Meeslepend gruwelsprookje

9-december-2012 | Categorie: Boek van de week, Literatuur

De dag dat we Andy zijn arm afzaagden – Marnix Peeters – De Bezige Bij – 295 blz.

‘Ik ben ontsnapt op de dag dat we Andy zijn arm afzaagden.’ Zo begint de debuutroman van Marnix Peeters. De hoofdpersoon is de prepuberale jongen, Werner Plöts, die door zijn vader wordt gestald bij de gezusters Crique. Drie afzichtelijke vrouwen(een dikke, een kleine en een graatmagere) die zijn moeder, die voor de trein is gesprongen, vaag hebben gekend. Aanvankelijk zou hij maar veertien dagen blijven, dat loopt wat uit en als hij voor de tweede keer gaat ‘logeren’ komt zijn vader hem helemaal niet meer ophalen.

Op de boerderij van de gezusters woont ook Andy, een gore, lelijke man en de driepotige tamme beer Orzas. Later voegt zich nog de ex-cowboy Ernest-Fritz bij het gezelschap. Hij is de ontwerper van het energiesysteem van de boerderij, dat op biogas werkt.
Op de wikkel rond het boek maken de Vlaamse filmregisseur Erik van Looy en Jan Mulder ronkende reclame. Van Looy noemt Peeters een nieuwe John Irving en Jan Mulder wil het boek onmiddellijk laten verfilmen. Ook Herman Brusselmans wordt ingeschakeld en zegt op de achterflap dat Peeters ‘een nieuwe literaire sensatie’ is. Maakt Peeters deze aanprijzingen allemaal waar? Grotendeels wel. Hoewel ik Van Looys vergelijking met John Irving na één boek wel prematuur vind. Veel overeenkomsten zie ik niet, alhoewel Peeters wel Irvings geliefde dier de beer in zijn verhaal verwerkt. Orzas de beer is een soort klankbord voor Werner. Hij vertelt zijn wederwaardigheden aan het beest, bij gebrek aan beter.

Het verhaal zou je een schelmenroman kunnen noemen, maar ook een gruwelsprookje. We volgen de omzwervingen van Werner na zijn ontsnapping samen met Orzas. Als het boek begint is hij pas elf jaar en wat hij allemaal meemaakt zou een volwassene al trauma’s bezorgen, want de lijken vallen als rijpe maden uit verrot vlees. Doodslag, moord, rottende lijken, seksuele handelingen van diverse aard, stront in grote hoeveelheden, niets blijft deze jongen – die door iedereen wordt uitgebuit – tijdens zijn omzwervingen bespaard, maar hij slaat zich er manhaftig doorheen. Dit wordt van de lezer ook verwacht. Hij of zij heeft een sterke literaire maag nodig om de beeldende beschrijvingen van journalist/schrijver Marnix Peeters te kunnen verteren.

In een interview verklaarde Peeters dat hij vond dat de verbeelding zo weinig wordt gebruikt in de Nederlandstalige roman. Ik dacht dat dit wel meeviel, maar wat Peeters onder verbeelding verstaat gaat een stap verder dan de fantasie van de doorsnee romanschrijver.
Op een dag vinden Andy en Ernest-Fritz, gadegeslagen door Werner, een lijk in een wolfsklem in het bos. Zij verzamelen dood materiaal dat ze gebruiken voor het produceren van biogas.
‘De dode droeg een uniform en bleek bij nader toezien een postbode, wat af te leiden viel uit het embleem op zijn donkerblauwe jas. Het in de zakken stoppen van de buit verliep lastig gezien de staat van verzeping. Andy trachtte na het openen van de klem het bovenlichaam naar zich toe te trekken, maar eindigde met een langzaam van de romp loskomende arm in zijn handen, hij gaf mee als de bil van een veel te gare kip. Het stonk er zo smerig dat beide werkers nu een zakdoek voor de mond hadden gebonden om niet te kotsen.’

Waar en in welke tijd speelt zich het verhaal af? Dat wordt nergens expliciet vermeld. De gezusters wonen in de heuvels ergens in het zuiden. Er komen automerken in het boek voor zoals de Oxford Morris waarvan het laatste type in de jaren zestig is geproduceerd en de Simca Aronde die in de jaren vijftig werd gemaakt. Moderne communicatiemiddelen zijn er niet.
Peeters ratelt lekker door, maar vergeet soms even de logica. In het eerste deel worden vijf mensen vermoord, zonder dat er ooit een haan naar kraait. Iets verderop in het boek leidt een moord wel tot een politieonderzoek. Werner wordt er zelfs voor gearresteerd.
De karakters zijn bijna allemaal hard, meedogenloos en egoïstisch. Zelfs de mooie Maya, die hem oppikt nadat hij is beroofd, en die Werner misbruikt voor haar eigen lusten, is keihard. Iets meer differentiatie was misschien wenselijk geweest.

Er is één periode in Werners leven waarin hij gelukkig is met het mooie meisje Botje Duizents, maar ook dat mag niet lang duren. Aan het einde van het verhaal keert Werner terug op de boerderij van de gezusters Crique, die niet meer in leven zijn. Nu wonen er Zwarte Anna en zuster Martha. Ruim twee jaar verblijft hij bij hen tot er een eind komt aan de smerige bezigheden die hij met ene Hemmeke in opdracht van Anna en Martha verricht.

Peeters kiepert in elk geval een emmer fantasie over ons leeg waar andere schrijvers hun hele leven mee zouden doen. Het kan natuurlijk allemaal niet, maar toch sleept het verhaal je mee, vooral door Peeters’ barokke taalgebruik. Zelden of nooit verveelt zijn taal je en steeds gebruikt hij verrassende beeldspraak, aansprekende dialogen en personages die je alleen in nachtmerries tegenkomt.
Als Peeters dit niveau in zijn volgende boeken weet vast te houden, is hij een enorme aanwinst in het Nederlandstalige literaire landschap. Een nieuwe John Irving? Nee, Marnix Peeters is uniek!

Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!