Interview met Arjen Fortuin

2-maart-2013 | Categorie: Interview

Arjen FortuinArjen Fortuin (Amsterdam, 1971) studeerde geschiedenis en filosofie in Amsterdam en Madrid. Tijdens zijn studie schreef hij voor het faculteitsblad Babel, later werd hij redacteur van Folia, het weekblad voor de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast was hij redacteur van Biografie Bulletin en Historisch Nieuwsblad. Sinds 1998 schrijft hij voor de bijlage Boeken van NRC Handelsblad, in 1999 werd hij redacteur van diezelfde bijlage en in 2005 coördinator literatuur. Hij schrijft voornamelijk over Nederlandse literatuur en verder over geschiedenis en sportboeken.

Fortuin zat in de redactie van Magazijn, een jaarboek voor schrijvers van onder de veertig en samen met Hans Schoots stelde hij de bundel Ongenaakbaar Madrid (2003) samen. Hij is lid van de redactie van de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam. Begin 2007 verscheen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen Een bespottelijk genre. De biografie in Nederland, een bundel artikelen uit Biografie Bulletin, onder redactie van Arjen Fortuin en Joke Linders. Hij werkt momenteel aan een biografie over uitgever Geert van Oorschot.

Las u als kind veel en had u toen het idee om later ooit iets met boeken te gaan doen? Wilde u misschien zelfs schrijver worden of had u heel andere plannen?

Ik heb, als kind en later, altijd heel veel gelezen, onder meer de boeken over Pietje Bell. Toen ik zo rond mijn tiende las dat Pietje Bell uiteindelijk journalist werd, besloot ik dat ik dat later ook te willen worden.

U studeerde geschiedenis en filosofie. Hoe bent u bij de NRC terechtgekomen en waarom bij de boekenkatern?

Ik werkte voor Folia, het weekblad voor de Universiteit van Amsterdam toen NRC Handelsblad iemand zocht om een nieuwsrubriek in de boekenbijlage te maken. Via via kwam men toen bij mij terecht, halverwege 1998. Na anderhalf jaar ben ik in vaste dienst gekomen, eerst als redacteur van de boekenbijlage, later als coördinator literatuur.

Welke criteria zijn bij het recenseren van een boek het belangrijkst? Wat zijn goede lees- en beoordelingstechnieken?

Een roman moet me iets nieuws te bieden hebben, in de thema’s, de stijl of de plot. Het boek moet op de een of andere manier mijn blik op de wereld veranderen. Dat is veel meer een kwestie van intuïtie en ervaring dan van eenduidig te omschrijven criteria.

U stelde ooit de tien geboden voor de recensent op. Ze werden nogal bespot door uw collega’s bij de krant. Staat u nog achter de geboden of zijn erbij die u nu toch anders zou formuleren?

Het formuleren van ‘tien geboden’ is natuurlijk nooit vrij van ironie en tegen alle geboden wordt altijd gezondigd – anders zou de lol er snel af zijn. Inhoudelijk zijn ze, vind ik, erg bescheiden. Ik zie dan ook geen reden om ze te veranderen (trouwens ook niet om ze nog heel vaak te herlezen). Dat ze ‘nogal zijn bespot door mijn collega’s bij de krant’ is mij eerlijk gezegd niet opgevallen, maar wellicht komt dat omdat ik ze zelf niet zo zwaar op de hand ben.

Worstelt u wel eens met uzelf als u zo onbevooroordeeld en objectief mogelijk wilt schrijven?

Ik doe mijn best, dat is een kwestie van eergevoel en professionaliteit – als je moet worstelen om onbevooroordeeld te zijn moet je een boek niet bespreken.

Hoe beslist u welke boeken u ook echt gaat lezen/recenseren?

Ik kies uit de stapel wat me interessant lijkt. Heel soms besluit ik een boek door een ander te laten recenseren als me naar een paar bladzijden duidelijk wordt dat ik er niets mee kan.

