Milja Praagman gaat naar New York

28-december-2013 | Categorie: Interview

Milja PraagmanMilja Praagman (Amsterdam 1971) groeide op in Den Dungen in een oud huis op een dijk, met veel dieren en veel ruimte om zich heen. Ze studeerde grafisch ontwerpen aan de Akademie voor beeldende kunsten Sint Joost in Breda. Na de academie woonde zij een jaar in Frankrijk. In 1995 keerde ze terug naar Nederland en begon met een startstipendium als zelfstandig ontwerper/illustrator. Haar opdrachtgevers waren in het begin voornamelijk kranten en tijdschriften. Later werkte ze ook voor Okki, Bobo, Sesamstraat en Taptoe en werd het tekenen voor kinderen haar belangrijkste bezigheid. Voor Sesamstraat televisie maakt ze animaties.
Door het illustreren en vooral door het verzinnen in opdracht voor Okki e.a. ontstonden er ook veel nieuwe ideeën voor ‘eigen’ verhalen.

Een van die verhalen was haar eerste prentenboek Meneer Po dat meteen goed werd ontvangen door de pers. Sindsdien is ze niet meer te stoppen. Bij uitgeverij Leopold verschenen: Miki en de sneeuwpop, Mijn mama is een prinses, Nog 100 nachtjes slapen – prentenboek van het jaar 2013 – en Ik doe het lekker toch! In maart 2013 verscheen Voor jou bij uitgeverij de Eenhoorn. In september is Pas op verschenen het tweede boek met Dorus uit Nog 100 nachtjes in de hoofdrol. In Milja’s boeken gaan kleine mensen en dieren hun eigen gang. Stoer en met een subtiel gevoel voor humor.

Uit wat voor gezin kom je?

Ik kom uit een heel ondernemend gezin, ik heb een broer en een zus, mijn vader begon toen ik een paar jaar oud was voor zichzelf met het uitvinden van een kassa waar je je boodschappen op kon scannen eigenlijk zoals die nu in alle winkels gebruikt wordt. Zijn bedrijf groeide vanuit onze drive-inwoning vrij snel en werd groot. Ook weer even klein en is nu heel groot. Mijn broer werkt in dat bedrijf en mijn zus is ook haar eigen bedrijf begonnen en verkoopt eiken tafels die je zelf kunt ontwerpen.

Ik neem aan dat je als kind al goed kon tekenen. Wanneer ontdekte je dat je van tekenen je beroep kon maken?

Wij hadden een buurman vroeger die in de reclame zat die kon ook goed tekenen dat was steeds wel het beeld wat ik had dat als je kon tekenen je in de reclame terecht kwam. Een oom van mijn nicht was illustrator daar gingen we wel eens samen mee op vakantie. Die kon supergoed tekenen en gaf me dan tips. Maar zei ook dat hij (ik was denk ik 10) toen al jaloers was op mijn eigen stijl dat vond ik wel vreemd want in mijn ogen kon hij echt veel mooier tekenen.

Waren er thuis veel boeken en las je als kind veel?

Ik las wel veel maar we hadden nou ook niet heel veel boeken, voor mijn gevoel was ik eigenlijk altijd buiten aan het spelen en hutten aan het bouwen. Later toen ik een pony had, ging ik lekker scheuren over de maïsvelden en door de bossen en nog weer later werd ik heel fanatiek met wedstrijden enz. Ik wilde een Anky van Grunsven worden. Tekenen en knutselen dat was zoiets als ademen en eten en drinken dat ging van zelf. Toen ik van de havo af moest omdat ik er alsmaar zat te dromen en mijn boeken vol tekende, gaven ze me het advies iets met dat tekenen te gaan doen. Ik had namelijk veel onvoldoendes maar wel twee tienen voor tekenen en handvaardigheid.

Wat was destijds je favoriete boek?

Heel gek maar ik kan me dus niet echt specifiek één prentenboek herinneren, ik las wel altijd heel veel maar prentenboeken die heb ik pas veel later ontdekt. Het eerste boek wat echt enorm veel indruk op mij maakte was De prinses komt om 4 uur van Rotraut Susanne Berner en Wolfdietrich Schnurre. Zo kon het dus ook, dacht ik toen.

Na je academietijd ging je een jaar naar Frankrijk. Wat heb je daar gedaan?

Dat is een lang verhaal. Ik zal proberen het kort te vertellen. Ik was net afgestudeerd en ging samen met mijn vriend (nu man) op vakantie naar Frankrijk. Van de laatste Franse francs kocht ik een huizenblaadje (waar allemaal huizen in te koop staan). We hadden gedurende mijn jeugd in alle vakanties altijd veel gekeken naar kastelen en mijn vader droomde ooit eens een kasteel in Frankrijk te kopen. Dat blad gaf ik hem toen we thuis kwamen cadeau. Hij zag er een advertentie in die zoveel indruk maakte dat hij ons vroeg of we niet nog terug konden gaan kijken of het echt zo mooi was. Dat deden we. Toen we er waren, belde ik hem op dat dit was waar hij al die jaren naar had gezocht. Maar dat geloofde hij niet direct. Mijn vader vroeg of we nog eens een goed rond wilden kijken in die streek. We hebben toen nog een kleine twee weken alle makelaars bezocht die we konden vinden. Na twee weken kwam hij zelf kijken en kocht het kasteel nog dezelfde dag. Het was wel afgebrand toen hij het kocht. Mijn vader heeft het opnieuw opgebouwd. Wij zijn er toen het eerste jaar gaan wonen in de portierswoning om er van alles te regelen. We hadden ook zo tabak van Nederland toen en het leek ons wel een leuk avontuur. Maar na een jaar werden we ook weer gillend gek van het Franse platteland en wilden we allebei wel weer terug naar Nederland.

