Lezen was een verslaving

5-januari-2013 | Categorie: Interview

Kristien Dieltiens (Antwerpen 1954) werkt sinds 1974 intensief met kinderen. Ze leveren de grondstoffen en de inspiratie voor al haar boeken. Woorden en taal zijn beeld en geest voor Kristien Dieltiens. Een boek schrijven is het resultaat van jaren inzet, van verdieping, onderzoek, gesprekken en ervaringen. Ze groeide op in een gezin van zes. Na schooltijd volgde ze jarenlang lessen tekenen en schilderen aan de academie van Kontich. Ze begon al vroeg met schrijven. Als kind maakte ze zelf de tekeningen bij haar verhalen.

In 1997 debuteerde ze met De gouden bal, een prentenboek voor jonge kinderen en volwassenen over geboren worden en sterven. Voor dit boek maakte ze zelf de illustraties.
In 2000 verscheen haar eerste jeugdroman Olrac, een omvangrijke historische roman, die werd vertaald in het Duits. Naast historische verhalen voor jongeren, publiceerde ze onder meer De zomer van Pudding & Gisteren, een verhaal dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw speelt. Dieltiens´ boeken zijn vaak beeldend geschreven, met sterk psychologisch uitgetekende personages. Haar verhalen tonen een grote betrokkenheid bij de leefwereld van jongeren. Ze schuwt de meest moeilijk bespreekbare thema´s niet. Met haar vijftigste boek Kelderkind won ze West-Vlaamse prijs voor letterkunde.

Wilde je als kind al schrijver worden?

Als kind had ik drie wensen die heel veel zesjarige meisjes hebben: ik wilde prinses, mama en juf worden. Bij het opgroeien vervaagde de prinsessendroom, maar ik bleef de sprookjes van Grimm steeds maar herlezen tot ver in de puberteit en ontdekte daardoor de gelaagdheid en de rijkdom van beelden van de volkssprookjes.
Rond tien jaar wilde ik danseres worden, op mijn veertiende droomde ik van een tekencarrière èn wilde ik aan kleinkunst doen. Het was het begin van zelfgemaakte songs. Mijn teksten, die ik begeleidde met mijn gitaar waren te poëtisch, te idealistisch of te zwartgallig, en te would-be filosofisch. Kortom de taal van een echte puber die opeens het zwart-wit van de wereld heeft ontdekt. Het schrijven is er altijd geweest, net als tekenen. Boeken schrijven en illustreren is geen bewuste keuze. Het kwam vanzelfsprekend in mijn leven. Ik ben moeder en juf geworden en alles wat ik heb gedaan in mijn leven waren vingeroefeningen om tot het echte schrijven te komen.

Las je veel als kind en welke boeken vond je prachtig?

Ik heb mijn hele jeugd boeken verslonden. De bibliotheek was een heilige plaats voor mij en ze kregen me er twee keer per week over de vloer. Het was een soort van verslaving. Tot laat in de avond las ik met mijn zaklamp onder mijn dekens om mijn zus niet wakker te maken. De meeste boeken las ik meerdere keren omdat er niet genoeg boeken waren in de bibliotheek die voor mijn leeftijd geschikt waren. Natuurlijk zitten daar veel klassiekers tussen zoals: ‘Onder moeders vleugels’ van Louise M. Alcott, ‘De kleine Lord’ van Frances Burnett, de waargebeurde verhalen uit de reeks van ‘Het kleine huis’ (in het bos, aan de rivier, op de prairie enz) van Laura Ingalls Wilder. In die periode las ik ook mijn eerste boek van Astrid Lindgren ‘De kinderen van Bolderburen’ en ik was er gek op. Het was het enige boek van haar dat toen in het Nederlands was vertaald. Van mijn moeder kreeg ik altijd boeken die een prijs hadden gewonnen of vertaald waren. Kortom het ‘betere’ boek, ook al heb ik dat toen niet zo ervaren. Ik las alles, of het nu mooi was geschreven of niet. Natuurlijk heb ik ook de naïeve chicklit van die tijd (Marjoleintje, Polly Parker, Merel Van Haeghe en Loesje Mertens) verslonden en wenste toen dat ik een Hollands meisje was die ‘mams’ zei i.p.v. ‘moeke’ en die steevast na schooltijd een kopje thee kreeg met een stukje tulband.

Op welke leeftijd schreef je je eerste verhaal of gedicht en waar ging het over?

