Het lezen lukte niet erg, maar tekenen ging des te beter

6-september-2014 | Categorie: Interview

Monica MaasMonica Maas (30 december 1953) is op Texel geboren waar ze nog steeds woont en werkt. Vanaf 1978 is ze freelance illustratrice en ontwerpster. Sinds zes jaar is haar man Henk Brugge werkzaam binnen haar bedrijf. Ze hebben drie kinderen en drie kleinkinderen. In de loop der jaren maakte ze illustraties voor allerlei tijdschriften en educatieve uitgaven en illustreerde ruim 100 (kinder-)boeken. Voor Hallmark tekent ze wenskaarten en ze ontwerpt dessins voor babyartikelen die wereldwijd worden verkocht. Haar beertje Bobbi is bijzonder succesvol in de serie voor jonge kinderen die door Kluitman wordt uitgegeven. In 2012 verscheen bij De Vier Windstreken haar enigszins autobiografische prentenboek Souwtje. De illustraties in dit boek spreken zowel kinderen als volwassenen aan.

Uit wat voor gezin kom je?

Een gezellig, creatief gezin op Texel met drie kinderen waarvan ik de middelste ben. Mijn zus, broer en ik hebben het tekentalent van onze ouders. We tekenden erop los, ieder in een eigen stijl en wonnen elke tekenwedstrijd.
Om het huis was volop ruimte zodat we veel buiten speelden en hutten bouwden. Mijn vader was timmerman, kon prachtig tekenen en maakte voor ons speelgoed, bedden en kasten (van op het strand gejut hout). Hij bouwde een atelier aan het huis waarin we konden tekenen en kleien. Mijn moeder was een geboren Amsterdamse die in Zandvoort opgroeide. Zij stimuleerde ons en gaf als we erom vroegen, commentaar op onze tekeningen.
Tijdens zomerse logeerpartijen bij opa en oma deden we mee aan de zandbouwwedstrijden in Zandvoort en altijd gingen we ieder met een eerste prijs naar huis. Opa had een graveursbedrijf in Amsterdam en bracht ons al jong de beginselen van het perspectief bij.

Als 12-jarige deed ik mee aan een door Honig uitgeschreven tekenwedstrijd met als thema: ‘Teken moeder in de keuken’. Ik won 150 gulden, een kapitaal.
Toen mijn zus op de Kweekschool begon met keramiek, deed het hele gezin enthousiast mee. We maakten van alles, zoals poppetjes die verkocht werden in diverse winkels. Op m’n 17e verkocht ik mijn tekeningen via een galerie. Er was continu vraag naar en zo ontwikkelde ik ongemerkt m’n techniek.

Wilde je als kind al illustrator/tekenaar worden?

Vanaf de kleuterschool wist ik dat ik kleuterleidster wilde worden net als m’n tante in Zandvoort. Zij tekende ook en dat leek me een goede combinatie. Zodoende heb ik ruim vier jaar met veel plezier voor de klas gestaan. Tijdens de opleiding maakte ik m’n eerste prentenboek voor het vak Nederlands en intussen was ik bezig met grote pentekeningen van een huis op een eiland. Daaruit is in 1975 het wandplatenboek Sauwtje Zeeheks ontstaan. Theo Timmer van boekhandel Het Open Boek in Den Burg bracht me vervolgens in contact met uitgeverij Kosmos. Voor hen maakte ik twee kinderboekjes die goede recensies kregen. Hierdoor vroeg Wim Hora Adema of ik illustraties wilde maken voor haar winter- en liedjesboeken. Zo ging de bal rollen. In 1978 had ik zoveel opdrachten dat ik het onderwijs vaarwel zei en volop ging illustreren.

Las je als kind veel en wat waren je favoriete boeken?

In ons gezin werd heel veel gelezen door m’n moeder en zus. Niet door mij. De boekenkast besloeg de halve kamer. Ik was (en ben nog steeds) meer een luisteraar en een beelddenker en probeerde plaatjes te maken van wat ik las. Dat schoot niet op en meestal verzandde ik in de eerste bladzijden. Mijn moeder probeerde van alles om me aan het lezen te krijgen, wat moeilijk lukte. Gelukkig werden mijn broertje en ik veel voorgelezen.
Tegenwoordig heb ik tijdens mijn werk vooral in de fase van het kleuren, vaak een luisterboek aanstaan. Ik laat me dus nog steeds voorlezen.

