Interview met Hilde Vleugels

12-januari-2013 | Categorie: Interview

Hilde Vleugels(Turnhout 1954) is psychotherapeute en dramadocente. Ze is medeoprichtster en co-directeur van de educatieve Academie te Berchem. Als stafdocente binnen de therapeutenopleiding interactionele vormgeving, geeft ze onder meer lessen over de therapeutische kracht van verhalen en rituelen. Zij verdiepte zich in de experiëntiële en Jungiaanse psychologie, in lichaamswerk en traumaverwerking. In 2005 verscheen haar boek Scherven. Gebroken sprookjes en de zoektocht naar een nieuw verhaal. Zij is medeauteur van het boek Veranderende denkbeelden in de psychotherapie dat verscheen in 2008. Nu is haar nieuwste boek Kladblok met verbannen woorden verschenen.

Had je als kind al de droom/wens om schrijver te worden? Zo nee, wat wilde je dan worden?

Als kind schreef ik erg graag opstelletjes, bereidde ook met veel plezier en ijver een spreekbeurt voor, maar de gedachte om schrijver te worden is nooit bij me opgekomen. Wat ik wilde worden veranderde samen met mijn leeftijd en de informatie die op mijn pad kwam. Zo wilde ik missiezuster worden omdat ik dan naar verre landen zou kunnen reizen, laborante omdat ik dan zoals Marie Curie wetenschappelijke ontdekkingen zou kunnen doen.

Las je als kind veel en wat waren je favoriete boeken?

Ik herinner me ‘Miranda, het circuskind’ en uit de kinderboekenreeks Tiny vooral ’Tiny speelt toneel’. Ik hield ook van de stripboeken van de Rode Ridder op voorwaarde dat er meisjes/vrouwen in voorkwamen. Met grote belangstelling las ik de verhalen in mijn geschiedenis- aardrijkskunde, godsdienst- en biologieschoolboeken, maar ik speelde ook zeer graag buiten, in de bossen rondom ons ouderlijk huis. Ik maakte dan verhalen in mijn hoofd, ging op in mijn spel. Zo heb ik als kind ooit tijdens een warme zomer een bosbrand aangericht. Samen met mijn vriendje wilde ik ‘vadertje en moedertje’ spelen. Dus bouwden we een huis met droge takken en een vloer van krantenpapier. Een houten kist deed dienst als kachel. Daarna ging vader werken en moeder eten klaarmaken. Moeder stak de kachel aan. Zo heb ik geleerd dat het goed is verbeelding en aardse werkelijkheid te onderscheiden.

Harry Mulisch zei altijd dat je geen schrijver kunt worden, maar dat je als schrijver geboren wordt. Wat denk je daarvan?

Aanleg kan een zaadje zijn, het is niet de boom. Een mens kan op zoek gaan naar de juiste grond en de juiste voeding zodat het zaadje een boom kan worden. Die inspanning doe je waarschijnlijk alleen als je de passie voor het schrijven ontdekt hebt. Een hartstochtelijk verlangen om te creëren, een onblusbare scheppingsdrang ligt aan de oorsprong van mijn schrijfwerk.
Ieder van de vier kinderen uit ons ouderlijk gezin schrijft op een of andere manier, dus vermoedelijk is er wel sprake van enige genetische aanleg. Maar wij, broers en zussen, dagen elkaar ook uit en stimuleren elkaar om te schrijven. Mijn ouders schreven niet. Mijn vader was een gepassioneerd spreker en mijn moeder was als kind erg goed in opstelletjes schrijven. Ik genoot wanneer ze voorlas uit de sprookjes van Grimm of met fascinerende Herentalse verhalen van de kapper kwam.
Naast talent en passie baart oefening kunst. Timemanagement, concentratie, volharding, je weg vinden in de wereld van de uitgeverijen, om kunnen gaan met kritiek en succes… Je hebt heel wat talenten nodig en vaardigheden te ontwikkelen om een boek op de wereld te zetten. En natuurlijk bepaalt de economie en de tijdsgeest ook voor een groot stuk de sector. Er moet een markt zijn voor je boek.

In je boek Kladblok met verbannen woorden(KMVW), laat je zien wat een schrijver met de werkelijkheid kan doen. Vind je dat interessant voor een lezer?