Mijn eerste boek was een prentenboek zonder tekst. Ik was een jaar of negen en wilde stiekem het vriendinnetje worden van een roodharig meisje uit mijn klas. Het probleem was dat dit meisje door de anderen werd gepest vanwege haar felrode haar. Ze werd uitgemaakt voor ‘vuurtoren’ en ‘Lucifer’. Ik durfde niets te ondernemen uit schrik zelf gepest te worden.
Mijn eerste teksten waren kleinkunstliederen en het schrijven van dagboeken.

Hoe kwam je op het idee om Kelderkind te schrijven?

In 1979 zag ik de film Jeder für sich und Gott gegen alle van Werner Herzog (1974). Hij verfilmde in grote lijnen het werkelijke leven van Kaspar Hauser, zonder een standpunt in te nemen betreffende Kaspars afkomst. Deze film maakte veel indruk op me. Ik was toen zwanger van mijn eerste kind en dan is een vrouw gevoelig voor onderwerpen die met kinderen te maken hebben.
In 1985 verscheen het boek Kaspar Hauser van Hans Peter van Manen. Mijn tweede kind was op komst en weer werd ik gegrepen door de tragische geschiedenis van Kaspar. De auteur belichtte naast de historische en de politieke achtergrond ook het belang en de invloed die Kaspar Hauser in het Europa na de Franse revolutie had kunnen hebben, indien men hem niet had gevangen gehouden. Mijn interesse werd aangescherpt en ik heb toen gedacht: ‘Moest ik een schrijver zijn, ik zou deze boeiende en raadselachtige figuur in een roman verwerken.
In 1997 verscheen mijn eerste boek ‘De gouden bal’ (over geboren worden van kinderen en sterven als deel van het leven) naar aanleiding van de ontvoerde, vermoorde en gevangen gehouden kinderen door Marc Dutroux. Deze kelderkinderen hebben me diep geraakt en ik wist dat ik ooit ‘Kelderkind’ zou schrijven.

Drie zaken nodigden me uit tot het schrijven van deze historische, psychologische misdaadroman.
1. Buiten enkele vellen met notities en tekeningen, werd het dagboek dat Kaspar schreef nooit teruggevonden. In mijn boek laat ik het terugvinden en ook weer verdwijnen.
2. De moordenaar van Kaspar bleef onbekend ook al had men vermoedens en elementen die niet konden bewezen worden, of waarvan enkele politieke spelers niet wilden dat ze openbaar werden gemaakt. En dit in het belang van het groot verenigd Duitsland dat in de maak was.
3. Het raadsel van de langdurig opgesloten mens die op korte tijd een ontwikkeling moet doormaken in de wereld van de mensen, zonder te weten vanwaar en van wie hij afkomstig is.

Welk voorwerk heb je moeten doen?

Ik heb een stapel boeken doorgeworsteld, want op internet vond ik alleen de basisgeschiedenis. Er kwam natuurlijk veel meer bij kijken. De wereld van de Napoleontische oorlogen, de vele staten in Duitsland, de leefwereld van de burgers uit die tijd, godsdiensten enz.
Uiteraard heb ik de vele plaatsen in Beieren bezocht die gelinkt konden worden aan Kaspar Hauser. Van zijn sterfhuis tot het kasteel van het geslacht de Bauharnais, van het Kaspar Hausermuseum tot de plaats in het park waar hij werd vermoord.

Hoe lang heb je erover gedaan om dit boek te schrijven?

Na eerst vele andere boeken geschreven te hebben, heb ik gedurende acht jaar de geschiedenis van Kaspar Hauser en het Duitsland van die tijd onderzocht. Het schrijven nam drie jaar in beslag. Ik voorzag een boek van 180 pagina’s, maar het werd er een van 500. Het werd mijn vijftigste boek in vijftien jaar en het was tevens de 200ste verjaardag van Kaspar Hauser.

Je schreef ook Dansen voor je leven, over het leven van Meysam Noori, de danser die door SYTYCD-minnend Nederland en Vlaanderen in veel harten werd gesloten. Wiens idee was het? Hoe verliep het schrijfproces? Waarom heb je voor deze vorm gekozen?

Het idee voor dit boek kwam van de uitgeverij. Net als ik, waren zij geraakt door het verhaal van Meysam. Ik had het programma So You Think You Can Dance met veel plezier gevolgd en hij was mijn favoriet. De vraag kwam in januari 2012 en Meysam en ik hadden een eerste ontmoeting in april. Meysam is verscheidene keren bij me thuis komen logeren. Daar hadden we intense gesprekken die ik opnam en vervolgens verwerkte in een weergave van zijn leven.
We hadden op voorhand de afspraak gemaakt dat ik zoveel mogelijk zijn ervaringen, zijn zielenroerselen, zijn gedachten zou verwerken in de tekst. Eerst zou het om ghostwriting gaan, waarbij alleen zijn naam op het boek zou vermeld worden maar tijdens de vele gesprekken kozen we toch om de samenwerking tussen auteur en verteller te duiden. Meysam vond dit eerlijker en dit was toch de wens van beiden: een eerlijk boek over een openhartige getuigenis.

