Jacobs blij met mails van lezers

13-januari-2019 | Categorie: Interview

Als fervente liefhebber van de misdaadroman moet je niet alleen naar Nederlandse auteurs kijken. Zowel in het Engelstalige gebied als in Scandinavië zijn juweeltjes verschenen die je niet gemist mag hebben. Bij onze zuiderburen, zijn in dit genre zeer goede werken verschenen. Na mijn bespreking van Driemaal moordwaarde op deze site, ben ik mij eens gaan oriënteren op Paul Jacobs en in het bijzonder op zijn misdaadromans met Thomas Breens in de hoofdrol. Dat onderzoek heeft resultaat opgeleverd: deze auteur moet niet op de achtergrond blijven, maar verdient een plek in de schijnwerpers. Zeer te verwonderen dat er nog geen prijzen in zijn richting zijn gekomen. De combinatie van misdaad met een vleugje humor is maar spaarzaam te vinden. Het zijn ‘whodunits’ met een amateur-detective. Ik heb moeten denken aan Heimwee naar bloed van Dario Correnti en Martin Misunderstood van Karin Slaughter. Dit overwegende besloot ik Paul te vragen mij een interview toe te staan, waarin hij bereidwillig bleek mijn vragen te beantwoorden. Ik hoop dat dit interview ertoe bijdraagt dat de belangstelling voor de Vlaamse misdaadliteratuur en speciaal voor Paul Jacobs gaat groeien en er misschien ook eens een Gouden Strop naar hem toe komt.

Paul Jacobs (Mortsel, 24 januari 1949) debuteerde op zijn tweeëntwintigste als tekstschrijver en reporter bij het BRT 1-radioprogramma Dagboek. In 1981 werd hij producer bij Radio 1 en maakte hij o.a. Het Vermoeden, De Taalstrijd en het interviewprogramma Vriend & Vijand . Voor de VRT-televisie bedacht hij de quizzen Jij of wij, I.Q., Kennis van Zaken en De Tekstbaronnen en het humoristische panelprogramma De Rechtvaardige Rechters. Voor de tv-reeks Made in Vlaanderen werden drie van zijn scenario’s verfilmd, waaronder Moordterras. Voor zijn radiowerk ontving hij een aantal prijzen, waaronder de Sabamprijs voor zijn volledige oeuvre. Hij publiceerde verhalenbundels, een jeugdroman en een gedichtenbundel. Vanaf 2008 verschijnt zijn Thomans Breens serie waarvan in 2019 het elfde deel De Exenkring zal verschijnen. Meer weten over Paul Jacobs? Lees dan zijn autobiografie Ik moest hier toevallig zijn (2014).

Hoe ben je er toe gekomen misdaadromans te schrijven, nadat je al veel andere werken had gepubliceerd?

Misschien is het wel leuk om even te vertellen hoe ik aan mijn eerste thriller De rode badkuip begonnen ben. Ik was zestig geworden en met pensioen gegaan bij de Belgische radio. Ik had heel mijn leven geschreven en gepubliceerd (verhalenbundels, tv-filmscenario’s, columns) maar behalve een jeugdboek, nooit een roman. In mijn ogen was een roman het hoogste, het toppunt dat een schrijver kon bereiken en ik was bang dat ik daar niet kon aan tippen. En toen, bij het rommelen in oude laden, vond ik een reïncarnatiehoroscoop die een lieve, oude dame in de jaren ’60, toen ik nog een jongetje was, voor me had laten opmaken bij een Nederlandse astroloog, ene meneer Nienhuis uit Den Haag. Er stond in dat ik in een vorig leven in Oxford was geboren, in 1665, dat ik zo en zo lang geleefd had, dat en dat beroep had gehad en niet oud was geworden. Ik dacht: als ik nu eens op zoek ging naar die man uit dat vorige leven… Stel dat ik hem vond en alles klopte, dan had ik bewezen dat het leven een geordend geheel was met een doel en een plan. Dat zou dan meteen dé grootste ontdekking zijn uit de geschiedenis van de mensheid!