Een schrijver laat altijd zien wat hij met de werkelijkheid doet. Een schrijver laat zien hoe hij zich verhoudt tot de werkelijkheid, hoe hij over haar denkt, haar ervaart en ook beïnvloedt. Feiten en beleving van die feiten, verbeelding en werkelijkheid, autobiografische en verzonnen elementen worden met elkaar verweven. Als schrijver heb je macht die je in het werkelijke leven niet altijd hebt. De feiten in je leven kan je niet veranderen (wat gebeurd is, is gebeurt), maar je kunt wel je levensverhaal herschrijven. Je kunt zelfs zoals Katrien in KMVW doet, iemand dood laten gaan in je fictief verhaal. Maar Katrien blijkt een gek spel te spelen met waarheid en fictie.
In het tweede deel van mijn roman ga ik in het spel verbeelding/werkelijkheid verder dan een doorsnee auteur. Ik doorbreek bepaalde regels. Op zich is dat nauwelijks interessant, uit den boze zelfs, tenzij je daar als auteur een duidelijke bedoeling mee hebt. En die heb ik.

Stond de titel van het boek altijd vast of zijn er meer titels langsgekomen?

Er zijn meer titels langsgekomen, maar ik ben nu erg tevreden met deze.

Toen ik ontdekte dat deel een de verbeelding betrof van een verbeeld personage, raakte ik even in verwarring, kun je je dat voorstellen?

Ja, ik kan me de verwarring, het verweesd gevoel, zelfs de kwaadheid van de lezer voorstellen. Of zoals Eva als kind tegen haar moeder zegt: ‘Eerst neem je me mee in je verhaal en dan zeg je me dat het niet waar is.’ Als kind leren we wat echt is en niet echt is: de akelige droom of de enge film is niet echt, dat fascinerende verhaal is verzonnen. Maar wat Eva als kind tegen haar moeder zegt is precies hetgene wat er gebeurt wanneer er in een mensenleven pijnlijke dingen gebeuren. Het verhaal (het zelf- of wereldbeeld) waarin we geloofden blijkt niet waar te zijn. We dachten dat een liefde, of een leven, of iets anders dat ons dierbaar is, zou blijven duren en dat blijkt niet zo te zijn. We worden ’s morgens wakker en in plaats dat we langzaamaan beseffen dat de nachtmerrie gelukkig niet echt is, gebeurt het tegenovergestelde: het dringt tot ons door dat we dit niet gedroomd of verzonnen hebben maar dat het werkelijkheid is. Nog complexer wordt dit allemaal wanneer er geheimen meespelen. Wanneer iets het licht niet mag zien en de feiten ontkend worden (bijvoorbeeld afkomst/verboden liefde) verdwijnt het onderscheid tussen verbeelding en werkelijkheid. In KBVW beschuldigt Soeur Bernarda Krist’l ervan teveel fantasie te hebben. De waarheid wordt verbannen en een verzinsel van een zieke geest genoemd. Maar iets dat geen bestaansrecht krijgt in een gemeenschap kan een eigen leven gaan leiden in een destructieve vorm (bijvoorbeeld de roddels/de vliegen in KMVW).

Je geeft in het nawoord aan dat het schrijven toch ook een worsteling was. Hoeveel van je oorspronkelijke script is geschrapt en waarom?

Voordat Kladblok met Verbannen Woorden op de wereld kwam heb ik twee non-fictieboeken geschreven over psychotherapeutische onderwerpen. In mijn eerste versie van mijn roman was dat nog zichtbaar, ik ging teveel theoretisch duiden, teveel binnenkant van mensen beschrijven, te weinig actie. Die stukken heb ik geschrapt. En de rest samengevoegd tot mijn huidige eerste deel. Dat eerste deel speelt zich in de jaren tachtig af, zowel op Sicilië als in Antwerpen. Voor de structuur heb ik het symbool van Sicilië, als inspiratiebron gebruikt: een triskele, een hoofd met daar omheen drie rondrennende benen. De vier onderdelen van het eerste deel tellen ieder drie hoofdstukken en hebben heel veel vaart. Telkens komt aan het begin van het nieuwe onderdeel de vader-dochterrelatie tijdens de terugreis vanuit Sicilië naar Antwerpen in het licht te staan.
Dat het tweede deel zich in deze tijd zou afspelen lag al van het begin vast, maar niet welke de hoofdpersonages zouden zijn. Uiteindelijk heb ik de juiste personages gevonden om te kunnen vertellen wat ik nog wilde vertellen in dat tweede deel. Het moest meer dan één personage zijn omdat ik op die manier het beste de verschillende perspectieven kon tonen, en de personages moesten een verband hebben met het hoofdpersoange uit het eerste deel.