Neemt het schrijven van een recensie bij u veel tijd in beslag of vloeit een artikel zo uit uw pen?

Het wisselt, maar gaat in de regel vrij snel. Een recensie van 1200 woorden schrijf ik meestal in een avond, zeker als het boek een paar dagen heeft kunnen bezinken. De volgende ochtend punt ik het dan nog een uurtje bij.

Het geven van bollen, sterren of cijfers vinden wij nogal een grove/onnauwkeurige methode. Hoe bepaalt u hoeveel bollen u een boek gaat geven?

Over de bollen heb ik bij de invoering een column(zie onder dit interview) geschreven, die stuur ik apart even mee. Omdat het systeem zo onnauwkeurig is, wordt het zelden ingewikkeld om ze te geven. Meestal twijfel ik tussen drie of vier ballen – onbevredigend blijft het hoe dan ook.

Hoe kijkt u aan tegen het niveau van de huidige Nederlandse literatuur binnen Europa?

Er worden heel erg mooie boeken in Nederland geschreven, dat is voldoende. Generaliseren naar taalgebied is volgens mij zinloos.

Welke Nederlandse literaire auteurs volgens worden volgens u ondergewaardeerd?

Martin Michael Driessen, Vonne van der Meer, Herman Brusselmans.

U werkt momenteel aan een biografie van Geert van Oorschot. Omdat over hem de laatste jaren in meerdere biografieën of autobiografische essays van andere schrijvers (Reve, Voskuil) tipjes van de sluier zijn opgelicht, en er natuurlijk al langer allerlei verhalen over zijn soms uitzonderlijke gedrag circuleren, ontstaat de verwachting dat de biografie dat beeld voor 100% zal bevestigen. Dus vol prachtige en sensationele verhalen en onthullingen. Is dat zo, of zijn de stukjes die we van Van Oorschot al ‘kennen’ maar een klein deel van zijn persoonlijkheid?

Als mijn biografie het bestaande beeld voor 100% zou bevestigen, zou er iets mis zijn. (Er is trouwens ook iets mis met de lezer die van een boek verwacht dat die zijn beeld voor 100% zal bevestigen). Bij Geert van Oorschot gaat het vooral om het destilleren van de vermoedelijke waarheid uit de veelheid aan anekdotes en vervolgens om het laten zien hoe de man in elkaar zat en waarom hij belangrijk was. In de anekdotes lijkt hij vaak alleen maar ‘kleurrijk’. Dat doet hem onrecht.

Als boekrecensent leest u veel voor uw werk. Wat ik me afvraag of er in de lezer Fortuin twee lezers schuilen: een die voor zijn werk leest en een die privé leest. Is dat zo? Zo ja, verschillen die lezers dan van elkaar in leesgedrag, smaak, voorkeuren? Het is een beetje als de vraag of de kok het leuk vindt om thuis ook te koken, en of hij daar ook een sterrenkok is of dat hij dan net zo lief een lekkere hutspot eet.

Als ik kook beleef ik ook meer plezier aan het maken van iets lekkers dan aan het braden van een tartaartje. Ik lees vaak omdat het moet, omdat er nu eenmaal een stuk over een boek geschreven moet worden, maar ik denk niet dat ik een andere lezer word. Ik heb natuurlijk ook de luxe dat ik, ook voor de krant, voornamelijk boeken lees die me interesseren. Het is juist belangrijk om ook bij een boek dat je leest om te recenseren, zo ‘vrij’ mogelijk te lezen. Bij echt goede boeken vervaagt het onderscheid, dan vergeet ik dat ik ergens ook nog een stuk over moet lezen en neem ik het tussendoor ook mee naar de wc om niet te hoeven stoppen met lezen. Ik lees geen andersoortige boeken wanneer ik er niet over hoef te schrijven. Maar ik schrijf ook wel over wielerboeken of over Het aanzien van…

Wat zijn de mooiste boeken die u ooit las?

