waarin ze me vertelde dat er toch eerst over gepraat moest worden, omdat het boek wel eens tegen de zin van de gereformeerde gemeente zou kunnen zijn. Toen heb ik meteen afgehaakt en hen verteld dat ik niet gediend ben van zo’n behandeling.

Schrijvers en dus hun boeken stuiten vaker op weerstand van orthodoxe Christenen, zoals op sommige scholen waar bepaalde boeken niet gelezen mogen worden. Wel krijgen die scholen geld van de overheid. Wat vind je van die censuur op scholen?

Ik ben fel tegen elke vorm van censuur. Boeken zijn informatie. Mensen informatie achterhouden houdt ze dommer. Ik wil zelf uit kunnen maken of ik een boek wel of niet lees, in plaats dat iemand me voorschotelt wat wel of niet is geoorloofd.

Kun je vijf boeken noemen die je anderen wilt aanraden of die een onuitwisbare indruk op je gemaakt hebben?

De stervende aarde van Jack Vance
Imajica van Clive Barker
Frankenstein van Mary Shelley
Dracula van Bram Stoker
De reis naar de maan van Jules Verne

Hier kun je nog iets zeggen dat je graag kwijt wilt.

Van De negen cirkels verschijnt dit jaar ook nog een e-boekversie.
Op het moment ben ik met hulp van mijn vaste schrijfcoach, Inanna van den Berg, bezig met het afschrijven van drie nieuwe manuscripten. Het gaat om een Steampunktweeluik en een thriller (met een heel dun SFrandje). Ik hoop daar snel een uitgever voor te vinden.

Vragen: Pieter Feller en Felice Beekhuis

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Succes en sappelen in de middenstand

Categorie: Boek van de week, Familiegeschiedenis, Mens & Maatschappij, Non-fictie

Hoeden en petten en dameskorsetten – Frank Bokern – Van Oorschot – 257 blz. De wortels van Frank Bokern en zijn familie liggen in Westfalen. Beroemde namen als Dreesman, Peek, Cloppenburg, Voss en Kreijmborg stammen…

Boek van de week archief

18-juli-2019 | Lees verder | Reageer!