Interview met Paul Sebes

2-februari-2013 | Categorie: Interview

‘Auteurmakelaar’, ‘spin in het web’, er zijn vele namen voor literair agent Paul Sebes (Dordrecht, 1965). Hij staat bekend als een man die schrijvers kan maken én kan breken. Zijn literair agentschap Sebes & Van Gelderen bestaat al vijftien jaar en dat in een land waar literair agenten helemaal niet gebruikelijk zijn. In ieder geval niet zoals bijvoorbeeld in de Verenigde Staten waar vrijwel iedere auteur een eigen agent heeft. In zijn ‘stal’ heeft hij auteurs als Robert Vuijsje, Arjen Lubach en Joost Zwagerman. Bovenal mag Sebes gezien en gerekend worden als een graadmeter binnen de literaire wereld.

Hoe kan dat eigenlijk, dat het in Nederland niet zo gebruikelijk is dat een auteur een literair agent heeft?

Amerika is op juridisch gebied heel anders dan Nederland, je moet daar de zaken goed op orde hebben en natuurlijk is het taalgebied veel groter. Een literair agent kan je daar helpen aan de juiste contacten en de auteursrechten goed regelen. Hier krijgt iedere auteur een modelcontract waar alles netjes in geregeld is, de behoefte is dus misschien minder groot. Alleen je moet niet vergeten dat er ook al heel wat auteurs bij ons agentschap aangesloten zijn. Daarnaast worden wij werkelijk overspoeld met manuscripten. Ik denk dat we er in een jaar wel een stuk of duizend toegestuurd krijgen. Allemaal van mensen die ook denken een goed boek te kunnen schrijven.
Onlangs organiseerden we een schrijfwedstrijd in samenwerking met De Volkskrant. Er werden maar liefst zeshonderd verhalen ingezonden. Nou, daarvan zijn er zo’n twaalf of veertien echt de moeite waard. Van de rest kun je vaak na het lezen van een half a4’tje al zien dat het niks is en ook niks zal worden.

Hoe val je dan in al dat geweld nog op als beginnend schrijver?

Schrijvers met kwaliteit of met potentie pikken we er over het algemeen wel uit, maar je moet wel door de overige negenennegentig procent heen spitten. Wat ik zeg, bijna iedereen denkt ook wel even een boek te kunnen schrijven. Mensen sturen veel te snel een verhaal in, zonder eerst kritisch naar hun eigen werk te kijken. Ze lezen eens een boek en denken meteen: goh, dat kan ik ook. Terwijl, verteller van verhalen word je eigenlijk niet, zo word je geboren. Er moet een innerlijke noodzaak zijn om te schrijven. Ik ken schrijvers die zeggen: als ik niet schrijf dan ga ik daar fysiek onder lijden, dan word ik ziek. Er moet dus een urgentie zijn om te schrijven, dat zit in je of niet. Maar wij Nederlanders gaan op vakantie naar Vietnam of we krijgen een ziekte en denken: daar zit een boek in. En als ik dan zeg dat ik er niks in zie dan zeggen ze: maar er zijn toch meer boeken over ziektes? En die verkopen prima! Ja, zeg ik dan, dat is inderdaad zo, maar kwaliteit maakt een groot verschil. Heel mooi dat iemand een verhaal schrijft over zijn of haar ziekte, maar waarom nou die noodzaak om het gepubliceerd te krijgen? Druk gewoon zelf honderd exemplaren en geef die dan aan familie, vrienden of nabestaanden. Maar voor velen heeft het om de één of andere reden iets magisch om gepubliceerd te worden. Voor hen is dat het summum, dat heb ik nooit begrepen.

Veel mensen gaan ook gewoon achter de computer zitten en denken zo van a tot z een verhaal te kunnen schrijven, maar zo werkt het niet. Een sonate wordt ook niet in één keer gecomponeerd, nee dat gaat stukje voor stukje, noot voor noot en iedere keer wordt er weer iets aan bijgeschaafd of aangepast. Zo hoort het met schrijven eigenlijk ook te gaan. Laat ik het anders vergelijken met het maken van een schilderij. Een schilder gaat ook niet gelijk met verf in de weer, nee eerst maak die een schets en daar gaat hij of zij dan mee aan de slag. Als je een goede schrijver wil worden dan moet je blijven schaven en je moet ook kritisch blijven kijken naar je eigen werk. Dat is erg belangrijk. Als je als beginnend schrijver een goede stijl hebt en een goede sfeer kunt neerzetten dan ben je al een heel eind op weg. Dat zijn ook de twee belangrijkste zaken waar wij naar kijken bij een manuscript. Daarnaast moet het natuurlijk ook meeslepend zijn. Zinnen moeten niet gewoon zinnen zijn, ze moeten aan het denken zetten of verrassen. Als schrijver moet je voor jezelf bedenken wat je met taal kunt doen en daar moet je vervolgens kunstig mee omgaan. Je kunt immers iets op heel veel verschillende manieren formuleren.