Het verschil in stijl tussen Kelderkind en Dansen voor je leven is groot. Wat past het meest bij jou? Bij Kelderkind is de stijl precies, met prachtige zinnen die je voor je plezier nog eens overleest en waarin er een duidelijke structuur in het boek zit door afwisselend vanuit Manfred of Kaspar te vertellen. In Dansen voor je leven is die structuur er niet, of weinig en het taalgebruik slordiger, alsof er tijdsdruk achter zat om het binnen een deadline af te krijgen.

Dat er een groot verschil is tussen beide boeken is logisch. Kelderkind is volledig gecomponeerd en gestileerd door mijn hand en mijn geest en natuurlijk is het goed als de factor tijd een verhaal mag laten rijpen.
Het boek van Meysam is ontstaan naar aanleiding van een biografisch verhaal en dit hebben we van het begin heel anders willen benaderen. Het was de wens van Meysam om ‘herkenbaar’ te blijven in het boek. Zijn stem, zijn manier van spreken, moest herkenbaar blijven voor al wie hem kenden, zei hij. Daarom heb ik, waar mogelijk was, de spreektaal van Meysam gehanteerd. Ik had enerzijds de feitelijke gegevens en de chronologie van zijn leven en anderzijds leerde ik tussen de opnames door ook de denkende en voelende Meysam kennen. De mens achter het verhaal. Dit heeft ook zijn plaats gekregen in het boek. Hier is de taal iets literairder ingevuld. Maar ik moest er ook over waken dat er geen stijlbreuk ontstond. Ik heb mezelf meer op de achtergrond geplaatst en fungeerde als schrijfmedium voor Meysam. Zo staan er verschillende woorden en zinnen in die ik uit eigen beweging nooit zou uitspreken of schrijven.
De volgorde van de gesprekken waren soms chaotisch omdat Meysam soms van de tak op de sprong of omdat er soms hiaten in zijn verhaal optraden, twijfels die hij eerst wilde checken bij zijn moeder. Het is merkbaar in de structuur.
Ook heb ik vele zaken ‘geordend’ om op die manier toch een doorstroom en een rode draad te krijgen. Voor mij zat er geen tijdsdruk op ook al was er een deadline. Maar deadlines schrikken me niet af. Dit boek werd geschreven op een manier waarop Meysam zichzelf in kon blijven herkennen. En dit was van in het begin onze bedoeling.
Toch heb ik dit heel graag geschreven. Het was een andere manier van werken, en heel verrijkend voor mij.

Hoe werk je het liefst? Welk boek ligt het dichtst bij jezelf?

Al mijn boeken zijn mijn kinderen. Maar het ene boek vraagt meer dan het andere. Kelderkind heeft veel van me gevraagd; ik was er constant mee bezig. En misschien ligt het daarom dicht aan mijn hart.

Wil je vijf of meer van je favoriete boeken noemen?

Enkele boeken die ik met plezier voorstel zijn: Suikerspin van Erik Vlaminck en vervolgens ook zijn Brandlucht, Mijn mijnheer van Ted van Lieshout, Post Mortem van Peter Terrin, Post voor mevrouw Bromley van Stefan Brijs, en als jeugboek/prentenboek Dertien rennende hertjes van Edward Van de Vendel en Matthias de Leeuw.

Hier is nog ruimte om iets op te merken of te zeggen wat je kwijt wilt.

Ik ben heel blij dat mijn allereerste boek De gouden bal na tien jaar terug zal uitgegeven worden, en dit op uitdrukkelijke vraag van vele mensen die tevergeefs bleven op zoek gaan naar dit boek dat een verhaal is buiten categorie. Het is een verhaal dat troost kan bieden bij het sterven van een kind, en een zingeving aan de dood tracht te geven. Het is ontstaan als vertelling voor de kinderen in mijn klas toen er een medeleerlingetje stierf. De eerste en tweede druk droeg mijn tekeningen. De derde en herziende druk werd geïllustreerd door mijn zoon Seppe van de Berghe die opgroeide met dit verhaal en daarom ook haarfijn de link met de eerste editie kon leggen en ondertussen verfrissend en eigentijds zijn eigen toets eraan kon geven. Het boek wordt in april 2013 verwacht.

De vragen zijn van Pieter Feller en Hanneke de Jong

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!