“Humor is als een soort koord dat naast me hangt”

26-september-2015 | Categorie: Interview

Anke KranendonkAnke Kranendonk(16 mei 1959) is schrijfster en actrice. Ze komt uit een christelijk gezin en heeft twee oudere broers en een jongere zus. Na de middelbare school besloot ze de Academie voor Lichamelijke Opvoeding te gaan volgen. Door lichamelijke klachten moest ze hiermee helaas na enkele maanden stoppen. Toen besloot ze zich aan te melden voor de Pedagogische Academie. Na haar studie ging ze aan de slag als lerares en ze besloot om toneel-, beweging- en cameralessen te gaan nemen. Door regisseur Ben Sombogaart werd ze gevraagd om de hoofdrol te spelen in de VPRO-jeugdserie Buurman Bolle. Gastrollen volgden in Goede tijden, slechte tijden(1992) en Goudkust(1996).

Ze richtte ze ook een eigen toneelgezelschap op. Na de geboorte van haar eerste kind, een dochter, in 1990, begon Kranendonk met het schrijven van kinderboeken. In 1993 verscheen haar eerste boek, Van huilen krijg je dorst. Inmiddels heeft ze ruim negentig boeken op haar naam staan. De meest recente zijn Lynn 2.0 en Altijd vrolijk, haar eerste boek voor volwassenen.

Je komt uit een christelijk gezin. Er werd vast veel voorgelezen uit de bijbel. Mocht je als meisje wel lezen wat je wilde of was dat beperkt tot christelijke boeken? Hebben de Bijbelverhalen nog invloed gehad op je latere boeken?

Ik mocht alles lezen wat ik wilde, mijn ouders hadden niet door wat ik las, denk ik. Ze waren daar niet zo mee bezig. Eerlijk gezegd hadden de Bijbelverhalen geen invloed op mijn fantasie. Hoewel ik de opzwiepende golven van Mozes zeker voor me zag. Je ziet er ook niks van terug in mijn boeken.

Je was als meisje een buitenspeelkind. Verzon je toen ook al verhalen(zonder ze op te schrijven) en speelde je toneelstukjes?

Eerlijk gezegd weet ik niet zo goed of ik ook verhalen in mijn spel verzon. Vast wel. Ik verzon wel toneelstukjes, dan deed ik meteen de regie en speelde ik de hoofdrol erin. Ik was nogal bazig: het moest wel precies zoals ik het in mijn hoofd had. Dat leerde ik wel snel af, men wilde anders niet meer meedoen. En om altijd alleen maar solo’s te spelen….

Je hield in je jeugd nogal van kattenkwaad en je was niet de braafste. Heeft dat ook stof opgeleverd voor je latere verhalen?

Natuurlijk heeft dat stof voor mijn verhalen opgeleverd! Maar ook een basisgedachte: geef kinderen de ruimte en het “niemandsland” om zich te kunnen ontwikkelen. Een ouder hoeft niet alles te zien en te weten.

Na de middelbare school wist je niet goed wat je moest gaan doen. Uiteindelijk werd het de pedagogische academie en ontdekte je dat voorlezen en toneelspelen zo leuk was. Ben je toch blij dat je die opleiding hebt afgemaakt?

Ja, een papiertje in de hand is een geruststellend bezit. Naast mijn zwemdiploma’s had ik nu ook een echt diploma. Iets afmaken is sowieso een prettige zaak: je begint, hebt vaak een uitputtend middengedeelte, ziet de eindstreep nergens naderen, maar als die dan in het zicht komt en je haalt het, dan is dat goed voor het gemoed!

Je eerste boek Van huilen krijg je dorst verscheen in 1993 bij Lemniscaat. Was het makkelijk om je verhaal gepubliceerd te krijgen en hoe kijk je nu op dat boek terug?

Dat was inderdaad gemakkelijk. Er was nog een grote uitgever die het wilde publiceren. Ik heb voor Lemniscaat gekozen. Dat is een uitgever die vraagt wie je bent, waar je verhaal vandaan komt, meteen met je in gesprek gaat.
Onlangs was ik 20 jaar schrijver, we vierden het met een uitgave waarin ik beschrijf hoe ik op mijn verhalen ben gekomen. Ik zag dat Van huilen krijg je dorst niet meer te koop was, hoewel er wel vraag naar was. Ik las het opnieuw en besloot het te herschrijven, ik wilde zelf meer weten over de band tussen de hoofdpersoon en zijn oom, over het gezin van de hoofdpersoon, over zijn vriend. Ik ben zeer tevreden met Voetballen in de hemel, zoals het boek nu heet.

