In de gevangenis kun je lekker schrijven

11-april-2015 | Categorie: Interview

Bianca MastenbroekBianca Mastenbroek (1975) is geboren en getogen in het dorpje De Moer en woont sinds 1995 in Eindhoven. Zoals heel veel schrijvers was ze van jongs af aan al gek op lezen en schrijven. Als kind schreef ze hele schriften vol. Als dertienjarige schreef ze al over heksen en het geloof. Tijdens haar middelbare schooltijd schreef ze wat minder. Natuurlijk schreef ze wel voor het schoolkrantje, en heeft ze ook nog een verloren gegane musical geschreven en geregisseerd, maar veel verder kwam ze niet. Tijdens haar studie schreef ze voornamelijk rapporten en verslagen. Ook toen kroop het bloed waar het niet gaan kon, en werd ze hoofdredactrice van het blad van studievereniging Intermate en werd ze lid van de almanakcommissie. Pas toen ze ging werken, borrelde het schrijversbloed weer omhoog.

Ze volgde verschillende cursussen, de meeste via het Centrum voor de Kunsten in Eindhoven. Tijdens die cursussen herinnerde ze zich weer hoe ontzettend leuk ze het schrijven van verhalen en boeken vond. Ze maakte een beslissing: ze wilde schrijver worden. Die ambitie maakte ze in 2008 waar, toen haar debuut Vuurproef uitkwam, een historische roman over heksenvervolging. Binnen enkele maanden was de eerste druk uitverkocht en mocht ze zich verheugen over vele positieve reacties. Sindsdien doet ze niets anders dan boeken schrijven. Ze schrijft zowel voor kinderen, de jeugd als volwassenen. Van prentenboekjes tot AVI boekjes tot historische romans. Haar boeken worden door verschillende uitgeverijen gepubliceerd, waaronder De vier windstreken, Delubas, Van Tricht en haar eigen uitgeverij Zirakel.

Uit wat voor gezin kom je? Werd er veel gelezen?

Ik ben de oudste van drie, ik heb een jonger broertje en zusje. Mijn zusje vond lezen STOM, mijn broertje is van het type ADHD, dus die is nooit verder gekomen dan stripboeken. Tot ik mijn eerste boek uitbracht, Vuurproef. Vanwege een weddenschap met zijn vriendin is hij dat gaan lezen en heeft het nog met plezier uitgelezen ook. Supertrots was hij. En ik ook. (Het was tevens ook zijn laatste boek, dus een korte opleving.)
Ik was totaal het tegenovergestelde. Ik las een boek per dag, als het niet meer was. Ik ging naar de bibliotheek en nam boeken op mijn eigen pas, op die van mijn broer en mijn zus en ging dus met hele stapels terug naar huis. Echt genieten! (Volgens mijn zus toentertijd had ik gewoon geen hobby’s en geen vrienden. Zoals ik altijd zeg: alles is een kwestie van perspectief.)

Las je als kind veel en wat waren je favoriete boeken? Wilde je altijd al schrijver worden of juist iets heel anders?

Ik heb de hele bibliotheek leeg gelezen als kind. Ik hield van indianenverhalen (Arendsoog en Winnetou om te beginnen, maar daarna boeken over hun cultuur en natuurlijk de verschrikkelijke strijd die zij gestreden hebben tegen de blanken), sciencefiction (De man die op aarde viel is me altijd bijgebleven, net als de boeken van Asimov), natuurlijk sprookjes en fantastische verhalen. Maar ook de thrillers van die tijd.
En inderdaad, het is een cliché, maar als kind wilde ik als schrijver worden (en advocaat om zo het onrecht te kunnen bestrijden). Ik was alleen maar bezig met lezen en schrijven. Ik wilde zelfs vrachtwagenchauffeur worden, want (dacht ik toen) dan kon ik de hele tijd voor me uit staren en verhalen bedenken. Inmiddels heb ik begrepen dat je moet opletten in het verkeer (beetje jammer). In de gevangenis zitten leek me toen ook wel wat, niemand die je lastig valt en alle tijd om te lezen en te schrijven.
Uiteindelijk is het goed gekomen, heb ik nu alle tijd om te schrijven (en neem te weinig tijd om te lezen), zonder dat ik daarvoor de gevangenis in hoef!

Je schrijft voor alle leeftijden. Heb je een voorkeur of vind je de variatie juist leuk?