Wat vind je leuk aan schrijven en wat minder leuk?

Spelling en spellingsregels zijn een marteling voor me. En ik haat al die komma’s die op de juiste plaats moeten staan. Anderzijds kan ik met veel plezier uren aan één zin puzzelen tot die helemaal ‘klinkt’ zoals het bedoeld is. Ik geniet ervan me op mijn eentje terug te trekken om te schrijven. Metaforen vinden en uitwerken is heerlijk om te doen. Spanning opbouwen ook. Overgangen verzinnen en verrassende wendingen creëren is iets wat ik op als dramadocent op de Toneelacademie van Maastricht heb geleerd en nog steeds fijn vind. De impasses zijn frustrerend, al weet ik dat ze bij het creatieve proces horen. Na heel wat stilstand, weerstand en frustratie voelen dat een personage vorm vindt en een eigen leven gaat lijden is fantastisch. Zo vond ik het onverwacht leuk me te verplaatsen in de mannelijke personages die ouder zijn dan ikzelf, de net gepensioneerde Van Zonhoven en de stokoude gewezen burgemeester.

In KMVW refereer je aan een boek van Pirandello, ‘Zes personages op zoek naar een auteur’. Dat suggereert dat er mensen zijn die hun leven zelf niet kunnen invullen en wachten op een persoon of ideologie die een houvast geeft. Is dat geen gevaarlijke levenshouding?

We leven in een tijd waarin we verondersteld worden ons leven naar eigen goeddunken in te richten en auteur te zijn van ons eigen levensverhaal. Maar velen slagen daar nauwelijks in. Er zijn twee gevaarlijke tendensen voelbaar in deze samenleving: enerzijds fundamentalistische zelfopoffering aan een persoon of ideologie, anderzijds geïsoleerde ‘ikken’ die er vanuit gaan dat alles begint en eindigt bij zichzelf.
Ja, het is belangrijk dat we auteur zijn van ons eigen levensverhaal, in het besef dat wij niet de enigen zijn die dat verhaal schrijven. In staat zijn te bewegen tussen autonomie en verbondenheid, afbakening en overgave, maakt van ons een individueel zelf, een zelf – in- relatie.

Het suggereert ook dat er mensen zijn die een ‘leegte’ ervaren die opgevuld moet worden om het leven zin te geven. Acteurs die op zoek zijn naar een rol?

Het eigen maken van rollen die ons passen, geeft vorm aan onszelf en het leven. Via onze rol, ons personage, ons verhaal, kunnen we onszelf vertolken. Maar een rol kan ook een star masker worden dat ons afsluit van de rest van onze persoonlijkheid. Het personage legt de acteur dan een bepaald gedrag op zonder dat hij ervan bewust is. Het personage heeft de acteur in zijn macht. Anderzijds dwingt het leven of een situatie ons soms een bepaalde rol los te laten. De kunst is ons niet vast te klampen aan een rol, leegte toe te laten en te verdragen.
Vorm is leegte, leegte is vorm. Om vorm te vinden in de leegte hebben we ontvankelijkheid nodig voor iets dat groter is dan ons kleine ego. Misschien gaat Pirandello niet ver genoeg, en zijn er niet alleen personages op zoek naar een auteur, maar ook gedachten naar een denker, dromen naar een dromer, verhalen naar een verteller, woorden naar een schrijver.

Op de achterflap van KMVW staat dat de ‘spelers’ in deze roman op zoek zijn ‘naar een verhouding tot de tragiek van het bestaan en antwoorden op eigentijdse en universele levensvragen’. Ik vind dat nogal vaag. Kun je uitleggen wat er bedoeld wordt?

Er zijn vragen die mensen zich in alle tijden stellen: Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Wat kan ik worden? Wat is de zin van mijn bestaan? Deze vragen worden soms dwingender bij tragische gebeurtenissen of wanneer er een overgang naar een nieuwe fase gemaakt moet worden zoals studiekeuze of pensionering. In Kladblok met Verbannen Woorden krijgen deze eeuwenoude vragen een actuele vertaling. Zo vraagt de jonge Krist’l zich in het ziekenhuis af: ‘Stel dat men er ooit in zou slagen mijn hersenen op pootjes voort te laten leven, ben ik dat dan nog?’ En de net gepensioneerde Van Zonhoven verzet zich tegen het idee ‘met een kudde vetbuiken naar het zuiden te trekken om zijn huid te laten leerlooien tijdens een spelletje kaarten.’

