Genomineerd voor de Nico Scheepmaker Beker

27-mei-2017 | Categorie: Interview

Mariska Tjoelker, geboren in 1970 in het Drentse Oosterhesselen. Tegenwoordig woont ze in Driebergen, samen met haar lief Rogier en hun hond Briek. Ze heeft rechten en geschiedenis gestudeerd, maar beide studies niet afgemaakt. Na tien jaar freelancen werkt ze tegenwoordig parttime als online redacteur bij Plus Online. Daarnaast werkt ze aan haar boeken. Haar boek Mien, een vergeten geschiedenis is onlangs genomineerd voor de Nico Scheepmaker Beker, een prijs voor het beste sportboek van het jaar. Het boek gaat over de lesbische wielrenster Mien de Bree en legt op een pijnlijke manier bloot dat de emancipatie in de sport bepaald niet van een leien dakje ging. Lees hier de recensie van Mien, een vergeten geschiedenis.

Je was een boekenwurm als kind. Welke boeken/schrijvers zijn je bijgebleven?

Boeken die me echt zijn bijgebleven, zijn die van Thea Beckman: ik verdween met huid en haar in haar verhalen – prachtig! Verder las ik van alles: De Vijf, Arendsoog, de Kameleon, Guus Kuijer, noem maar op. Tegen het einde van de basisschool was ik helemaal klaar met de kinderboekenafdeling van de bibliotheek en mocht ik naar de volwassenenafdeling. Daar begon ik aan Agatha Christie en wat een feest was het toen ik haar ontdekte: planken vol boeken en ik mocht ze allemaal lezen. Ik was ook echt geen buitenspeelkind: ik zat veel liever op m’n kamer te lezen.

Schreef je als kind ook al verhaaltjes/gedichtjes? Herinner je nog iets daarvan?

Eigenlijk niet, nee. Opstellen schrijven ging me altijd heel makkelijk af, maar ik schreef zelf geen verhalen of gedichtjes.

Je was freelance journalist. Welke opleiding(en) heb je gevolgd?

Inmiddels werk ik niet meer als freelance journalist, maar als online redacteur bij Plus Online, voor drie dagen per week. Het freelancen heb ik bijna tien jaar gedaan. Ik heb het vwo gedaan en daarna rechten en geschiedenis gestudeerd – rechten direct na het vwo, geschiedenis een paar jaar later, als deeltijdstudent naast mijn baan. Overigens heb ik geen van die studies afgemaakt, rechten vond ik afschuwelijk en met geschiedenis moest ik vanwege tijdgebrek stoppen. Overigens is geschiedenis wel een prachtig mooie studie!

Je schrijft artikelen voor Plus Online, een magazine voor 50-plussers. Waar gaan je artikelen over?

Zoals gezegd werk ik daar nu drie dagen per week en zoals dat gaat op een online redactie, schrijf ik over van alles. Over fietsen voor de website Fietsen123.nl – onderdeel van Plus – over politiek, maar ook over huis-, tuin- en keukenzaken.

Op je website staan wat artikelen over wielrennen. Waarom heeft dat je speciale interesse? Doe je het zelf ook(als hobby)?

Ik fiets zelf inderdaad ook, puur als hobby. Wielrennen (en sport in het algemeen) is me door mijn vader met de paplepel ingegoten en de liefde daarvoor is nooit meer overgegaan.

Was je altijd al van plan om eens een boek te gaan schrijven?

Ik heb jarenlang gedacht dat ik dat niet zou kunnen. Al vanaf mijn vroegste jeugd ben ik een boekenwurm pur sang, maar zelf schrijven – ik had altijd het idee dat ik dat niet kon. Tenminste, ik kon het natuurlijk wel, maar niet beter dan wie dan ook, dacht ik altijd. Pas in 2007 ben ik er echt mee aan de slag gegaan, en na het overlijden van mijn vader – in 2010 – ben ik ook verhalen gaan schrijven. Toen voelde ik ook al wel dat er boeken moesten komen, maar dat voelen en mijn onzekerheid daadwerkelijk overwinnen en het ook doen waren nog wel twee verschillende dingen.

Met het boek Mien, een vergeten geschiedenis werd je genomineerd voor de Nico Scheepmaker Beker. Was je verrast?

