Linda van Rijn blijft thrillers schrijven

20-januari-2018 | Categorie: Interview

Linda van Rijn (Harmelen 1974) is na haar studie Literatuurwetenschappen in de reisbranche gaan werken. Eerst in het buitenland als reisleidster op diverse locaties en tegenwoordig als manager bij een grote toeristische organisatie. Al die jaren bleef ze geïnteresseerd in literatuur en schreef ze verhalen, maar nooit met het doel auteur te worden. Dat veranderde na het lezen van Cruise van Suzanne Vermeer. Met haar succesvolle literaire thrillers Last Minute, Piste Alarm, Blue Curaçao, Winter Chalet, Viva España, Off Piste, Villa Toscane, Ski Resort en de minithrillers Vakantievrienden en Voetbalvrouwen is ze inmiddels een gevestigd auteur in dit genre. Ze schrijft alleen over vakantiebestemmingen waar ze zelf is geweest.Ze woont tegenwoordig op Curacao. Al haar boeken hebben in de CPNB top 60 gestaan.

Uit wat voor gezin kom je? Werd er veel (voor)gelezen?

Een heel standaard maar warm gezin: vader, moeder, oudere zus en ik. Mijn ouders zijn beiden dol op lezen, dus er werd inderdaad veel voorgelezen. Elke avond Jip en Janneke, dat herinner ik me vooral van toen ik klein was.

Wat waren je favoriete kinderboeken?

Ik ben altijd groot fan van Annie M.G. Schmidt geweest en daarnaast heb ik Oorlogswinter wel acht keer gelezen. Ik ging nooit slapen zonder een stukje te hebben gelezen en in de vakanties verslond ik zo zes boeken.

Dacht je er als meisje al aan om later boeken te gaan schrijven?

Nee, ook al hield ik dus wel veel van lezen. Het kwam gewoon niet in me op. Ik had allerlei wilde plannen: dierenarts, paardrijjuf, zoals elk meisje. En toen ik later het reizen ontdekte, wist ik waar ik mijn beroep van ging maken.

Je werkte in de reiswereld. Hoe kwam je er bij om verhalen te gaan schrijven? En waarom thrillers?

In de reiswereld maak je veel mee. Ik zag en hoorde soms de gekste verhalen, vooral van mensen die in hotels of in de luchtvaart werkte. Die onthield ik altijd, maar niet het met het idee er iets mee te gaan doen. Dat veranderde toen er een aantal thrillers uitkwam met vakantie-onderwerpen. Susanne Vermeer was daarin de eerste. Het inspireerde me om zelf ook te gaan nadenken of ik geen boeken kon schrijven met reizen en vakanties als thema. Het genre was voor mij meteen logisch, omdat het thrillergenre mijn persoonlijke favoriet is.
De verhalen die ik altijd hoorde heb ik trouwens niet letterlijk gebruikt, maar daar kwam wel het inzicht vandaan dat reizen legio mogelijkheden biedt voor verhaallijnen.

Welke thriller van een andere schrijver zou je zelf geschreven willen hebben? Of welke schrijver(s) voel je je verwant mee?

Moeilijke vraag! Ik vind het altijd moeilijk me te meten met andere thrillerschrijvers, omdat ik niet wil pretenderen dat ik mezelf kan vergelijken met grootheden als Saskia Noort, Esther Verhoef of Simone van der Vlugt in het binnenland of bijvoorbeeld Nicci French in het buitenland. Maar als ik mag kiezen: ik zou heel graag de Frieda Klein-serie van Nicci French geschreven willen hebben. Verschrikkelijk goede boeken en ontzettend knap hoe deze schrijvers zichzelf hiermee opnieuw hebben uitgevonden na al zo’n indrukwekkend oeuvre.

Hoe ga je te werk? Maak je een vast schema en houd je je daaraan of wijk je ook vaak af?

Ik maak eerst een opzet van het verhaal en van de personages. Die bespreek ik vooraf met mijn redacteur en daarna ga ik beginnen met schrijven. Ik houd me daarbij grotendeels aan mijn opzet, al blijkt tijdens het schrijven altijd dat sommige dingen niet goed werken of sterker ingevuld kunnen worden.

Heb je een vaste werkplek en werktijden?

