Marcel Vaarmeijer schrijft 365 dagen per jaar

25-juli-2015 | Categorie: Interview

Marcel VaarmeijerMarcel Vaarmeijer (Amsterdam, 1963) verloor al op zeer jonge leeftijd zijn vader. Hij woonde in zijn jeugd soms bij zijn moeder, maar ook in pleeggezinnen en kindertehuizen. Na de MAVO ging hij bij de marine werken. Daar werd hij seiner/telexist. Nadien werkte hij o.a. voor een beveiligingsbureau en als verkoper bij Megapool. Zijn eerste publicatie was in 1988 met een gedicht in Propria Cures. Sinds 1996 schrijft hij voor zowel voor kinderen en jongeren als voor volwassenen. Voor twee jeugdboeken werd hij genomineerd voor de Jonge Jury. Met zijn roman De gloriedagen van Walter Gom, (uitgeverij Luitingh-Sijthoff), brak hij door als auteur van volwassenenromans. Het boek is goed besproken en bereikte in korte tijd een tweede druk.

Kom je uit een gezin waar veel gelezen werd?

Ik kom niet echt uit een gezin. Mijn vader is vroeg overleden en ik bleef samen met mijn moeder achter. We waren nogal op onszelf. Mijn moeder las veel, ik speelde met lego en las kinder- en stripboeken.

Geen vader of broers en zussen: heb je je als kind eenzaam gevoeld?

Ik heb me nooit eenzaam gevoeld. Ik was wel vaak alleen, maar dat hoeft je niet in de weg te zitten. Dat ik geleerd heb om goed alleen te kunnen zijn, helpt me al jaren enorm goed in mijn werk als schrijver.

Wist jij van kinds af aan de dat je schrijver wilde worden?

Haha, nee, niet bepaald. Ik stond er toen helemaal nog niet bij stil dat je dat überhaupt kon doen voor je werk. Het schrijven is min of meer per ongeluk op mijn pad gekomen. Maar toen het er eenmaal was, wist ik dat ik het heel graag wilde blijven doen.

Hoe kwam het op je pad?

Ik werkte al jaren bij de Marine, in de radiocentrale, toen ik hoorde dat er een bibliotheek aan boord was. Niet meer dan een paar kratjes met boeken, maar toch. Ik genoot van de verhalen van Carmiggelt, Bomans en Toon Kortooms. Ik werkte veel ’s nachts en had vaak urenlang weinig te doen. Op een gegeven moment besloot ik zelf een verhaal te schrijven. Mijn eerste verhalen heb ik geschreven op een oude telex, op zo’n lint papier dat daar uitrolde. Pas later kwam de typemachine en nog veel later de computer.
De eerste keer dat ik merkte hoe je iemand kunt bereiken met iets wat je schrijft, was toen ik een sollicitatiebrief schreef en werd uitgenodigd voor een gesprek. Ik dacht: dus iets wat ik schrijf, kan iemand zo prikkelen dat ze meer van me willen weten en me willen ontmoeten. Hoe gek dat misschien ook klinkt, dat was een openbaring. Hetzelfde geldt voor verhalen en boeken: als schrijver wil je ook mensen bereiken en raken.

Wanneer ben je gedebuteerd, en hoe ging dat in z’n werk?

Mijn eerste boek kwam voort uit een serie columns die ik voor de NRC heb geschreven. Mijn eerste columns had ik naar tien grote kranten gestuurd. De NRC zat daar in eerste instantie niet bij, ik dacht dat ik daar geen kans zou maken. Maar ik had een enveloppe over en ik vond het zonde om die niet te gebruiken. Die tiende ging dus toch naar de NRC. Uitgerekend van hen kreeg ik snel een reactie: ze wilden graag een reeks columns van mij plaatsen en vroegen hoeveel ik daarvoor wilde hebben. Ik was stomverbaasd. Ik wist niet eens dat je daar geld voor kon vragen. Uiteindelijk zijn er achttien geplaatst en in die tijd ben ik benaderd door een uitgeverij. Ze vroegen hoeveel ik er intussen had. Ik stelde de wedervraag hoeveel zij er nodig hadden en dat waren er heel wat meer dan ik er had. Ik heb stoïcijns geantwoord dat dat geen probleem was en heb er in een recordtempo een stuk of veertig bij geschreven.

