John Brosens moest aan redacteuren wennen

18-juni-2016 | Categorie: Interview

John BrosensJohn Brosens (Vlissingen, 1946) schrijft o.a. thrillers en jeugdboeken. Verder publiceert hij poëzie onder het pseudoniem Adriaan Broos en schrijft hij mee aan scenario’s. Sinds 2002 is hij fulltime schrijver. Voordien werkte hij o.a. als onderwijzer en leraar Engels. Brosens studeerde aan de Rijkskweekschool te Middelburg en daarna nog Engelse taal en letterkunde in Rotterdam. De eerste stappen op het terrein van de fictie zette hij met musicals en toneelstukken voor de scholen waar hij werkte. Hij schreef ook schoolboeken voor zijn vakgebied.

In 1998 verscheen zijn eerste jeugdroman Door de duistere diepten. Zijn historische jeugdroman Koers pal noord werd in 2008 genomineerd voor de Thea Beckmanprijs. In datzelfde jaar won zijn boek Donna Deletia, wegtoverheks de Lecticus Luisterboekenprijs.

Wilde je als kind al schrijver worden?

Ja, ik wist dat al heel vroeg, toen ik een jaar of 10, 11 was. Ik was op school geen goede en al helemaal geen ijverige leerling, mijn focus lag vooral op lezen. Waar klasgenoten stumperden met het maken van een opstel leverde ik moeiteloos verhalen van vijf, zes kantjes aan. En van de onderwijzer in de vijfde klas mocht ik vanaf zijn katheder mijn klasgenoten voorlezen uit jeugdboeken als Snuf, de hond en De Kameleon, terwijl hij achterin het lokaal de correspondentie van zijn voetbalclub verzorgde. Daarvan was hij secretaris. Ik vond het best. Veel later, toen ik op de kweekschool zat, heb ik bij hem een van de stages gedaan. Hij wist het nog precies.

Wat betekent schrijven voor je?

Nadat ik met VUT ging ben ik eigenlijk een nieuwe carrière begonnen en schrijven is inmiddels een fulltime passie. Ik vind het heerlijk om een verhaal te ‘componeren’, op onderzoek uit te gaan, experts te interviewen en workshops te geven. Dit is het leven dat ik eigenlijk altijd heb willen leiden.

Je schrijft thrillers en jeugdboeken. Wat is het grootste verschil in aanpak tussen beide genres?

Jeugdige lezers gaan onbekommerd mee in de fantasieën van een auteur. Volwassenen daarentegen vinden dat een boek aan een zeker realiteitsgehalte moet beantwoorden; wat zij lezen dient geloofwaardig zijn, anders leggen ze het verhaal al snel opzij. En de ‘aanspreektoon’ verschilt nogal. In een jeugdboek is het zaak geen beroep te doen op emoties of vaardigheden waar kinderen nog niet aan toe zijn. Ken je doelgroep is het motto. Sluit aan bij hun belevingswereld zonder belerend te zijn. Geen opgeheven vingertjes. Bij volwassenen telt dat allemaal niet.

Voor de jeugd schrijf je voornamelijk historische verhalen. Waarom hebben die je voorkeur?

Er is geen sprake van voorkeur. De drie historische jeugdboeken die recent verschenen kwamen haast vanzelf op mijn pad. Maar de verhalen die ik nog in portefeuille heb zijn hedendaags.

Je bent fulltime schrijver. Wat betekent dat?

Ik werk in de ochtend; als het zomer is soms al om zes uur. Na de lunch is het tijd voor andere zaken. Ik zou er wel continu mee bezig willen zijn, maar dat wil ik mijn echtgenote niet aan doen. En ik ben nu pensioengerechtigd. Dan verwacht men dat je er op uit gaat om je kortingbonnen te verzilveren. Het komt erop neer dat ik me in de luxe positie bevind om ‘ja’ te zeggen tegen wat ik leuk vind. En ‘nee’ tegen iets dat ik niet wil.

Schrijf je op een vaste plek en mag je daar ook gestoord worden?

Onze zolder heeft twee dakkapellen en is ingericht als mijn domein. Als ik werk staat mijn smartphone uit en houdt mijn vrouw iedereen bij me vandaan. Ik kan dus ongestoord werken, op het internet naar informatie zoeken, mijn knipseldozen raadplegen en in manuscripten tikken, knippen, plakken en wissen.

Je hebt voor verschillende uitgeverijen geschreven. Waarom? Hoe belangrijk is een redacteur voor je?

Bij de eerste uitgever was de chemie na zes titels uitgewerkt. We zijn vriendelijk uit elkaar gegaan. Helaas gingen de twee volgende over de kop door een opeenstapeling van factoren waaraan ik gelukkig geen schuld had. Nu kwam het zo uit dat ik met compleet afgeronde manuscripten bij anderen kon aankloppen. Dat leverde een inzicht op: uitgevers zijn per definitie niet geïnteresseerd in mooie plannen, maar alleen in projecten die kant en klaar aangeleverd worden. Redacteuren? De eerste keer dacht ik: blijf met je poten van mijn werk af, wat denk je wel. Maar ik ontdekte al snel dat de kwaliteit van mijn werk vooruit ging door de inbreng van een redacteur. Maar het moet wel klikken. Het is een keer gebeurd dat ik tegen een uitgever zei: met deze dame wil ik niet verder.

