“Leerkrachten moeten boekenliefhebbers zijn”

22-maart-2014 | Categorie: Interview

dorothéDorothé Cras is eigenaresse van de Utrechtse Kinderboekwinkel aan de Ganzenmarkt in Utrecht. Ze werd in 1968 geboren in Breda en verhuisde in de jaren zeventig met haar familie naar de Domstad. Daar groeide ze op. Na de basisschool volgde ze een opleiding aan de Pabo en studeerde ze Nederlands. Vervolgens werkte ze als groepsleerkracht op verschillende basisscholen en was ze docent Nederlands op het Instituut Theo Thijssen – de pabo van de Hogeschool Utrecht.

Wilde je als kind als iets met boeken gaan doen? Zo nee, wat wilde je dan worden?

Toen ik vijf jaar was, wist ik zeker dat ik juf wilde worden. Ik had toen een lieve juf en het leek me dat zij een gezellig leven had bij ons in de klas, dat wilde ik later ook wel. Toen ik zeven of acht was, bedacht ik dat ik juf én schrijfster zou worden. Toen ik tien was begon ik in een mooie multomap aan mijn eerste boek. Ik verzon een titel en schreef eronder dat mijn boek voor kinderen boven de 12 jaar was, want ik ging een heftig probleemboek schrijven. Veel verder dan die eerste pagina ben ik niet gekomen. Met mijn twee jaar oudere zus speelde ik vaak schooltje en af en toe bibliotheekje. Dan maakten we abonnementen voor onze poppen en deden uitleenbriefjes in onze boeken waarop we driftig stempels zetten. We gaven weloverwogen adviezen: iedere pop kreeg het boek dat het best bij hem paste. Later wilde ik juf of actrice worden, juf of psychiater, juf of… maar dus altijd juf, daar was ik redelijk standvastig in.

Las je als kind veel en wat waren je favoriete boeken en schrijvers?

Ik las veel, iedere dag een half uur voor het naar bed gaan was een vaste gewoonte en daarnaast ook op andere momenten, net zoals het uitkwam. Ik had de gewoonte om heel vaak hetzelfde boek te lezen. Sommige boeken heb ik wel twintig keer herlezen. Favoriete boeken had ik veel. Van de serie Pim, Frits en Ida, van Godfried Bomans heb ik alle deeltjes zo vaak gelezen, dat ik nog steeds sommige passages letterlijk kan citeren. De boeken over Madelief, van Guus Kuijer heb ik allemaal vaak gelezen, de boeken van Astrid Lindgren, allemaal mooi, maar Michiel van de Hazelhoeve en de drie delen over de kinderen uit Bolderburen waren het allerleukst. Andere favorieten: Dubbele Lotje van Erich Kästner, Alleen op de wereld van Hector Malot, de kostschoolboekjes van Enid Blyton, Die rotschool met die fijne klas van Jacques Vriens, Geef me de ruimte, Triomf van de verschroeide aarde en Rad van Fortuin van Thea Beckman, Mickey en de fiebeldewiebels, ook van Thea Beckman en nog veel en veel meer… Mijn ‘mooiste boek’ vond ik toen ik een jaar of twaalf was: Momo en de tijdspaarders van Michael Ende.

Waarom een kinderboekwinkel en geen gewone boekwinkel?

Ik was, eerlijk gezegd, niet op zoek naar een boekwinkel of zelfs maar naar een andere baan, toen ik hoorde dat De Utrechtse Kinderboekwinkel van Lia Reedijk ter overname werd aangeboden. Een prachtige winkel, in een mooi pand op een geweldige plek. Wat mij aantrok (en trekt!) is de goede sfeer die in de winkel hangt en naar buiten straalt en het goede advies dat kinderen krijgen. Iedereen die in de winkel werkt leest alle boeken die in het assortiment zitten. Door de ‘niche’, kinderboeken, is dit haalbaar en is iedereen ontzettend betrokken bij het product en bij de klanten, en dat maakt het werk erg leuk.

Wat is er leuk aan het runnen van een boekwinkel en wat niet?

De Utrechtse Kinderboekwinkel runnen vind ik leuk omdat ik met zeer betrokken, vindingrijke, creatieve en enthousiaste medewerkers werk. Er is zoveel liefde voor de winkel en liefde voor boeken aanwezig, daar word je vanzelf vrolijk van. Verder is er (tot nu toe) weinig sleur in het werk. Steeds zijn we op zoek naar nieuwe acties/ideeën of komen klanten met verrassende vragen. En natuurlijk de boeken!
Wat minder leuk vind ik de administratie bijhouden en hoewel ik daar zeer goede ondersteuning bij heb, merk ik dat als het de hoogste tijd wordt er toch even voor te moeten gaan zitten, ik allerlei andere klussen en klusjes weet te bedenken: werk vermijdend gedrag…

Wat doe je allemaal om je boekwinkel te promoten?

De allerbelangrijkste promotie is, denk ik, iedere klant zo goed mogelijk helpen, maar daarnaast zoek ik ook naar wegen om ‘in beeld’ te blijven met nieuwsbrieven, website, FaceBookpagina etc. en door leuke activiteiten te bieden

Meisjes en vrouwen zijn de lezers. Hoe krijgen we de jongens aan het lezen?