Ik vind juist de variatie heel erg leuk. Steeds weer een andere uitdaging. Maar ook steeds weer een heel ander verhaal, een andere wereld, andere hoofdpersonen. Vorig jaar heb ik heel veel tijd besteed aan research en aan het schrijven van mijn historische roman Walvisvaarders. Daarom wil ik nu weer totaal iets anders schrijven. En dan volgend jaar weer iets historisch. Ik leef altijd intens samen met mijn hoofdpersonen. We hebben dan een heftige tijd en vervolgens nemen we afscheid. Want zo’n intense band met meerdere boeken/ hoofdpersonen tegelijk, dat kan mijn hoofd niet aan, dan ontploft het.

Geheugenstrijd gaat over de strijd tussen goed en kwaad, waarbij blijkt dat het niet altijd zwart-wit is. Soms kan kwaad goede bedoelingen hebben en heeft ook goede kwade kanten. Is dit een les die je je lezers wilt meegeven?

Ik wil vooral dat de lezer gaat nadenken over wat is nou goed of kwaad? Als jij je hele leven lang te horen krijgt: zij aan de overkant zijn slecht, dan moet je sterk in je schoenen staan om eens te onderzoeken of zij aan de overkant wel degelijk slecht zijn. Grote kans dat ze daar zeggen: zij aan de overkant zijn slecht. Dus wie is er dan slecht? En wie bepaalt dat? Op welke gronden? Ik vind het altijd intrigerend om te kijken naar het ‘kwaad’.

Geheugenstrijd is het eerste deel van een trilogie. Hoe staat het ervoor met de vervolgdelen?

Nou, er is hoop! Eerst waren er allemaal projecten die tussendoor móésten vanwege bepaalde data (zo moest ik Zonnestorm, over het einde van de wereld, natuurlijk wel even schrijven vóór dat einde van de wereld. En Vrij! werd uitgebracht ter gelegenheid van 200 jaar Koninkrijk. Dat boek kon dus ook niet een jaartje wachten). Daarom stelde ik het schrijven van deel twee steeds weer uit. Maar inmiddels is het af! Het is de bedoeling om het tweede deel, Gewetenstrijd, te presenteren op het fantasyfestival Castlefest. Dus begin augustus moet het boek er zijn! Ik hoop dan in september aan het derde en afsluitende deel te kunnen beginnen. Maar ik laat, beloofd is beloofd, de lezer niet weer zo lang wachten op het vervolg.

Je nieuwste boek heet Walvisvaarders. Wat trok je zo aan in het thema walvisjacht?

Eerlijk gezegd was het niet mijn idee. Mijn uitgever had contact met mensen op Texel, die een walvisvaardershuisje tot museum hadden gemaakt. Wat bleek: dat huisje was nog helemaal in de originele, achttiende eeuwse staat, zoals commandeur (kapitein) Klaas Daalder het huis had laten verbouwen. En nu wilden ze graag een boek over de Texelse walvisvaarders, en het leek mijn uitgever wel een goed idee dat ík dat zou schrijven. Nu kan ik niet zo goed ‘nee’ zeggen, dus werd het antwoord ‘ja’. Al had ik nog geen idee wat ik dan moest gaan schrijven. Ik ben natuurlijk research gaan doen en kwam in contact met dé walvisvaardersexpert op Texel. Samen gingen we op zoek: welke reis van Klaas Daalder of zijn familieleden (die ook in dat huisje hebben gewoond) was geschikt om een boek over te schrijven? Over heel veel reizen was informatie beschikbaar: wanneer ze vertrokken, wanneer ze terugkwamen, hoeveel walvissen ze gevangen hadden. Ik zocht naar een reis waarvan nog niet alles vaststond, waar ik mijn fantasie op kon loslaten. Dat werd de eerste reis van Klaas Daalder. Daarvan was namelijk alleen bekend dat het schip ‘in het ijs gebleven was’. De commandeur heeft zijn weg terug gevonden naar Texel, maar hoe, en wat er precies met zijn schip en de bemanning gebeurd is, dat was onbekend. Nou, daar kon ik wel iets mee! En ik ben super trots op het eindresultaat. Dus ik ben heel blij dat mijn uitgever met dit idee kwam.

Het boek is deels gebaseerd op een waar gebeurd verhaal, meer hierover staat achter in je boek. Waarom heb je dat vermeld?