Ja, absoluut: verrast en heel blij. Natuurlijk wist ik dat Mien een bijzonder verhaal is, om verschillende redenen. Maar dan nog: het is wel m’n debuut en dan is zo’n nominatie bepaald niet vanzelfsprekend.

Op je website las ik dat er na verschijnen van het boek wel redelijk veel recensies zijn verschenen en ook interviews, maar dat alles heeft kennelijk niet veel geholpen. Bij DWDD noemden ze de verkoopcijfers van de genomineerde boeken. Mien had tot dan toe 1100 exemplaren verkocht. Dat is weinig voor een land waar wielrennen toch heel populair is. Hoe verklaar je dat? Denk je dat de uitgever, Thomas Rap, voldoende tijd en geld in de marketing van Mien heeft gestoken?

Ik vrees dat dat enerzijds te maken heeft met het feit dat ik geen bekende naam ben terwijl het boek anderzijds ook lastig neer te zetten is. Het is een sportboek, maar het is ook een roman en het is ook een geschiedenis van de emancipatie in de sport.

Je deed drie jaar onderzoek voor Mien. Had ze nog persoonlijke dingen als dagboeken of brieven nagelaten?

Nee, dat helaas niet. Ik heb veel archiefonderzoek gedaan, vooral in België.

Welke familieleden van Mien de Bree leefden nog en konden je informatie over haar geven?

Ik heb meerdere keren met een nicht en een neef gesproken en via hun verhalen en foto’s kwam Mien steeds meer tot leven.

Je noemt Mien zelf een roman, omdat je het persoonlijke leven van Mien de Bree zelf bent gaan invullen om de lezer dichterbij haar te brengen. Ging je dit makkelijk af? M.a.w. kon je zonder moeite in haar huid kruipen?

Ja, eigenlijk wel, op de een of andere manier herkende ik veel in haar. Ik heb vanaf het begin gevoel gehad dat Mien een sterke drang naar vrijheid had en die drang herkende ik. En toen haar vrijheid werd beknot, liep ze langzaam maar zeker vast – ook zeer herkenbaar. Mien greep daardoor naar de drank, ik raakte daardoor depressief en heb een jaar lang dagtherapie in de PAAZ nodig gehad om mezelf terug te vinden. Mien en ik zijn in zekere zin tegengesteld aan elkaar: zij wist al heel jong wie ze was en wat ze wilde en pas later, toen ze daar niet meer naar kon leven, liep ze vast. Ik had op jonge leeftijd juist geen idee wie ik werkelijk was en heb zodoende jarenlang geleefd naar wat de buitenwereld van mij verwachtte (of wat ik dácht dat van mij werd verwacht) – dat deed mij vastlopen. De vrijheid die Mien op jonge leeftijd nastreefde, kwam bij mij dus veel later, maar dat maakte wel dat ik die beknotting goed kon invoelen. Overigens zag haar opvatting van vrijheid er wel totaal anders uit dan de mijne, maar de essentie is hetzelfde: mogen en kunnen leven naar wie je echt bent.

In Mien komt een heel bijzonder persoon voor namelijk wielrenster Elvire de Bruyn, die zich later Willy de Bruyn gaat noemen en een man blijkt te zijn. Je zegt dat over hem en zijn vrouw weinig bekend is. Daar zit toch ook een boek in? Heb je daar plannen voor?

Daar zit absoluut een groter verhaal in, maar ik ga dat niet schrijven, dat mag iemand anders doen.

Ik las dat je werkt aan een tweede boek. Kun je iets zeggen over het onderwerp?

Dat klopt inderdaad, ik ben zelfs met twee projecten bezig. Over de onderwerpen wil ik nog niets kwijt, wel dat ze niets met sport te maken hebben én zeer verschillend zijn.

Krijg je signalen dat na de nominatie de verkoop van Mien toeneemt?

Ja, er zijn inderdaad wel iets meer boeken verkocht. Maar Mien staat helaas nog niet in de CPNB top-60.

Vragen: Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Klein literair juweel

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Novelle

De zondagen van Jean Dézert – Jean de la Ville de Mirmont – Vertaling Mirjam de Veth – Uitgeverij Oevers -122 blz. De zondagen van Jean Dézert is een bijzondere novelle. Het verhaal is al…

Boek van de week archief

10-augustus-2020 | Lees verder | Reageer!