“Leven zonder literatuur is voor mij ondenkbaar”

25-mei-2013 | Categorie: Interview

Jannah LoontjensJannah Loontjens(1974) werd geboren in Denemarken. Haar vroege jeugd bracht ze door in Zweden, waar ze met haar ouders in een huis in het bos woonde zonder water en elektra. Toen ze acht jaar was, nam haar moeder haar mee naar Nederland. Aanvankelijk woonde Jannah met haar moeder in een kraakpand, daar las ze haar eerste kinderboeken. Na de middelbare school, het HML in Den Haag, ging ze filosofie en literatuurwetenschappen studeren. Ze promoveerde aan de UvA als literatuurwetenschapper.

In 2002 kwam de dichtbundel Varianten van nu uit, daarna verschenen Het ongelooflijke krimpen(2006) en Dat ben jij toch(2013). In 2007 debuteerde ze als romanschrijfster met Veel geluk. Haar roman Hoe laat eigenlijk werd genomineerd voor de Halewijn-literatuurprijs. Mijn leven is mooier dan literatuur – Een kleine filosofie van het schrijverschap verscheen in april 2013.

De titel Mijn leven is mooier dan literatuur heb je ontleend aan de kreet van een man die geen boeken (meer) leest, maar wel altijd verhalen vertelt. Waarom heb je deze titel gekozen en voor wie heb je het geschreven?

‘Mijn leven is mooier dan literatuur!’ Hoewel de man in het café bedoelde te zeggen dat hij niet hoeft te lezen omdat zijn levensverhalen boeken overtreffen, is deze titel voor mij een kreet die vragen oproept. Vragen als: Wat is literatuur? Wat is leven? Is het zinvol om literatuur van het leven te scheiden? Kun je als schrijver je leven en je verhalen scheiden?
Mensen vragen mij of de titel waarheid is, of ik het ermee eens ben of niet, maar voor mij zijn het leven en literatuur eigenlijk met elkaar verweven, ik kan ze niet zomaar losscheuren en met elkaar vergelijken. In het voorwoord van mijn boek schrijf ik: ‘Leven zonder literatuur is voor mij ondenkbaar; hoe we met en in literatuur leven, daar gaat dit boek over.’
Ik heb dit boek geschreven voor iedereen die van schrijven en lezen houdt. Dit lijkt een gemakzuchtig antwoord, maar ik meen het. Ik heb bij het schrijven niet een bepaalde doelgroep voor ogen gehad en evenmin een bepaald genre. Het is hierdoor een merkwaardig leuk boek geworden; ergens tussen filosofie, autobiografie, literatuurwetenschap en zelfhulp in.

In het boek bespreek je het geval van de schrijver Jonathan Franzen die eigenlijk niet wilde dat een van zijn boeken besproken werd in het programma van Oprah Winfrey omdat hij bang was dat het bij het ‘verkeerde’ lezerspubliek terecht zou komen. Later had hij daar weer spijt van. Zelf heb je die angst kennelijk niet of niet meer, want er is een hoofdstuk van een van je boeken in de Libelle geplaatst en nu doe je weer mee aan deze blogtour. Je weet niet wie dit interview en wie Mijn leven is mooier dan literatuur zal lezen en hoe de reacties zullen zijn. Waarom doe je mee aan deze tour? Wil je dat zoveel mogelijk mensen je boeken en je dichtbundels lezen en maakt het je niet uit wie dat zijn?

Als je publiceert weet je van te voren niet wie je lezers zullen zijn. Je hebt dat niet in de hand. Dat hoort bij schrijven en publiceren. Een tekst waar je lange tijd in eenzaamheid aan hebt gewerkt, lever je zomaar uit aan mensen die je niet kent: onbekende vingers, ogen, geuren, vreemde huis- en slaapkamers, onvoorspelbare meningen en oordelen.
Jonathan Franzen had een duidelijk idee bij het publiek dat hem het meest geschikt leek voor zijn boek en hij vond de kijkers van Oprah daar niet bij passen. Al ben ik geen fan van Oprah, vind ik dat hij daarmee een grote vergissing maakt. Je moet je publiek nooit onderschatten. De controle over de tekst behoud je zolang je schrijft, maar zodra het werk gepubliceerd is, kun je de ontvangst, wie het leest of wat erover gedacht, geschreven of gezegd wordt niet meer in controle houden.
Ik wil heel graag dat mijn boek door veel mensen gelezen wordt, wie die lezers precies zijn zal ik nooit weten. Eigenlijk vind ik het een beetje raar als je van te voren een beeld bij je lezer hebt. Wat zouden de kenmerken van mogelijke lezers moeten zijn? Man / Vrouw? Jong / Oud? Erudiet of niet? Donker haar, steil of krullend? Ik nodig iedereen uit om mijn boek te lezen!
Van een blogtour had ik nog nooit gehoord, voordat mijn uitgeverij erover begon, het is dus een beetje spannend en afwachten wat dit betekent, maar ik doe er met plezier aan mee.