Ik stuurde een mail naar de Society of Genealogists met de vraag: kan zoiets, kan ik die man uit de 17de eeuw nog op het spoor komen door in jullie oude archieven te gaan pluizen? Nee, schreven ze meteen terug, dat lijkt ons onmogelijk, tenzij u heel veel tijd heeft en heel veel geld. Nou, dat geld had ik zeker niet, dus daar ging mijn mooie plan. En toen zei een vriendin: dan schrijf je toch een roman over zo’n zoektocht! Ik heb dus al mijn moed verzameld, grondige research gedaan, een plan gemaakt en ik ben beginnen te schrijven. Op een jaar was De Rode Badkuip klaar, makkelijker dan ik dacht. Nederlandse uitgevers wilden er niet aan, maar in Vlaanderen waren er twee geïnteresseerd, waaronder mijn huidige uitgever Houtekiet. Het boek gaat over een jonge vrouw die een mooie erfenis krijgt op voorwaarde dat ze kan bewijzen dat het leven een zin heeft. Ze ontmoet een tv-presentator, mijn held Thomas Breens, ze worden een stel en ze gaan op zoek. Maar omdat hun ontdekking wel eens het begin van een nieuwe tijd zou kunnen betekenen en het einde van de wilde consumptiedrang in de wereld, krijgen ze tegenstand van een internationale organisatie met louter commerciële belangen. Hoe het afloopt kan je lezen in het boek, als je er nog een vindt. Misschien in de bibliotheek?

Wat vind je van de aandacht in Nederland voor de Vlaamse misdaadroman in het algemeen?

Ik interviewde ooit de schrijver Jeroen Brouwers en die zei: “Nederlandse krantenrecensenten zijn meer geïnteresseerd in boeken uit Polen of Namibië dan in boeken uit Vlaanderen.” Hij wist ook niet hoe het kwam.

Zou een misdaadroman, die zich in Nederland afspeelt, je werk beter in Nederland doen ontvangen? Ga je dat misschien nog doen of heb je daar geen behoefte aan?

Nee, daar begin ik niet aan. Daar ken ik Nederland niet goed genoeg voor. In boek 11, De Exenkring, waaraan ik bezig ben, komen een paar scènes voor die zich afspelen in Veere, bij Middelburg. Ik denk ook niet dat het zou helpen, eerlijk gezegd, een Nederlandse achtergrond.

Je bent lid van de Vereniging voor Vlaamse Misdaadauteurs (VVMA). Hoe zie je jouw positie als misdaadauteur in Vlaanderen?

Je zou zelfs kunnen vragen: waarom schrijf je misdaadromans en geen “gewone” romans over liefde en/of dagelijkse ellende? Daar zijn twee redenen voor: als jongen was ik verzot op detectiveromans. Je had de Accoladereeks van uitgeverij Sijthoff met de boeken van Agatha Christie en bij Het Spectrum de “zwarte Prisma-reeks” met romans vertaald uit het Engels, van Dorothy Sayers, Ngaio Marsh, John Dickson Carr, Patrick Quentin, Ellery Queen enzovoort. Ik heb er letterlijk honderden gelezen en gekocht, ze staan nog allemaal in mijn huis in Frankrijk, ik kom er niet toe om ze weg te doen! Het was dus logisch dat ik in dat genre ook eens wat wou proberen.
Een tweede reden is dat ik mezelf niet ernstig genoeg neem om doorwrochte, psychologische romans te schrijven. Misschien zou iets in de stijl van Philip Roth nog behapbaar zijn. Of iets zoals het meesterlijke Conclaaf van Robert Harris. Of de ultieme mannenroman: Monsieur Bovary in plaats van Madame Bovary, over een mannenleven en al wat een kerel zo allemaal kan meemaken. Wie weet, ooit?

Thomas Breens is het centrale personage in je romans. Hoe is hij in je geest ontstaan en heeft hij iets autobiografisch?

Thomas Breens (“Breens” staat voor “brains” natuurlijk, ik mikte op een slimme kerel) was in het begin geënt op een bekende stoere Vlaamse tv-figuur, Tom Waes, die ondermeer druk bekeken reisprogramma’s maakt. Stilaan is hij veranderd in mezelf: hij heeft een bril gekregen, is wat minder stoer geworden, is wat meer gaan lezen enzovoort. Dat is logisch, omdat ik altijd in de ik-vorm schrijf en dan beginnen die personages onvermijdelijk in elkaar over te vloeien, behalve dat Thomas Breens veel jonger is dan ik. Die ik-vorm heeft tussen haakjes ook nadelen: je kan nooit schrijven wat er intussen met iemand in Nicaragua gebeurt, want daar is Thomas niet bij, dus dat kan hij ook nooit weten. Ik veronderstel zelfs dat die ik-vorm een groot commercieel succes in de weg staat: het zogenaamde “God de Vader”-perspectief waarbij een schrijver alles weet en alles ziet is handiger voor een roman. Maar voorlopig blijf ik toch maar door”ikken”…

In De rode badkuip wordt Thomas cynisch genoemd. In Driemaal moordwaarde vind ik niets van het cynisme meer terug. In het karakter van Thomas heeft dus een ontwikkeling plaatsgevonden. Kun je dat verduidelijken?

