Gepromoveerd op Jan van Scorel

27-maart-2021 | Categorie: Interview

Gaila Jehoel is als universitair docent verbonden aan de master Kunst, Markt & Connaisseurschap van de Vrije Universiteit. Ze studeerde aan drie kunstacademies en behaalde twee universitaire masters alvorens zich voor haar doctoraat te verdiepen in het netwerk van Jan van Scorel.  Eind vijftiende en begin zestiende eeuw hadden Noord-Nederlanders veel contacten met Vlamingen en nog verder tot ook in Italië. Eén van hen was de kunstschilder Jan van Scorel.

 Gaila Jehoel heeft een prachtig proefschrift aan hem gewijd, waarin ze duidelijk maakt hoe groot en intens het netwerk was dat hij gedurende zijn leven onderhield. Verbazing hierover en over het feit dat er zo weinig onderzoek is gedaan naar kunstenaars in verband met hun leven en netwerk, is iets dat duidelijk in het werk van Gaila Jehoel te vinden is.

In het dankwoord van je boek over Jan van Scorel stip je aan dat je drie kunstacademies hebt bezocht en twee universitaire masters hebt gedaan. Kun iets meer vertellen over je opleiding?

Ik ben begonnen aan de kunstacademie in Kampen en daarna overgestapt naar design op de kunstacademie in Arnhem, om daar na een jaar verder te gaan bij de docentenopleiding beeldende kunst en vormgeving. Vervolgens heb ik aan de Rietveld academie in Amsterdam gestudeerd. Na een aantal jaren in het vo ben ik kunstgeschiedenis aan de VU en de UVA gaan studeren en heb ik twee masters gedaan, een over oude kunst en de ander over de kunstmarkt.

Sloot je opleiding aan bij jouw interesses in je jeugd?

Zeker, ik heb altijd een grote interesse in vormgeving en kunst (maken) gehad en in hoe de waardering (zowel visueel als financieel) voor kunst en vormgeving tot stand komt en wat daarvoor van belang is.

Onze lezers zijn altijd benieuwd naar de leeservaringen van schrijvers. Wat las je in je jeugd en wat daarna? Heb je favoriete boeken en/of auteurs?

Zelf ging ik wekelijks minstens een keer naar de bibliotheek, waar ik lange tijd alles heb gelezen wat los en vast zat. Voor mij was het boek van Michael Ende, De spiegel in de spiegel, een eyeopener en beslissend voor mijn keuze voor de wereld der kunsten. Dat je met fantasie en verbeelding zó veel spannende dingen kunt creëren, het toonde mij een blik op het enorme potentieel van verbeelding.

Hoe ben je voor je proefschrift bij Jan van Scorel terecht gekomen?

Het verbaasde me dat er naar de reis van Van Scorel niet eerder onderzoek was gedaan, terwijl die zo uitzonderlijk was in die tijd en zeker voor hem, als zoon van een dorpspastoor zonder legitieme geboorte en als eerste (zover bekend) vanuit de Noordelijke Nederlanden. Hoe is hem dat in hemelsnaam gelukt? Dat wilde ik graag onderzoeken.

Je verbaast je erover dat werk en leven van kunstschilders zo weinig in samenhang beschreven worden. Hoe ben je ertoe gekomen dat zelf wel te doen?

Omdat ik zelf kunstacademie heb gedaan en mijn oom en tante beeldhouwers zijn, zag ik van dichtbij dat het oeuvre van een kunstenaar zich niet geïsoleerd van de omgeving/maatschappij ontwikkelt. Ik vond en vind het vreemd dat dit vaak wel zo vanuit de (kunst)historische wetenschap benaderd wordt.

Denk je dat deze methode, na jouw boek vaker gebruikt zal gaan worden; zijn daarover al signalen op te merken?

Ik hoop inderdaad dat deze methode vaker gebruikt gaat worden. Er is zeker een beweging aan de gang, zoals bijvoorbeeld te zien is aan de schitterende publicatie van Daantje Meuwissen over Jacob Cornelisz van Oostsanen (ca. 1475-1533), De Renaissance in Amsterdam en Alkmaar en van Dan Ewing, over Jan de Beer, Gothic Renewal in Renaissance Antwerp. In deze uitgaven wordt divers bronnenmateriaal gecombineerd in een (wetenschappelijk) logisch en chronologisch verhaal.

Je vertelde dat de contacten in de tijd van Van Scorel zo internationaal waren. Kun je de lezer daar ook beeld van geven?