Omdat ik het zelf heel mooi vind als een verhaal tastbaar wordt. Als het meer is dan alleen fantasie. Ik ben zelf in dat Walvisvaardershuisje gaan kijken. Dat was zo’n bijzondere ervaring! Ik heb gewoon gezien in welke bedstede een van mijn hoofdpersonen heeft geslapen. Dat overkomt je als schrijver (zeker als schrijver van fantasy) niet vaak. Klaas voelde toen heel dichtbij. Ik kan ook alle lezers van het boek aanraden om, als ze ooit op Texel zijn, in het huisje te gaan kijken. Niet om daar reclame voor te maken, maar omdat op die manier de geschiedenis en het verhaal daadwerkelijk tot leven komen.

Je schrijft vooral veel fantasyboeken. Nu een historische roman. Zijn er overeenkomsten tussen de genres?

Dat is een moeilijk vraag! In de meeste fantasyboeken staat de technologie nog op een laag pitje, leven de mensen vaak onder middeleeuwse omstandigheden. Dus daar zit wel een overeenkomst. Ook het taalgebruik lijkt qua sfeer een beetje op elkaar. Er zijn woorden (zoals duh! of automatisch) die je wel gebruikt in een hedendaagse thriller, maar niet in fantasy of historisch.

Wil je vijf boeken noemen die indruk op je gemaakt hebben of je hebben geïnspireerd?

Allereerst, zonder twijfel, De gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren. Dat boek heb ik als kind verslonden. Keer op keer haalde ik het uit de bieb en keer op keer moest ik weer huilen aan het einde. Ik denk dat de liefde voor het fantasygenre door dat boek is gaan bloeien. Ik hoop ooit zo’n klassieker te mogen schrijven!

Tecumseh van James Alexander Thom. Wat een prachtig relaas over de indiaanse oorlogsleider. Ik heb veel indrukwekkende boeken gelezen over de indianen, maar deze is me altijd bijgebleven. Ik wil hem eigenlijk graag weer eens herlezen. En misschien ooit zelf ook een boek schrijven over het onderwerp dat me als kind zo intrigeerde.

In 2005 was er een periode dat ik heel veel op bed moest liggen. Als ik iets vreselijk vind, is het dat wel. Ik háát op bed liggen en niets kunnen doen. Toen ben ik begonnen aan de boeken van de Zieners, Levende schepen en de Nar van Robin Hobb. Heerlijk! Die drie series hebben me echt door een rottijd heen gesleept. Ineens was op bed liggen niet zo erg meer, dan kon ik tenminste verder lezen!

Ook geen boek, maar een serie: het Rad des Tijds van Robert Jordan. Onvoorstelbaar, wat die man voor wereld en vooral volken en personages heeft geschapen! Zo knap! Dat zou ik zo ook willen kunnen. Ik heb de eerste 10 delen achter elkaar gelezen, was helemaal verslaafd, wilde zelfs geen telefoon meer opnemen en het liefste ook niet meer eten, ik wilde alleen maar lezen, lezen, lezen!
Natuurlijk mag Het spel der tronen van George R. Martin niet ontbreken in mijn lijst. Ook al zo’n epos! Al die details en verhaallijnen! Daar ben ik gewoon jaloers op, dat wil ik ook schrijven. Maar dat zie ik mezelf nog niet zo snel doen. Wie weet, ooit.
Ik merk wel dat het bijna allemaal boeken/series zijn die ik al lang geleden, voordat ik schreef, heb gelezen. Nu lees ik nog heel graag, maar ik kijk toch met een andere blik (helaas). Bijvoorbeeld de Wetten van de magie van Terry Goodkind. Ik smul van het verhaal, maar o, wat zijn die boeken slecht geschreven! Minstens de helft had geschrapt moeten worden. Het gebeurt niet vaak meer dat ik echt onbevangen een boek lees. De schrijver in mij blijft toch meelezen en analyseren en bekritiseren.

Hier kun je nog iets zeggen dat je graag kwijt wilt.

Misschien is het leuk om te weten dat ik nu bezig ben met een thriller die zich afspeelt in mijn eigen wijk. En niet alleen dat, ik heb zelf één van de hoofdrollen, samen met een tienermoeder. Voor mij weer een heel nieuw genre, maar ik heb nog nooit zoveel plezier gehad tijdens het schrijven. De inspiratie voor het boek lag letterlijk op straat!
Ik ben ook bezig met een nieuw fantasyboek, Hartsteen, dat hopelijk het eerste deel van een langlopende serie wordt. Tot nu toe is het verhaal veelbelovend! Maar ik heb nog een heel avontuur te gaan met hoofdpersoon Rowan voordat Hartsteen als boek het leven zal zien.

Vragen: Felice Beekhuis en Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!