“Kunst is de leugen die de werkelijkheid openbaart”

5-maart-2016 | Categorie: Interview

Filip Rogiers(1966) is journalist en schrijver. Hij schrijft/schreef o.a. voor De Morgen, Knack en De Standaard. Hij schrijft poëzie en proza. In 2012 verscheen Nauwelijks lichaam, de met de Debuutprijs bekroonde verhalenbundel, die langzaam tot stand kwam, want het eerste verhaal verscheen al in 1998. Nu bewijst Filip Rogiers met Verman je opnieuw dat hij als geen ander kan schrijven over wat ons leven mooi maakt, en onmogelijk. De vierendertigjarige Hofman snakt naar verandering. Jarenlang heeft hij leerkrachten met een burn-out begeleid tot hij zichzelf een feilloze mensenkennis toedichtte. Die overmoed doet hem struikelen. Maar Hofman krijgt een tweede kans. Hij ontmoet Anita met wie hij een stormachtige relatie krijgt en wordt headhunter. Maar de realiteit grijpt hem bij de strot en werpt hem genadeloos op de grond.

Je bent al jarenlang werkzaam in de journalistiek en hebt enkele boeken over de Vlaamse politiek/maatschappij geschreven. Nauwelijks lichaam(2012) was je prozadebuut met korte verhalen. Voelde je allang de behoefte om een roman te schrijven?

De volgorde is eigenlijk omgekeerd: in mijn eigen beleving was ik eerst schrijver, daarna pas journalist. Ik schreef ‘literatuur’ lang voor ik publiceerde, maar nog veel langer voor ik in de journalistiek verzeilde. Het is ook niet zo gek dat je als schrijver in de journalistiek belandt: het is nu eenmaal een van die jobs waar een mens zijn of haar pen kan gebruiken. En er nog voor betaald wordt ook. Behoefte om een roman te schrijven? Ja, die was er al heel vroeg.

Je hebt ooit ook poëziekritiek geschreven. Lees je nog steeds (veel) poëzie en heeft die invloed op je stijl?

Die is er heel zeker. Ook als lezer heb ik het voor proza dat een poëtische kwaliteit heeft. Het hoeft daarom geen lyrisch proza in de strikte zin van het woord te zijn. Ook zeer episch proza, al dan niet verwerkt in een klepper van 500 pagina’s kan poëtische kwaliteiten hebben. Het is mijn overtuiging dat in een goede roman tijd en wereld liefst zo goed en zo diep mogelijk ‘ingekookt’ zijn. Tijd en wereld hoeven niet geëxpliciteerd te worden, ik wil geen “actua” in een roman (daar heb ik de krant voor), maar de lezer moet ze wel voelen trillen in verhaal en personages. Een goed verhaal heeft wat mij betreft altijd de dichtheid van een atoom. Of waarom proza op z’n best dus inderdaad ook altijd ‘poëzie’ is.

Verman je heeft duidelijk een politiek maatschappelijke inslag. Maar ik las dat het je vooral om de psychologische ontwikkeling van de hoofdpersonen gaat. Hofman is een opportunist en een handlanger van een verdorven systeem, maar zijn de meeste mensen dat niet, omdat ze niets anders kunnen doen om te overleven?

Ik weet niet of Hofman een opportunist is. Ik beschouw hem vooral als een mens die lijdt aan gevoelsarmoede en egocentrisme. En die daarmee behalve zichzelf ook, vooral, zijn geliefde (Anita) schaadt. Het ‘systeem’, dat in de roman onder meer ter sprake komt via de setting van de arbeidsmarkt (Hofman is een headhunter), helpt zeker en vast om dat soort mens te ‘creëren’. Laat mij zeggen dat ons huidig tijdsgewricht – zullen we het neoliberaal noemen? – zeer vruchtbare humus is voor mensen die van nature al naar cynisme en gevoelsarmoede neigen? Die “actuele” setting (die ik dan weer vrij goed ken uit mijn journalistiek werk) kwam mij in zekere zin dan ook erg goed uit als schrijver om het drama van mijn hoofdpersonage te operationaliseren. Het is meer dan decor, maar het is toch ook dàt, decor dus.

Was het fijn om de feiten, waaraan je in de journalistiek aan vastzit, helemaal los te laten en je fantasie eens volledig te benutten?