Wat voor schrijver ben je? Werk je alles van te voren uit in een schema(karakters en plot) of werk je organisch? Heb je vaste schrijftijden en een vaste schrijfplek?

Als ik je vraag zo lees, over vaste tijden, plekken, schema’s etc, dan denk ik dat ik een rommelkont ben. Ik heb niks vasts. Soms heb ik een verhaallijn in mijn hoofd, weet ik welk punt ik wil zetten, om vervolgens mijn pen het werk te laten doen. Mijn tijden zijn niet vast, ik moet veel buiten spelen totdat ik zo onrustig word, dat het verhaal geschreven moet worden. Dat doe ik thuis, heel ergens anders of in een prachtig tuinhuis niet ver van mijn huis vandaan.

Pas verschenen isAltijd vrolijk, een boek voor volwassenen. Waar gaat het boek over en kunnen we nog meer boeken voor volwassenen verwachten?

Altijd Vrolijk gaat over Aaf van Pommeren die opgroeit in een soort Pinkstergemeente, dat is een geloofsgemeenschap met veel Halleluja en Altijd Vrolijk. Wanneer Aaf op achtjarige leeftijd de klapstoelen in de huiskamer klaar zet omdat er een bijeenkomst gehouden wordt, denkt ze: Ik wil niet mijn hele leven klapstoelen uitzetten voor een samenkomst. Maar hoe kom ik hier later ooit uit? Het boek beschrijft hoe het er in zo’n gemeente aan toe gaat en Aafs wankele tocht om los te komen van de gemeenschap en het sektarische denken.

Vragen over Lynn 2.0:

In Lynn 2.0 is hoofdpersoon Lynn een typische beginnende puber, met haar eigen problemen en frustraties. Hoe komt het dat je je zo goed kunt inleven in kinderen van die leeftijd?

Ik kan niet zo veel goed, in het leven. Wat ik kan is me inleven in anderen. Daar heb ik maar mijn beroep van gemaakt. Het is een kwestie van veel en goed kijken, meevoelen, meedenken, je verplaatsen in de ander.

Ondanks dat je personages in je boek zich vaak een beetje ongelukkig voelen, komt dat voor de lezers helemaal niet zo over, dankzij de grapjes die je in het boek brengt. Vind je de humor zelf belangrijk? En hoe kom je op sommige beschrijvingen die je gebruikt in je boeken? Zoals wanneer Lynn denkt aan de dikke mannetjes die in haar hoofd de wissels bedienen en er soms een potje van maken?

Humor is als een soort koord dat naast me hangt. Bij narigheid grijp ik me daaraan vast en laat me heen en weer slingeren. Dat geeft ruimte en lucht. En ook plezier in het dagelijkse leven.
Ik ben iemand die in beelden denkt. Dat heet tegenwoordig een “beelddenker”, geloof ik. Die beelden kunnen verhelderend werken en me ook plezier geven. Als je iets ziet, en er in je hoofd net iets anders van maakt, kan dat heel grappig zijn.

Hoe ben je op het idee gekomen om twee boeken over Lynn te vullen? En kunnen de fans nog meer delen verwachten?

Zoals dat gaat met boeken schrijven: er diende zich nog een verhaal aan dat heel goed bij Lynn paste. En…… wie leest dit interview? Kan die een geheim bewaren?
Let goed op, komend voorjaar (2016).

Heb je ook invloed kunnen uitoefenen op de goed gekozen cover van Lynn 2.0? Of gaat die eer volledig naar je uitgever?

In dit geval gaat de eer in zijn geheel naar Jesse Goossens, mijn redacteur bij Lemniscaat.

Hebben we iets niet gevraagd dat je toch graag kwijt wilt? Vertel het hier.

Dat weet ik even niet. Ik ben eigenlijk al verbaasd dat jullie zoveel vragen voor me wisten te verzinnen. Een hele eer!

Vragen: Pieter Feller en Felice Beekhuis(over Lynn 2.0)

Hier kun je de recensie van Lynn 2.0 lezen.

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!