Licht op de vroege Middeleeuwen

13-februari-2021 | Categorie: Interview

Luit van der Tuuk (1954) is conservator van Museum Dorestad en expert op het gebied van de vroegmiddeleeuwse geschiedenis. Hij schreef vele artikelen en boeken over het eerste millennium, waaronder De Friezen, Vikingen, De Franken in België en Nederland en Lof en laster. Zijn boek De eerste gouden eeuw werd bekroond met de W.A. van Es-prijs.

 

 

Leon Mijderwijk (1975) schrijft artikelen over geschiedenis en archeologie voor websites als Geschiedenis.nl en (digitale) tijdschriften als Toen, Detectormagazine en Filatelie. Zijn aandacht gaat uit naar de vroege middeleeuwen, de materiële cultuur, historiografie en hoe mensen geschiedenis beleven. Hij studeerde geschiedenis aan Hogeschool en aan de Universiteit Utrecht en werkt als educatief uitgever.

 

De Middeleeuwen blijken nog steeds een periode te zijn die sterk in de belangstelling van lezers staat. Er is al veel over geschreven. De nieuwe publicatie, De Middeleeuwers, van Luit van der Tuuk en Leon Mijderwijk voegt daar weer iets aan toe. Zij vragen zich af wat we nu werkelijk weten van de mensen die in de vroege Middeleeuwen leefden. Een bespreking van dit boek kunt u vinden op deze website. 

 Hoe is jullie samenwerking bij De middeleeuwers ontstaan?

Luit: Het idee voor samenwerking kwam van Leon die ik al kende van zijn werk bij geschiedenissite Historiën. Hij stelde mij voor een who’s who in de vroege middeleeuwen te maken. Zelf liep ik al jaren rond met hetzelfde idee, eerst beperkt tot de Noormannen, later meer algemeen. Doordat we met hetzelfde plan rondliepen, lag een samenwerking voor de hand.

Hielden jullie er enige werkverdeling op na?

Leon: Het is niet eenvoudig om samen aan één verhaal te werken, maar de opzet van dit boek in onafhankelijke hoofdstukken leent zich daar goed voor. We kwamen uit op een werkwijze waarbij ieder van ons zelfstandig een deel van de biografieën uitwerkte. Die werden dan door de ander kritisch gelezen en van opmerkingen voorzien. En zo herhaalde dat proces zich nog een paar keer. Hoe dichter de deadline naderde, hoe intensiever de samenwerking werd. 

Waren jullie al vroeg geïnteresseerd in geschiedenis? Lazen jullie veel geschiedenisboeken, fictie en/of non-fictie en was daarbij een boek of schrijver favoriet?

Leon: Voor zover ik me kan herinneren heb ik altijd interesse voor geschiedenis gehad. In mijn jeugd in Gouda was ik met mijn ogen vaak op de grond gericht om pijpenkoppen op te rapen. Mijn ouders namen me regelmatig mee naar musea en historische bezienswaardigheden. Wat boeken betreft verslond ik vroeger strips en historische romans, maar is dat langzaam maar zeker verschoven naar non-fictie over geschiedenis. De interesse is veelal aan een onderwerp gebonden, maar er zijn zeker schrijvers waarvan je alles wilt lezen. Vanzelfsprekend heb ik alles van ene Van der Tuuk. De historicus die er voor mij als auteur bovenuit schiet, is Henk Wesseling. Zijn essayistische en ironische schrijfstijl zijn een lust om te lezen.

Luit: Vreemd genoeg had ik in mijn jeugd helemaal niets met geschiedenis. Mijn interesse ging eerst uit naar geologie en paleontologie, maar aan die interesse voor de ondergrond is langzaam het menselijke aspect toegevoegd. Ik ging me verdiepen in archeologie en geschiedenis, raakte gefascineerd door historische bronnen als ‘Fundgrube’. De omslag kwam voor mij door lezing van Herfsttij der Middeleeuwen van Huizinga, waarin juist het menselijke aspect me aansprak.

Hoe is jullie belangstelling voor de Vroege Middeleeuwen ontstaan?

Leon: De verhalen van koning Arthur spraken mij vroeger aan. Ik vroeg me af in hoeverre die fantasierijke avonturen overeen kwamen met gebeurtenissen in de vijfde, zesde eeuw en ben me gaan verdiepen in die periode. Boeken als Leslie Alcocks Arthur’s Britain en Geoffrey Ashes King Arthur’s Avalon zorgden ervoor dat de interesse alleen maar toenam. Hoewel die interesse in eerste instantie vooral op Angelsaksisch Engeland was gericht, merk je natuurlijk dat er volop verbanden zijn waardoor je belangstelling zich verbreed. In geografische zin en in onderwerpen. En voor je het weet, heb je een paar boekenkasten vol literatuur.