Die vraag heb ik hierboven eigenlijk al beantwoord. Zelf ben ik namelijk niet zo’n uitgesproken cynische man.

In Dood van een egoïst probeert Thomas Ellen terug te winnen. Vanaf Franse zonden is Kristien de nieuwe partner van Thomas. Waarom heb je Ellen vervangen door Kristien?

Ja, Ellen was het meisje uit de eerste roman De rode badkuip. Maar in 2015, in boek 5, Dood van een Egoïst, gebeurt er zoiets verschrikkelijks met haar dat ze Thomas niet meer onder ogen durft te komen en naar Canada verhuist. Toen kon ik haar als schrijver echt niet meer aanhouden, of toch niet meer als geloofwaardige partner van Thomas. Maar wie weet: misschien duikt Ellen als een soort dea ex machina nog wel eens op in een later boek. In elk geval: sindsdien was Thomas alleen, maar omdat je in boeken vaak een “Sprechhund” nodig hebt, iemand met wie de hoofdfiguur kan overleggen en praten en discussiëren, kreeg Thomas al gauw een nieuwe vriendin: Kristien. Ze lijkt sterk op Ellen: ze is jong, slim, niet op haar mondje gevallen en heeft even mooie benen! En trouwens: een man, zelfs een fictieve man, moet het liefst niet te lang alleen zijn. Un homme seul est en mauvaise compagnie!

Ben je van plan Thomas en Kristien in het huwelijk te laten treden?

Dat is een voortdurende wederzijdse plagerij tussen hen beiden. Thomas is niet zo trouwlustig en Kristien doet ook altijd alsof het niet hoeft voor haar. En omdat ik zelf nooit getrouwd ben en geen kinderen heb, voel ik er niet veel voor om nu nog een gelukkig gezinnetje te gaan beschrijven.

In mijn bespreking van Driemaal moordwaarde noem ik de ondertitel, “Soms loopt een spelletje scrabble totaal uit de hand”, enigszins misleidend, omdat ik geen uit de hand gelopen spelletje in het boek heb ontdekt. Ben je het daarmee eens? En houd je zelf van scrabbelen?

Ja, daar heb je een punt. Toen ik de titel had bedacht, met die “Moord” in plaats van “Woord”, vond ik dat zo’n leuke vondst dat ik hem absoluut wilde houden. Ik ben zelf een fervent scrabbelaar en ik had gedacht dat het spelletje een grotere impact zou krijgen in het verhaal. Maar ze scrabbelen toch vaak, Thomas en zijn gehandicapte vriend en er komen toch heel wat andere slimme spelletjes en puzzels voor in het boek?

Terugkijkend op alle Thomas Breens-romans zou ik graag iets van rangorde willen weten. Met welk boek ben je het meest tevreden en met welk het minst en waarom?

Dat is moeilijk, alsof je zou vragen: van wie van je kinderen hou je het meest? Ik vond het eerste boek, De Rode Badkuip wel geslaagd en de vondst van de grote schrijver die zich wil wreken in Een IJskoud Gerecht is aardig volgehouden, vind ik. De uitgever is dan weer heel enthousiast over boek 10, dat in januari verschijnt: Een Hoogst Verleidelijk Man. Dat maakt ook het meest kans om ooit verfilmd te worden, denk ik. Er komt veel actie in er moet weinig uitgelegd worden achteraf. Misschien is Het Droomdagboek van Lavoisier hier en daar wat te ingewikkeld. Misschien ben ik daar wat te verliefd geweest op slimme puzzels.

Vind je dat een misdaadroman meer moet bieden dan een beschrijving van de misdaad, de zoektocht naar de dader en de oplossing? En op welk terrein(en) vind je dan een aanvulling zinvol?

Ik ben zeer beïnvloed door de detectiveverhalen waarover ik het eerder had: Agatha Christie en consorten. Al die boeken waren “whodunits”: verhalen waarbij de lezer moet zoeken naar wie de moordenaar was. Er zijn nu ook “whydunits” en “howdunits” en gewoon actieverhalen met veel bloed en actie en geweld, maar zelf heb ik me altijd aan die eerste soort gehouden: een spannende, intrigerende, min of meer beschaafde zoektocht naar de minst waarschijnlijke moordenaar. Best moeilijk hoor: je moet dan personages bedenken die verdacht lijken maar het uiteindelijk niet zijn, om de aandacht af te leiden van de échte misdadiger. Agatha Christie was daar onovertroffen in. De Moord Op Roger Ackroyd en Het Kromme Huis zijn voorbeelden van haar romans waar je stomverbaasd van achterover valt: heeft dié het gedaan, dat had ik niet zien aankomen! Ik hoop ooit ook zo’n boek te kunnen schrijven. Voorlopig huldig ik de eerste regel van de romanschrijfkunst: schrijf zo dat je lezer na elke bladzijde zegt: komaan, nog één, en nog één, en nog één. Daarvoor zijn mijns inziens alle trucs toegelaten. En het helpt als je personages voor de lezer(es) sympathiek genoeg zijn om hen te blijven volgen in hun avonturen.

