Goesting om te lezen en te schrijven

30-september-2017 | Categorie: Interview

Nathallie Stroobant (Schellebelle, 1972) leerde naast lopen, vallen en weer opstaan, vooral praten tijdens haar eerste levensjaren. Dit leidde tot de gevleugelde woorden: “Je zal er niet bij in slaap vallen”. Als zesjarige besefte ze dat woorden uit de lucht neer konden dwarrelen op papier en daar bleven liggen. Vanaf dat moment liepen haar schoentjes de kleine dorpsbibliotheek steeds vaker binnen en buiten. Stapels boeken versleepte ze. En toen ontdekte ze het plezier van het schrijven.

Schriftjes werden gevuld met fantasietjes. Haar grootste wens op 10-jarige leeftijd: Schrijver worden. Het meisje werd groot en verruimde haar horizon en ging psychologie studeren. Nadien kreeg ze de kans te schrijven voor haar werk: droge, ietwat saaie medisch-wetenschappelijke artikels. Ze behaalde een lerarendiploma en hielp rokers te stoppen met wat ze graag deden. Ze stapte in het huwelijksbootje en al gauw speelden drie kinderen op het dek. Diep van binnen bleef iets sluimeren. En op 1 september (de symboliek!) ergens in deze eeuw zette de passie haar in lichterlaaie. Een vlaag van inspiratie opende de deur van een schrijvershol…

Je was een leeskind. Welke boeken herinner je je nog uit je jeugd en welke maakten veel indruk?

Wat een mooi woord. Een leeskind, maar ook een leestiener, leestwintiger,… Ik was inderdaad een leeskind. Ik groeide op in Schellebelle, een pittoresk Vlaams dorpje aan de Schelde. Op een keer stond ik zo intens tegen de verwarming aan te lezen, dat mijn plastic zakje, om de boeken in op te bergen, plots helemaal gesmolten was.
Ik was gek op avonturenverhalen en boeken over deugnieten (zoals Schild en Bedelknaap, Gullivers reizen, Tom Sawyer). Ik leefde mee met kinderen die naar een internaat moesten. Ik hield eveneens van boeken met een zeker realiteitsgehalte of een maatschappelijk thema (Duet met valse noten). En ik zat al vroeg met mijn neus in wetenschappelijke boeken met plaatjes. Kort gezegd: ik was een alleslezer.

Je pende schriftjes vol verhalen. Waar gingen die zoal over?

Ik had een favoriete tweeling, broer en zus, die vaak de hoofdrol speelden. Ik had zelf altijd graag een tweelingbroer willen hebben, maar dat is er nooit van gekomen. Ik schreef over kabouters (voor mijn jongere broertjes). Er waren verhalen over de oorlog bij, wat de schooldirectrice een dikke frons bezorgde. Ze vond dat dat niet hoorde voor zo een jong kind. Verder had ik nogal veel verbeelding. Op weg naar school bedacht ik altijd de meest fantasievolle vertelsels voor mijn fietskameraadje. Ik schreef graag gedichtjes-op-rijm over dagdagelijkse dingen. Gelukkig zijn er enkele schriftjes bewaard gebleven.

Is het belangrijk voor een schrijver om al als kind verhalen te schrijven?

Het mag, maar het hoeft niet, denk ik. Het duidt gewoon aan dat het er altijd wel “in zat”, maar het is geen must volgens mij. De geboorte als “schrijver” kan zich op elk moment in het leven manifesteren.

Op je tiende wilde je al schrijfster worden, maar eerst werd je psychologe. Ben je nog werkzaam in die functie?

Ik ben eigenlijk nooit werkzaam geweest als psychologe. Ik heb hoofdzakelijk wetenschappelijk onderzoek gedaan in een medische context en in die hoedanigheid wel veel geschreven maar dat was zuivere non-fictie. Schrijfster worden was nooit een echt plan (behalve dan in mijn droom als 10-jarige). Wel speelde ik met het idee om ooit een boek te schrijven, als ik op pensioen was. Dat heb ik dus een beetje vervroegd.

Helpt je studie bij het schrijven van kinderboeken?

Tja, ik vermoed ergens van wel. Mensen observeren vond ik sowieso altijd boeiend. Je leert natuurlijk door die studies vanuit een bepaald kader te kijken. Psychologie kan je voor alles gebruiken. Op zich ben ik daar niet zo mee bezig als ik schrijf, maar het zal me ongetwijfeld wel beïnvloeden en beïnvloed hebben. Ik merk, achteraf meestal, dat ik naar psychologische thema’s teruggrijp. Of dat er, zonder dat ik het weet, iets neurologisch of medisch insluipt in mijn verhaal, gebaseerd op mijn vroegere werkervaringen.

Hoe ga je te werk? Heb je eerst een schema gemaakt met personages en karakters of werk je organisch?

