“Ik wilde parlementair journalist worden.”

25-januari-2014 | Categorie: Interview

Hannerlie Modderman 1Hannerlie Modderman (1967, Parramatta, Australië) is redacteur bij het kinderboekenfonds van Dutch Media. Ze studeerde aan de School voor de Journalistiek in Tilburg en vervolgens politicologie aan de VU in Amsterdam. Al sinds haar twaalfde jaar was ze van plan parlementair journalist te worden. Maar de kinderboeken gooiden roet in het eten. Haar studie politicologie heeft ze nooit afgemaakt. Via een bijbaantje in een boekhandel kreeg ze veel interesse voor het kinderboekenvak. Elke avond nam ze een kinderboek uit de winkel mee en las dat voorzichtig thuis, om het daarna weer terug in de winkel te zetten en een ander boek mee te nemen. Ze ging één dag in de week gratis bij uitgeverij Jenny de Jonge werken, om ervaring op te doen, en volgde alle cursussen die er op het gebied van kinderboeken te vinden waren.

Na vier jaar fulltime in de boekhandel te hebben gewerkt, maakte ze de overstap naar de uitgeverij en ging ze als redacteur werken. Eerst bij Sjaloom, daarna bij Prometheus/Bert Bakker, waartoe ook het kinderboekenfonds Van Goor behoorde. In 2005 verhuisde Hannerlie met Van Goor mee naar Unieboek, en werd daar redacteur van zowel Van Goor als Van Holkema & Warendorf. In 2007 maakte ze de overstap naar Pimento/Carry Slee, dat eind 2012 opging in Moon, onderdeel van Dutch Media Books. Soms vragen mensen aan haar wanneer ze nu eens ‘echte’ boeken (lees: boeken voor volwassenen) gaat doen, waarop ze dan antwoordt: ‘Kinderboeken kunnen een grote indruk op je maken als kind. Niet voor niets hebben veel mensen warme herinneringen aan de boeken uit hun jeugd. Hoezo, kinderboeken niet ‘echt’? Echter dan dat krijg je ze niet!’

Uit wat voor gezin kom je? Werd er veel gelezen?

Mijn moeder was gek op lezen. Dat hebben mijn zus en ik echt van haar. Mijn moeder was altijd aan het lezen en dat vonden we heel interessant. Wat vond ze toch in al die boeken van haar dat ze urenlang stil kon zitten lezen? Mijn vader was helemaal geen lezer. Hij las alleen de krant. In ons gezin werd niet veel voorgelezen. Dat wilden mijn zus en ik ook niet. Liever verzonnen we zelf verhaaltjes bij de plaatjes die we in de boeken zagen. We kregen veel Gouden Boekjes. In het Engels, want mijn zus en ik hebben de eerste jaren van ons leven in Australië doorgebracht. Toen ik zes was, verhuisden we naar Nederland. Daar leerden we Nederlands aan de hand van Sinterklaasliedjes, want het liep toen tegen december. Ik snapte er helemaal niks van. Want wat betekende nou ‘Makkers staakt uw wild geraas’? Ik dacht toen dat alle Nederlandse kinderen precies wisten wat ze zongen. Pas later drong het tot me door dat niemand van mijn leeftijd wist wat dat nou precies betekende. Ook de absurdistische en komische verhalen van dr. Seuss staan me nog goed bij. Dr. Seuss was een taalvirtuoos die je verleidde met verhalen die helemaal klopten qua ritme en rijm.

Wilde je als kind als iets met boeken gaan doen?

Nee, ik wilde parlementair journalist worden. Dat wilde ik al vanaf mijn twaalfde jaar. Gelukkig werd ik meteen ingeloot op de School voor de Journalistiek in Tilburg. Daarna ging ik nog een kopstudie politicologie aan de VU doen. Die studie duurde twee jaar. Ik was bijna klaar, hoefde alleen mijn scriptie nog te maken. Maar daar is het niet meer van gekomen. Ik was toen al in de ban geraakt van de kinder- en jeugdboeken.

Las je als kind veel en wat waren je favoriete boeken en schrijvers?