Ik werk meestal vanuit huis, omdat ik daar het meest gefocust kan schrijven. Maar ik vind het ook leuk om mijn laptop mee te nemen naar het strand of een koffietent, voor de afwisseling. Dan werk ik minder snel, maar een andere omgeving biedt ook inspiratie. Ik werk ongeveer drie of vier dagen per week, en meestal zo’n 6 uur per dag.

Hoe zie jij je schrijverstoekomst? Zou je ook andere genres willen schrijven?

Nee, ik heb geen ambitie om de thrillers gedag te zeggen. Voor mijn gevoel ben ik net begonnen en nog lang niet klaar met dit genre. Ik hoop zo door te gaan, twee boeken per jaar en bij elk boek weer bij te leren om het volgende nog beter te maken.

Je komt uit de reiswereld en dat is terug te vinden in je boeken. Mensen zijn op vakantie, in een resort of weekend weg en de meest vreselijke dingen gebeuren. Een andere omgeving is een prima setting voor een spannend verhaal, maar ben je niet bang dat de inspiratie op een gegeven moment ophoudt?

Daar ben ik een tijdje bang voor geweest, toen ik drie of vier boeken had geschreven. Ik had nog veel inspiratie, maar dacht wel: kan ik dit nog jaren en jaren doen? Inmiddels heb ik die angst achter me gelaten. Op een of andere manier komt er altijd wel weer een verhaal of een deel van een verhaal in me op, waarop ik verder kan borduren. Soms moet ik mezelf dwingen, dat wel, want het is niet zo dat als schrijver de inspiratie altijd maar op je af komt vliegen, maar vooralsnog heb ik nog genoeg ideeën.

Het spannendste van Winterwereld vind ik dat je doordat je het verhaal maar uit één perspectief verteld krijgt, je totaal geen idee hebt over wat er met de achterblijvers in het huis aan de hand is. Hierdoor blijf je lang in het ongewisse. Had je meteen al het idee je verhaal zo te gaan vertellen?

Ja, ik wilde één personage goed uitdiepen en de lezer meenemen in haar leven en haar hoofd. Door informatie die zij niet kan weten weg te laten, creëer je spanning, leek me. Ik vind het leuk om in elk boek iets nieuws te doen met personages. De ene keer wissel ik van perspectief tussen verschillende personen die persoonlijk in het verhaal betrokken zijn, de andere keer kies ik afwisselend voor een hoofdpersoon en het perspectief van een politieagent. Zo houd ik het voor mezelf uitdagend.

De personages in Winterwereld hebben zeer uiteenlopende karakters. Zo is Lara naïef bij aanvang van het verhaal. Weet je van te voren hoe een karakter moet zijn of kunnen ze ook in de loop van het verhaal jou als schrijver ook verrassen?

Ik werk de personages grotendeels uit, omdat hun karakters de loop van het verhaal bepalen en ik het beste kan werken als die loop vastligt. Dus in die zin verrassen de personages me niet tijdens het schrijven doordat ze ineens niet in het verhaal passen. Maar ik vind het wel erg leuk om los van de verhaallijn, het personage een eigen lijn te geven, waarin iemand onder invloed van de gebeurtenissen ook persoonlijke groei doormaakt.

Het verhaal Winterwereld is heel realistisch, waardoor het ook extra spanning geeft. Hoe kwam je op het idee voor dit verhaal?

Het idee van een vriendengroep die een weekendje weggaat in de winter zat al een tijdje in mijn hoofd. Dat vond ik een setting met genoeg potentiële spanning. Daar moest ik nog wel iets aan toevoegen dat de gebeurtenissen zou forceren en zo kwam ik erop dat de ontrouw van de vriend van Lara dat weekend aan het licht zou komen. De rest van de gebeurtenissen heb ik op die setting en dat gegeven gebaseerd en zo ging het verhaal rollen.

Vragen: Conny Schelvis en Pieter Feller

Lees hier de recensie van Winterwereld.

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Spitsvondige hervertelling van beroemde vossenverhalen

Categorie: Boek van de week, Kinderboeken

De schelmenstreken van Reinaert de Vos – Koos Meinderts – illustraties van 18 verschillende illustratoren – Hoogland & van Klaveren – 38 blz. Ik heb het Middeleeuwse epos op school niet hoeven lezen, maar kende…

Boek van de week archief

5-december-2018 | Lees verder | Reageer!