Monument voor Erasmus

Erasmus, dwarsdenker – Sandra Langereis – De Bezige Bij – 784 blz.

Het registreren van levensfasen vond in de vijftiende eeuw niet zo grondig en zorgvuldig plaats als nu. Zelfs van beroemde historische personen weten we niet precies wanneer ze geboren zijn. Meestal is het jaar bekend, maar de datum niet. Frappant is het daarom dat we van Erasmus wel de geboortedag weten: in het holst van de nacht van Simons en Judasdag, 28 oktober dus, zoals hem verteld is. Maar in welk jaar dat precies plaats had, dat weten we niet, Er worden drie jaartallen genoemd: 1466. 1467 en 1469. Zelf meldt Eramus in zijn Compendium Rhetorica dat het 1466 zal zijn. Is deze onduidelijkheid veroorzaakt door het feit dat hij een onecht kind (defectus natalis) was? Zijn vader Gerardus verwekte hem in Gouda, bij zijn huishoudster Margaretha. Zij vertrok naar Rotterdam om de geboorte te verheimelijken. De beredeneerde conclusie van Langereis luidt, dat 1469 het meest waarschijnlijke geboortejaar is.

Langereis begint met de proloog “Ware verhalen”. De lezer wordt direct in verwarring gebracht door de eerste zin: “Op 27 juni 1598 vertrok Erasmus uit de haven van Rotterdam”. Alleen was hij toe al ruim zestig jaar dood. De auteur beschrijft een wereldreis waarin Erasmus in de derde persoon optreedt. Enkele bladzijden later komt de aap uit de mouw, nu met Erasmus in de eerste persoon: “Bedenk wel, ik had al een en ander meegemaakt toen ik aan deze wereldreis begon. Van 1572 ben ik. Alva’s loopjongen De Bossu gaf dat jaar opdracht aan de Rotterdamse scheepsbouwers om achttien handelsschepen voor gevecht uit te rusten én mij in hout te snijden. Zo kon ik met mijn naam en faam zijn katholieke oorlogsvloot opluisteren”. Over zijn nagedachtenis laat Langereis Erasmus een ‘vrolijke’ tirade houden, waarin hij Vondel een temer noemt en Huygens een minkukel, die van alles op hem projecteren. Om daarna over zijn echte leven te vertellen dat hij dat alles over zichzelf heeft afgeroepen: “Met duivels genoegen speelde ik steeds een ander personage”.

Deze zeker bijzonder te noemen proloog zou twijfel kunnen oproepen over de rest van het boek. Niets is echter minder waar. Vanuit haar sterk bewonderende visie geeft Langereis niet alleen maar Erasmus’ leven tot in detail weer, maar ook zijn omgeving. De sterk internationaal georiënteerde schrijver zet zij neer als een echte kosmopoliet, met een uitgebreid netwerk. Ook de (kerk)geschiedenis speelt een vooraanstaande rol. De auteur maakt volledig waar dat de humanist Erasmus wereldfaam geniet.

Om tot een gefundeerd oordeel over zijn denkbeelden te komen, beschrijft Langereis op indringende wijze Erasmus’ jeugd. Hij liet al heel vroeg blijken over een uitzonderlijk groot taalgevoel te beschikken. Hij bediende zich overigens uitsluitend van het Latijn – niet het kerklatijn, maar dat van de klassieke auteurs – zodat er geen werken in de Nederlands van hem bekend zijn. Interessant is daarbij het hoofdstuk over de “kleine school” dat een inzicht geeft in de manier van elementaire educatie van voornamelijk stadskinderen. Ook Erasmus bezocht deze als jonge kleuter. Opvallend dat hier (en ook in Italië) ouders “investeerden in de opleiding van hun kinderen”. Zijn vader stuurde Erasmus voor een vervolgopleiding naar de “grote school” (een Latijnse school) in Deventer. Het vroege overlijden van zijn vader betekende voor Erasmus dat hij onder voogdij kwam te staan. Hij kon niet profiteren van zijn vaders erfenis (niet onaanzienlijk) en zijn voogden waren nogal “krenterig”. In plaats van naar de universiteit stuurden ze hem naar Den Bosch, naar de broeders van het gemene leven om hem betaalbaar “te laten klaarstomen voor een kloosterleven”. Na vele ruzies met zijn voogd treedt hij, mede op aandringen van zijn oud-studiegenoot in Deventer, Cornelis van Woerden, toch in het kloosterleven: het augustijnenklooster Emmaüs (Stein) bij Gouda.

Na enige omwegen wordt Erasmus toch tot priester gewijd en komt hij als secretaris in dienst van de bisschop van Kamerijk, heer van Bergen (op Zoom). Na een paar jaar komt dan eindelijk zijn grote wens uit: studeren aan de universiteit in Parijs. We zijn als lezer in deel II van de biografie aangekomen. Alle ontwikkelingen en levenservaringen van Erasmus komen nu in zes hoofdstukken aan de orde, allemaal met als titel een uitspraak van hem. Daarop volgt deel III “Uitgespeeld” met nog drie gelijk geaarde hoofdstukken.

Bijzonder interessant is een aantal onderwerpen die Langereis daarin aansnijdt. Er is twijfel of het eerder genoemde Compendium wel een autobiografisch werk van Erasmus is. De auteur toont aan dat het en zeker een groot autobiografisch karakter heeft, maar ook dat hij af en toe niet de werkelijke feiten voorschotelt. Een vreemde zaak is bijvoorbeeld dat Erasmus nergens vertelt een broer, Pieter, te hebben. Zij noemt het werk daarom een “autobiografictie”.

Er wordt nogal eens beweerd dat Erasmus een “wegbereider” voor Luther zou zijn geweest. Immers heeft hij in zijn geschrift Lof der zotheid snijdende kritiek op de kerk geuit. Hij heeft echter nooit het katholieke geloof vaarwel gezegd en is altijd priester gebleven. Zelf heeft hij erover opgemerkt: “Hun [lutheranen] ongelukkige greep naar de vrijheid verdubbelt juist de slavernij; het is nu zo erg dat je zelfs niet voor de waarheid mag opkomen.”

Lof der zotheid mag dan misschien zijn bekendste werk zijn, Langereis maakt duidelijk dat zijn major opus ligt in de heruitgave – in het Grieks en Latijn – van het Nieuwe Testament. De bedoeling was dat het een vervanging werd van de oude, geschreven door kerkvader Hieronymus. Erasmus bracht verbeteringen aan. Hieronymus beschikte wegens gebrek aan manuscripten niet over de kennis die Erasmus wel had. Dat hij het overgrote deel van de orthodoxe gemeenschap hiermee tegen zich in het harnas joeg, was het om het even. De waarheid is belangrijker dan het geloof.

Deze letterlijk en figuurlijk monumentale biografie van Langereis leert ons Erasmus en zijn tijdsgewricht goed kennen. Een van de belangrijkste figuren uit onze geschiedenis komt tot leven, door een misschien soms te bewonderende blik van zijn biograaf. Of echter nog steeds al zijn standpunten en ideeën in onze tijd passen is twijfelachtig, maar zijn standbeeld mag overeind blijven.

Kees de Kievid

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Overlevingsinstinct 2.0

Categorie: Boek van de week, Levensverhaal

Ik ben een eiland – Tamsin Calidas – Uitgeverij Pluim – Vertaling Hans Kloos – 328 blz. Tamsin Calidas vertrekt samen met haar man Rab vanuit hun drukke leven in Londen naar Schotland en hoewel…

Boek van de week archief

11-mei-2021 | Lees verder | Reageer!