Je schrijft zowel kinder- en jeugdboeken als romans voor volwassenen. Zit die diversiteit je in de weg of doe je er je voordeel mee?

Het lastige met divers zijn is dat boekhandels je niet kunnen plaatsen. Boekhandels, en dus ook uitgevers, willen je het liefst aan één genre koppelen. Met mijn nieuwste boek De gloriedagen van Walter Gom was dat wel een beetje een probleem, want dat genre bestaat nog niet echt. Op dit moment valt het boek onder het kopje ‘goodreads’. Dat vind ik prima. Ik ben met een paar boeken bezig die in hetzelfde genre vallen als Walter Gom, dus straks is het genre dat er nog niet was vanzelf gecreëerd.

Zitten er autobiografische elementen verstopt in De gloriedagen van Walter Gom?

Natuurlijk komen er altijd dingen terug die iets zeggen over mij. Walter is erg op zichzelf en houdt van rust en stilte. Daarin lijkt hij op mij. Ook aan zijn moeder zit een aantal aspecten die herinneren aan mijn eigen moeder. Verder zitten er veel elementen in het boek die echt bestaan, zoals het fotoboek waar Iris doorheen bladert, het kunstproject voor het Stedelijk Museum en een concept voor een tv-serie, dat al jaren als script in mijn bureaula ligt.

Blijf je naast romans voor volwassenen ook kinder- en jeugdboeken schrijven?

De komende jaren richt ik mij alleen op het schrijven van romans. Ik heb nog veel te vertellen en daar is de roman de meest geschikte vorm voor. Volgend jaar komt de volgende uit, ook bij uitgeverij Luitingh-Sijthoff, en dan heb ik er nog een aantal op stapel staan.

Schrijf je op specifieke tijden en schrijf je iedere dag, of sla je ook wel eens een dag over?

Ik heb jarenlang alleen ’s nachts geschreven, dan kan ik me het beste concentreren. De laatste tijd verschuift dat steeds meer naar de avond. Ik schrijf elke dag, 365 dagen per jaar. Vakantie ken ik niet en op vrije dagen val ik in slaap.

Schrijf je aan meerdere boeken tegelijk, of moet er eerst een af zijn voordat je aan de volgende begint?

Vroeger schreef ik meerdere boeken tegelijk, nu houd ik het bij één boek. Een goede roman vergt veel tijd en aandacht, daar moet ik alle energie die ik heb aan besteden.

Welke boeken hebben (grote) invloed gehad op jouw leven, en waarom?

De Avonden – Gerard Reve
Reis naar het einde van de nacht – Louis-Ferdinand Céline
The catcher in the Rye – J D Salinger
(Ik zou er nog 20 kunnen opnoemen, maar deze boeken raken echt míjn hart)

Zijn er nog dingen die je kwijt wilt die in bovenstaande vragen niet aan de orde kwamen?

Ik heb veel meegemaakt in mijn leven. Veel verlies, pijn en verdriet. Jarenlang heb ik die gevoelens vermeden en probeerde ik “leuke” boeken te schrijven. Dat mislukte. De boeken waren wel goed, maar ze waren niet écht, ze kwamen niet uit het diepste van mijn hart. Een tijd geleden heb ik besloten geen masker meer op te houden en de waarheid op te schrijven: mijn pijn, mijn verdriet, mijn trauma’s… in een frisse, grappige stijl. Een vreemde combinatie misschien, maar alleen op die manier kan ik het uiten. “Humor is overwonnen droefheid” zei Godfried Bomans. Hij heeft gelijk. Op die weg ga ik door.

Pin It

1 Reactie

  • Kleine correctie in openingsstuk: bij de marine was ik seiner-telexist, geen seiner-telegrafist, al was ik wel opgeleid tot telegrafist, en seiner.

    Verrassend leuk interview. Met dank aan mijn lieve collega’s Tiny Fisscher en Pieter Feller.

    Marcel

Boek van de Week

Spitsvondige hervertelling van beroemde vossenverhalen

Categorie: Boek van de week, Kinderboeken

De schelmenstreken van Reinaert de Vos – Koos Meinderts – illustraties van 18 verschillende illustratoren – Hoogland & van Klaveren – 38 blz. Ik heb het Middeleeuwse epos op school niet hoeven lezen, maar kende…

Boek van de week archief

5-december-2018 | Lees verder | Reageer!