Kinderboeken waaraan ik goede herinneringen heb zijn Saskia en Jeroen en andere boeken van Jaap ter Haar, Wiplala en de gedichten van Annie M. G. Schmidt. De bundel Op Visite bij de Reus (met tekeningen van Wim Bijmoer) ken ik uit m’n hoofd. Later kwamen daar boeken bij als De kinderen van de grote fjeld, De modderjongens en Rossy, dat krantenkind.

Geboren en getogen op Texel en daar woon je nog steeds. Is het een voor- of een nadeel om op een eiland te wonen?

Op Texel is veel ruimte, er zijn goede voorzieningen, de overtocht duurt kort en de luchten zijn prachtig. Natuurlijk houden we altijd rekening met de laatste boot die om 21.30 naar het eiland vertrekt, maar het is heerlijk om dichtbij het bos, de duinen en het strand te wonen en er even naartoe te fietsen.

Bobbi is je belangrijkste character. Hoe heb je hem bedacht? Hoeveel boeken zijn er al over hem en komen er nog meer?

Vanaf 1980 teken ik geboortekaarten voor uitgeverij Intercard. Al gauw bleken m’n beertjes het goed te doen, jaarlijks werden ruim 2 miljoen kaarten verkocht.
Eind jaren negentig vroeg Uitgeverij Kluitman of ik een serie wilde bedenken over zo’n bruin beertje. Het duurde even, maar in 2002 maakte ik samen met Ingeborg Bijlsma de eerste twee Bobbi-boeken. Die sloegen direct aan, waarna de serie kon doorgroeien. Op dit moment zijn er rond de 26 leverbare boeken en worden dertien titels ook in China uitgegeven. Wereldwijd zijn intussen zo’n 1,5 miljoen Bobbi-boeken verkocht.
Toen Ingeborg wegens drukke werkzaamheden stopte als tekstschrijfster ben ik de verhaaltjes zelf gaan schrijven. Dat waren Bobbi gaat voetballen en Bobbi in de zomer. In september komt Bobbi in de winter daarbij. Uitgeverij Kluitman en ik zijn steeds bezig met het bedenken van nieuwe titels.

Joupy de zeehond is een nieuw character. Het begin van een serie?

Joupy is ontstaan door de dessins van een zeehondje die ik maakte voor baby-artikelen. Terwijl ik daarmee bezig was stelde de directeur van Bébé-jou voor dat ik er een boekje bij ging maken. Dat werd Joupy de kleine zeehond. Mijn man kon alle details over zeehonden vertellen omdat hij ruim dertig jaar als hoofd-dierverzorging in Ecomare heeft gewerkt. Alles klopt dus.
Joupy de kleine zeehond verscheen behalve in het Nederlands ook in het Frans, Duits en Portugees in een oplage van 30.000 stuks. Kinderen waren meteen verknocht.
In 2012 gaf De Vier Windstreken m’n prentenboek Souwtje uit en daarna ook de Joupy-boeken, want met Joupy en Kokmeeuw is een tweede deel verschenen. En wie weet volgen er meer…

Je illustreert ook voor anderen. Wat zijn je criteria om een script te illustreren?

In de loop der tijd heb ik met veel verschillende auteurs kinderboeken gemaakt. Vaak erg leuke die niet meer leverbaar zijn zoals Peutertje Pech van Augusta Verburg. Nu jonge moeders willen dit boek aan hun eigen kinderen voorlezen omdat ze het in hun jeugd zo geweldig vonden. Ook bijvoorbeeld Basisschool Pierewiet van Marianne Witte is goed. De tekst klopt, is vlot geschreven, grappig, en voor veel kinderen herkenbaar.
Met regelmaat krijg ik verzoeken vanwege mijn tekenstijl, maar ik heb het te druk met het maken van eigen boeken. Tenzij er iets voorbij komt dat me echt aanspreekt natuurlijk dan probeer ik dat in te plannen.

Op je site zag ik je in de weer met kwastjes en verf. Teken je ook digitaal?

Mijn tekeningen maak ik op papier meestal met pen, aquarelverf, ecoline en soms wat kleurpotlood. Het origineel scan ik in. Dit biedt veel mogelijkheden; in Photoshop doe ik de complete opmaak van de boeken, kaarten of andere producten. Vroeger stuurde ik m’n tekeningen in een envelop naar de uitgever, tegenwoordig gaat het digitaal.