Een schrijver is tegenwoordig meestal een publieke figuur. Schrijvers willen dat niet altijd graag, maar ze moeten wel. Christophe van Gerrewey zegt op deze site dat hem dat anders nogal wat in de verkopen gaat schelen. Tegen wil en dank doen sommigen mee aan interviews en treden op in populaire tv-programma’s. Een enkeling, zoals Frida Vogels doet dat niet. Dat publieke optreden kan natuurlijk ook tegen je werken. Als mensen je bijvoorbeeld een arrogante kwast vinden, kopen ze je boeken zeker niet. Mensen vinden een boek kennelijk minder goed als het door een in hun ogen onaangenaam persoon is geschreven. Er is heel lang een discussie geweest of je de boeken van Céline, die fascistische denkbeelden had, wel mocht lezen. Moeten auteurs ook acteurs zijn?

Ik denk niet dat er één goed antwoord op deze vraag mogelijk is. Dat hangt van je persoonlijkheid af; van het type schrijver en mens dat je bent. Ik voel mij geen acteur. Soms denk ik wel eens een rol te moeten spelen, bijvoorbeeld van iemand die zich niet schaamt, omdat schaamteloosheid nu eenmaal spannend wordt gevonden. Maar ik ben iemand die zich best snel schaamt, dus dat is lastig. Uiteindelijk probeer ik meestal zo eerlijk mogelijk te zijn, wat ik niet altijd even makkelijk vind. De kwetsbaarheid ervan vind ik lastig, maar je komt vaak wel tot interessante en verrassende observaties als je tracht zo oprecht mogelijk te zijn.

In het boek beweer je dat lezers en schrijvers steeds dichter bij elkaar komen vanwege het feit dat veel mensen op FB, twitter, blogs, sms’jes, mails etc. schrijven. Maar dat was toch vroeger ook al zo, toen mensen elkaar lange brieven schreven of bijvoorbeeld briefjes doorgaven in de klas? Kun je het schrijven op de sociale media wel als ‘schrijven’ zien? Een boek schrijven is toch een andere discipline?

Het schrijven van lange brieven, een bezigheid die vrijwel aan het verdwijnen is, komt beslist dichterbij het ‘echte’ schrijven dan sms-en en twitteren. De verschuiving die ik constateer betreft het verschil tussen spreken en schrijven: een verschil dat steeds kleiner wordt door de nieuwe media, waarin het schrijven van berichtjes vaak het spreken vervangt.
In Mijn leven is mooier dan literatuur schrijf ik: ‘Met de vervaging tussen spreken en schrijven, lezer en schrijver, is er ook een vervaging tussen publiek en privé ontstaan. Al houden velen het bezoekersaantal van hun blog bij of de likes op hun statusupdates, het taalgebruik is persoonlijk en niet gericht aan een ‘groot publiek’. Het is geschreven taalgebruik, maar met de toon van een intiem gesprek.’
Ik denk dan ook dat het grote verschil met het schrijven van brieven is dat de brieven een zekere intimiteit behielden; ze waren doorgaans aan één iemand gericht, misschien aan een gezin, maar nooit aan een groot publiek. Met de nieuwe media zijn mensen eraan gewend geraakt persoonlijke opvattingen met een publiek te delen, hoe meer mensen het lezen, hoe beter. Hiermee wordt de stap naar het ‘echte’ publiceren ook kleiner.

Je zegt, en dat is ook wel bekend, dat recensies van gerenommeerde critici in de boekenbijlage van kranten steeds minder gewicht in de schaal leggen. Recensies op Bol.com en op recensie-websites winnen aan belangrijkheid. Kunnen die boekenbijlagen van de kranten in de toekomst niet beter alleen vermelden welke boeken er die week zijn verschenen met een korte omschrijving erbij, maar zonder commentaar? Is het vak van boekenrecensent niet achterhaald? Hypes zoals Vijftig tinten grijs komen zelden door een goede recensie, maar meestal toch door mond tot mond reclame?