Je schreef dit boek naast je gewone werkzaamheden als therapeut en docent. Had je vaste tijden dat je schreef? Lukte het wel steeds om ‘in’ het verhaal te blijven?

De meeste inspiratie heb ik ’s morgens tussen half vijf en half negen. Maar dat houd ik niet lang vol gecombineerd met een full-time baan. In de zomermaanden, eind juni tot half september, valt een flink deel van mijn werk weg. Ik organiseer mijn baan dan zo dat ik dagen achter elkaar in mijn verhaal kan blijven.

Ik vind de scènes in het ziekenhuis op Sicilië de beste uit het boek. Hoe heb je je zo goed kunnen inleven in die situatie?

Ospedale Umberto Uno in Syracuse heb ik in werkelijkheid alleen aan de buitenkant gezien, de personages zijn verzonnen en ik heb nooit een hartkwaal gehad. Wel ben ik als jong volwassene levensbedreigend ziek geweest en heb ik heel wat ziekenhuizen van binnenuit beleefd. Maar je hoeft niet ziek te zijn geweest om de situatie te herkennen die wordt geschetst: wakker worden in een vreemde, grauwe omgeving waar je de ander niet langer verstaat en waar medicatie de oplossing is die wordt aangedragen om het leven dragelijk te maken.

Veel schrijvers trekken zich terug in een kamer, schuur of andere schrijfruimte. Waar schrijf jij en mag je ook gestoord worden?

Ik heb de luxe met ons tweetjes in een ruim huis te wonen. Mijn man heeft zijn eigen kantoorruimte, zodat ik met mijn laptop van de keuken, naar de slaapkamer, naar de woonkamer kan trekken. In de slaapkamer kan ik me het beste concentreren, het is een rustige, lichte kamer met uitzicht op een grote kastanjeboom. In de keuken en de woonkamer heb ik verbinding met internet en ik kan er ter afwisseling huishoudelijke klusjes doen. En neen, ik wil niet gestoord worden. Dat is niet altijd eenvoudig omdat ik samen met mijn man de Educatieve Academie run. Aan de andere kant is mijn werk zeer inspirerend, ik ontmoet vele mensen, luister naar verhalen, wissel ideeën uit.
En tijdens vakanties trekken mijn man en ik ons vaak terug in huisjes zonder telefoon.

Heb je plannen voor meer romans? Zo ja, ben je alweer bezig?

Ik had me voorgenomen eerst ten volle deze roman te vieren, daarna de leegte toe te laten, om dan toe te laten wat er vanuit die leegte zou ontstaan. Ondertussen besef ik dat dit te rechtlijnig gedacht was van me. Ik geniet van de oogst, ervaar op hetzelfde moment de leegte, en de ideetjes borrelen op uit de bron.

Wil je je favoriete top vijf boeken/schrijvers noemen? Mogen er ook meer zijn!

Van mijn periode op de Toneelacademie van Maastricht (1978-1982) heb ik vooral de broeierige zuiderse sfeer van Garcia Lorca en het absurdisme van Ionesco onthouden.
‘Het huis met de geesten’ van Isabelle Allende sprak me erg aan omwille van de kleurrijke vrouwenrollen. Nog voor de verfilming in 1993 heb ik stukken ervan bewerkt voor het theater.
Later ging het werk van collega’s die psychotherapie en schrijven combineren me boeien: Irvin Yalom, Rutger Kopland, Anna Enquist. Het non-fictieboek ‘De ontembare vrouw, als archetype in mythen en verhalen’ van de Jungiaanse therapeute en ‘contadora’ (verhalenvertelser) heeft me erg geïnspireerd. De taal waarmee ze haar inhoud vorm gaf, gaf mij vleugels.
De roman die de laatste jaren veel indruk op me gemaakt heeft is ‘de Heelmeesters’ van Abraham Verghese.

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Monument voor een tante

Categorie: Biografie & Autobiografie, Boek van de week, Columns & Korte verhalen, Non-fictie

Tante Jo – Sander Donkers – Lebowski – 160 blz. Sander Donkers (1967) is journalist, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Hij schreef eerder een biografie over de zanger van The Golden Earring, Barry Hay,…

Boek van de week archief

13-november-2020 | Lees verder | Reageer!