Luit: Oorspronkelijk richtte mijn aandacht zich op mijn toenmalige woonplaats Utrecht, op de natuurlijke ondergrond, de nederzettingsgeschiedenis. De stad ontstond in een periode waaruit nauwelijks geschreven bronnen zijn overgeleverd. Dat fascineerde me en sindsdien hebben de vroege middeleeuwen me niet meer losgelaten.

Luit, je hebt al een respectabel aantal boeken over de Vroege Middeleeuwen het licht doen zien. Kun je wat meer vertellen over je schrijverscarrière? Is er ook een link met je werk als conservator van Museum Dorestad?

Luit: Door mijn interesse voor de vroege middeleeuwen kreeg ik al snel aandacht voor Dorestad, op de plaats van het huidige Wijk bij Duurstede, niet ver van mijn woonplaats. Ik ben als vanzelf betrokken geraakt bij Museum Dorestad, op den duur als conservator. Dorestad is nauw verbonden met handel en scheepvaart, het optreden van de Noormannen, de opkomst van Friese koningen, met Frankische politiek, kortom met onderwerpen waar ik over heb geschreven. Mijn werk in het museum heeft dus een vergelijkbare geschiedenis als de boeken die ik schrijf. Al schrijvend kwam ik erachter dat alles met elkaar in verband staat en alle elementen als de stukjes van een legpuzzel aan elkaar passen, ook al ontbreekt het leeuwendeel van de stukjes. Daardoor ben ik steeds meer overtuigd geraakt dat een vogelperspectief tot het beste inzicht leidt in het reilen en zeilen van de vroegmiddeleeuwse mens. Daarbij is het ook van belang alle beschikbare bronnen, teksten, archeologische en geografische gegevens, naam- en taalkundige elementen, of wat dan ook, te benutten.

 Leon, je hebt nogal wat artikelen en recensies op de website “Historiën” geschreven over de betreffende periode, maar ook over o.a. de Tweede Wereldoorlog en niet te vergeten je bijdragen aan het blad voor de amateur met de metaaldetector (Detector Magazine). Wil je de lezers daarover wat meer vertellen? Is ook bij jou een link aanwezig met je bezigheden als educatief uitgever?

Leon: Uit die bijdragen is wel op te maken dat mijn smaak wat meer eclectisch is dan die van Luit. Het heeft er ook mee te maken hoe ik te werk ga als ik me ergens aan committeer. Voor Historiën – en daarvoor ook voor Geschiedenis.nl – was ik redacteur en die taak nam ik verre van vrijblijvend op. Van de rubriek Recensies wilde ik een levendige rubriek maken en daarom zorgde ik voor een constante aanwas van nieuwe artikelen. Dat lukte dankzij de samenwerking met andere recensenten maar vooral door zelf veel te lezen en boekbesprekingen te schrijven. De Nederlandse uitgeverijen geven het nodige moois uit. Ik vroeg nieuwe publicaties aan, maar kreeg ook het nodige ongevraagd toegestuurd. Daardoor schreef ik ook over andere onderwerpen dan mijn eigen stokpaardjes.
Ik denk dat de bijdragen in het Detectormagazine een goed beeld geven waar mijn primaire interesse ligt: de vroege middeleeuwen, de materiële cultuur en de beleving van geschiedenis. Als educatief uitgever ben ik verantwoordelijk voor lesmateriaal over heel andere onderwerpen: logistiek en retail in het bijzonder. Als je voorbijgaat aan de inhoud, zijn er natuurlijk wel overeenkomsten in de werkzaamheden. Een aantal jaren geleden heb ik als auteur meegewerkt aan de geschiedenismethode die mijn collega-uitgever Eric Wagemans verzorgt en dan is de scheiding tussen werk en hobby sowieso flinterdun. Het hoofdstuk dat ik verzorgde ging niet toevalligerwijs over de tijd van monniken en ridders, 500-1000.

In mijn bespreking van jullie boek merk ik op: “In de inleiding op de portretten geven de auteurs enige toelichting. Te verwachten zou zijn dat de auteurs er als afsluiting een soort conclusie aan hadden verbonden. Die ontbreekt. De lezer kan die zelf trekken.” Hebben jullie bewust ervoor gekozen geen ‘concluderend’ afsluitend hoofdstuk op te nemen en waarom?

Dat er geen afsluitend hoofdstuk is opgenomen is wel een bewuste keuze die past bij de opzet die we in gedachten hadden. Dat wil niet zeggen dat er geen conclusie is te trekken, wat we in het voorwoord dan ook hebben gedaan. Namelijk dat uit de beschrijvingen van de beschreven personages is af te leiden dat de middeleeuwers in een dynamische en kleurrijke periode leefden. Dat we die conclusie konden trekken aan de hand van het leven van een verscheidenheid aan personages is wel bijzonder.