Door iedere dag te blijven voorlezen (ouders, juffen en meesters), ook als kinderen al best zelf kunnen lezen; spannende en meeslepende boeken voorlezen. Daarnaast zou het fijn zijn als scholen op stilleesmomenten het zouden goedkeuren dat er ook informatieve boeken worden gelezen, veel scholen doen dat overigens ook. Jongens kunnen dan lezen over onderwerpen die ze interessant vinden en dat levert dan een positieve leeservaring op. En de jongens meenemen naar een kinderboekwinkel natuurlijk, daar werken mensen die de boeken kennen en uitstekend advies kunnen geven. Vaak lukt het om iets te vinden dat boeit.

Heb je een mening over het taalonderwijs en de aandacht voor boeken op de basisscholen?

Jazeker heb ik daar een mening over, hoeveel tijd heb je? In het kort: Theo Thijssen schreef: ‘De school is een instelling waar je leert lezen en nog een paar andere dingetjes’. Lezen is (één van) de belangrijkste vaardigheden die een kind op school leert en met lezen is het zo dat je het het beste leert door het heel veel te doen. Het is dus ontzettend belangrijk dat kinderen gemotiveerd zijn en blijven om te lezen, anders wordt het een hel voor ze. Het is daarom noodzakelijk dat de leerkrachten voor de klas boekenliefhebbers zijn en die liefde overbrengen. Dat doen ze door elke dag voor te lezen t/m groep 8, door eigen leeservaringen te delen en te vertellen waarom ze zo graag lezen, door zelf ook te genieten van een boek als de kinderen aan het stillezen zijn. Daarnaast moeten leerkrachten heel veel boeken kennen (dus zelf ook steeds blijven lezen) zodat ze de kinderen goede en leuke boeken aan kunnen raden. Het is fijn als kinderen boeken mogen lezen die ze zelf uitkiezen en niet een boek moeten lezen omdat de leerkracht zegt dat dat nu eenmaal bij het leesniveau hoort. Bij boekkeuze zou meer naar ‘leeftijdsadequaat’ dan naar leesniveau gekeken moeten worden. Iedere school moet de beschikking hebben over een goede, eigen collectie boeken, zodat er ook echt wat te kiezen valt voor de kinderen.

Er verschijnen in Nederland en Vlaanderen jaarlijks ongeveer 3000 kinderboeken. Moet dat minder of juist niet? Zo ja, aan welke uitgaven erger jij je?

Over het aantal heb ik geen uitgesproken mening. Het is goed dat uitgevers blijven investeren in mooie, leuke en aantrekkelijke boeken voor kinderen. Soms voel ik wel een licht wreveltje als een succesvol boek of een succesvolle serie uitgemolken wordt met wéér een deel. Aan de andere kant zijn dit soort populaire series wel ideaal voor kinderen die tegen lezen aanhikken, als ze eindelijk een boek gevonden hebben dat ze leuk vinden, kunnen ze nog delen vooruit…

Welke (nieuwe) kinderboeken krijgen volgens jou te weinig aandacht en worden ten onrechte niet goed verkocht?

Door het ‘geweld’ van populaire series sneeuwen mooie eenlingen wel eens onder, maar dat is dan weer zo leuk aan het werk van de boekverkoper: de pareltjes onder de aandacht van de klant brengen.

Wat vind je van het idee om minder vertaalde kinderboeken op de markt te brengen, maar Nederlandse schrijvers de voorkeur te geven? Eigen boeken eerst?

Ik vind het vooral belangrijk dat er goede en leuke kinderboeken verschijnen en gelukkig hebben we veel goede auteurs in Nederland die mooie boeken schrijven.

Wat zijn de vijf meest favoriete boeken die je ooit las? Mogen er ook meer zijn en voor volwassen of kinderen of door elkaar!

Lastige vraag, ik heb geen vaste lijst. Ik kan ontzettend onder de indruk zijn van een boek dat ik net gelezen heb, maar een paar jaar later voelt dat dan weer anders. Maar goed, een poging (kan volgende week weer een ander lijstje zijn):

Momo en de tijdspaarders van Michael Ende, over wat echt belangrijk is in het leven: vriendschap en mooie verhalen vertellen.

Zoete mond van Thomas Rosenboom. Alle boeken van Rosenboom zijn wat mij betreft prachtig, door de secure, aandachtige en geduldige manier waarop personages worden neergezet en gebeurtenissen beschreven. Het zijn vaak eenzame, ongemakkelijke mensen, maar liefdevol door Rosenboom in het leven gezet. Zoete mond is voor mij zijn mooiste.

Allemaal willen we de hemel van Els Beerten. Een mooi, aangrijpend familie-verhaal met een ontroerend jongste kind, trompetmuziek en een heerlijke Vlaamse tongval, niet té, maar toch.

Het huis van de moskee van Kader Abdolah. Ook al een mooi familie-epos. Het verdriet en de onmacht van Aga Djan, als hij de greep op zijn leven verliest omdat alles om hem verandert, is zo goed beschreven dat het mij als lezer ook pijn deed. Zonder bombastisch taalgebruik schrijft Abdolah grootse verhalen.

Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan van Louis Couperus. Ik houd van familie-verhalen, blijkt nu maar weer… dit is echt een juweeltje wat mij betreft.

Vragen: Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!