A. Alberts: De vergaderzaal
Louis Paul Boon: Abel Gholaerts
Gabriel García Márquez: Honderd jaar eenzaamheid
Gustave Flaubert: Madame Bovary
Hans Faverey: Verzamelde gedichten
Franz Kafka: De gedaanteverwisseling
Herman Brusselmans: De man die werk vond
Ludwig Wittgenstein: Tractatus logico-philosophicus
Willem Elsschot: Het dwaallicht
Wislaw Myslinski: Over het doppen van bonen

De vragen zijn bedacht door de medewerkers van boekenbijlage

Column over bollen bij NRC

Zestien jaar geleden werd de (althans voor mij) legendarische boogschutster Ljudmlilla Arjannikova geïnterviewd na een onfortuinlijk verlopen optreden op de Olympische Spelen. Gevraagd naar wat er door haar heen ging, sprak de van oorsprong Russische Nederlandse drie zinnen uit, een onbedoeld gedicht:
Het is wennen.
Ik aan boog.
Boog aan mij.
Een nieuw wapen is altijd wennen, vandaar dat ik mijzelf deze week wat extra oefening heb gegeven in het werken met de recensieballen. Want zo eenvoudig als het lijkt (meten is weten, less is more) zijn de zaken vaak niet. Even droogzwemmen dus.
Als proef op de som neem ik het boek dat ik op het moment aan het lezen ben, wat ik eigenlijk al een tijdje aan het lezen ben want, eh, ik kom er niet zo vlot doorheen. Eigenlijk ben ik al twee weken aan het worstelen (•0000) en al vier keer in slaap gevallen (•••00), want slapeloosheid is ook niet alles). De dialogen zijn lastig te volgen, zo vergeet ik in de openingsscène steeds wie zich aan het scheren is en wie er toekijkt (•0000) Aan de andere kant, ik heb wel al een paar keer gegrinnikt bij het lezen (••••0); een ervaren criticus (•••••) vertelde mij ooit dat hij nog nooit een boek negatief had gerecenseerd waarom hij hardop had gelachen.
Bovendien: het boek dat ik aan het lezen ben is een klassieker, een werk van kolossale invloed (•••••), veel groter dan ik zelf ben. Maar ik zou het de meeste mensen toch niet aanraden om deze schitterend uitgegeven turf (•••••) deze zomer mee te nemen op vakantie (••000), laat staan op een fietsvakantie (••000) of een wandelvakantie (•0000). Of u moet een ereader hebben, natuurlijk (••••0)
Dan is er de vertaling, die ook nog beoordeeld moet worden. Die maakt stellig een briljante indruk (•••••), maar af en toe gaan de vertalers wel heel losjes met het origineel om (•••00): kun je de ene briljante onbegrijpelijkheid zomaar inruilen voor de andere briljante onbegrijpelijkheid? Zo raakt een mens het overzicht kwijt. Het is wennen (ik aan bal, bal aan mij) en intussen hoor ik de auteur en de vertalers mij in gedachten toeschreeuwen als Louis van Gaal (••••0) als clubtrainer,• 0000 als bondscoach): ‘Zijn wij nou zo slim, of ben jij nou zo dom?’
Overigens: de leestip voor deze zomer is Ulixes van James Joyce, in de fabelachtige nieuwe vertaling van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes (••••••).

Arjen Fortuin

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Twee culturen op een kussen

Categorie: Boek van de week, Familiegeschiedenis, Levensverhaal

Moederland. Een vrouwenleven in twee culturen – Inge de Bever – Van Oorschot – 252 blz. Inge de Bever (1958) studeerde klassieke taal- en letterkunde aan de Universiteit van Leiden met Turks als bijvak. Ze…

Boek van de week archief

3-oktober-2019 | Lees verder | Reageer!