Is er een toekomst voor de moderne dichtkunst?

30-juli-2013 | Categorie: Poëzie

Het eerste gedicht – Over het lezen van poëzie – Chrétien Breukers – Weideblik – 151 blz.

Het eerste gedichtWat is een gedicht eigenlijk? Ik vind mijn Van Dale(Elfde herziene druk uit 1984) er niet erg duidelijk over. “gedicht’ o (-en),1.(concr.) een in dicht- of versmaat, ofwel dichterlijke stijl opgesteld stuk, dichtstuk, vers: de gedichten van Hooft; een gedicht maken, vervaardigen, voordragen, aan iem. opdragen; etc.”
Als je bij de omschrijving van wat een gedicht is ook weer woorden als ‘dichtmaat’ en ‘dichterlijke stijl’ gaat gebruiken blijft het een vage aanduiding. Onder punt 3 wordt het maken van gedichten gezet in de hoek van beroepen die je beter maar niet kunt uitoefenen “die prulpoëet kon zijn tijd wel beter besteden dan met dat gerijmel en dat gedicht.”

Gedichten zijn in de loop der eeuwen qua vorm en inhoud sterk veranderd. In de tijd van Hooft waren de gedichten door (bijna) iedereen te begrijpen. Vaak bevatten ze een boodschap en altijd waren ze op rijm. Dat rijmen werd eigenlijk eeuwenlang volgehouden. Dat leidde vaak tot rijmdwang. Dichters wilden van dat gerijmel af en begonnen te experimenteren zoals Paul Rodenko, Simon Vinkenoog en Lucebert. De vorm van gedichten veranderde en ook de inhoud. De experimentelen hebben en hadden hun aanhang, maar de traditionele dichters als Vasalis en Ida Gerhardt, waren en zijn populairder gebleven. Ook heden ten dage – en nu kom ik bij het boek van Chrétien Breukers – verkoopt een traditionele dichter als Jean Pierre Rawie een kwart van alle dichtbundels in Nederland en Vlaanderen. Andere dichters moeten het vaak doen met verkopen die niet boven de honderdvijftig exemplaren uitkomen, meldt Breukers in het voorwoord van zijn boek.

Chrétien Breukers is zelf uitgever van dichtbundels, een echte liefhebber en een kenner. Verkochten dichtbundels in de jaren zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw al niet geweldig, het is sindsdien alleen maar bergafwaarts gegaan. Is dat tij te keren in deze eeuw waarin mensen niet de tijd nemen om wat dan ook rustig te doen, laat staan op het gemak een gedicht te lezen en te begrijpen? Vermoedelijk niet. Zelfs bezoekers van poëziefestivals en voordrachtavonden van dichters kopen weinig dichtbundels, meldt Breukers. Zoals ik al zei, is een traditionele dichter als Rawie die vooral veel sonnetten schrijft, een uitzondering. Zijn gedichten rijmen en zijn makkelijker te begrijpen. Elk genre heeft zijn eigen publiek en hoe moeilijker het is, des te kleiner de aanhang.
In Het eerste gedicht – Over het lezen van poëzie ‘behandelt’ Beukers enkele tientallen eerste gedichten van bundels van moderne dichters, van Anker tot Zwaal. Het zijn geen makkelijk te begrijpen gedichten. Breukers probeert te achterhalen wat de dichter bedoelt en geeft vaak een heldere uitleg, hoewel hij er ook niet altijd uitkomt.

Het eerst gedicht dat Beukers behandelt, is van Robert Anker.

“gemraad slasser pukt een kogel
onverweerd
als was het maar een toekomstweetje
opent hij zijn borstvlees met muziek
met bidde handen
hij trekt zich naar voren over de veren
gemraad wordt een schuddend oog
met breek-graag in zijn vocabulaire
de kapstok in de vestiaire
hangt vol met zijn vreugde
blijde te vermijden
wat hem achterop schoot
onstuimig is zijn stelling
slasser
zijn eigen moeder”

“De bundel gemraad slasser d.d.t. van Robert Anker is geprezen door critici. Verder kom je nooit iemand tegen die een gedicht van Anker leest, dus hij heeft een zeer specifiek publiek,” zegt Breukers.
Als alleen de poëziecritici zijn publiek zijn, is dat wel bijzonder specifiek en weinig.
Voor wie zich wil verdiepen in de moderne dichters en hun bundels is het handig om Het eerste gedicht – Over het lezen van poëzie aan te schaffen en te lezen. Het kan je op het spoor zetten van een dichter die je aanspreekt. Niet alle dichters schrijven even ondoorgrondelijke gedichten als Robert Anker.

Een uitgebreid nawoord wijdt Breukers aan zijn idool Gerrit Komrij. Hij vertelt over de bloemlezing Komrij’s Nederlandse Poëzie van de 19de t/m de 21ste eeuw ‘een in vaalblauw omslag gestoken paperback van vergelend krantenpapier’ die hij kocht bij Boekhandel Tindemans in Weert. De bloemlezing van Komrij heeft Breukers op het spoor gezet van de poëzie. Hij las de tweedelige bundel stuk en kende vele gedichten uit zijn hoofd. Voor beginnende poëzielezers is deze bloemlezing van Komrij nog steeds heel handig. Je kunt je favoriete dichters ontdekken en eventueel meer van hem/haar gaan lezen. Ben je een echte diehard, dan zul je misschien net als Breukers geboeid raken door de hedendaagse Nederlandse en Vlaamse dichters. Je zult waarschijnlijk tot een elite gaan behoren.

Tot slot een voor velen waarschijnlijk onbekend sonnet van Komrij dat hij schreef ter gelegenheid van de jaarwisseling 2006/2007 voor de niet meer bestaande Foreign Media Group.

Mediahonger

Laat tralies over aan de kluizenaar.
Ik stap door blinde muur en spiegelruit.
De scherven tartend en het slipgevaar.
Ik spring van hot naar haar en glijd niet uit.

Ik kijk met open ogen naar geluid
En beeld en letters hoor ik door elkaar.
De tuba spoelt terug, de komma fluit.
Accoord en volzin zijn uitwisselbaar.

Ik vang ze gulzig op. Ik ben de bruid.
Er is geen aanbod dat me niet bekoort.
En nog kom ik ervaringen tekort.

Ik zit de nieuwsberichten op de huid
En zuig me vol aan beeld en klank en woord
Tot ik een wandelende lichtkrant word.

Komrij of Anker of allebei? Je mag zelf kiezen.

Pieter Feller

Pin It

1 Reactie

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!