Welk bestaand kinderboek van een beroemde schrijver zou je graag (hebben) willen illustreren?

Daar heb ik nooit over nagedacht, maar nu je het vraagt… Sommige verhalen van Astrid Lindgren spreken me bijzonder aan zoals Lotta uit de Kabaalstraat. Daarmee zou ik wel uit de voeten kunnen.

Je maakt ook geboorte- en wenskaarten en je ontwerpt dessins voor baby-artikelen. Hoe zou je jouw stijl voor deze twee willen omschrijven? Is die anders dan bij de prentenboeken?

De dessins voor de Hallmarkkaarten en bijvoorbeeld de babyartikelen houd ik pakkend, ze moeten een goede uitstraling hebben. In detail hebben ze overeenkomsten met de illustraties voor bijvoorbeeld de Bobbi-boeken, maar achtergronden laat ik weg. Ook ontwerp ik andere figuurtjes die los van Bobbi staan. Deze dessins zijn heel anders dan de illustraties voor bijvoorbeeld Souwtje of de Joupy-boeken, maar ik hou van afwisseling in m’n werk.

Welke illustratoren bewonder je en waarom?

Van jongs af aan werd ik geboeid door het werk van Rie Cramer en Cornelis Jetses. Zijn grote kijkplaat van ‘Hoogeveens leesmethode’ heeft me als zesjarige toen ik leerde lezen, een warm gevoel bezorgd.
Als kind al keek ik goed naar de illustraties in boeken, bijvoorbeeld naar de vingertjes van Jip en Janneke, die hebben een elegantie zoals alleen Fiep Westendorp dat kon.
Ik heb heel veel voorgelezen, eerst de kleuters op school, later m’n eigen kinderen. De laatste tijd lees ik onze vierjarige kleindochter bijvoorbeeld Storm-Stina van Lena Anderson voor. Dat boek is alweer 25 jaar oud, maar tijdloos mooi.
De pentekeningen van Peter Vos vind ik prachtig. De wijze waarop hij vogels en bomen tekende gaf me toen ik pas begon, een gevoel van ‘dat wil ik ook kunnen’.
Ik heb bewondering voor het werk van o.a. Marit Törnqvist en Philip Hopman en de illustraties van Thé Tjong-Khing zijn knap door hun vanzelfsprekendheid. Op dit moment is Waar is de taart favoriet bij m’n kleindochter en mij.

Wil je vijf favoriete boeken noemen met uitleg?

Vijf is weinig… Ik denk meteen aan Max en de Maximonsters van Maurice Sendak, een droom van een boek in een fraaie pentechniek en aan het werk van Annie M.G. Schmidt, door haar humor en nuchtere ondertoon.
Een fijn kinderboek vind ik Saartje Tadema van Thea Beckman over het leven van weeskinderen in Amsterdam begin 1700.
Ontroerend is De gulle boom van Shel Silverstein en zijn gedichten in Ik val omhoog hebben verrassende wendingen. En natuurlijk noem ik Bij Uil thuis van Arnold Lobel met de onovertroffen Tranenthee, Rare bobbels en De gast.

Hier is ruimte om iets toe te voegen wat je nog graag wilt zeggen.

Bobbi en zijn vriendjes zijn helemaal bij me gaan horen. Ze geven voortdurend werk in de vorm van het bedenken en maken van nieuwe boeken, wens- en geboortekaarten en producten zoals behang, borduurpakketten, lampenkappen en babyspullen.
Ook heb ik via Facebook/bobbiboeken contact met een grote groep Bobbi-fans. Dat neemt tijd, maar is erg leuk.
Alweer vijf jaar organiseren we in mei met ons gezin plus aanhang de Bobbi-dag in onze tuin. Uit het hele land komen dan (groot-)ouders met jonge kinderen naar Texel om dit mee te maken. Bij mooi weer hadden we op zo’n dag 650 bezoekers.
Er wordt weleens gevraagd wanneer Bobbi op tv komt en gezien het enthousiasme van de fans zou dat natuurlijk geweldig zijn.
Wil je nog meer over Monica weten, kijk dan ook op haar website.

Vragen: Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!