Ja, ik las heel veel. Ik las eigenlijk alles wat ik te pakken kon krijgen. De boeken van Enid Blyton waren favoriet bij mij en mijn zus. We lazen al haar series. De meeste leeftijdsgenootjes waren gek op De Vijf, maar wij waren vooral gecharmeerd van haar Avonturenserie en De vijf detectives. Elke week gingen we naar de boekhandel en kochten we ieder van ons zakgeld een deel. Halverwege de week ruilden we onze delen, en als het weer vrijdag was, gingen we allebei weer een boek halen. Ons zakgeld ging omhoog naarmate de prijs van boeken steeg. Als de boeken een dubbeltje of een kwartje duurder werden, ging ons zakgeld ook een dubbeltje of kwartje omhoog, zodat we toch elke week een boek konden kopen. De rest leenden we in de bibliotheek, want tegen onze leeshonger kon ons zakgeld niet op. Later, toen we op de middelbare school zaten, kregen we ook kleedgeld, maar ook mijn kleedgeld ging bijna helemaal op aan boeken.

Hoe ben je in het vak terechtgekomen?

Eigenlijk per ongeluk. Het was helemaal niet de bedoeling dat ik kinderboeken ging doen, hoewel iemand dat wel had voorspeld. Tijdens mijn studie ging ik in een boekhandel werken. Ik vond dat klanten maar heel lastige vragen stelden over kinderboeken. ‘Is dit geschikt voor een jongen van zes jaar?’ En: ‘Kan een meisje van acht dit lezen?’ Ik wist niets van de kinderboeken van die tijd. In mijn jeugd waren er heel andere kinderboeken populair. Dus nam ik boeken uit de winkel mee om te lezen, zodat ik de klanten beter kon helpen. En toen sloeg een vonk over. Ik was zo verrast door de ontwikkeling die de kinder- en jeugdboeken sinds mijn eigen jeugd hadden doorgemaakt dat ik niet meer kon stoppen met lezen. En al tijdens mijn studie besloot ik een carrièreswitch te maken.

Er is een tijd geweest dat het vak ‘redacteur’ bij een uitgever niet bestond. Enig idee wanneer
de eerste redacteuren er kwamen?

Dat is een goede vraag. Precies weet ik het niet, maar eigenlijk werden handgeschreven teksten in de vroege middeleeuwen al min of meer ‘geredigeerd’. Dat wil zeggen: elke schrijver (meestal monniken) veranderde wel iets tijdens het overschrijven van de teksten. Dat veranderde toen de boekdrukkunst opkwam. Uitgeverijen bestonden nog niet; een tekst ging direct naar de drukker toe, die de tekst zette en drukte. Van redactie was toen geen sprake. Pas op het moment dat er een schakel tussen schrijver en drukker kwam – de uitgeverij dus – ontstond het redacteursvak.

Wat is er leuk aan redigeren en wat minder leuk?

Het leuke aan redigeren is dat je een boek ziet ‘groeien’. Je ziet als een van de weinigen hoe het verhaal én de auteur zich ontwikkelen, en dat is een heel mooi proces om van dichtbij mee te maken. Ik kan er echt heel blij van worden als ik een derde of vierde versie lees en zie dat het verhaal er nog beter op is geworden. Dat geeft zoveel voldoening. Het minder leuke is de werkdruk. Redigeren is ontzettend arbeidsintensief, en soms gaan er wel vijf of zes versies overheen tot een boek klaar is.

Kun je nog wel een boek lezen, zonder dat je onbewust aan het redigeren slaat?

O ja, hoor, dat is geen enkel probleem. Ik kan heerlijk genieten van een boek dat niet geredigeerd hoeft te worden. Lezen is voor mij een vorm van ontspanning. Door me een tijdje te concentreren op een verhaal (waar ik dus niet aan hoef te werken) kom ik echt even bij.

In de negentiende eeuw ging een schrijver naar een uitgever en dan veranderde die weinig of niets aan een script. Heb je met oude boeken niet soms het gevoel: was er maar een goede redacteur mee aan de gang gegaan?

