Magisch realistische novelle

29-november-2018 | Categorie: Novelle

De vrouw in het medaillon – Jan Herman Brinks – Aspekt – 122 blz.

Jan Herman Brinks is journalist, historicus en auteur van literair proza. Hij schreef vele boeken en artikelen over de moderne eigentijdse Duitse en Europese geschiedenis. In 1992 ontving hij voor zijn dissertatie (promotie aan de RUG magna cum laude) de Erasmus Studie Prijs. Hij was als onderzoeker aan diverse internationale universiteiten verbonden, waaronder de Humboldt-Universität in Oost-Berlijn, de Johns Hopkins University in Washington D.C. en Birkbeck College in Londen. In 2016 en 2017 verbleef hij als artist in residence aan het Nederlands Instituut in Sint-Petersburg en het Benelux Centre in Moskou. Naast wetenschappelijke werken publiceerde hij een roman (De schreeuw van de vlinder, 2013, later herdoopt in Muurballade, 2016) en twee novelles (De man die probeerde de dood te slim af te zijn, 2017 en De vrouw in het medaillon, 2018). (Bron: Harener Weekblad)

Hoofdpersonage in De vrouw in het medaillon is Steijn Verkerke. Hij werkt voor een niet met name genoemd dagblad en is een journalist die gespecialiseerd is in kunst. Regelmatig loopt hij na een vergadering een kerkhof in de buurt op. Daar ontdekt hij een graf uit 1943 met op de steen een medaillon met het portret van een jonge vrouw. Dat medaillon speelt een belangrijke rol. De titel van het boek is er niet voor niets naar vernoemd. Nu denk ik bij een medaillon op een graf aan een glaasje waarachter een foto van de overledene is geplakt, maar Brinks zegt op de laatste bladzijde dat het een vrouwenportret is dat op het hagelwitte medaillon gegraveerd was. Maar een gegraveerd portret laat zich niet zo in gedetailleerd omschrijven als Brinks in het begin doet. Nogal verwarrend.

Steijn Verkerke wordt voor de krant naar Sint-Petersburg gestuurd om een kunstreportage te maken, maar hij is nog maar net gearriveerd of zijn hoofdredacteur belt hem op. Hij moet een reportage over de politieke toestand in Rusland schrijven. Ik gok dat het verhaal zich ergens begin jaren negentig afspeelt. Steijn gaat op zoek naar mensen die hem daarover willen vertellen. Hij vertrouwt op zijn chauffeuse Lena, die hem naar een oude tante, Ekatarina, brengt. Die vertelt wat haar en haar dochter Oksana in de Tweede Wereldoorlog is overkomen. Ze namen een Duitse deserteur in huis en toen ze werden verraden was de consequentie dat Oksana werd geïnterneerd en uiteindelijk in allerlei werkkampen in Duitsland terechtkwam. Als de oude vrouw een foto van haar dochter laat zien, schrikt Steijn. Het is het portret van de vrouw in het medaillon. Steijn zegt niets, maar gaat, als hij weer in Nederland is, op onderzoek uit. Nu kan hij het graf met het medaillon niet meer vinden. De tuinman die er al jaren werkt, kent het ook niet. Waarom is het graf niet meer te vinden? Als het er nooit is geweest, hoe heeft Steijn het dan kunnen zien? Het graf moet een waandenkbeeld zijn. Waar komt die waan vandaan? Heeft het te maken met de inhoud van de dozen die bij Steijn en zijn vrouw Elke in de gang staan, met daarin de bezittingen van Steijns overleden moeder? Heeft de inhoud de waan in gang gezet? Later ontdekt hij namelijk in een van de dozen een dagboek van zijn opa die ook Steijn Verkerke heet en die zich bij de SS had aangesloten. Uit het dagboek blijkt dat zijn opa in de oorlog verliefd was op een Russische krijgsgevangene. Zij zal toch niet dezelfde vrouw in het medaillon zijn, de dochter van de tante van Lena? Dat zijn erg veel toevalligheden.

Conclusie: Over het algemeen is het taalgebruik van Brinks in deze novelle van redelijk hoog niveau. Openingszin: “Uit de schaduwen rond de bomen steeg een vochtige zomerwarmte op, die op Steijns gezicht neersloeg.” of “…bruiden, allemaal in het wit, alsof ze zo van de taart waren gestapt”. Een enkele keer gaat hij in de fout. “Op zekere avond werd er zachtjes op Ekatarina’s voordeur gebonsd.” Zoiets moet een redacteur er uithalen.
Wat ook een beetje afbreuk doet aan het verhaal zijn de uitweidingen die niets met de verhaallijn te maken hebben, zoals Steijns observaties in een park in Sint-Petersburg en een hoofdstuk waarin Lena uitlegt hoe haar vriend Sergei aan zijn eind is gekomen. Niet elke handeling of gebeurtenis hoeft natuurlijk direct verband te houden met het verhaal, maar juist in een korte novelle moet de lijn strak gehouden worden. Ook in een magisch realistisch boek moeten de dingen kloppen. Door het taalgebruik en leuke, scherpe observaties is De vrouw in het medaillon best aangenaam om te lezen. Brinks heeft het in zich om een boek te schrijven waar wel alles op zijn plaats zal vallen. In dit boek is dat niet het geval.

Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

De tragiek van de macht

Categorie: Boek van de week, Historische roman

Keizerlijk geel – Lucas Zandberg – De Arbeiderspers – 335 blz. Op 4 november 2008 kopte CNN: “Arsenicum doodde Chinese keizer, zeggen rapporten”. Uit forensisch onderzoek van het haar, de kleding en de maaginhoud bleek…

Boek van de week archief

8-december-2019 | Lees verder | Reageer!