Ondanks alle ellende die ik ook opsom in mijn bespreking, staat op de achterkant van de omslag van jullie boek: “… ze [de vroegmiddeleeuwse beschaving] blijkt zeker niet zo donker als gedacht.”. Kunnen jullie die redenering verduidelijken?

Om eerlijk te zijn is zo’n gapend gat tussen imago en werkelijkheid een beproefde manier om een publicatie aan te prijzen. Maar wij brengen niet opeens licht in het duister van de vroege middeleeuwen. We bevestigen alleen dat het een tijd was vol interessante mensen en ontwikkelingen. Het werk van enkele generaties archeologen en historici sinds de negentiende eeuw levert bewijs genoeg dat deze periode op verschillende vlakken de aanduiding ‘donkere middeleeuwen’ niet verdient. Het vervelende is dat van al die onderzoeksresultaten niet zo gek veel doorsijpelt naar het onderwijs en ook in de populaire weergave wordt nog graag de nadruk gelegd op de barbaarse tijd die zogenaamd aanbrak nadat de Romeinen zich uit de voeten maakten. 

Hadden jullie met De Middeleeuwers een bepaalde doelgroep op het oog?

Ja. In marketingtermen zal de groep worden omschreven als ‘de geïnteresseerde leek’. Mensen met een goede algemene ontwikkeling, de museumbezoeker met belangstelling voor cultuur en geschiedenis in het bijzonder maar niet per se gespecialiseerd in de vroege middeleeuwen. Voor mensen die slechts oppervlakkig iets weten van dit tijdvak, kan De middeleeuwers dienen als een kennismaking. Voor degenen die al de nodige boeken hebben gelezen, helpt het hopelijk bij het verdiepen van hun kennis van en belangstelling voor deze kleurrijke periode uit de geschiedenis.

Mijns inziens had jullie boek een meer luxe uitvoering verdiend, wat natuurlijk prijsverhogend had gewerkt. Is bijvoorbeeld overwogen de afbeeldingen in kleur af te drukken?

Bedankt voor het compliment. De uitvoering ligt geheel in handen van de uitgever, daar kunnen wij weinig over inbrengen.

Staan er alweer nieuw projecten van Luit of Leon of beide op stapel? Kan daarover al iets bekendgemaakt worden?

 

Luit: Eind mei verschijnt mijn nieuwe boek Katla – De reis naar Dorestad, over de wereld in de negende eeuw, beschreven vanuit het perspectief van de Zweedse Katla, de vrouw die ook is opgenomen in De middeleeuwers. Volgend jaar staat de uitgave van een boek over heidense gebruiken gepland, waarbij een uit de vroege middeleeuwen overgeleverde lijst van 30 van dergelijke gebruiken als leidraad dient. Het omvangrijke boek Dorestad onthuld is al door de uitgever aangekondigd en staat in de startblokken om uitgegeven te worden tegelijk met de heropening van Museum Dorestad dat nu vanwege de verhuizing en verbouwing gesloten is.

Leon: Tijdens het werk aan De middeleeuwers heb ik de nodige ideeën voor artikelen opgedaan. Voor enkele daarvan heb ik het onderzoek ondertussen opgepakt. Dat varieert van artikelen over Romeinse gezichtshelmen tot autobiografische teksten over verzamelwoede. Ook maak ik – al dan niet samen met Luit – artikelen gereed over ons boek. Het is leuk dat je – met een doelgroep van een website of tijdschrift voor ogen – een dimensie toevoegt aan die teksten. Het is natuurlijk ook een fijne gedachte dat mensen lezen wat we willen vertellen.

 Slotwoord

Leon: Bij het schrijven van al die recensies heb ik eigenlijk nooit beseft wat ik nu als auteur ervaar: iemand neemt toch maar mooi de moeite om niet alleen ons boek te lezen maar er ook nog iets over te schrijven en anderen erover te vertellen. Dat het voor Boekenbijlage vervolgens nog aanleiding gaf om een interview te houden en te publiceren, stellen we op prijs.

Vragen: Kees de Kievid

Foto’s auteurs: Heleen van der Tuuk en Nathalie van de Sanden

Lees hier de recensie van De middeleeuwers

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Als het beestje maar een naam heeft

Categorie: Boek van de week, Dieren & Natuur, Non-fictie

Baardman & boterkontje, de vogel en zijn naam – Toine Andernach – Noordboek Natuur – 129 blz. De huidige coronatijd kent ook een klein lichtpuntje: er zijn meer mensen die de natuur in gaan. En…

Boek van de week archief

5-maart-2021 | Lees verder | Reageer!