Waar moet een echte thriller volgens jou aan voldoen?

Als ik de workshop ‘Spannende Verhalen Schrijven’ geef houd ik de cursisten altijd het ‘Carré van Brosens’ voor. Dat is een soort kubus die het spanningsveld aangeeft tussen Karakters / Drijfveren / Arena / Triggers. Spanning in een geschreven verhaal ontstaat vanzelf – mits de auteur een goed verteller is – door die vier componenten in een ideale verhouding te brengen.
En er zijn nog meer algemene aanwijzingen die ik zou kunnen opsommen: de geloofwaardigheid die ik eerder noemde, de sores van de dader en de speurder, maatschappijkritische componenten die belicht kunnen worden. Wat dat laatste aangaat: ik vind het een taak van thrillerauteurs om misstanden aan de kaak te stellen. En leg vooral niets uit. Laat je lezers merken dat je ze voor vol aanziet: ze zijn volledig in staat eigen conclusies te trekken zonder dat jij dat er inwrijft…

Je interviewt ook schrijvers voor de radio. Hoe is dat zo gekomen?

ExxactBarendrecht, een regionale zender met bereik Zuid Holland Zuid inclusief Rotterdam, vroeg mij ‘iets met boeken’ te gaan doen. Ik heb nu 25 uitzendingen verzorgd waarin ik met plaatselijk bekende, regionaal bekende of landelijk beroemde mensen die op de een of andere manier met boeken te maken hebben in gesprek ga. Auteurs, dichters, theatermakers, boekverkopers. Het zijn dus niet per definitie thrillerschrijvers. Maar nadat Judith Visser, Charles den Tex en Elvin Post achter de microfoon plaatsnamen, heeft er nooit iemand ‘nee’ gezegd. Iemand heeft voor het programma de ronkende naam ‘Panorama Literama’ bedacht. Op mijn website johnbrosens.com is er een speciale pagina voor gecreëerd.

Over De vrouw die niet zwijgen wilde:

Hoe ben je op het idee gekomen voor De vrouw die niet zwijgen wilde?

Mijn eega is voedingsdeskundige en zij maakt er een punt van om verpakkingen te screenen op correctheid. Zo ontdekten we dat voedselproducenten eigenlijk per definitie gebakken lucht verkopen. Artikelen worden als ‘gezond’, ‘ambachtelijk’ en ‘diervriendelijk’ gepresenteerd terwijl er in werkelijkheid puur ongezonde zaken zijn toegevoegd om het product er frisser, mooier en gladder uit te laten zien. Als je dat uitvergroot kom je bij een bedrijf uit dat primair kiest voor omzet en winst – ten koste van consumentenbelangen en in bredere zin de volksgezondheid. En nu het boek af is zie ik het steeds om me heen. Het gebeurt. Elke dag. De consument wordt misleid met ‘informatie’ die feitelijk niet meer is dan propaganda.

Heb je veel research moeten doen voor dit boek?

Ik heb heel veel informatie die ik al had opnieuw bekeken vanuit een heel kritische invalshoek. Opgenomen uitzendingen van‘Kassa’, ‘Zembla’ en ‘Radar’ hebben een handje geholpen.

De vrouw die niet zwijgen wilde is geschreven in een wisselend perspectief. Was dit op voorhand al bepaald of ontstond dit tijdens het schrijven?

Ik heb geëxperimenteerd met de proloog. Die moest als kruispunt dienen om de beide hoofdpersonen met elkaar in contact te brengen. Ik werk gewoonlijk vanuit een strak plan. De verhaallijn, de omstandigheden, de conflicten en de ontknoping liggen klaar als ik aan het feitelijk schrijfproces begin. Foto’s van de personen die in het verhaal een rol spelen zitten vastgeprikt op een wandbord (uit krant of tijdschrift geknipt; vaak is het een BN-er die model staat) en voor ieder ligt een korte levensbeschrijving gereed. Maar ondanks al dat voorwerk gaat een hoofdpersoon soms toch een andere kant op dan ik voor hem of haar in gedachten had. Dat is niet erg, het maakt zo iemand bijna tot een mens van vlees en bloed.

Vragen: Wendy Wenning en Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Europa’s verleden, heden en toekomst

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Roman

Grand Hotel Europa – Ilja Leonard Pfeijffer – De Arbeiderspers – 547 blz. Al heel wat boeken van deze auteur heb ik gelezen. Meestal heb ik niet zo erg genoten. In zijn boek over Genua

Boek van de week archief

15-januari-2019 | Lees verder | Reageer!