Komt er een nieuwe Thomas Breens-roman? Zo ja, wil je er al iets over aan de lezers vertellen?

Ja hoor. Ik ben in de helft van Thomas Breens nummer 11: De Exenkring. Thomas komt in contact met een geheime vereniging van rabiate #MeToo-feministes die zich met geweld willen wreken op onheuse mannen.

In Driemaal moordwaarde proef ik ook wat maatschappijkritiek. Vind je dat zulk soort onderwerpen een verrijking zijn binnen je plot of heb je andere redenen om ’zijweggetjes’ te bewandelen?

Oh nee, ik heb een hekel aan expliciete maatschappijkritiek in romans (“Voor een boodschap, moet u bij Albert Heijn zijn.”) Natuurlijk erger ook ik me geregeld aan dingen die fout lopen in de wereld, van slordig Nederlands bij televisiepresentatoren tot de overbevolking, maar daar wil ik mijn lezers niet mee lastigvallen. Een roman is net als een film een kans op ontsnappen aan de harde werkelijkheid en op binnentreden in een spannende, goed geconstrueerde fantasiewereld waar alles naar voldoening afloopt. Zo moeten we het maar houden, vind ik.

In je boeken gaat het om misdaad, ernstige zaken dus. Toch kom ik ook veel humor tegen. Is dat als tegenhanger of om iets anders? Ben je daarin een buitenbeentje binnen de Vlaamse misdaadliteratuur?

Ik ben van nature niet zo’n dramatisch mens. Ik relativeer onze doortocht op aarde nogal en ik zie gauw de belachelijkheid en de aanstellerij van heel wat dingen en mensen. En als je dan een hoofdpersonage hebt dat op je lijkt, komt die humor er onvermijdelijk vanzelf. Ik weet niet hoe collega’s in Vlaanderen omgaan met grappen in hun werk. Ik lees ze nooit, niet uit minachting, maar om niet beïnvloed te worden en ook om niet te zien dat ze misschien veel beter zijn dan ik: een creatief zieltje is gauw gekneusd! Maar misschien moet je mijn recente dichtbundel ook even lezen. Hij heet Casanova werd wat zwakker en hij bevat plezierdichten, zoals Ivo de Wijs en drs. P ze ook hebben geschreven. Ik geef je één gedichtje, om je een idee te geven:

Ambitie

Laat die telefoon maar bellen
Iedereen is toch al dood
Vader, moeder, al die meiden
Elke fucking huisgenoot
Ik verwacht nu geen bezoek meer
Hoogstens Hein nog met zijn zeis
Of desnoods rond twaalf oktober
Iemand met de Nobelprijs

Wil je de lezer nog iets meegeven?

Ik ben altijd dankbaar en blij als ik een mailtje van een lezer(es) krijg die aangename uren heeft doorgebracht met mijn boeken. Lezen is een geweldige uitvinding en ik ben fier dat ik mag mee doen met die grote internationale club van bedenkers, plotters en verzinners, dat ik me zonder gêne een schrijver mag noemen, want dat was een jeugddroom van me. Onlangs zat ik in Antwerpen op de tram te lezen en raakte ik in gesprek met een vriendelijke meneer. We hadden het over lectuur en hij zei: “Meneer, ik heb in mijn leven nog nooit één boek gelezen. Ik ben één keer begonnen aan een Suske en Wiske-stripverhaal, maar ik ben er halfweg mee opgehouden.” Sindsdien hoor ik het hier en daar wel méér: “Ik zou meer moeten lezen, maar ik heb geen tijd” of “Ja, maar alleen in de vakantie.” En dan denk ik: arme mensen, zo zonder lectuur, ik zou me dood vervelen. Misschien is dat nog een idee voor een boek: een man die sterft omdat zijn moordenaar hem opsluit zonder boeken?

Vragen: Kees de Kievid
Foto auteur: Houtekiet

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Boeiende gekkies

Categorie: Boek van de week, Columns & Korte verhalen, Literatuur

Heimwee naar een andere wereld – Ottessa Moshfegh – Hollands Diep – 251 blz. Het vierde verhaal in deze bundel met korte verhalen heet Gekkies. In feite zou die titel boven elk verhaal kunnen…

Boek van de week archief

12-juni-2019 | Lees verder | Reageer!