Juist omdat er hypes ontstaan die losstaan van de literaire kwaliteit van een werk, blijven recensenten, die door hun belezenheid de kwaliteit van romans kunnen duiden en plaatsen, van grote betekenis. Of deze recensies ook voor de verkoopaantallen van een boek nog van belang zijn, is een andere vraag. Maar voor het denken over literatuur, over schrijven en leven, zijn ze onmisbaar. Althans, voor mij wel.

Iets wat je niet erg uitdiept in je boek is: Wat is schrijftalent? Op blz. 55 zeg je: ‘In alles valt een verhaal te ontdekken is de strekking, als je maar oog hebt voor je omgeving: als het je lukt deze verhalen te zien, intensiveert dit je belevingswereld en zal het je dagelijkse beslommeringen in een nieuw licht stellen.’ In het eerste deel van deze zin is eigenlijk het begin van een schrijftalent vervat. Alleen een schrijver heeft de antenne om signalen op te vangen waaruit hij/zij een verhaal kan distilleren. Hoe goed dat verhaal opgeschreven wordt, is dan het tweede deel van het talent. Wat versta jij onder schrijftalent?

Er zijn verschillende vormen van talent. Sommige schrijvers bezitten een talent dat al jong tot bloei komt. Neem iemand als Rimbaud, die schreef op zijn zeventiende gedichten die een eeuw later nog vele lezers overrompelen en in de ban houden. Je hebt ook schrijvers die zich gaandeweg ontpoppen, dit wil niet zeggen dat ze geen talent hebben, maar het talent ontwikkelt zich in de loop der jaren.
Uiteindelijk gaat het erom dat een werk een eigen, authentieke stem heeft, die niemand zomaar kan evenaren. Waaruit dat authentieke bestaat, is eigenlijk niet te verwoorden. Ten eerste omdat het per schrijver iets anders is, ten tweede omdat juist dit de magie van literatuur betreft. Je kunt de sprankeling die een tekst op eigen wijze tot leven brengt, niet zomaar aanwijzen. Als je er je vinger op kunt leggen, sterft het. Dat geloof ik. Literair talent is juist zo wonderlijk en bewonderenswaardig omdat we het niet kunnen vangen.

Een vraag die je ook in je boek opwerpt is ‘Wanneer noemt iemand zich een schrijver?’ In de VS, zo zeg je, noemen mensen zich al ‘writer’ als ze nog geen letter gepubliceerd hebben. Zelf wist je ook niet precies wanneer je jezelf een schrijver kon noemen. Is het verstrekken van subsidies door het Letterenfonds niet vaak een manier om slecht verkopende literaire schrijvers toch maar door te laten schrijven? Natuurlijk is wel een ondersteuning nodig als je jarenlang aan een biografie werkt, dat staat buiten kijf. Zou ‘de markt’ er niet bij gebaat zijn als er minder schrijvers kwamen en als uitgeverijen kritischer naar het werk van debutanten keken?

Markt, marktwerking en literaire kwaliteit hebben zeer weinig met elkaar te maken. Daarin ligt juist de rol van het Letterenfonds. Uitgeverijen zitten hier tussenin, die willen goede literatuur uitgeven, maar ook geld verdienen.
Marktwerking selecteert weliswaar, maar niet noodzakelijkerwijs op grond van kwaliteit. Soms komt er ineens een onbekende parel bovendrijven, zoals Stoner, de roman van John Williams uit 1922 die onlangs nog wekenlang de bestsellerlijsten beheerste. Dat boeken goed verkopen wil eigenlijk niets over de kwaliteit van die boeken zeggen. Vijftig tinten grijs is een megaseller, maar over de literaire kwaliteit is vrijwel iedereen het eens: die is er niet.
Dat schrijvers die wel een groot talent hebben maar die amper verkopen, worden gesteund door het letterenfonds, vind ik een goed teken. Het is een teken dat we nog geloven in cultuur, en de uiteindelijke waarde ervan.

Jannah Loontjes heeft een eigen website. Wil je haar boek kopen? Klik dan hier!

Pin It

1 Reactie

Boek van de Week

De beer is los!

Categorie: Boek van de week, Jeugdboeken, Klassieker

De beroemde bereninvasie van Sicilië – Dino Buzatti – vertaling Renata Vos – Karaat – 132 blz. Voorafgaande aan de bespreking eerst iets over Dino Buzatti (1906-1972). Nog voor hij zijn studie had afgerond…

Boek van de week archief

11-augustus-2019 | Lees verder | Reageer!