Hoe maak je de illustraties?

Met de hand met alle materialen die je kunt bedenken potlood, plakkaatverf, ecoline de laatste tijd gebruik ik zelfs sponzen met verf. Maar ook collage. Ik probeer altijd van alles uit. Ik heb ook een poos wel met de computer geëxperimenteerd maar vind het daar zelden mooier van worden.

Hoe zou je je tekenstijl willen omschrijven?

Pjotr van Lenteren Volkskrant schreef bij mijn recensie over Meneer Po. “Haar tekenwerk houdt het midden tussen een kindertekening en een fijn primitief kunstwerk. Het is licht vervreemdend zonder krampachtig anders te willen zijn.”
Vond ik heel mooi gevonden en daar kan ik me nog steeds wel in vinden.

Je bent doorgebroken met meneer Po, waar gaat dat boek over?

Dat verhaal ontstond omdat ik in een po de gelijkenis met een gleufhoed zag. Ik dacht dat is wel een grappig idee voor een prentenboek. Meneer Po is dan ‘s ochtends zijn bril kwijt en zet i.p.v. zijn hoed per ongeluk de po op zijn hoofd. Heel het bos wil wel eens plassen op een po dus doen ze allemaal een plasje op die po. Meneer po is heel netjes dus die wordt daar niet heel gelukkig van en rent dan snel naar huis waar zijn vrouw op hem wacht met zijn bril… En dan ziet hij ook wat hij op zijn hoofd had gezet.

Je won in 2013 de prijs voor Prentenboek van het jaar met Nog 100 nachtjes slapen, hoe kwam je op dit idee?

Bij mijn schoonouders hing bij feesten altijd een zelfgemaakte slinger van lapjes van oude kledingstukken. Op zo’n feest praten mijn man en zijn broers en zus over vroeger zo van “weet je nog die is van de jurk van ma toen ze blablabla”. Er kwamen altijd herinneringen terug door die lapjes dat vond ik zo’n mooi gegeven. Dus heb ik daar toen Nog 100 nachtjes slapen bij verzonnen.

Welke tekenaars bewonder je?

Tekenaars en prentenboekmakers; Maurice Sendak, Beatrice Alemagna , Wolf Erlbruch, Anthony Brown, Kitty Crowther, Catherina Valckx, Dick Bruna en kunstenaars; David Hockney, Rotko, Micheal Raedecker, Elly Strik, Louise Bourgeois, Paul Marrot, Leopold van de Ven en nog veel meer.

Welk bestaand boek zou je graag hebben willen illustreren of wil je alsnog weer illustreren?

The giving Tree van Shell Silverstein. En er is een Godfried Bomansverhaal waar ik al heel lang een prentenboek van zou willen maken, maar ik vertel nog niet welk verhaal. Ik hou erg van zijn humor en andere manier van kijken naar dingen. En mijn eigen Meneer Po zou ik ook nog graag een keer opnieuw illustreren.

Kun je van je illustratiewerk leven of heb je nog een baan ernaast?

Dit vind ik zo’n vraag van buurvrouwen en tantes op een feestje, maar oké. In het begin had ik er een poetsbaan en hoveniersbaantje bij, maar dat is al lang geleden. Ik kan er nu goed van leven. Maar ik werk ook nog steeds in opdracht naast het schrijven en illustreren van (prenten)boeken.

Wil je hier je favoriete boeken en schrijvers noemen?

Alles van A.M. Homes, Stoner van John Williams, De eeuwige bron van Ayn Rand, Broere van Bart Moeyaert, Shell Silverstein, John Green, De Poka & Mini reeks van Kitty Crowther
en de columns van Esther Gerritsen.

Hier is nog ruimte om iets te zeggen dat je graag kwijt wilt.

Volgend jaar zit ik de hele zomer met man en kinderen in New York. Mijn man is kunstenaar en blijft daar een half jaar voor een artist in residence. Mochten mensen nog fijne, bijzondere tips over New York hebben, ik hoor ze graag!

Milja Praagman heeft natuurlijk een eigen website.

Vragen: Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Europa’s verleden, heden en toekomst

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Roman

Grand Hotel Europa – Ilja Leonard Pfeijffer – De Arbeiderspers – 547 blz. Al heel wat boeken van deze auteur heb ik gelezen. Meestal heb ik niet zo erg genoten. In zijn boek over Genua

Boek van de week archief

15-januari-2019 | Lees verder | Reageer!