Ik schrijf vanuit mijn gevoel. En het verhaal groeit door te schrijven. Dus neen, geen schema’s. Het begint met een idee (meestal om 5 uur ’s morgens in mijn bed) en dan moet ik er gewoon aan beginnen. Dat voel ik, heel diep vanbinnen. En dan begint het verhaal te leven. De hoofdpersonen kruipen bij me op de achterbank in de auto als het ware. Bij alles wat ik zie, doe, denk, sluipt het verhaal binnen. Dat is een heel intensieve periode en dan word ik helemaal opgeslorpt door het verhaal. Wat ik wel op voorhand doe is research. Voor het verhaal van Boris Bord belandden we in 1928 en dan ging het er een ietsiepietsie anders aan toe…
Toen ik al een tijdje bezig was, las ik een boek over hoe je kinderboeken hoort te schrijven. Dat was wel eventjes schrikken. Blijkbaar pakte ik het volledig fout aan. Maar ik blijf bij mijn stijl. Dat is hoe ik schrijf en elke auteur heeft zijn eigen methode. Bij mij heeft zelfs ieder boek zijn eigen manier van aanpakken. Sommige verhalen typ ik meteen op de computer. Andere schrijf ik uit op papier, net zoals vroeger toen ik 10 was.

Je debuut is De bijzondere uitvinding van Boris Bord. Hoe kwam je op dat idee?

Goeie vraag. Ik krijg constant ideeën. Ik was eigenlijk met een ander verhaal bezig, maar besloot toen te vertellen wat voorafging. Ik wist dat ik iets wou doen met verkeersborden, omdat ik het gewoon ook heel belangrijk vind dat kinderen op een allesbehalve saaie manier verkeersopvoeding krijgen. Ik zat met een hoofdpersoon in mijn hoofd en toen kwamen die weeskinderen erbij en toen… Ik wist zelf niet, wanneer ik eraan begon, hoe mijn verhaal verder zou gaan. Het moet wel een béétje spannend blijven, ook voor mij. Ik hoef het einde nog niet te weten als ik begin.

Heb je je boek aan je kinderen voorgelezen en wat vonden ze ervan?

Mijn kinderen zijn altijd mijn eerste proeflezers. Zij vonden het heel leuk en spannend. Maar ik ben een stapje verder gegaan, want mijn eigen kinderen, tja, dat ligt nogal gevoelig, hé. Stel je voor dat ik geen eten meer op tafel tover omdat ze mijn verhaal niet leuk vinden.
Een juf op school zocht ouders om te komen voorlezen. Ze wist dat ik schreef en van het een kwam het ander. Gedurende 6 weken mocht ik elke keer een paar hoofdstukken voorlezen aan 22 enthousiaste kinderen. Ze overstelpten me met tekeningen. Ik maakte ook allerlei opdrachten rond het verhaal. Na afloop hielden we een echt limonadefeestje (dat in tegenstelling tot het boek wel goed afliep). Er waren ook workshops met een uitgeverij, een journalistenhoekje, multimedia-drama opdrachten en een verkeersbordenfabriek.
Dat was zó leuk en volgens de juf ook educatief, dat ik nu in de eindfase zit van een inspirerend lessenpakket, helemaal op maat van het boek. Die bundel zou ik willen aanbieden aan lagere scholen.
Ik kom nog even terug op de betrokkenheid van mijn eigen kinderen. Op een dag zat ik naast Max-Emile, mijn oudste zoon van 11 toen, en hij tekende iets wat bij het boek paste. Dat was precies wat ik in mijn hoofd had en toen hebben we samen besloten dat hij de tekenaar zou worden voor dit boek. Hij heeft de tekeningen van het binnenwerk met de iPad gemaakt en de cover “gewoon” met pen en papier.
Ik vind het erg fijn dat mijn kinderen zo betrokken zijn. En toen ik mijn eigen You-Tube kanaal aanmaakte voor de boektrailer, was ik helemaal de “hippe mama”.

Heb je je leeswoede op je kinderen kunnen overbrengen?

Ik heb drie kinderen (10, 12 en 14 jaar) en ze lezen allemaal. Maar vooral nummer twee (die van de tekeningen) is een echte leesgek. Ik geef hem nooit een plastic zakje mee naar de bib.

Je boek is uitgegeven door Boekgoesting. Is dat zelfpublicatie of een reguliere uitgeverij?

BoekGoesting is een totaalconcept. “Goesting hebben” is een Vlaamse uitdrukking en betekent “zin hebben”. Ik wil jong en oud meer zin doen krijgen in lezen én schrijven. Naast het geven van workshops en lezingen in bibs en scholen, organiseer ik ook schrijfcursussen (o.a. voor tieners, een heel fijn publiek). Het sprak een beetje voor zich dat dit boek dan ook werd uitgegeven door BoekGoesting, niet via een selfpublishing platform, maar met behulp van een externe redacteur, een zorgvuldige drukker en een uiterst professionele vormgever. Het is belangrijk om je goed te laten omringen.

Ben je intussen alweer bezig met het volgende boek? Kun je een tipje van de sluier oplichten?

Ik ben altijd bezig met een volgend boek… Maar inderdaad, ik popel om een bepaald manuscript te herwerken. Ik kan alvast verklappen dat het totaal anders maar wel héééél speciaal zal zijn.

Meer informatie over het boek De bijzondere uitvinding van Boris Bord vind je hier

Heb je zin in een filmpje? Dan kan je hier de booktrailer bekijken.

Vragen: Felice Beekhuis en Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Twee culturen op een kussen

Categorie: Boek van de week, Familiegeschiedenis, Levensverhaal

Moederland. Een vrouwenleven in twee culturen – Inge de Bever – Van Oorschot – 252 blz. Inge de Bever (1958) studeerde klassieke taal- en letterkunde aan de Universiteit van Leiden met Turks als bijvak. Ze…

Boek van de week archief

3-oktober-2019 | Lees verder | Reageer!