 Ja, het verbaasde me dat de elite in bijvoorbeeld Egmond of Utrecht zo eenvoudig en regelmatig contact had met andere Nederlanders en Vlamingen die in Rome werkten, of in Venetië of de Duitse landen. Een voorbeeld daarvan vormt Willem van Enckevoirt, afkomstig uit Noord-Brabant. Hij studeerde aan de universiteit in Rome en ging werken bij de rota (kerkelijke rechtbank) van het Vaticaan. Hij onderhield daar de contacten met de Nederlanden en kende eigenlijk alle belangrijke Vlamingen en Nederlanders. Geestelijken die verbonden waren aan de belangrijkste kerken in Nederland hadden ook vaak familieleden die in Rome werkten. Tevens vertrokken jaarlijks jongemannen vanuit de Nederlanden om een paar jaar in Italië te studeren, vaak ook nog aan minstens één universiteit. In het buitenland werden ze opgenomen in op nationaliteit ingerichte studentengemeenschappen, werkelijk fascinerend.

Ook merkte je op dat Jan van Scorel het lastig had met de protestantse kring rond Dürer. Kun je dat wat verduidelijken?

Dürer en zijn vrienden waren zeer gecharmeerd van Luthers ideeën, Dürer zat bijvoorbeeld ook in een literaire kring waar Luthers geschriften werden bestudeerd. Hij kende Luther ook persoonlijk. Van Scorel kwam uit een zeer christelijke omgeving en voor hem waren Luthers ideeën opruiend en verontrustend. Van Scorel is altijd een overtuigd christen gebleven, ontwikkeld en geleerd. In onze geschiedschrijving wordt te veel de nadruk gelegd op het opkomende protestantisme en alle steun die daarvoor vanuit de samenleving zou zijn geweest, terwijl er echt een hele sterke christelijke tegenbeweging was van letterkundigen, wetenschappers en andere gelovigen die Luthers ideeën helemaal niet steunden. Zij waren wel, in enige mate, voor versobering van het christendom, maar wezen de weg van Luther af.

In mijn bespreking van je boek heb ik, in navolging van verscheidene publicaties, gemeld dat Van Scorel directeur van de Vaticaanse oudheden was. In je boek bestrijd je dat. Kun je uitleggen hoe dat zit en waardoor dit misverstand heeft kunnen ontstaan?

 De functie van opzichter of directeur van het Vaticaanse oudheden bestond gewoonweg niet. Je ziet dit idee voor het eerst opduiken als het vak van conservator ontstaat, in de negentiende eeuw, terwijl er geen enkele bron voor bestaat. Soms wordt Van Scorel daarin de navolger van Rafael genoemd, terwijl de bron voor die bewering door John Shearman al lang is ontkracht. Rafael kreeg gewoon de bevoegdheid om zich mooie (marmeren) stenen toe te eigenen voor de renovatie van de Sint-Pieter.

Als je terugblikt op je studie, zou je dan kunnen kiezen waarin Van Scorel het meest belangrijk is geweest, in zijn kunstwerken of door zijn netwerk? En waarom?

 Van Scorel was een topkunstenaar en heeft zich door zijn netwerk kunnen ontwikkelen tot een toonaangevend portrettist. Ik denk dus dat het samen gaat, dankzij zijn netwerk en zijn reizen kon hij die hele interessante ontwikkeling als kunstenaar doormaken.

Je merkt ook op dat er zo weinig over dit tijdsgewricht is geschreven. Kun je redenen daarvoor bedenken?

 Voor veel wetenschappers eindigde de renaissance met de dood van Rafael in 1520. Je ziet dat het heel lang heeft geduurd voordat men interesse kreeg in de tijd daarna, terwijl het begin van de zestiende eeuw zo’n fascinerend tijdsgewricht is. Columbus zeilde net daarvoor naar Amerika (1492), men gaat op pelgrimstocht naar Jeruzalem, jongemannen, regelmatig de natuurlijke zonen van geestelijken en rijke kooplieden, gaan studeren aan de in de vijftiende eeuw opgerichte universiteit van Leuven. Deze groep vervangt langzamerhand de adel (die daar vanuit gewoonterecht zat) bij de bestuurlijke instellingen van de Nederlanden. Latijnse scholen trekken jongeren uit heel Nederland aan, die daar dan komen studeren. Vlamingen en Duitsers drukken boeken in Venetië, omdat daar zo’n vrijzinnig klimaat is. Er is zo veel beweging!

Vragen: Kees de Kievid

Foto auteur: collectie Gaila Jehoel

Recensie: Jan van Scorel

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

De snelkookpannen van vooruitgang en beschaving

Categorie: Boek van de week, Geschiedenis, Mens & Maatschappij, Non-fictie

Metropolis – Ben Wilson – vertaling: George Pape – Uitgeverij Unieboek / Het Spectrum – 544 blz. Iedere dag neemt de stadsbevolking in de wereld met 200.000 personen toe. In 2050 zal twee derde van…

Boek van de week archief

11-april-2021 | Lees verder | Reageer!