Wat ik ook wil meegeven aan beginnende auteurs is: ga lezen. Verdiep je in de literatuur. Als je schrijver wil worden moet je boeken lezen van grote schrijvers, kijk hoe zij het doen, hoe zij het aanpakken en leer er van.

Jullie geven ook cursussen in het goed leren schrijven van een verhaal of een boek. Hameren jullie dan ook op deze zaken?

Natuurlijk, maar daarnaast hangt het ook gewoon erg af van de persoon waar het om gaat. Neem een Daniëlle Hermans, in het begon vond ik haar gewoon niet zo goed. Haar teksten stonden vol bijvoeglijke naamwoorden, om gek van te worden. Dat ze kon vertellen, dat kon je zo zien dus we hebben met haar hard gewerkt om die bijvoeglijke naamwoorden terug te dringen. Daar werden haar teksten uiteindelijk een stuk beter van en ik vind haar boeken geweldig.

Kan iedereen zich ook gewoon inschrijven voor jullie cursussen?

Nee, de lat om mee te mogen doen voor één van onze cursussen ligt wel lager dan wanneer je je als auteur echt bij ons agentschap wil aansluiten, maar niet iedereen kan zich aanmelden. Er moet natuurlijk wel potentie zijn, anders kun je nog zo hard aan de slag gaan maar dan schiet je nog niet op. Dus de stijl en de sfeer, die moeten al goed zijn. En als de potentie er is, dan nemen wij het materiaal in behandeling. We zijn dus echt wel kritisch en dat zijn we al helemaal tijdens de cursus. We doen daarbij aan line editing, kortom, we kijken regel voor regel alles na en wat door ons rood gearceerd wordt, moet bijgeschaafd worden. Dat een verhaal uiteindelijk vol rode strepen staat is overigens heel normaal hoor. Toen ik mijn boek (Bestseller – 2008, red.) schreef stonden de vellen ook vol van het rood. Je moet dan ook goed tegen kritiek kunnen, iets wat lastig is voor heel wat schrijvers. Auteurs zijn wat dat betreft erg gevoelig en dat is ook logisch. Vaak gaan de verhalen over zaken uit het eigen leven en zijn dus heel persoonlijk. Mensen komen eigenlijk met hun baby naar ons toe. Dat mensen het dan niet leuk vinden om op zoiets persoonlijks kritiek te krijgen is heel begrijpelijk. Wat wij dan ook altijd zeggen is: het is eigenlijk geen kritiek, wij zijn er om het verhaal mooier te maken.

In een eerder interview zei u: “Ik verzin ieder jaar twee grote, nieuwe dingen en die wil ik dan ten uitvoer brengen”, nu zitten we net in 2013, wat komt er dit jaar aan?

Ik heb een aantal nieuwe ideeën, maar waar we nu echt al mee bezig zijn is het leggen van contacten in de film- en documentaire wereld. Het is de bedoeling dat er tussen ons en hen een wisselwerking ontstaat. Hebben wij een goed non-fictie verhaal? Dan geven wij dat door en misschien kan er wel een mooie documentaire van gemaakt worden. Of als wij een mooi fictief verhaal hebben dat zich leent voor verfilming dan tippen we de filmmaker. Andersom kan een goed script voor een film ook een prima boek zijn. We gaan elkaar dus informeren en zo de samenwerking aan. Om welke filmmaker en documentairemaker het gaat ga ik nu alleen nog niet zeggen, daar komt vanzelf wel meer duidelijkheid over.

Tot slot, welke vijf boeken kunt u op dit moment écht aanraden?

Paul Auster – Winterlogboek
David Vann – Legende van een zelfmoord
Lionel Shriver – We need to talk about Kevin
Manon Uphoff – De ochtend valt
Gustaaf Peek – Ik was Amerika

Dit interview is geschreven door Robert Feller

Pin It

2 Reacties

  • […] nooit begrepen waarom het voor veel schrijvers iets magisch heeft om gepubliceerd te worden,’ zei literair agent Paul Sebes ooit. Hij heeft gelijk, veel schrijvers maken zich daar druk om. Sommigen […]

  • Mooi die vergelijking met schilderen. Ik heb net zes jaar schilderles achter de rug en daarbij viel het me ook op dat het proces hetzelfde is als bij schrijven. Tijdens de koffiepauze hadden we het daar wel eens over. Mijn schilderdocent hamerde er altijd op dat een schilderij uit lágen moet bestaan. Het wordt mooier wanneer je niet in één keer een doek dicht schildert. Onderliggende lagen zorgen ervoor dat de bovenste laag verf mooier uitkomt. Wanneer ik schrijf en vele malen her-schrijf dan zie ik dat ook gebeuren. Leuk om de vergelijking met schilderen in dit interview met deskundige Paul Sebes terug te lezen.

Boek van de Week

Monument voor een tante

Categorie: Biografie & Autobiografie, Boek van de week, Columns & Korte verhalen, Non-fictie

Tante Jo – Sander Donkers – Lebowski – 160 blz. Sander Donkers (1967) is journalist, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Hij schreef eerder een biografie over de zanger van The Golden Earring, Barry Hay,…

Boek van de week archief

13-november-2020 | Lees verder | Reageer!