Ja en nee. Als ik de boeken van bijvoorbeeld Enid Blyton herlees, schrik ik wel. Qua verhaal en stijl valt er eigenlijk niets te beleven, als je het door de ogen van een volwassene bekijkt. Maar toch… Als kind valt het je niet op dat de plot een soort receptuur is, dat de karakters zo plat zijn als een dubbeltje en dat de stijl gebukt gaat onder clichés. Ik geloof dat het Kees Fens was die eens zei dat alleen een kind in staat was uit inferieur materiaal een heel mooi verhaal te scheppen. En dat is ook zo. Je eigen fantasie speelt een belangrijke rol bij het lezen, zeker als je kind bent. Bovendien – en dat vergeten volwassenen weleens – hebben kinderen behoefte aan herhaling en voorspelbaarheid. Vandaar ook het succes van series. Op die manier leren ze juist de structuur van een verhaal doorzien. Het geeft ze een veilig gevoel, omdat ze het herkennen.’

Ik las eens in een artikel een reactie van een redacteur die een beroemd korteverhalenschrijver had begeleid. Toen hij dood was, beweerde ze dat zij de verhalen min of meer had geschreven, omdat ze er zoveel aan had moeten sleutelen. Wat vind je van zo’n opmerking?

Tja, die redacteur had zelf schrijver moeten worden. Het is een feit dat je bij het ene boek meer moet doen als redacteur dan bij een ander boek, maar je bent nooit de schrijver. De auteur heeft het verhaal verzonnen, niet de redacteur. Als redacteur is het de kunst om een auteur zo goed mogelijk te begeleiden, en tegelijkertijd moet je je eigen ego opzij kunnen zetten. Het gaat niet om jou als redacteur, het gaat erom een zo goed mogelijk boek te krijgen. Als redacteur schaaf je bij. Je zet de puntjes op de i.

Elk boek heeft zo zijn eigen redactie nodig. Welk genre vind je het leukst om de redigeren?

Ik vind de variatie juist zo leuk! De ene keer ben ik met een literair boek bezig, de andere keer met een non-fictieboek over de werking van de hersenen. En dan weer met een prentenboek of een fantasyserie. Dat is juist het leuke aan kinderboekenredacteur zijn. Het verveelt nooit, omdat er zoveel genres zijn en je met allerlei leeftijdscategorieën te maken hebt.

Ik krijg ook veel scripts onder ogen en het valt me op dat veel ‘schrijvers’ de Nederlandse taal zo slecht beheersen. Merk jij dat ook en vind je het bezwaarlijk of zijn andere aspecten van het schrijverschap belangrijker?

Ja, dat valt me ook op. Taal is het instrument van de schrijver, dus zou je verwachten dat elke schrijver de taal tot in de puntjes beheerst. Maar er zijn inderdaad nog veel meer aspecten die belangrijk zijn: fantasie bijvoorbeeld, of inlevingsvermogen, zodat je geloofwaardige en levensechte karakters kunt scheppen. Als redacteur let ik dus zeker niet alleen op de taal. Overigens heb je verschillende taalfouten: spellingfouten zijn wel storend, maar makkelijk te verhelpen. Stilistische fouten zijn veel belangrijker en meer bepalend voor de sfeer van een verhaal. Stijl is veel moeilijker te leren.

Wil je je favoriete boeken en schrijvers noemen?

1) De Tillermans (en alle andere delen) van Cynthia Voigt – door deze serie ben ik eigenlijk het kinderboekenvak in gegaan. Ik was zo ontroerd en verrast door deze serie dat ik meer over de ontwikkeling van kinder- en jeugdboeken wilde weten.
2) Heksenkind van Monica Furlong – je kunt dit boek als een spannend avonturenverhaal lezen, maar daaronder zit heel veel levenswijsheid.
3) Weetzie Bat (en de andere delen in deze reeks) van Francescia Lia Block – campy en zintuiglijk!
4) The Catcher in the Rye en eigenlijk alle verhalen van J.D. Salinger – The Catcher in the Rye is voor mij het eerste echte cross-overboek.
5) Het boek van Bod Pa van Anton Quintana – een geestig en intelligent coming-of-age boek.

En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Vragen: Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Meesterlijk verhaal

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Roman

Het smartlappenkwartier – Philip Snijder – Atlas Contact – 223 blz. Bij het lezen van Het smartlappenkwartier duik je terug naar het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Schrijver Philip Snijder is…

Boek van de week archief

21-september-2020 | Lees verder | Reageer!