Verzinnen is inderdaad prettig. Feiten vind ik ook mooi als journalist en ik houd van het ouderwetse woord ‘verslaggever’. Maar zeker dus, het is leuk om in een fictieve wereld af te dalen. Al voeg ik er graag, met Jeroen Brouwers (hij was het toch die dit zei of schreef?), aan toe: “Kunst is de leugen die de werkelijkheid openbaart”.

Ik las dat je beïnvloed bent door de Nederlandse schrijvers Allard Schröder en Thomas Rosenboom, maar ik las ook dat iemand de invloed zag van Louis Paul Boon. Een schrijver wordt natuurlijk onbewust door tal van andere schrijvers beïnvloed, mits hij ze leest natuurlijk. Hoe denk je daar zelf over?

Zeker, een schrijver is altijd ook zelf een lezer en ik voel in mijn eigen schrijven ook het residu van het schrijverschap van een pak van mijn literaire ‘voorbeelden’. Onder anderen diegenen die u noemt, zeker en vast. Schröder en Roosenboom zijn bijzonder en voor een Vlaamse schrijver – kan ik me indenken – zo ‘exotisch’ als Boon voor een Nederlandse schrijver.

Het viel me op dat je taalgebruik geen of bijna geen Vlaamse uitdrukkingen bevat. Ook de namen van de hoofdpersonages, Hofman en Meskens zijn meer Nederlands dan Vlaams. Heb je daar bewust voor gekozen om makkelijker te verkopen op de Nederlandse markt?

*Lacht* – Nee, een bewuste keuze was dat niet. Maar als het mijn kansen om in Nederland ‘binnen’ te komen zou verhogen, vind ik het wel mooi meegenomen. Ik heb een hekel aan de volgens mij hoogst kunstmatige en zelfs imaginaire taal- en cultuurgrens tussen “Noord” en “Zuid”. Goede literatuur is altijd én lokaal én universeel of toch bovenlokaal. Om een voorbeeld te geven: het boek Wenst van Allard Schröder is eigenlijk een soort Dorpsleven of Onder vrienden van Amos Oz. En Mijn kleine oorlog of De kapellekensbaan van Louis Paul Boon is dan weer zo ‘overwerelds’ dat hij natuurlijk de Nobelprijs had moeten krijgen.

Op een gegeven moment – al tamelijk snel in het boek – wordt de computer van Hofman gehackt. Steeds komen er pop-ups voor pornosites. Ik snap dat het voor het verhaal nodig was dat die pc in gebruik bleef, maar was het niet logischer geweest om hem die pc te laten vervangen?

Eigen aan het soort karakter dat Hofmans dan verpersoonlijkt, is een lijdzaamheid. De ‘gehangene’-mentaliteit: ergens wel ‘weten’ dat je jezelf in nesten aan het werken bent, dat je jezelf geweld aan doet, maar de koers toch niet kunnen wijzigen. Dat is, inderdaad, een zeer fatalistisch gegeven. Maar dat is ook niet zo gek bij mij. U had het net over literaire voorbeelden? Wel, ik ben ook nogal ‘gevormd’ door de naturalistische literaire traditie (Zola, Emants, Buysse…). Determinisme is daar een kernbegrip in.

Zie je het schrijven van proza als een bijzaak naast je journalistieke werk of zou je er fulltime mee bezig willen zijn?

Zie het antwoord op de eerste vraag. Ik heb lange tijd gedacht dat er op een dag gekozen moet worden: literatuur of journalistiek. Vandaag weet ik dat niet meer zo best. Ik voel me in beide werelden erg goed thuis en ze bevruchten elkaar ook, hoewel niet op directe wijze – niet zozeer inhoudelijk of vormelijk.

Ben je intussen al aan een nieuw boek bezig? Kun je daar iets over vertellen?

Ja en nee. Te vroeg om er over te praten.

Je literaire ambities zijn duidelijk. Daarom ben ik heel benieuwd naar de schrijvers die je graag leest.

Ik somde er hoger al enkele op. Er kunnen er nog veel bij: van Salman Rushdie tot Hans Andreus (zijn Sonnetten van de kleine waanzin), van Lydia Davis en George Saunders tot Eva Gerlach. Etc etc.

Vragen: Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Monument voor een tante

Categorie: Biografie & Autobiografie, Boek van de week, Columns & Korte verhalen, Non-fictie

Tante Jo – Sander Donkers – Lebowski – 160 blz. Sander Donkers (1967) is journalist, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Hij schreef eerder een biografie over de zanger van The Golden Earring, Barry Hay,…

Boek van de week archief

13-november-2020 | Lees verder | Reageer!